Peugeot 508 RXH (2012) Manual
Læs nedenfor 📖 manual på dansk for Peugeot 508 RXH (2012) (304 sider) i kategorien var. Denne guide var nyttig for 22 personer og blev bedømt med 4.5 stjerner i gennemsnit af 2 brugere
Side 1/304


O
p deze persoonli
j
ke pa
g
ina staan adviezen en nutti
g
e informatie
o
v
e
r h
e
t
o
n
de
rh
oud
v
a
n
u
w
au
t
o
.
Het instructieboek
j
e van uw auto is ook te vinden op de website
van Peu
g
eot, in de rubriek "M
y
Peu
g
eot".
A
ls u het instructieboek
j
e online raadplee
g
t, hebt u tevens
toe
g
an
g
tot de meest recente in
f
ormatie. Deze in
f
ormatie
is gemakkelijk te herkennen aan de paginamarkeringen die
wor
d
en weer
g
e
g
even met
di
t p
i
cto
g
ram:
Als de rubriek "M
y
Peu
g
eot" niet beschikbaar is op de website van
het merk voor uw land, kunt u het instructieboekje op het volgende
i
nterneta
d
res raa
d
p
l
e
g
en:
http:
//
public.servicebox.peu
g
eot.com
de link in het
g
edeelte voor "Particulieren",
de taal,
het model van uw auto,
de uitgiftedatum die overeenkomt met de datum van deel 1A op het kentekenbewijs van uw auto.
Belan
g
ri
j
ke informatie
:
Het monteren van elektrische uitrustin
g
en of accessoires
d
i
e
ni
e
t
o
n
de
r
ee
n
a
rtik
e
ln
u
mm
e
r in h
e
t
asso
rtim
e
nt v
a
n
A
utomobiles PEUGE
O
T voorkomen, kan storin
g
en in het
e
lektronisch s
y
steem van uw auto veroorzaken. Wi
j
verzoeken
u hier rekenin
g
mee te houden en raden u aan contact op te
n
emen met een verte
g
enwoordi
g
er van het merk PEU
G
E
O
T
o
m u te laten in
f
ormeren over het assortiment uitrustingen en
accesso
ir
es
v
oo
rzi
e
n v
a
n h
e
t
be
tr
effe
n
de
a
rtik
e
ln
u
mm
e
r.
Se
l
ec
t
ee
r:
U kunt hier het instructieboekje van uw auto in dezelfde lay-out bekijken.
gp
gp

WELKOM
S
y
mbolen
Waarschuwin
g
:
dit s
y
mbool
g
eeft waarschuwin
g
en
weer die u absoluut dient te respecteren
omwille van uw veili
g
heid en die van
a
n
de
r
e
n
e
n
o
m
schade
aa
n
u
w
au
t
o
t
e
v
oo
r
ko
m
e
n.
Informatie:
di
t s
y
m
b
oo
l
vest
ig
t uw aan
d
ac
h
t op
a
anvullende in
f
ormatie die u helpt de
g
e
b
ru
ik
smo
g
e
lijkh
e
d
en van uw auto
o
p
timaal te benutten.
Beschermin
g
van het
m
ilieu:
di
t s
y
m
b
oo
l
versc
hij
nt
bij
a
d
v
i
ezen met
b
etre
kki
n
g
tot
d
e
b
esc
h
erm
i
n
g
van
h
et
m
ilieu
.
V
erwi
j
zin
g
:
di
t s
y
m
b
oo
l
verw
ij
st naar
d
e
bl
a
d
z
ijd
e
waa
r m
ee
r in
fo
rm
a
ti
e
o
v
e
r
de
desbe
tr
effe
n
de
fu
n
c
ti
e
i
s
t
e
vin
de
n.
Wi
j
danken u voor uw keuze voor de 508 RXH.
Dit instructieboek
j
e is ontwikkeld om u
in de
g
ele
g
enheid te stellen onder alle
omstandi
g
heden optimaal
g
ebruik te maken
van de mo
g
eli
j
kheden van uw auto.
I
n
h
et eerste
d
ee
l
van
h
et
b
oe
kj
e
i
s
d
e
belan
g
ri
j
kste in
f
ormatie samen
g
evat om u in
k
orte t
ijd
vertrouw
d
te ma
k
en met
d
e
b
e
di
en
i
n
g
v
a
n
u
w
au
t
o
.
Vervol
g
ens komen alle details van uw auto
op het
g
ebied van comfort, veili
g
heid en
p
raktische informatie uit
g
ebreid aan bod,
zodat u en uw passa
g
iers maximaal van de
auto kunnen
g
enieten.
Elk geleverd model kan, a
f
hankelijk van het
uitrustin
g
sniveau, de carrosserievarianten, de
uitvoerin
g
en en de specifieke kenmerken voor
h
et land waarvoor de auto bestemd is, slechts
van een deel van de in dit boek
j
e vermelde
uitrustin
g
en zi
j
n voorzien.

.
.
Inhoud
Instrumentenpaneel 4
5
Verklikkerlamp
j
es 4
6
M
eters
5
7
B
oordcom
p
uter 6
2
Datum en ti
j
d instellen 6
5
Controle tijdens het rijden
In één oogopslag
S
leutel met afstandsbedienin
g
6
6
Al
a
rm
7
6
El
e
ktri
sc
h
bed
i
e
n
ba
r
e
r
u
it
e
n
7
8
Ba
g
a
g
eruimte
8
0
Elektrisch bedienbare achterkle
p
8
1
P
anoramadak
(S
W
)
8
4
Brandsto
f
tank
8
5
T
ankbeveili
g
in
g
diesel
8
6
Toegang tot de auto
Voorstoelen
8
8
A
c
ht
e
r
ba
nk
9
2
S
pie
g
els
9
4
S
tuurwielverstellin
g
9
6
Indelin
g
interieur
9
7
Indelin
g
van de ba
g
a
g
eruimte
10
0
Verwarmin
g
en ventilatie
10
6
Automatische airconditioning met
g
escheiden re
g
elin
g
1
0
8
Automatische airconditionin
g
quadrizone 1
1
1
Achterruitverwarmin
g
1
1
6
P
ro
g
rammeerbaar verwarmin
g
s-/
ventilaties
y
steem
11
7
Comfort
E
lektrische parkeerrem 11
9
E
GS-versnellin
g
sbak met 6 versnellin
g
en 1
2
6
H
ill Holder
13
0
H
ead-up displa
y
1
3
1
S
nelheidsbe
g
renzer 134
S
nelheidsre
g
elaar 1
3
6
Parkeerhulp 1
3
8
Intelli
g
ente parkeerhulp 14
0
Rijden
Li
c
ht
sc
h
a
k
e
l
aa
r 14
2
LED-verlichtin
g
14
5
A
utomatische verlichtin
g
14
7
Koplampen verstellen 1
5
0
Bochtverlichtin
g
1
5
1
R
uitenwisserschakelaar
15
2
A
utomatische ruitenwissers
1
54
Pla
f
onniers 1
5
6
Sf
eerverlichtin
g
1
5
7
Zicht
Hybridesysteem
Pr
ese
nt
a
ti
e
2
2
S
tarten
/
a
f
zetten
2
5
Verklikkerlampje Ready
2
9
Keu
z
esc
h
a
k
e
l
aa
r HY
b
ri
d
4
2
9
E
ner
g
iemeter 3
2
Weer
g
ave van de ener
g
iestromen van het
h
y
brides
y
steem
3
3
E
co off
3
6
E
co-ri
j
den
3
7
Verbruik
3
9
T
ract
i
e
b
atter
ij
4
0
S
lepen
4
4

.
.
Inhoud
Kinderzit
j
es 1
5
8
IS
O
FIX-kinderzit
j
es 164
Kinderbeveili
g
in
g
16
7
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
R
ichtingaanwijzers 16
8
U
r
g
ence-oproep o
f
Assistance-oproep 16
9
C
laxon 1
6
9
ES
P 1
7
0
V
eili
g
heids
g
ordels 1
7
3
A
irba
g
s
17
6
Veiligheid
Bandenreparatieset 1
8
0
W
iel verwisselen
18
6
Een lamp vervan
g
en
19
1
Zekerin
g
en vervan
g
en 1
9
8
12V-
accu
2
0
2
E
co
-m
ode
2
0
5
W
isserbladen vervan
g
en 20
6
S
lepen van uw auto 2
0
7
S
lepen 2
0
9
Trekken van een aanhan
g
er
21
0
Allesdra
g
ers monteren 2
1
2
A
ccesso
ir
es
2
1
3
Praktische informatie
Op
enen van de motorka
p
2
1
6
Brandsto
f
tank lee
g
(
Diesel
)
2
1
7
D
i
ese
lm
o
t
o
r 21
8
Niv
eaus
co
ntr
o
l
e
r
e
n 2
1
9
C
ontroles 22
2
Onderhoud
El
e
ktr
o
m
o
t
o
r 2
2
5
Di
ese
lm
o
t
o
r
22
6
Gewichten
(
diesel
)
2
2
7
Af
metin
g
en 2
2
8
Ide
nti
fi
ca
ti
e
2
2
9
Technische gegevens
U
rgence-oproep o
f
Assistance-oproep 2
3
1
J
BL Hi
fi
-s
y
steem 23
3
Peu
g
eot
C
onnect Nav 23
5
Audio en telematica
Index
Visuele index

4
In één oogopslag
Presentatie van het HYbrid4-systeem
Wi
j
willen u bedanken voor uw keuze voor
deze HYbrid4-auto die op een aantal punten
v
e
r
schil
t v
a
n
ee
n
co
nv
e
nt
io
n
ele
au
t
o
.
L
ees
di
t
i
nstruct
i
e
b
oe
kj
e aan
d
ac
h
t
ig
d
oor om
a
lle
f
uncties van het h
y
brides
y
steem te leren
kennen. Raadpleeg voor meer in
f
ormatie het
h
oo
f
dstuk "H
y
brides
y
steem".
22
D
e
HYb
r
id4
-tec
h
no
l
o
gi
e com
bi
neert op s
li
mme
wijze twee aandrij
f
concepten: een HDi-
dieselmotor die de voorwielen aandri
jf
t en een
e
lektromotor die zor
g
t voor de aandri
j
vin
g
van
de
ac
ht
e
rwi
e
l
e
n.
Deze twee motoren kunnen afzonderli
j
k
of
g
eli
j
kti
j
di
g
werken, afhankeli
j
k van de
g
ese
l
ecteer
d
e stan
d
van
h
et
hyb
r
id
es
y
steem
e
n
d
e r
ij
omstan
digh
e
d
en.
De
au
t
o
w
o
r
d
t
doo
r
allee
n
de
elek
tr
o
m
o
t
o
r
a
angedreven in de stand "ZEV"
(
Zero Emission
Vehicle
)
en, bi
j
la
g
e snelheden en wanneer
weini
g
vermo
g
en wordt
g
evraa
g
d, in de
s
tand "Auto". Bi
j
we
g
ri
j
den vanuit stilstand, bi
j
a
ccelereren en ti
j
dens het schakelen assisteert
de
e
l
e
ktr
o
m
o
t
o
r
de
d
i
ese
lm
o
t
o
r.
D
e
b
atter
ij
di
e voor
d
e voe
di
n
g
van
d
e
el
e
k
tromotor zor
g
t, wor
d
t t
ijd
ens
h
et
d
ece
l
ereren weer
bijg
e
l
a
d
en.
1
.
HDi-dieselmotor
(
aandri
j
vin
g
van de
voorwielen
)
.
2
.
Elektromotor
(
aandri
j
vin
g
van de achterwielen
)
.
3.
200V-tractiebatteri
j
.
4.
Elektronische controle-eenheid vermo
g
en.
5
.
Stop & Start-s
y
steem.
6
.
Gestuurde hand
g
eschakelde
6-versnellin
g
sbak.
7.
Elek
tr
ische
s
tr
oo
m.
8.
Keu
z
eschakelaa
r
HYb
r
id4
.

.
5
In één oogopslag
Zuinig en milieuvriendelijk rijden
H
e
t brandstofverbruik v
a
n
ee
n
au
t
o
ka
n sterk vari
ë
ren afhankeli
j
k van:
-
de
r
i
j
sti
j
l van de bestuurder
(
rusti
g
, sportief, snel, ...
)
,
- h
e
t t
y
pe tra
j
ec
t
dat wordt af
g
ele
g
d
(
stad, buitenwe
g
, autosnelwe
g
, weini
g
verkeer, file, ...
)
en de snelheid.
B
e
l
an
g
r
ijk
ste a
d
v
i
ezen voor zu
i
n
ig
r
ijd
en
Keuzeschakelaar h
y
brides
y
steem
Zet voor een optimaal brandstofverbruik, ook in stadsverkeer, de keuzeschakelaar in de stand
A
ut
o
(
deze stand wordt bi
j
het starten automatisch in
g
eschakeld
)
.
In deze stand worden de ener
g
iebronnen
(
verbrandin
g
smotor en/of elektromotor
)
optimaal
g
ebruikt. De andere
s
tanden zi
j
n daarente
g
en voor een specifiek
g
ebruik bedoeld.
Selectiehendel van de versnellin
g
sbak
G
ebruik zo veel mogelijk de
a
utomatische stand
A
. In deze stand wordt altijd de op dat moment optimale
versnelling ingeschakeld.
Soepel ri
j
den
Ri
j
d zo veel mo
g
eli
j
k in de "eco"
-
z
one
van de ener
g
iemeter: accelereer rusti
g
, ri
j
d waar mo
g
eli
j
k met een
c
onstante snelheid en
g
ebruik daarbi
j
de snelheidsre
g
elaar of -be
g
renzer.
G
ebruik de "char
g
e"
-
z
one:
anticipeer op verkeersomstandi
g
heden die een la
g
ere snelheid vereisen door het
g
as los te laten in plaats van te remmen. De naald van de ener
g
iemeter
(
in de "char
g
e"-zone
)
g
eeft aan hoeveel
e
ner
g
ie er op deze manier wordt teru
gg
ewonnen.
V
erbruiks
g
eschiedenis
Beki
j
k het effect van uw ri
j
sti
j
l en het t
y
pe tra
j
ect door de verbruiks
g
eschiedenis te raadple
g
en. Zie het hoofdstuk
"Multifunctionele displa
y
s".
Oorzaken van een te hoo
g
brandstofverbruik en controles
Net als bi
j
andere auto's
g
eldt ook in dit
g
eval het vol
g
ende: belaad uw auto niet te zwaar, beperk zo veel
m
o
g
eli
j
k de luchtweerstand van de auto
(
sneller dan 50 km
/
h ri
j
den met
g
eopende ruiten, aanwezi
g
heid van
beladen o
f
onbeladen dakdra
g
ers, ...
)
en beperk zo veel mo
g
eli
j
k het
g
ebruik van verbruikers
(
airconditionin
g
,
s
toelverwarmin
g
, achterruitverwarmin
g
, ...
)
.
C
ontroleer regelmatig de bandenspanning en houd u daarbij aan de door de
f
abrikant aanbevolen waarden. Laat
uw auto volgens de voorschri
f
ten van de
f
abrikant onderhouden.

6
In één oogopslag
Elektrisch bedienbare achterkle
p
Di
t e
l
e
k
tr
i
sc
h
b
e
di
en
b
are s
y
steem
bi
e
d
t u
d
e
m
ogelijkheid om met een druk op de knop de
achterklep te openen en te sluiten.
8
0
Elektronische sleutel
:
K
e
y
less entr
y
and start
Met dit s
y
steem kunt u de auto openen en
slui
t
e
n
e
n
de
m
o
t
o
r
s
t
a
rt
e
n z
o
n
de
r
da
t
u
de
s
l
eu
t
e
l
u
it
u
w z
a
k h
oef
t t
e
h
a
l
e
n. D
e
s
l
eu
t
e
l
m
oet z
i
c
h
we
l
i
n
h
et
d
etect
i
e
g
e
bi
e
d
b
ev
i
n
d
en.
2
5
,
67
Noodreparatieset voo
r
banden
Met deze complete set, bestaande uit een
c
ompressor en een flacon met afdichtmiddel,
kunt u een noodreparatie aan een band
ui
tv
oe
r
e
n.
18
0
Buitenzijde
Parkeerhulp voor en
a
chte
r
Deze functie waarschuwt u ti
j
dens het vooruit-
of achteruitri
j
den voor obstakels voor en achter
de
au
t
o
.
1
3
8

.
7
In één oogopslag
Openen
O
p
enen
H
ou
d
uw
h
an
d
, terw
ijl
d
e e
l
e
k
tron
i
sc
h
e s
l
eute
l
zi
c
h
i
n
h
et
d
etect
i
e
g
e
bi
e
d
b
ev
i
n
d
t, ac
h
ter
d
e
buitenportiergreep om de auto te ontgrendelen,
trek vervol
g
ens aan de portier
g
reep om het
p
ortier te openen.
Sluiten
H
ou
d
, terw
ijl
d
e e
l
e
k
tron
i
sc
h
e s
l
eute
l
z
i
c
h
i
n
h
et
d
etect
i
e
g
e
bi
e
d
b
ev
i
n
d
t, een v
i
n
g
er te
g
en
d
e
portiergreep
(
bij de merktekens
)
om de auto te
ver
g
rendelen.
Ke
y
less entr
y
and
start-s
y
steem
67, 7
0

8
In één oogopslag
Openen
A.
Uitkla
pp
en
/
inkla
pp
en van de sleutel.
B.
O
ntgrendelen van de auto.
Sleutel met afstandsbedienin
g
1.
O
penen van de brandsto
f
vulklep.
Brandstoftank
85
2.
O
penen en bevesti
g
en van de
brandsto
f
tankdo
p
.
Inhoud van de brandsto
f
tank: on
g
eveer 72 liter.
Overi
g
e beschikbare functies..
.
C
.
Vergrendelen van de auto.
L
o
k
a
li
se
r
e
n v
a
n
de
au
t
o
.
6
6

.
9
In één oogopslag
Interieur
Sfeerverlichtin
g
Het
g
edimde licht van de s
f
eerverlichtin
g
ver
b
etert
bij
we
i
n
ig
b
u
i
ten
li
c
h
t
h
et z
i
c
h
t
i
n
h
et
int
e
ri
eu
r.
Head-up displa
y
Dit s
y
steem pro
j
ecteert de informatie over de
wa
g
ensnelheid en de snelheidsbe
g
renzer/
s
nelheidsre
g
elaar op een
g
etint scherm in het
g
ezichtsveld van de bestuurder, zodat deze de
blik op de we
g
g
ericht kan houden.
Automatische airconditionin
g
Deze
f
unctie maakt het mogelijk de airconditioning op
e
en be
p
aald com
f
ortniveau in te stellen. Aan de hand
van deze instelling en de weersomstandigheden wordt
de airconditionin
g
vervol
g
ens automatisch
g
ere
g
el
d
.
G
escheiden re
g
elin
g
A
u
di
o- en commun
i
cat
i
es
y
steem
Di
t s
y
steem
i
s voorz
i
en van
d
e
n
i
euwste tec
h
no
l
o
gi
e: autora
di
o met
M
P3-a
f
speelmo
g
eli
j
kheid, U
S
B-aansluitin
g
,
Bluetooth hands
f
ree set, navi
g
aties
y
steem
met
kl
eurensc
h
erm,
AUX
-aans
l
u
i
t
i
n
g
en,
hi
f
i-audios
y
steem, ...
157
13
1
10
8
235
11
1
Quadrizon
e
H
et optionele JBL audiosysteem
i
s s
p
eciaal ontwor
p
en voor het
i
nt
e
ri
eu
r v
a
n
u
w
au
t
o
.
P
eu
g
eot Connect Nav+
R
aa
d
p
l
ee
g
d
e ru
b
r
i
e
k
"A
u
di
o en
t
ele
m
a
t
ica"
.

10
In één oogopslag
Het branden van een verklikkerlamp
j
e
g
eeft aan
of de bi
j
behorende functie is in- of uit
g
eschakeld.
S
chakelaars
El
e
k
tr
i
sc
h
e par
k
eerrem.
O
penen van de achterklep.
1
1
9
Massa
g
efunctie.
91
76
In
b
r
aa
k
a
l
a
rm.
El
e
ktri
sc
h kin
de
r
s
l
o
t.
69
,
80
1
67
Peu
g
eot
C
onnect
SOS
2
3
1
Motor starten
/
afzetten met de
e
l
e
ktr
o
ni
sc
h
e
s
l
eu
t
e
l.
2
5
/
2
6
Ui
tsc
h
a
k
e
l
en
p
ar
k
eer
h
u
lp
.
1
3
9
U
itschakelen automatisch afzetten
van de verbrandin
g
smotor.
36
Verklikkerlampje programmeerbare
verwarmin
g
.
1
17
Intelli
g
ente parkeerhulp.
1
40
Uitschakelen van het
C
D
S
-s
y
steem.
1
72
O
penen van de brandstofvulklep.
8
5
G
r
oo
tli
c
ht
ass
i
s
t
e
nt.
1
48
Head-up displa
y
(
aan/uit, instellin
g
en
)
.
13
1

.
11
In één oogopslag
Comfort
V
oorstoelen
El
e
k
tr
i
sc
h
verste
ll
en
1.
H
oe
k
- en
h
oo
g
teverste
lli
n
g
van
d
e z
i
tt
i
n
g
e
n verste
lli
n
g
i
n
l
en
g
ter
i
c
h
t
i
n
g
.
2.
Rugleuningverstelling.
3.
Verstellin
g
van de lendensteun.
88

12
In één oogopslag
11
.
Zi
j
ruitontwasemin
g
.
12
.
Voorruitontwasemin
g
.
13
.
C
ontact-
/
stuurslot.
14.
S
tarten met de elektronische sleutel.
15
.
B
e
di
en
i
n
g
op
h
et stuurw
i
e
l
van
d
e
au
t
o
r
adio
.
16
.
S
chakelaar ruitenwissers
/
ruitens
p
roeiers
/
boordcom
p
uter.
17
.
S
chakelaar alarmkni
pp
erlichten en centrale
ver
g
rendelin
g
.
18
.
Displa
y
.
19
.
Mi
dde
l
s
t
e
v
e
r
s
t
e
l
ba
r
e
e
n
a
f
s
l
u
it
ba
r
e
v
e
ntil
a
ti
e
r
oos
t
e
r
s
.
20
.
Ai
r
b
a
g
passa
gi
er.
21.
V
erstelbare en a
f
sluitbare zi
j
ventilatieroosters.
Cockpit
1.
Schakelaars snelheidsre
g
elaar/-be
g
renzer.
2.
Koplampverstellin
g
.
3.
Schakelaar verlichtin
g
en
r
ichtin
g
aanwi
j
zers.
4.
I
nstrumentenpanee
l
.
5.
Ai
r
b
a
g
b
estuur
d
er.
C
l
a
x
o
n.
6
.
Versnellingshendel.
7
.
Keuzeschakelaar HYbrid4-s
y
steem.
8.
12
V-aansluitin
g
.
USB-/Jack-aansluitin
g
en.
9.
Hendel motorkapont
g
rendelin
g
.
1
0
.
Zekerin
g
kast.
2
2
.
Dashboardkast
j
e / Uitschakelin
g
p
assa
g
iersairba
g
.
2
3
.
Elektrische parkeerrem.
24.
Middenarmsteun met opber
g
vakken.
2
5
.
O
pber
g
vakken
(
vol
g
ens uitvoerin
g)
.
2
6
.
Au
t
o
r
adio
.
27.
Bedienin
g
spaneel verwarmin
g/
a
irconditioning.
28.
Alarm
/
Peu
g
eot
C
onnect
SOS
- Peu
g
eot
Connect Assistance.
2
9
.
Bedienin
g
Peu
g
eot Connect Nav.
3
0
.
Massa
g
e / Grootlichtassistent / Intelli
g
ente
p
arkeerhulp.

.
13
In één oogopslag

14
In één oogopslag
Comfort
V
erstellen van de hoofdsteun
9
0
1
.
O
nt
g
rendelen van het stuurwiel met de
h
e
n
de
l.
2
.
Verstellen in hoo
g
te en diepte.
3.
Ver
g
rendelen van het stuurwiel met de
he
n
del
.
Stuurwiel verstellen
9
6
Deze handelin
g
en moeten uit
veili
g
heidsoverwe
g
in
g
en uitsluitend
wor
d
en u
i
t
g
evoer
d
a
l
s
d
e auto st
il
staat.
Bedienin
g
stoelverwarmin
g
0
:
u
it.
1
: laa
g
.
2
:
g
emiddeld.
3
: hoo
g
.
Druk op de knop A om de hoofdsteun la
g
er te
z
e
tt
e
n.
Bewee
g
om de hoofdsteun ho
g
er te zetten
deze omhoo
g
tot de
g
ewenste positie is bereikt.
9
0

.
15
In één oogopslag
Comfort
Buitenspie
g
els
V
erstellen
1.
S
electeren van de buitenspie
g
el.
2.
Verstellen van de buitenspie
g
el.
3.
In
de
n
eu
tr
aa
l
s
t
a
n
d
z
e
tt
e
n v
a
n
de
se
l
ec
ti
esc
h
a
k
e
l
aa
r
e
n in- en uitklappen van de buitenspie
g
els.
94
Overi
g
e beschikbare functies..
.
Au
t
o
m
a
t
isch
ka
nt
ele
n v
a
n
he
t
s
p
i
e
g
e
lgl
as
bij
h
et
i
nsc
h
a
k
e
l
en van
de
achteruitversnelling.
Binnenspie
g
el
Uitvoerin
g
met handbediende
da
g
-/nachtstandinstellin
g
1.
S
electeren van de da
g
stand van de
s
piegel.
2
.
Verstellen van de binnenspie
g
el.
Uitvoerin
g
met automatische
da
g
-/nachtstandinstellin
g
96
1
.
Automatisch instellen van de dag- o
f
n
ac
ht
s
t
a
n
d
.
2
.
Verstellen van de binnenspie
g
el.
1
.
O
mdoen.
2.
V
as
tm
a
k
e
n.
3.
Controle van de ver
g
rendelin
g
door aan de
ri
e
m t
e
tr
e
kk
e
n.
V
eili
g
heids
g
ordels vóór
173

16
In één oogopslag
Zicht
Rin
g
A
Ri
n
g
B
Ruitenwissers
14
3
S
chakelaar A: ruitenwissers vóór
2
. Ho
g
e snelheid.
1.
No
rm
ale
s
n
elheid
.
I
nt
.
I
nt
e
rv
al
.
0
.
Ui
t.
AUTO A
u
t
o
m
a
ti
sc
h
e
r
u
it
e
nwi
sse
r
s
.
È
E
e
n k
ee
r wi
sse
n: tr
e
k
de
h
e
n
de
l
éé
n k
ee
r
n
aa
r
u
t
oe
.
Ruitensproeiers: trek de hendel naar u toe en
houd de hendel eni
g
e ti
j
d in deze stand.
1
5
2
Inschakelen van de stand
"
AUTO"
)
Bewee
g
de hendel één keer omlaa
g
.
)
Bewee
g
de hendel no
g
maals één keer
omlaa
g
o
f
zet de hendel in een andere
s
tand: Int., 1 o
f
2.
Ri
n
g
B
: ru
i
tenw
i
sser ac
h
ter
15
4
153
Ui
t.
A
utomat
i
sc
h
e ver
li
c
h
t
i
n
g
P
a
rk
ee
rli
c
ht.
Dimlicht/
g
rootlicht.
Mi
s
t
ac
ht
e
rli
c
ht.
U
it.
Int
e
rv
a
l.
Ruitens
p
roeier.

.
17
In één oogopslag
Controle tijdens het rijden
Wanneer u het contact aanzet, slaan alle
m
eters uit en keren vervol
g
ens teru
g
naar de
"
0
"-stand.
A.
Als het contact wordt aan
g
ezet, moet de
me
t
e
r h
e
t r
es
t
e
r
e
n
de
b
r
a
n
ds
t
of
niv
eau
w
eerge
v
en
.
B.
Bij
d
raa
i
en
d
e motor moet
h
et
verklikkerlampje laag brandsto
f
niveau
uit
g
aan.
Instrumenten
p
aneel
1
.
Als het contact wordt aan
g
ezet,
g
aan de
oran
j
e en rode waarschuwin
g
slamp
j
es
b
r
a
n
de
n.
2.
Bi
j
draaiende motor moeten deze lamp
j
es
weer uit
g
aan.
Raadplee
g
de desbetreffende bladzi
j
de als er
lamp
j
es bli
j
ven branden.
V
erklikkerlamp
j
es
46
C
.
Als het contact wordt aan
g
ezet, wordt op
het displa
y
van het instrumentenpaneel het
motorolieniveau weer
g
e
g
even.
Ga indien nodi
g
tanken of vul olie bi
j
.
45

18
In één oogopslag
Veiligheid voor alle inzittenden
1.
O
pen het dashboardkast
j
e.
2.
S
t
ee
k
de
s
l
eu
t
e
l in
de
sc
h
a
k
e
l
aa
r.
3.
Se
l
ec
t
ee
r
de
s
t
a
n
d
:
"ON"
(
inschakelen
)
wanneer een passa
g
ier op de
voorstoel zit o
f
een kinderzit
j
e voor vervoer met het
g
ez
i
c
h
t
i
n
d
e r
ij
r
i
c
h
t
i
n
g
i
s
b
evest
igd
,
"OFF"
(
uitschakelen
)
wanneer een kinderzit
j
e voor
vervoer met
d
e ru
g
i
n
d
e r
ij
r
i
c
h
t
i
n
g
i
s
b
evest
igd
.
4.
V
erw
ijd
er
d
e s
l
eute
l
zon
d
er
d
e stan
d
van
d
e
schakelaa
r t
e
v
e
r
a
n
de
r
e
n.
A
irba
g
voorpassa
g
ier
17
7
A
.
Verklikkerlamp
j
e niet-vast
g
emaakte
/
l
os
g
emaakte veili
g
heids
g
ordels voor
V
eili
g
heids
g
ordels voor en
f
rontairba
g
aan passa
g
ierszi
j
de
1
77
B
.
Verklikkerlamp
j
e storin
g
van één van de
a
i
r
b
a
g
s.
C.
Verklikkerlamp
j
e in
g
eschakelde
f
rontairba
g
aan passa
gi
ersz
ijd
e.
174

.
19
In één oogopslag
Onder het rijden
V
óór het starten
- Z
e
t
de
se
l
ec
ti
e
h
e
n
de
l in
de
s
t
a
n
d
N
.
-
S
teek de sleutel in het contactslot o
f
zor
g
e
rv
oo
r
da
t
de
elek
tr
o
n
ische
sleu
t
el
z
ich
i
n
de
au
t
o
be
v
i
n
d
t.
Starten bi
j
temperaturen boven
nu
l
-
T
rap
h
et rempe
d
aa
l
i
n.
- Druk één keer kort
(
on
g
eveer 1 seconde
)
o
p
d
e
k
no
p
S
TART/
S
TO
P
of
d
r
aa
i
de
s
leutel volledig richting het dashboard, in
de
s
t
a
n
d
3
(
starten
)
.
Bij
temperaturen on
d
er nu
l
m
oe
t
de
dieselmotor voor
g
loeien:
- Druk
éé
n keer,
zonder
h
e
t
r
rempedaal in te trappen, kort op de
knop START/ST
O
P.
- Wacht tot het verklikkerlamp
j
e voo
r
het voor
g
loeien is
g
edoofd.
-
D
ru
k
no
g
maa
l
s,
m
e
t
h
et rempe
d
aa
l
i
n
g
etrapt,
k
ort op
d
e
k
nop
S
TART
/S
T
O
P.
25
- Het instrumentenpaneel wordt in
g
eschakeld,
h
et ver
klikk
er
l
amp
j
e
R
ea
dy
g
aat
b
ran
d
en en
ter
b
evest
igi
n
g
kli
n
k
t een
g
e
l
u
id
ss
ig
naa
l
.
-
D
e
d
raa
ik
no
p
o
p
d
e m
idd
enconso
l
e staat
i
n
de
s
t
a
n
d
A
UTO.

20
In één oogopslag
We
g
ri
j
den
- Houd het rempedaal in
g
etrapt en zet de
se
l
ec
ti
e
h
e
n
de
l in
de
s
t
a
n
d
A
o
m v
oo
r
u
it
te ri
j
den of in de stand
R
o
m
ac
ht
e
r
u
it t
e
rijd
en.
-
L
aat
h
et rempe
d
aa
l
l
os om we
g
te r
ijd
en.

.
21
In één oogopslag
Onder het rijden
Snelheidsbe
g
renzer "LIMIT"
1.
S
electeren van de snelheidsbe
g
renzer.
2.
V
er
l
a
g
en van
d
e
i
n
g
este
ld
e sne
lh
e
id
.
3
.
V
er
h
o
g
en van
d
e
i
n
g
este
ld
e sne
lh
e
id
.
4.
O
nderbreken
/
hervatten van de
s
nelheidsbe
g
renzin
g
(
pause
)
.
5
.
Ui
tsc
h
a
k
e
l
en van
d
e sne
lh
e
id
s
b
e
g
renzer.
H
et
i
nste
ll
en van
d
e sne
lh
e
id
i
s a
ll
een mo
g
e
lijk
bij
d
r
aaie
n
de
m
o
t
o
r.
13
4
1
3
6
Snelheidsre
g
elaa
r
"
CRUI
S
E"
1.
S
electeren van de snelheidsre
g
elaar.
2.
V
er
l
a
g
en van
d
e
i
n
g
este
ld
e sne
lh
e
id
.
3.
V
er
h
o
g
en van
d
e
i
n
g
este
ld
e sne
lh
e
id
.
4
.
O
nderbreken
/
hervatten van de
s
nelheidsre
g
elin
g
(
pause
)
.
5
.
Uitschakelen van de snelheidsre
g
elaar.
H
e
t in
s
t
e
ll
e
n v
a
n
ee
n
s
n
e
lh
e
i
d
e
n h
e
t
ac
tiv
e
r
e
n
van de snelheidsre
g
elaar is alleen mo
g
eli
j
k bi
j
een wa
g
ensnelheid ho
g
er dan 40 km/h met
minimaal de 2e versnellin
g
in
g
eschakeld.
Weer
g
ave op het
i
nstrumenten
p
aneel
A
ls de snelheidsre
g
elaar o
f
-be
g
renzer is
i
n
g
esc
h
a
k
e
ld
, versc
hij
nen
d
e
i
nste
lli
n
g
en van
het systeem op het instrumentenpaneel.
Snelheidsre
g
elaa
r
Snelheidsbegrenze
r

22
Hybridesysteem
Presentatie
s
limme wi
j
ze twee aandri
j
fconcepten: een
H
Di-dieselmotor die de voorwielen aandri
j
ft en
e
en elektromotor die zor
g
t voor de aandri
j
vin
g
v
a
n
de
ach
t
e
rw
iele
n.
Deze twee motoren kunnen a
f
zonderli
j
k
o
f
g
eli
j
kti
j
di
g
werken, a
f
hankeli
j
k van de
geselecteerde stand van het hybridesysteem
e
n de ri
j
omstandi
g
heden.
D
e
au
t
o
w
o
r
d
t
doo
r
a
ll
ee
n
de
e
l
e
ktr
o
m
o
t
o
r
a
an
g
edreven in de stand "ZEV"
(
Zero Emission
Vehicle
)
en, bi
j
la
g
e snelheden en wanneer
weini
g
vermo
g
en wordt
g
evraa
g
d, in de
s
tan
d
"A
uto
"
.
Bij
we
g
r
ijd
en vanu
i
t st
il
stan
d
,
bij
a
cce
l
ereren en t
ijd
ens
h
et sc
h
a
k
e
l
en ass
i
steert
de
elek
tr
o
m
o
t
o
r
de
diesel
m
o
t
o
r.
De batterij die voor de voeding van de
e
lektromotor zor
g
t, wordt ti
j
dens het
decelereren weer bi
jg
eladen.
1.
HDi-dieselmotor
(
aandri
j
vin
g
van de
voorwielen
)
.
2
.
Elektromotor
(
aandri
j
vin
g
van de achterwielen
)
.
3.
200
V-tractiebatteri
j
.
4.
Elektronische controle-eenheid vermo
g
en.
5
.
S
top
&
S
tart-s
y
steem.
6
.
G
estuurde hand
g
eschakelde
6-versnellin
g
sbak.
7.
Elek
tr
ische
s
tr
oo
m.
8.
K
eu
z
esc
h
a
k
e
l
aa
r HY
b
ri
d
4.

.
23
Hybridesysteem
Belan
g
ri
j
kste onderdelen van het HYbrid4-s
y
steem
De voorin
g
eplaatste
H
Di dieselmotor
(
1
)
dri
j
ft de auto aan via de voorwielen en levert onder
n
ormale omstandi
g
heden het
g
rootste deel van het vermo
g
en om te kunnen ri
j
den.
D
e
z
e
m
o
t
o
r i
s
v
oo
rzi
e
n v
a
n h
e
t Stop & Start-s
y
steem
(
5
)
, dat het opladen van de tractiebatteri
j
re
g
elt en indien nodi
g
voor extra vermo
g
en zor
g
t
(
stand 4x4
)
.
Af
hankeli
j
k van de
g
eselecteerde stand van het h
y
brides
y
steem zor
g
t de achterin
g
eplaatste
e
lektromotor
(
2
)
voor de aandri
j
vin
g
van alleen de achterwielen of vult deze de dieselmotor aan.
De elektromotor re
g
elt de re
g
eneratie van ener
g
ie en het opladen van de tractiebatteri
j
ti
j
dens het
decelereren en werkt tot 12
0
km
/
h.
E
e
n 200V-tractiebatteri
j
(
3
)
(
hoo
g
spannin
g
saccu
)
van het t
y
pe NI-MH bevat de ener
g
ievoorraad
voor
d
e ac
h
ter
i
n
g
ep
l
aatste e
l
e
k
tromotor.
H
et
l
aa
d
n
i
veau wor
d
t automat
i
sc
h
op pe
il
g
e
h
ou
d
en wanneer
d
e auto
d
ece
l
ereert.
D
e tract
i
e
b
atter
ij
b
ev
i
n
d
t z
i
c
h
i
n een compart
i
ment van
d
e
b
a
g
a
g
eru
i
mte
d
at a
ll
een toe
g
an
k
e
lijk
i
s
voor gekwali
f
iceerde technici van de werkplaats.
H
e
t
l
aadniveau van de tractiebatteri
j
wordt aan
g
e
g
even door 8 horizontale of verticale streep
j
es
(
afhankeli
j
k van het t
y
pe displa
y)
.
De
normale 12V-accu
di
e z
i
c
h
i
n
d
e motorru
i
mte
b
ev
i
n
d
t, zor
g
t voor
d
e voe
di
n
g
van
d
e e
l
e
k
tr
i
sc
h
e
i
nsta
ll
at
i
e van
d
e auto.
D
eze accu wor
d
t automat
i
sc
h
bijg
e
l
a
d
en
d
oor
h
et
h
oo
g
spann
i
n
g
snetwer
k
.

24
Hybridesysteem
D
e
e
lektronische controle-eenheid vermo
g
en
(
4
)
s
t
uu
rt
au
t
o
m
a
ti
sc
h
de
v
e
r
sc
hill
e
n
de
werkin
g
s
f
asen van de twee motoren
(
dieselmotor en elektromotor
)
aan om een zo laa
g
mo
g
eli
j
k
brandsto
f
verbruik mo
g
eli
j
k te maken.
V
oor
d
e re
g
e
li
n
g
van
h
et e
l
e
k
tr
i
sc
h
e vermo
g
en z
ij
n een motor
g
enerator en een omvormer no
dig
.
De motorgenerator bepaalt het koppel van de elektromotor door de van de tractiebatterij a
f
komstige
s
troom te re
g
elen. Het spannin
g
sbereik van de motor
g
enerator li
g
t tussen 150 en 270 V.
De omvormer zet de hoo
g
spannin
g
van
200
V van de tractiebatteri
j
om in een spannin
g
van
12
V voor de voedin
g
van de elektrische installatie van de auto.
H
e
t Stop & Start-systeem (5
)
sc
h
a
k
e
lt
de
d
i
ese
lm
o
t
o
r
u
it
a
l
s
de
au
t
o
t
o
t
s
til
s
t
a
n
d
k
o
mt
(
bi
j
voorbeeld voor een verkeerslicht, bi
j
het naderen van een voorran
g
swe
g
o
f
in een
f
ile
)
o
f
in
r
i
j
omstandi
g
heden waarbi
j
volledi
g
elektrisch kan worden
g
ereden.
Het stoppen en starten van de dieselmotor
g
ebeurt onmiddelli
j
k en op een voor de bestuurder
o
nm
e
rk
ba
r
e
m
a
ni
e
r.
D
e
g
estuurde hand
g
eschakeld
e
v
ersnellin
g
sbak
(
6
)
zor
g
t in de automatische stand voor
e
en aanzienli
j
k la
g
er brandstofverbruik ten opzichte van een conventionele hand
g
eschakelde
versne
lli
n
g
s
b
a
k
,
d
an
k
z
ij
h
et e
l
e
k
tron
i
sc
h
g
ere
g
e
ld
e sc
h
a
k
e
l
pro
g
ramma.
Met behulp van de schakel
f
lippers achter het stuurwiel kunt u bovendien op elk moment zel
f
s
c
h
a
k
e
l
en, zowe
l
i
n
d
e automat
i
sc
h
e a
l
s
d
e
h
an
dg
esc
h
a
k
e
ld
e stan
d
.

.
25
Hybridesysteem
Starten - afzetten van de motor
V
óór het starten Starten bi
j
temperaturen
b
oven nul Starten bi
j
temperaturen
onder nul
-
T
rap
h
et rempe
d
aa
l
i
n.
- Druk één keer kort
(
on
g
eveer 1 seconde
)
op
d
e
k
nop START/STO
P
of
d
r
aa
i
de
s
l
eu
t
e
l
z
o ver mo
g
e
lijk
r
i
c
h
t
i
n
g
h
et
d
as
hb
oar
d
,
i
n
d
e
s
t
a
n
d
3
(
starten
)
.
- Het stuurslot wordt ont
g
rendeld
(
er is een
g
e
l
u
id
h
oor
b
aar en
h
et stuurw
i
e
l
b
ewee
g
t
iets
)
.
-
H
ou
d
h
et rempe
d
aa
l
i
n
g
etrapt tot
h
et
H
Ybrid4-s
y
steem is in
g
eschakeld
(
het
i
nstrumentenpanee
l
wor
d
t
i
n
g
esc
h
a
k
e
ld
,
h
et
ver
klikk
er
l
amp
j
e
R
ea
dy
g
aat
b
ran
d
en en ter
b
evesti
g
in
g
klinkt een
g
eluidssi
g
naal
)
.
Het hybridesysteem bepaalt o
f
de dieselmotor
g
estart moet worden.
- Z
e
t
de
se
l
ec
ti
e
h
e
n
de
l in
de
s
t
a
n
d
N
.
-
Al
s uw auto
i
s voorz
i
en van
h
et
K
e
yl
ess
e
ntr
y
an
d
start-s
y
steem,
i
s
h
et vo
ld
oen
d
e
als
de
sleu
t
el
z
ich
i
n
he
t
i
nt
e
r
ieu
r v
a
n
de
au
t
o
be
vin
d
t.
- Is uw auto niet van dit s
y
steem voorzien,
s
t
ee
k
da
n
de
s
l
eu
t
e
l in h
e
t
co
nt
ac
t
s
l
o
t.
Bij
temperaturen on
d
er nu
l
moet
d
e
di
ese
l
moto
r
voor
gl
oe
i
en:
-
D
ru
k
, zon
d
er
h
et rempe
d
aa
l
i
n te
trappen , één keer kort
(
on
g
eveer
1 seconde
)
op de knop
S
TART
/S
T
O
P o
f
d
raa
i
d
e s
l
eute
l
zo ver mo
g
e
lijk
r
i
c
h
t
i
n
g
h
et
d
as
hb
oar
d
,
i
n
d
e stan
d
3
(
starten
)
.
- Het stuurslot wordt ont
g
rendeld
(
er is een
g
e
l
u
id
h
oor
b
aar en
h
et stuurw
i
e
l
b
ewee
g
t
iets
)
.
-
W
ac
h
t tot
h
et ver
klikk
er
l
amp
j
e voor
h
et
voor
g
loeien is
g
edoo
f
d .
-
D
ru
k
, met
h
et rempe
d
aa
l
i
n
g
etrapt
,
n
o
g
maals kort op de knop
S
TART
/S
T
O
P o
f
laa
t
de
sleu
t
el
i
n
de
s
t
a
n
d
3
(
starten
)
staan.
-
H
ou
d
h
et rempe
d
aa
l
i
n
g
etrapt tot
h
et
H
Ybrid4-s
y
steem is in
g
eschakeld
(
het
ver
klikk
er
l
amp
j
e
R
ea
dy
g
aat
b
ran
d
en en
ter bevesti
g
in
g
klinkt een
g
eluidssi
g
naal
)
e
n
d
e
di
ese
l
motor
i
s
g
estart.

26
Hybridesysteem
- Zet, voordat het HYbrid4-systeem wordt
u
it
g
eschakeld, de selectiehendel in de
s
t
a
n
d
N
.
- Druk kort op de knop START/ST
O
P of draai
de sleutel zo ver mo
g
eli
j
k naar u toe, in de
s
t
a
n
d
1
(
Stop
)
.
-
H
et s
y
steem wor
d
t u
i
t
g
esc
h
a
k
e
ld
en
h
et
stuurs
l
ot wor
d
t ver
g
ren
d
e
ld
.
Wanneer u we
g
ri
j
dt in de elektrische
stand, maakt uw auto
g
een
g
eluid.
Let
d
us extra
g
oe
d
op voet
g
an
g
ers
di
e u mo
g
e
lijk
n
i
et
h
oren aan
k
omen
.
A
fzetten
Wanneer u de auto hebt stil
g
ezet, dient u voordat
u
uitstapt het contact af te zetten en te wachten tot
het verklikkerlamp
j
e
Ready
uitgaat. Wanneer u dit
y
niet doet, bli
j
ft het h
y
brides
y
steem in
g
eschakeld.
Raadplee
g
voor meer in
f
ormatie
de rubriek "voorzor
g
smaatre
g
elen/
waarschuwin
g
en motorruimte".

.
27
Hybridesysteem
van de motor
(
accessoirestand
)
Diefstalbeveiliging
Elektronische startbeveili
g
in
g
In de sleutels is een chip aan
g
ebracht die over
een
g
eheime code beschikt.
O
m te kunnen
starten, moet
bij
h
et aanzetten van
h
et contact
de
code
v
a
n
de
sleu
t
el
w
o
r
de
n
he
r
ke
n
d
doo
r
de
startbeveiliging.
Deze elektronische startbeveili
g
in
g
blokkeert
h
et motormana
g
ements
y
steem zodra het
c
ontact wordt af
g
ezet en voorkomt zo het
starten van de motor bi
j
een inbraak.
Bi
j
een storin
g
in het s
y
steem wordt u
g
ewaarsc
h
uw
d
d
oor een me
ldi
n
g
op
h
et
di
sp
l
a
y
van
h
et
i
nstrumentenpanee
l
.
D
e auto
k
an
d
an n
i
et
g
estart wor
d
en.
Raadpleeg zo snel mogelijk het
P
EU
G
E
O
T-netwerk.
D
raa
i
d
e s
l
eute
l
r
i
c
h
t
i
n
g
h
et
d
as
hb
oar
d
i
n
d
e
m
iddelste stand o
f
zorg ervoor dat de sleutel
van het ke
y
less entr
y
and start-s
y
steem zich
in het interieur van de auto bevindt; druk,
zonder het rempedaal in te trappen op de knop
"START/ST
O
P". Het contact is aan
g
ezet om zo
de
v
e
r
sc
hill
e
n
de
accesso
ir
es
t
e
ac
tiv
e
r
e
n.
)
Druk o
p
de kno
p
"
S
TART
/S
T
O
P":
de verlichtin
g
en lamp
j
es van
h
et instrumentenpaneel
g
aan
b
r
a
n
de
n z
o
n
de
r
da
t
de
m
o
t
o
r
wordt
g
estart.
)
D
ru
k
no
g
maa
l
s op
d
e
k
nop om
he
t
co
nt
ac
t
af
t
e
z
e
tt
e
n
e
n
de
a
uto te
k
unnen ver
g
ren
d
e
l
en.
W
a
nn
ee
r
u
de
accesso
ir
es
t
a
n
d
l
an
gd
ur
ig
g
e
b
ru
ik
t, wor
d
t automat
i
sc
h
d
e eco-mo
d
e
i
n
g
esc
h
a
k
e
ld
om te
v
oo
r
ko
m
e
n
da
t
de
accu
o
nt
lade
n r
aak
t.

28
Hybridesysteem
N
oo
dp
roce
d
ure voor
h
et starten
m
et de elektronische sleutel
A
l
s
de
e
l
e
ktr
o
ni
sc
h
e
s
l
eu
t
e
l zi
c
h in h
e
t
detectie
g
ebied bevindt en uw auto niet start als
u op de knop "START/ST
O
P" drukt:
)
O
pen het klep
j
e onder de knop
"S
TART
/S
T
O
P".
)
S
teek de elektronische sleutel in de houder
A
.
)
Druk o
p
de kno
p
"
S
TART
/S
T
O
P".
Nood
p
rocedure voor het afzetten van
de motor met de elektronische sleutel
In nood
g
evallen kan de motor
g
e
f
orceerd
worden a
fg
ezet door de knop "
S
TART
/S
T
O
P"
on
g
eveer drie seconden in
g
edrukt te houden.
In dat
g
eval wordt het stuurslot in
g
eschakeld
zod
r
a
de
au
t
o
s
til
s
t
aa
t.
Al
s
de
e
l
e
ktr
o
ni
sc
h
e
s
l
eu
t
e
l zi
c
h ni
e
t m
eer
in het detectie
g
ebied bevindt op het moment
dat de motor moet worden a
fg
ezet, wordt een
meldin
g
weer
g
e
g
even op het displa
y
van het
instrumenten
p
aneel.
)
Houd de knop "
S
TART
/S
T
O
P" on
g
eveer
drie seconden in
g
edrukt als u de motor
g
e
f
orceerd wilt a
f
zetten
(
let op: zonder
de sleutel kan de motor niet meer
g
estart
worden
)
.
Al
s
d
e e
l
e
k
tron
i
sc
h
e s
l
eute
l
n
i
et
wordt herkend door het ke
y
less
e
ntr
y
and start-s
y
steem
Als
de
elek
tr
o
n
ische
sleu
t
el
z
ich
n
ie
t m
ee
r
i
n
he
t
detectie
g
ebied bevindt ti
j
dens het ri
j
den o
f
wanneer
u
(
op een later moment
)
het h
y
brides
y
steem wilt
ui
tsc
h
a
k
e
l
en, wor
d
t een me
ldi
n
g
weer
g
e
g
even op
het displa
y
van het instrumentenpaneel.
Al
s
d
e motor
d
raa
i
t,
k
unt u
d
e
el
e
k
tron
i
sc
h
e s
l
eute
l
verw
ijd
eren en
h
et
kl
ep
j
e s
l
u
i
ten.
)
Houd de kno
p
"
S
TART
/S
T
O
P"
on
g
eveer drie seconden in
g
edrukt
a
ls u het h
y
brides
y
steem
g
eforceerd
wilt uitschakelen
(
let op: zonder de
e
lektronische sleutel in het detectie
g
ebied
kan het s
y
steem niet meer in
g
eschakeld
worden
)
.
Tijd
ens
h
et
g
e
b
ru
ik
van
d
e auto moet
de
elek
tr
o
n
ische
sleu
t
el
z
ich
i
n
he
t
i
nt
e
r
ieu
r
be
v
i
n
de
n.

.
29
Hybridesysteem
Verklikkerlampje Ready
T
rap, terw
ijl
d
e se
l
ect
i
e
h
en
d
e
l
i
n
d
e stan
d
N
staat,
h
et rempedaal in en schakel het hybridesysteem in.
Dit verklikkerlamp
j
e
g
aat branden zodra de auto
klaar is om te ri
j
den
(
standaard is de stand "Auto"
g
eselecteerd
)
en de bestuurder het
g
aspedaal kan
intrappen om we
g
te ri
j
den.
Het verklikkerlamp
j
e zal
g
ewoonli
j
k vri
j
wel
di
rect
g
aan
b
ran
d
en, maar on
d
er
b
epaa
ld
e
omstandi
g
heden
(
wanneer bi
j
voorbeeld bi
j
koud
weer de dieselmotor moet voor
g
loeien o
f
wannee
r
de eco-mode is ingeschakeld
)
kan
h
e
t v
oo
rk
o
m
e
n
da
t
u
e
nk
e
l
e
seco
n
de
n m
oe
t w
ac
ht
e
n.
Keuzeschakelaar HYbrid4
S
tand AUTO : voor norma
l
e r
ij
omstan
digh
e
d
en
en een zo laa
g
mo
g
eli
j
k brandsto
f
verbruik.
S
t
a
n
d
ZEV
: 100% elektrisch rijden.
V
S
tand S
p
or
t
: voor max
i
ma
l
e prestat
i
es.
S
t
a
n
d
4WD
: aan
d
r
ij
v
i
n
g
van zowe
l
d
e
v
oo
rw
iele
n
als
de
ach
t
e
rw
iele
n.
S
chakel, als u de auto hebt stil
g
ezet, het
hybridesysteem uit en controleer o
f
het
verklikkerlamp
j
e
Ready
u
it i
s
v
oo
r
da
t
u
de
y
auto verlaat. Wanneer u dit niet doet, bli
j
ft
het h
y
brides
y
steem in
g
eschakeld.
Met de keuzeschakelaar kunt u een keuze maken uit vier aandri
j
fstanden.
Draai de knop naar rechts of links: de
g
eselecteerde stand wordt aan
g
e
g
even door het branden van
h
et desbetreffende verklikkerlamp
j
e.
Raadplee
g
voor meer in
f
ormatie
de rubriek "Voorzorgsmaatregelen
/
waarschuwin
g
en motorruimte".

30
Hybridesysteem
S
tand Auto
In deze stand wordt de werkin
g
van de dieselmotor
e
n de elektromotor automatisch a
fg
estemd
op in
g
eschakelde
f
uncties van de auto, de
r
i
j
omstandi
g
heden en de ri
j
sti
j
l voor
e
en zo laa
g
mogelijk brandstofverbruik van de auto
.
o
In deze stand kan onder bepaalde
omstandi
g
heden automatisch worden
over
g
eschakeld op elektrisch ri
j
den
(
zero emission
)
.
In de stand Auto
g
eldt voor de
elektromotor
h
e
t
r
vol
g
ende:
- de auto kan, a
f
hankeli
j
k van de laadtoestand
van de tractiebatteri
j
, in de stand elektrisch
r
i
j
den "zero emission" door de elektromotor
worden aan
g
edreven tot maximaal on
g
evee
r
6
0 km
/
h, als aan de voorwaarden met
betrekkin
g
tot de auto wordt voldaan en als
h
et
g
aspedaal niet te diep wordt in
g
etrapt,
-
de
e
l
e
ktr
o
m
o
t
o
r
assisteert de dieselmotor
bi
j
het we
g
ri
j
den, bi
j
het schakelen, ti
j
dens
he
t
acce
l
e
r
e
r
e
n
e
n w
a
nn
ee
r
de
v
oo
rwi
e
l
e
n
onvoldoende
g
rip hebben
(
de elektromotor
z
or
g
t automatisc
h
v
oor
v
ierwielaandri
j
vin
g
)
,
- de elektromotor werkt niet bi
j
snelheden ho
g
e
r
dan 12
0
km
/
h.
S
tand ZEV *
(
100% elektrisch
)
D
e wer
ki
n
g
a
l
s
Z
ero
E
m
i
ss
i
on
V
e
hi
c
l
e wor
d
t
voor 100
%
verzor
g
d door de elektrische
aan
d
r
ij
v
i
n
g
van
d
e ac
h
terw
i
e
l
en.
W
anneer u
d
eze stan
d
ki
est,
k
unt u
g
eru
i
s
l
oos
rijden met een lage snelheid.
Als
n
ie
t
aa
n
de
v
oo
rw
aa
r
de
n v
oo
r
de
z
e
s
tan
d
wor
d
t vo
ld
aan, versc
hij
nt
d
e me
ldi
n
g
"elek
tr
ische
s
t
a
n
d
m
o
m
e
nt
eel
n
ie
t
beschikbaa
r
"
op
h
et
di
sp
l
a
y
.
H
et contro
l
e
l
amp
j
e
ZEV
za
l
e
n
k
e
l
e secon
d
en
k
n
i
pperen en vervo
lg
ens
uit
g
aan en het controlelamp
j
e AUTO van de
k
euzesc
h
a
k
e
l
aar
g
aat
b
ran
d
en.
I
n
de
s
t
a
n
d
ZEV
:
-
W
er
k
t
h
et
i
ntrappen van
h
et
g
aspe
d
aa
l
p
ro
g
ressief.
-
Zij
n
d
e act
i
era
di
us en
d
e prestat
i
es
b
eper
k
t.
D
e max
i
mumsne
lh
e
id
i
n
d
eze
s
tand is on
g
eveer 60 km/h.
-
W
anneer vee
l
vermo
g
en wor
d
t
g
evraa
gd
of de omstandi
g
heden het starten van de
di
ese
l
motor vere
i
sen, sc
h
a
k
e
l
t
h
et s
y
steem
a
utomatisch over op de stand AUTO.
D
e
z
e
s
t
a
n
d
w
o
r
d
t
a
anbevolen voor normaal
gebruik
e
n w
o
r
d
t
k
a
utomatisch
g
eactiveerd
bij
h
et starten van
h
et
hyb
r
id
es
y
steem.
Raadpleeg voor meer in
f
ormatie over
h
e
t "A
u
t
o
m
a
ti
sc
h h
e
r
s
t
a
rt
e
n v
a
n
de
dieselmotor of GEEN toe
g
an
g
tot de
s
t
a
n
d
ZEV"
de
desbe
tr
e
ff
e
n
de
r
ub
ri
e
k.
* ZEV: Z
e
r
o
Emi
ss
i
o
n V
e
hi
c
l
e
.
De
z
e
s
t
a
n
d
is
beschikbaa
r
als aan alle noodzakelijke
v
oo
rw
aa
r
de
n w
o
r
d
t v
o
l
daa
n.
H
et is vooral van belan
g
da
t
de
l
aad
t
oes
t
a
n
d
v
a
n
de
tractiebatteri
j
voldoende is
(
minimaal 4 streep
j
es
)
.

.
31
Hybridesysteem
Stand S
p
ort
(
diesel en
e
lektrisch
)
D
eze stan
d
maa
k
t een sport
i
evere r
ij
st
ijl
m
o
g
e
lijk
d
an
k
z
ij
extra
p
restat
i
es
.
De
au
t
o
accele
r
ee
rt
s
n
elle
r
doo
r
da
t
de
vo
ll
e
dig
e capac
i
te
i
t van
d
e e
l
e
k
tromoto
r
is gekoppeld aan het vermogen van de
d
i
ese
lm
o
t
o
r.
Voor de pro
g
ressiviteit van het
g
aspedaal, de
aansturin
g
van de EGS-versnellin
g
sbak en
h
et door de elektromotor
g
eleverde vermo
g
en
zi
j
n in deze stand specifieke re
g
elin
g
en van
toepass
i
n
g
.
In de stand
S
port:
-
Assis
t
ee
rt
de
elek
tr
o
m
o
t
o
r
de
diesel
m
o
t
o
r
tot 120 km
/
h.
S
tand 4WD **
(
diesel en
e
lektrisch
)
I
n
d
eze stan
d
i
s
bij
l
a
g
e sne
lh
e
d
en extra
tract
ie
***
beschikbaar dankzi
j
de permanente
a
an
d
r
ij
v
i
n
g
van
d
e voor- en ac
h
terw
i
e
l
en van
de auto: de dieselmotor
(
aandri
j
vin
g
van de
voorwielen
)
en de elektromotor
(
aandri
j
vin
g
van de
a
chterwielen
)
werken
g
eli
j
kti
j
di
g
en permanent.
De
diesel
m
o
t
o
r
e
n
de
elek
tr
o
m
o
t
o
r w
o
r
de
n
elektronisch op elkaar a
fg
estemd, zodat de tractie
van
d
e auto op een we
gd
e
k
met we
i
n
ig
g
r
i
p wor
d
t
v
e
r
be
t
e
r
d
.
I
n
de
s
t
a
n
d
4WD
:
-
W
or
d
t
d
e ac
h
ter
i
n
g
ep
l
aatste e
l
e
k
tromotor
indien nodi
g
g
evoed door de d
y
namo
/
s
tartmotor van
d
e voor
i
n
g
ep
l
aatste
diesel
m
o
t
o
r.
De
diesel
m
o
t
o
r w
e
r
kt
p
ermanent.
-
Assis
t
ee
rt
de
elek
tr
o
m
o
t
o
r
de
diesel
m
o
t
o
r t
o
t
120 km
/
h.
Deze stand dient
g
ekozen te worden
wanneer u op
g
ladde we
g
en of op onverhard
terrein
(
bi
j
voorbeeld modder en zand
)
ri
j
dt.
I
n
de
z
e
s
t
a
n
d
is
he
t r
aad
z
aa
m
o
m
on
d
er zware omstan
digh
e
d
en en a
l
s
d
e
wegconditie het toelaat veel gas te geven
om we
g
te kunnen ri
j
den en te voorkomen
da
t
de
au
t
o
v
as
t k
o
mt t
e
zitt
e
n.
Let op: de wa
g
enhoo
g
te van uw auto
is onder ideale omstandi
g
heden
on
g
eveer 184 mm
(
waarde ri
j
klaar:
a
ll
ee
n
de
bes
t
uu
r
de
r in
c
l
us
i
ef
v
o
ll
e
brandsto
f
tank
)
.
Deze waarde kan, a
f
hankeli
j
k van de
belading van de auto, de ondergrond en
de om
g
evin
g
vari
ë
ren.
Als de bestuurder van menin
g
is dat de
auto een obstakel kan passeren, is hi
j
hiervoor zelf volledi
g
verantwoordeli
j
k.
**
4WD: 4 Wheel Drive
(
vierwielaandri
j
vin
g)
.
*** Deze stand komt optimaal tot zi
j
n recht als
de auto is voorzien van banden die
g
eschikt
zi
j
n voor de desbetreffende onder
g
rond
(
bi
j
v.
winterbanden
)
.

32
Hybridesysteem
Energiemeter
Op
de meter worden het actuele totale
vermogen van de elektromotor en de
dieselmotor weer
g
e
g
even.
De ener
g
iemeter bevat drie werkin
g
szones.
Zone CHARGE
Deze zone
g
eeft aan dat elektrische
re
g
eneratie van ener
g
i
e
plaatsvindt: bi
j
decelereren, remmen o
f
het loslaten van het
g
aspe
d
aa
l
, ...
Hi
er
bij
wor
d
t
d
e tract
i
e
b
atter
ij
bijg
e
l
a
d
en met
"gratis" energi
e
, die kan worden hergebruik
t
z
odra weer ener
g
ie nodi
g
is.
Zone POWER
Deze zone
g
eeft aan dat
e
xtra vermo
g
en
wordt
g
evraa
g
d van het h
y
brides
y
steem,
waar
bij
opt
i
maa
l
g
e
b
ru
ik
wor
d
t
g
emaa
k
t van
h
et
g
e
k
oppe
ld
e vermo
g
en van
d
e
di
ese
l
motor
e
n
de
elek
tr
o
m
o
t
o
r.
Deze zone
g
eeft aan dat wordt
g
ereden met
een
o
p
timaal brandstofverbrui
k
, on
g
eacht o
f
100% elektrisch, met alleen de dieselmotor o
f
m
et een combinatie van beide wordt
g
ereden.
Deze zone is eenvoudi
g
te bereiken door uw
r
i
j
sti
j
l aan te passen
(
m.b.v. het zo
g
enaamde
"Nieuwe Ri
j
den"
)
, waardoor het verbruik van de
e
lektromotor of de dieselmotor zo laa
g
mo
g
eli
j
k is.
Zone ECO

.
33
Hybridesysteem
Weergave van de energiestromen van het hybridesysteem
Standen h
y
brides
y
steem
1.
Geselecteerde stand van het h
y
brides
y
steem
(
AUT
O
, ZEV,
S
P
O
RT, 4WD
)
.
2.
Meldin
g
en, bi
j
v.: "Zero Emission" als de dieselmotor is uit
g
eschakeld
(
0
g/
km
CO
2
)
.
Infrastructuur van de auto
3.
Di
ese
lm
o
t
o
r.
4.
Laadtoestand van de tractiebatteri
j
.
5
.
Elektromotor/
g
enerator.
Werkin
g
/ener
g
iestromen
6
.
De dieselmotor voedt de tractiebatteri
j
(
afhankeli
j
k van de
laadtoestand
)
.
7.
Pi
j
l van links naar rechts: de tractiebatteri
j
voedt de elektromotor
(
als de elektromotor in werkin
g
is
)
.
Pi
j
l van rechts naar links: de elektromotor
/g
enerator laadt de
tractiebatteri
j
op
(
re
g
eneratie van ener
g
ie
)
.
8.
De dieselmotor drij
f
t de voorwielen aan.
9.
De elektromotor dri
jf
t de achterwielen aan.
De actuele informatie met betrekkin
g
tot de
g
eselecteerde stand van het h
y
brides
y
steem, de pi
j
len van de ener
g
iestromen en de laadtoestand van de
tractiebatteri
j
worden weer
g
e
g
even op het displa
y
van het instrumentenpaneel.

34
Hybridesysteem
V
oorbeelden van weer
g
aven
Bi
j
het starten en stoppen
Er zi
j
n
g
een ener
g
iestromen
(
het Stop & Start-s
y
steem stopt en
s
tart de dieselmotor automatisch
)
.
T
eru
g
w
i
nnen van ener
gi
e
Ti
j
dens deze
f
ase
(
snelheid minderen, remmen, loslaten van het
g
aspedaal, in alle standen
)
wordt de tractiebatteri
j
op
g
eladen
door de elektromotor
/
generator die wordt aangedreven door de
ac
ht
e
rwi
e
l
e
n.
Het teru
g
winnen van ener
g
ie werkt optimaal wanneer u het
g
aspedaal snel loslaat om op de motor af te remmen. De auto
zal dan sneller vertra
g
en dan een conventionele auto.
100% elektrisch
Ti
j
dens het volledi
g
elektrisch ri
j
den
(
stand AUT
O
o
f
ZEV
)
werkt
a
lleen de elektromotor die wordt
g
evoed door de tractiebatteri
j
.
De elektromotor dri
j
ft de achterwielen aan.
De aanduidin
g
"Zero Emission" wi
j
st erop dat de dieselmotor is
g
estopt en de auto
g
een CO
2
u
it
s
t
oo
t.

.
35
Hybridesysteem
Automatisch herstarten van de dieselmotor of GEEN toe
g
an
g
tot de stand ZEV
Afhankeli
j
k van de hieronder beschreven
omstandi
g
heden kan het voorkomen dat de
verbrandin
g
smotor automatisch weer wordt
g
estart of de stand ZEV niet beschikbaar is.
D
e ver
b
ran
di
n
g
smotor wor
d
t automat
i
sc
h
w
eer u
i
t
g
esc
h
a
k
e
ld
zo
d
ra
d
e
omstan
digh
e
d
en n
i
et meer aan
d
e or
d
e z
ij
n.
W
a
nn
ee
r
doo
r
de
hi
e
r
o
n
de
r
besc
hr
e
v
e
n
omstandi
g
heden de stand ZEV niet mee
r
besc
hik
baa
r i
s
e
n
de
d
i
ese
lm
o
t
o
r w
ee
r w
o
r
d
t
g
estart, wordt automatisch over
g
e
g
aan op
de stand A
U
T
O
.
Weersomstandi
g
heden en
zware we
g
con
di
t
i
es
- Wanneer de motortemperatuur a
f
wi
j
kt
van
d
e voor
d
e omstan
digh
e
d
en
vereiste temperatuur
(
zoals een te la
g
e
motortem
p
eratuur in combinatie met de
b
uitentemperatuur
)
.
- Als de tractiebatteri
j
bi
j
na volledi
g
is
g
eladen
(
bi
j
voorbeeld bi
j
het afdalen van
e
en lan
g
e hellin
g)
en het teru
g
winnen
van ener
g
ie niet meer mo
g
eli
j
k is, wordt
automat
i
sc
h
d
e ver
b
ran
di
n
g
smotor weer
g
estart zodat kan worden a
fg
eremd op
de
m
o
t
o
r.
- Als de auto een steile helling op rijdt
(
hellin
g
van een parkeer
g
ara
g
e, ...
)
.
- Als de auto lan
g
duri
g
in de zon heeft
g
estaan.
- Bi
j
het ri
j
den in de ber
g
en
(
i
j
lere lucht
)
.
Uw auto is voorzien van
g
eperfectioneerde
e
missiere
g
els
y
stemen, waaronder in het
bi
j
zonder het roetfilter
(
FAP
)
.
D
e
d
i
ese
lm
o
t
o
r v
a
n
u
w
au
t
o
l
e
v
e
rt m
e
t
r
e
g
e
l
mat
ig
e
i
nterva
ll
en
d
e ener
gi
e
di
e no
dig
is om dit
f
ilter te reini
g
en.
Ti
j
dens deze re
g
eneratie
f
ase van het
roe
t
f
ilt
e
r w
o
r
d
t
de
e
l
e
ktr
o
m
o
t
o
r
be
w
us
t ni
e
t
in
g
eschakeld.
Behoud van de
p
restaties van
h
et s
y
steem
-
Z
o
d
ra
d
e wa
g
ensne
lh
e
id
na
h
et
starten ho
g
er is dan 30 km
/
h
(
als de
ver
b
ran
di
n
g
smotor s
i
n
d
s
h
et starten van
het hybridesysteem nog niet is gestart
)
.
- Als de laadtoestand van de tractiebatteri
j
onvoldoende is.
O
m in de stand ZEV
e
en bepaalde afstand te kunnen ri
j
den
i
s
ee
n l
aad
t
oes
t
a
n
d
v
a
n minim
aa
l
4 se
g
menten nodi
g
(
in de stand AUTO
k
an er
bij
een
l
a
g
ere
l
aa
d
toestan
d
minder lan
g
elektrisch worden
g
ereden
)
.
- Al
s
h
e
t
b
r
a
n
ds
t
of
niv
eau
de
minimumreserve bereikt
(
als een groot
dee
l v
a
n
de
z
e
minim
u
mr
ese
rv
e
w
o
r
d
t
verbruikt, kan het voorkomen dat de
stand ZEV na het tanken no
g
eni
g
e ti
j
d
niet beschikbaar is
)
.
- Ti
j
dens de re
g
eneratie van het roetfilter
die elke on
g
eveer 500 km
(
o
f
minder
a
l
s vee
l
vu
ldig
i
n sta
d
sver
k
eer wor
d
t
g
ereden
)
automatisch plaatsvindt en
5 tot 10 minuten duurt.
A
ct
i
e van
d
e
b
estuur
d
e
r
-
I
n
de
s
t
a
n
d
M
z
e
tt
e
n v
a
n
de
selec
t
iehe
n
del
.
- Bedienen van de schakel
f
li
pp
ers achter
h
e
t
s
t
uu
rwi
e
l
o
m t
e
sc
h
a
k
e
l
e
n.
- Lan
g
duri
g
en krachti
g
accelereren.
- Gebruik van de ruitontwasemin
g
.
- Gebruik van de airconditionin
g
.

36
Hybridesysteem
Schakelaar ECO
OFF
a
f
g
ezet en zor
g
t zo voor een no
g
aan
g
ename
r
thermisch comfort in de auto
(
de airconditionin
g
bli
jf
t permanent werken
)
.
Al
s
d
e sc
h
a
k
e
l
aar wor
d
t
i
n
g
e
d
ru
k
t, wor
d
t
d
e
m
otor onm
idd
e
llijk
g
estart.
Druk nogmaals op de schakelaar om terug
te keren naar de normale werkin
g
van het
sy
steem.
Bi
j
het afzetten van het contact wordt
de normale werkin
g
weer
g
eactiveerd
(
controlelamp
j
e van de schakelaar uit
)
.
*
B
e
h
a
lv
e
in
de
s
t
a
n
d
ZEV. In
de
z
e
s
t
a
n
d
w
o
r
d
t
voorran
g
g
e
g
even aan elektrisch ri
j
den, ten
k
oste van een optimaal thermisch comfort.
Ti
j
dens elektrisch ri
j
den en in de ST
O
P-
stand van het Stop & Start-s
y
steem zor
g
t het
h
y
brides
y
steem ervoor dat automatisch de
motor weer wor
d
t
g
estart a
l
s
d
at no
dig
i
s om
het com
f
ort in het interieur op hetzel
f
de niveau
t
e
h
oude
n
*
.
O
nder zeer warme weersomstandigheden is
het echter mo
g
eli
j
k dat temperatuurverschillen
waarneembaar zi
j
n.
O
m hier onder der
g
eli
j
ke
omstandi
g
heden
g
een last van te hebben, kunt
u
de functie E
CO
O
FF inschakelen.

.
37
Hybridesysteem
Eco-rijden
Door in de dagelijkse praktijk een aantal aanwijzingen op te volgen kunt u het brandsto
f
verbruik en de
CO
2
-
ui
t
s
t
oo
t v
a
n
u
w
au
t
o
v
e
rm
i
n
de
r
e
n.
M
aa
k
opt
i
maa
l
g
e
b
ru
ik
van
d
e versnellin
g
sbak
Laat de selectiehendel zo vaak mo
g
eli
j
k in
de automatische stand staan
;
in deze stand
wordt de a
f
hankeli
j
k van de omstandi
g
heden
opt
i
ma
l
e versne
lli
n
g
i
n
g
esc
h
a
k
e
ld
.
Kies voor een soe
p
ele
r
i
j
sti
j
l
Houd a
f
stand van de auto's voor u, rem bi
j
voorkeur af op de motor in plaats van het
rempedaal te
g
ebruiken en trap het
g
aspedaal
g
eleideli
j
k in. Als u deze aanwi
j
zin
g
en naleeft,
n
eemt het brandstofverbruik en de
CO
2
-
u
it
s
t
oo
t
a
f
en wordt de
g
eluidsoverlast door het verkee
r
b
eper
k
t.
A
ls het verkeer
g
oed doorstroomt,
g
ebruik
dan vanaf een snelheid van on
g
eveer 40 km/
h
de snelheidsre
g
elaar
(
indien aanwezi
g)
.
Gebruik op slimme wi
j
ze de
e
lektrische voorzienin
g
en
Als bi
j
het instappen bli
j
kt dat de temperatuu
r
in de auto hoo
g
is op
g
elopen, open dan alle
r
u
it
e
n
e
n
de
v
e
ntil
a
ti
e
r
oos
t
e
r
s
a
lv
o
r
e
n
s
de
airconditionin
g
in te schakelen.
Sluit vanaf een snelheid van 50 km/h de ruiten
,
m
aar laat de ventilatieroosters
g
eopend.
Gebruik de voorzienin
g
en in het interieur
die de temperatuursti
jg
in
g
kunnen beperken
(
blinderin
g
spaneel van het panoramadak,
z
onneschermen, enz.
)
.
Schakel de airconditionin
g
uit zodra de
g
ewenste temperatuur is bereikt
(
behalve bi
j
auto's met een automatische airconditionin
g)
.
Schakel de achterruitverwarmin
g
en de
o
ntwasemin
g
uit zodra deze niet meer nodi
g
zi
j
n
als deze niet automatisch worden aan
g
estuurd.
Schakel de stoelverwarmin
g
zo snel mo
g
eli
j
k
u
it.
S
chakel de verlichtin
g
en de mistlampen uit als
h
e
t zi
c
ht v
o
l
doe
n
de
i
s
.
L
aa
t
de
d
i
ese
lm
o
t
o
r v
oo
r
a
l '
s
wint
e
r
s
n
a
h
e
t
s
t
a
rt
e
n n
ie
t
s
t
a
t
io
n
ai
r w
a
rm
d
r
aaie
n:
u
w
au
t
o
warmt sne
ll
er op a
l
s u r
ijd
t.
S
luit als passa
g
ier zo min mo
g
eli
j
k
multimedia-apparatuur
(
DVD-speler,
M
P3-speler, spelcomputer, enz.
)
op de auto
aan om het elektriciteitsverbruik, en dus het
brandstofverbruik, te beperken.
Koppel externe apparatuur los als u de auto
v
e
rl
aa
t.

38
Hybridesysteem
B
e
p
er
k
d
e oorza
k
en van een
ho
g
er brandstofverbruik
Verdeel het
g
ewicht evenwichti
g
over de
a
uto: p
l
aats
d
e zwaarste voorwerpen
i
n
d
e
b
a
g
a
g
eru
i
mte, zo
di
c
h
t mo
g
e
lijk
bij
d
e
ach
t
e
r
ba
n
k
.
Beperk de belading en de luchtweerstand
(
dakdra
g
ers, imperiaal,
f
ietsendra
g
er,
a
anhan
g
er, enz.
)
van uw auto. Gebruik liever
ee
n
da
kk
o
ff
e
r.
Verwi
j
der na
g
ebruik de dakdra
g
ers en het
imperiaal.
Vervan
g
na de winter zo snel mo
g
eli
j
k de
wint
e
r
ba
n
de
n
doo
r z
o
m
e
r
ba
n
de
n.
H
ou
d
u aan
d
e
o
nderhoudsvoorschriften
Controleer re
g
elmati
g
de bandenspannin
g
(
bi
j
koude banden
)
, houd u daarbi
j
aan de
b
an
d
enspann
i
n
g
di
e staat verme
ld
op
d
e st
i
c
k
er
op
d
e port
i
ersponn
i
n
g
aan
b
estuur
d
ersz
ijd
e.
C
ontroleer de bandenspanning met name:
- voor een lan
g
e rit,
- bi
j
de wisselin
g
van de seizoenen,
- als de auto
g
edurende lan
g
ere ti
j
d niet is
g
ebruikt.
Laat uw auto re
g
elmati
g
onderhouden
(
olie
verversen, oliefilter en luchtfilter vervan
g
en,
e
nz.
)
en houd u daarbi
j
aan het door de
f
abrikant voor
g
eschreven interval.
Laat bi
j
het tanken het vulpistool niet meer
dan drie keer a
f
slaan; zo voorkomt u dat
b
r
a
n
ds
t
of
u
it
de
t
a
nk
s
tr
oo
mt.
U
zu
l
t
bij
een n
i
euwe auto mer
k
en
d
at pas na
3
000 km het
g
emiddelde brandsto
f
verbruik
z
ich
s
t
abilisee
rt.

.
39
Hybridesysteem
Verbruik van uw hybrideauto op het display
Ge
mi
dde
l
d
v
e
r
b
r
u
ik
o
v
e
r
de
l
aa
t
s
t
e
5
min
u
t
e
n.
Resetten van het overzicht
van het verbruik
Druk, terwi
j
l het h
y
brides
y
steem is
g
eactiveerd
e
n het tra
j
ect "
2
" wordt weer
g
e
g
even lan
g
e
r
dan twee seconden op de toets om het
o
v
e
rzi
c
ht v
a
n h
e
t v
e
r
b
r
u
ik t
e
r
ese
tt
e
n.
Raadplee
g
voor meer in
f
ormatie over de boordcomputer het desbetre
ff
ende hoo
f
dstuk.
"60% H
y
brid Use" betekent dat 60% met assistentie van
de elektromotor
(
in de stand Auto, ZEV, Sport of 4WD
)
e
n 40
%
met alleen de dieselmotor wordt
g
ereden
(
zonder
a
ssistentie van het h
y
brides
y
steem
)
.

40
Hybridesysteem
200V-tractiebatterij
De 200V-tractiebatteri
j
kan niet via het lichtnet
wor
d
en op
g
e
l
a
d
en.
D
e tract
i
e
b
atter
ij
i
s van
h
et t
y
pe
Ni
-
MH
(
nikkel-metaalh
y
dride
)
en bevindt zich onder
de vloerplaat van de bagageruimte, vlak bij de
e
l
e
ktr
o
m
o
t
o
r.
Laden
D
e tract
i
e
b
atter
ij
wor
d
t op
g
e
l
a
d
en a
l
s
d
e auto
snelheid mindert. De elektromotor
f
un
g
eert dan
a
l
s
g
enerator en zet
ki
net
i
sc
h
e ener
gi
e om
i
n
e
lektrische energie
(
niet bij snelheden hoger
dan 120 km
/
h
)
.
Het is niet mo
g
eli
j
k om de tractiebatteri
j
via het
l
ichtnet op te laden.
De tractiebatteri
j
kan indien nodi
g
ook
automatisch worden op
g
eladen via het Stop &
S
tart-s
y
steem van de dieselmotor.
Door op deze manier ener
g
ie teru
g
te winnen wordt
"g
rat
i
s
"
ener
gi
e ver
k
re
g
en.
De tractiebatteri
j
wordt uiterst snel en efficiënt
o
p
g
e
l
a
d
en.
Nadat de accu is ontladen
(
bi
j
voorbeeld door
l
angdurig rijden in de stand ZEV o
f
onder zware
g
ebruiksomstandi
g
heden
)
is de laadtoestand snel
weer voldoende voor een volledi
g
g
ebruik van de
mo
g
e
lijkh
e
d
en van
d
e versc
hill
en
d
e stan
d
en van
h
et
h
y
brides
y
steem.
He
t op
l
a
d
en
g
e
b
eurt automat
i
sc
h
t
ijd
ens
h
et
ri
j
den
.
H
et o
pl
a
d
en
k
an wor
d
en versne
ld
d
oor o
p
d
e motor
a
f t
e
r
e
mm
e
n.
De tractiebatteri
j
hee
f
t een laadtoestand van
g
emiddeld 4 à 5 streep
j
es, zodat er een mar
g
e
o
verbli
jf
t voor het teru
g
winnen van ener
g
ie bi
j
het
s
nelheid minderen o
f
in een a
f
dalin
g
(g
ratis ener
g
ie
)
.
O
m een lan
g
e levensduur van de
tractiebatteri
j
mo
g
eli
j
k te maken komt
de laadtoestand nooit onder de 20% uit,
ook niet als na het ri
j
den in de stand ZEV
e
en laadtoestand van 0 streep
j
es wordt
w
eergege
v
en
.
Al
s
d
e tract
i
e
b
atter
ij
bij
na vo
ll
e
dig
i
s
geladen, kan het zijn dat de auto bij het
loslaten van het
g
aspedaal minder vertraa
g
t.

.
41
Hybridesysteem
Hoo
g
spannin
g
Ze
t
al
v
o
r
e
n
s
w
e
r
k
z
aa
m
hede
n
ui
t t
e
voeren a
l
t
ijd
h
et contact
af
(
controlelamp
j
e
R
ea
dy
g
edoo
f
d
)
.
Hoo
g
spannin
g
skabels
Een aantal hoo
g
spannin
g
skabels zi
j
n aan de
onderzi
j
de van de auto bevesti
g
d; zor
g
ervoor
dat deze niet beschadi
g
d raken bi
j
het ri
j
den op
slecht be
g
aanbaar terrein.
Waarschuwin
g
en m.b.t. de tractiebatteri
j
De tractiebatteri
j
(
hoo
g
spannin
g
sbatteri
j)
ma
g
nooit door middel van een extern a
pp
araat
worden op
g
eladen. Laat werkzaamheden
aan de tractiebatteri
j
uitsluitend over aan een
g
ekwalificeerde technicus.
Het onoordeelkundi
g
uitvoeren van
wer
k
zaam
h
e
d
en aan
d
e tract
i
e
b
atter
ij
k
an
l
e
id
en tot ernst
ig
e
b
ran
d
won
d
en en e
l
e
k
tr
i
sc
h
e
s
c
h
o
kk
en
di
e
l
evens
g
evaar
lijk
l
etse
l
k
unnen
v
e
r
oo
rz
a
k
e
n.
Een hoo
g
spannin
g
sbatteri
j
van het t
y
pe Ni-MH
(
nikkel-metaalh
y
dride
)
dient aan het einde van
de levensc
y
clus op de voor
g
eschreven wi
j
ze
te worden af
g
evoerd via de werkplaats, zodat
door de rec
y
clin
g
van de batteri
j
het milieu kan
w
o
r
de
n
o
ntz
ie
n.
Breng he
f
systemen
(
krik,
tweekolomsbrug, ...
)
aan onder de
daarvoor bestemde steun
p
unten
om beschadiging van de kabels te
v
oo
rk
o
m
e
n.
De elektromotor werkt met een spannin
g
van
150
tot
2
7
0
V.
Let op de waarschuwin
g
sstickers die op de
auto zi
j
n aan
g
ebracht.
W
ees u
i
terst voorz
i
c
h
t
ig
bij
wer
k
zaam
h
e
d
en
i
n
d
e
b
uurt van on
d
er
d
e
l
en met
h
oo
g
spann
i
n
g
en
o
n
de
r
dele
n
die
hee
t
ku
nn
e
n w
o
r
de
n
doo
r
de
e
l
e
ktri
sc
h
e
s
tr
oo
m.
N
oo
d
on
d
er
b
re
k
er
I
n
h
et
g
eva
l
van een aanr
ijdi
n
g
wor
d
en
d
e
h
oo
g
spann
i
n
g
en
d
e voe
di
n
g
van
d
e
brandsto
f
pomp onderbroken door een
n
oo
d
on
d
er
b
re
k
er, waar
d
oor uw auto n
i
et mee
r
g
estart
k
an wor
d
en.
Raadplee
g
het PEU
G
E
O
T-netwerk om het
hyb
r
id
es
y
steem weer
i
n te sc
h
a
k
e
l
en.
Raak onderdelen, oran
j
e kabels en
s
tekkers van het hoo
g
spannin
g
scircuit
n
ooit aan, ook niet na een aanri
j
din
g
.

42
Hybridesysteem
Ventilatie van de tractiebatterij
D
e tract
i
e
b
atter
ij
i
s voorz
i
en van een
l
uc
h
t
k
oe
li
n
g
ss
y
steem
d
at
b
estaat u
i
t een
luchtaanzui
g
openin
g
(
op de hoedenplank
)
en
e
en ventilator
(
onder de ba
g
a
g
eruimtebekledin
g
links
)
.
Dit s
y
steem werkt niet permanent. Het past
de
m
a
t
e
v
a
n v
e
ntil
a
ti
e
au
t
o
m
a
ti
sc
h
aa
n
de
behoefte van de tractiebatteri
j
aan.
De werkin
g
van het s
y
steem kan achterin
h
oorbaar zi
j
n, zel
f
s als de auto na het ri
j
den
s
t
ils
t
aa
t.
Al
s
d
eze aanzu
ig
open
i
n
g
verstopt
i
s,
k
an
de tractiebatterij oververhit en daardoo
r
beschadi
g
d raken. Dit kan een nadeli
g
e
ffect hebben op de prestaties van het
hy
brides
y
steem.
O
m ervoor te zor
g
en dat de
tractiebatteri
j
optimaal kan werken,
dient u de vol
g
ende aanbevelin
g
en in
ac
ht t
e
n
e
m
e
n:
- houd de aanzui
g
openin
g
vri
j
van
vreem
d
e voorwerpen, zo
d
at
d
e
tract
i
e
b
atter
ij
n
i
et overver
hi
t
k
an
r
a
k
en waar
d
oor
d
e
p
restat
i
es van
het hybridesysteem a
f
nemen,
- mors
g
een vloeisto
f
, de accu zou
hierdoor beschadi
g
d kunnen raken.

.
43
Hybridesysteem
Voorzorgsmaatregelen/waarschuwingen motorruimte
Z
et, voor
d
at u
d
e
m
otorka
p
o
p
ent,
alti
j
d het contact a
f
(
verklikkerlamp
j
e
R
ead
y
g
edoofd
)
.
O
ok de d
y
namo/startmotor van uw h
y
brideauto
wor
d
t met
h
oo
g
spann
i
n
g
g
evoe
d
.
W
anneer u
d
e motor
k
ap opent zon
d
er eerst
h
et contact
a
f
te zetten, kan het voorkomen dat de motor
p
lotselin
g
door de d
y
namo
/
startmotor wee
r
wordt gestart.
Z
e
t h
e
t
co
nt
ac
t
e
v
e
n
ee
n
s
af
v
oo
r
da
t
u
brandstof
g
aat tanken, om te
voor
k
omen
d
at t
ijd
ens
h
et tan
k
en
d
e
motor opnieuw wordt
g
estart.

44
Hybridesysteem
Slepen
se
l
ec
ti
e
h
e
n
de
l in
de
s
t
a
n
d
N en schakel vervol
g
ens het h
y
brides
y
steem uit.
De auto ma
g
maximaal 10 meter worden verplaatst met een snelheid van maximaal 10 km/h als de
omstandi
g
heden
(
bi
j
voorbeeld een slechte toe
g
ankeli
j
kheid
)
dit vereisen.
De auto ma
g
niet worden
g
esleept met de voor- o
f
a
chterwielen op de
g
rond, de auto ma
g
uitsluitend
worden vervoerd op een ber
g
in
g
sauto of trailer.
Gebruik de sleepo
g
en uitsluitend voor het
l
ostrekken van de auto of om de auto op een
b
er
g
in
g
sauto te vervoeren.

1
45
Controle tijdens het rijden
Instrumentenpaneel
1.
Verbruiks-
/
ener
g
ieopwekkin
g
sindicator
(
vermo
g
en beschikbaar in percenta
g
e
)
Raadplee
g
voor meer in
f
ormatie het hoo
f
dstuk
"Hybridesysteem".
2.
Verklikkerlamp
j
e Read
y
.
Geeft aan dat de auto klaar is om we
g
te
r
i
j
den.
3.
Motorolietemperatuurmeter.
4.
Br
a
n
ds
t
o
fniv
eau
m
e
t
e
r.
5
.
Koelvloeisto
f
temperatuurmeter.
6
.
S
nelheidsmeter
(
km
/
h o
f
mph
)
.
7.
Aanwi
j
zin
g
en van de snelheidsre
g
elaar o
f
de
s
nelheidsbegrenzer.
A.
Di
mmer ver
li
c
h
t
i
n
g
.
B.
W
eer
g
ave
l
o
gb
oe
k
waarsc
h
uw
i
n
g
sme
ldi
n
g
en.
In
fo
rm
a
ti
e
o
v
e
r h
e
t
o
n
de
rh
oud
.
C
.
Resetten van de da
g
teller.
8.
S
tand van de selectiehendel en van
d
e versne
lli
n
g
van
d
e
g
estuur
d
e
h
an
dg
esc
h
a
k
e
ld
e versne
lli
n
g
s
b
a
k
.
9
.
Di
sp
l
a
y
: ener
gi
estromen
hyb
r
id
es
y
steem,
waarsc
h
uw
i
n
g
sme
ldi
n
g
en, me
ldi
n
g
en over
de status van
f
uncties, boordcomputer.
10
.
Da
g
teller
(
km o
f
miles
)
.
11.
Au
t
o
m
a
t
ische
r
ui
t
e
nw
isse
r
s
O
nderhoudsindicato
r
(
km o
f
miles
)
vervol
g
ens,
kilo
m
e
t
e
rt
elle
r.
B
eide
f
uncties worden achtereenvol
g
end
weer
g
e
g
even na
h
et aanzetten van
h
et contact.
Meters en displa
y
s Bedienin
g
stoetsen

46
Controle tijdens het rijden
V
erklikkerlamp
j
es
D
e ver
klikk
er
l
amp
j
es
g
even
d
e
b
estuur
d
er
in
f
ormatie over de werkin
g
van een
sy
steem
(
in
g
eschakeld o
f
uit
g
eschakeld
)
o
f
waarschuwen de bestuurder in het geval van
e
en storin
g
(
waarschuwin
g
slamp
j
e
)
.
Bij
h
et aanzetten van
h
et contact
Al
s
h
et contact wor
d
t aan
g
ezet,
g
aan
bepaalde waarschuwingslampjes op het
instrumentenpaneel en
/
o
f
op het displa
y
van
h
et instrumentenpaneel enkele seconden
b
r
a
n
de
n.
Zodra de motor wordt
g
estart, moeten deze
lamp
j
es weer uit
g
aan.
A
ls het lamp
j
e bli
jf
t branden, controleer dan
voordat u
g
aat ri
j
den welke
f
unctie het betre
f
t.
Bi
j
behorende waarschuwin
g
en
Sommi
g
e verklikkerlamp
j
es kunnen
g
aan
branden in combinatie met een
g
eluidssi
g
naal
e
n een meldin
g
op het displa
y
van het
i
nstrumentenpanee
l
.
Verklikkerlamp
j
es kunnen constant branden o
f
k
n
ipp
eren.
Een aantal verklikkerlamp
j
es heeft
beide mo
g
eli
j
kheden. Of het constant
branden o
f
knipperen van een
c
ontro
l
e
l
amp
j
e
d
u
id
t op een stor
i
n
g
,
i
s
a
f
hankeli
j
k van de werkin
g
s
f
ase van
de
au
t
o
.
1
2
2
2
3
3
3
2
3
3
G
ebruik, als de auto stilstaa
t
, de linker
draaiknop van het stuurwiel om door de menu's
te scrollen en de parameters van de auto in te
s
tellen
(
comfort- en ri
j
s
y
stemen, ...
)
.
- Draaien
(
buiten menu om
)
: u scrolt door de
d
iv
e
r
se
besc
hik
ba
r
e
ac
ti
e
v
e
f
u
n
c
ti
es
.
-
I
n
d
ru
kk
en: toe
g
an
g
tot
h
et a
lg
emene menu,
b
evest
ig
en van uw
k
euze.
- Draaien
(
in het menu
)
: verplaatsen naar
bo
v
e
n
of
n
aa
r
be
n
ede
n in h
e
t m
e
n
u
.
Alg
emeen menu
Parameters van de auto
Instellin
g
en displa
y
V
oorverwarmin
g
/
v
oorventilatie
I
nste
lli
n
g
en
b
estuur
d
ersp
l
aats
Alleen ont
g
rendelen kofferdeksel
H
ulp bi
j
het ri
j
den
G
eprogrammeerde snelheden
Achterruitenwisser aan bi
j
achteruit
Elektrische parkeerrem
V
erlichtin
g
Instapverlichting
Follow me home-verlichtin
g
Bochtverlichtin
g
Instellin
g
en
T
aal
E
enheid
Ve
r
b
r
uik
Temperatuur
Kleurstellin
g
3
1
2
2
3
2
3
1
2

1
47
Controle tijdens het rijden
V
erklikkerlamp
j
es in
g
eschakelde functies
De vol
g
ende verklikkerlamp
j
es op het instrumentenpaneel en
/
o
f
op het displa
y
van het instrumentenpaneel
g
even aan dat de desbetre
ff
ende
f
unctie is in
g
eschakeld.
C
ontrolelamp
je
Status Oorzaak Acties / Opmerkin
g
en
Richtin
g
aanwi
j
zer
li
n
k
s
knippert, met
g
e
l
u
id
ss
ig
naa
l
.
A
ls u de lichtschakelaar omlaa
g
b
ewee
g
t.
Richtin
g
aanwi
j
zer
r
echt
s
knippert, met
g
eluidssi
g
naal.
A
ls u de lichtschakelaar omhoo
g
bewee
g
t.
P
ar
k
eer
li
c
h
te
n
permanent.
De
lich
t
schakelaa
r
s
t
aa
t
i
n
de
s
t
a
n
d
"Pa
r
kee
r
lich
t
e
n
"
.
D
imlich
t
permanent. D
e
li
c
ht
sc
h
a
k
e
l
aa
r
s
t
aa
t in
de
s
t
a
n
d
"Dimli
c
ht".
G
rootlich
t
p
ermanent.
Als
u
de
lich
t
schakelaa
r n
aa
r
u
t
oe
tr
e
kt.
T
re
k
aan
d
e
li
c
h
tsc
h
a
k
e
l
aar om teru
g
te sc
h
a
k
e
l
en
naa
r
d
imli
c
ht.
R
ea
dy
(
gereed
)
p
ermanent.
D
e auto
i
s r
ijkl
aar en u
k
unt
h
et
gaspedaal intrappen.
H
et ver
klikk
er
l
amp
j
e
b
ran
d
t a
l
s
d
e
h
oo
g
spann
i
n
g
i
s
ingeschakeld.
Mi
stac
h
ter
li
c
h
ten permanent.
D
e m
i
stac
h
ter
li
c
h
ten z
ij
n
i
n
g
esc
h
a
k
e
ld
.
D
raa
i
d
e r
i
n
g
naar ac
h
teren om
d
e m
i
stac
h
ter
li
c
h
ten
ui
t t
e
schakele
n.
Raadplee
g
voor meer informatie over de lichtschakelaar het hoofdstuk "Zicht".
Grootlichtassisten
t
permanent.
U
hebt de lichtschakelaar naar u toe
g
etro
kk
en en
d
e toets
i
s
i
n
g
e
d
ru
k
t.
H
et contro
l
e
l
amp
j
e van
d
e toets
b
r
a
n
d
t.
De camera op de binnenspie
g
el
g
eeft al of niet toestemmin
g
voor
h
et overschakelen van het
g
rootlicht naar het dimlicht, afhankeli
j
k
van de buitenverlichtin
g
en de verkeerssituatie. Trek de
li
c
ht
sc
h
a
k
e
l
aa
r n
aa
r
u
t
oe
o
m h
e
t
d
imli
c
ht w
ee
r in t
e
sc
h
a
k
e
l
e
n.
Tirez la commande d'éclaira
g
e pour revenir en
f
eux de
c
r
oise
m
e
nt.

48
Controle tijdens het rijden
Controlelamp
je
Statu
s
Oorzaak
A
cties / Opmerkin
g
en
V
oor
g
loeien
dieselmotor
permanent. De startknop "START/STOP" i
s
in
g
edrukt
(
Contact
)
.
Wacht met starten tot het controlelamp
j
e uit
g
aat.
Wanneer het lamp
j
e uit
g
aat, wordt de motor onmiddelli
j
k
g
estart, op voorwaarde dat
het rempedaal in
g
etrapt bli
j
ft bi
j
auto's met automatische versnellin
g
sbak of EGS-
versnellin
g
sbak; en het koppelin
g
spedaal bi
j
een hand
g
eschakelde versnellin
g
sbak.
De wachtti
j
d is afhankeli
j
k van de weersomstandi
g
heden
(
in extreme
g
evallen
30 seconden
)
.
Als de motor niet wil aanslaan, zet dan het contact af. Zet het contact vervol
g
ens
weer aan en wacht opnieuw tot het lamp
j
e uit
g
aat voordat u de motor start.
H
andre
m
p
ermanent. De handrem is aangetrokken o
f
niet
g
oed vri
jg
ezet.
Zet de handrem vrij zodat het controlelampje uitgaat; trap het
r
empedaal in.
Houd u aan de veili
g
heidsvoorschriften.
Raadplee
g
het hoofdstuk "Ri
j
den" voor meer informatie over de
ha
n
d
r
e
m.
U
itschakelin
g
van de
a
utomatische
werkin
g
van
d
e e
l
e
k
tr
i
sc
h
b
e
di
en
d
e
h
an
d
rem
permanent. D
e
f
u
n
c
ti
es
"
au
t
o
m
a
ti
sc
h
aantrekken"
(
bi
j
het afzetten
van de motor
)
en "automatisch
vri
j
zetten" zi
j
n uit
g
eschakeld o
f
w
e
r
ke
n n
ie
t.
Activeer de functie
(
vol
g
ens land van bestemmin
g)
via het confi
g
uratiemenu van
de auto of raadplee
g
het PEUGE
O
T-netwerk of een
g
ekwalificeerde werkplaats
als de handrem niet meer automatisch wordt aan
g
etrokken of vri
jg
ezet.
De handrem kan met behulp van de procedure voor de noodont
g
rendelin
g
h
an
d
mat
ig
wor
d
en vr
ijg
ezet.
Raadplee
g
voor meer in
f
ormatie over de elektrisch bediende handrem de
ru
b
r
i
e
k
"Rijd
en
"
.
V
oet o
p
het
r
em
p
edaal
knippert. Als u de auto op een hellin
g
te
l
an
g
probeert te
g
en te houden
door het
g
aspedaal in te trappen,
raakt de koppelin
g
oververhit.
G
ebruik het rempedaal en
/
o
f
de elektrisch bediende handrem.

1
49
Controle tijdens het rijden
Status Oorzaak Acties / Opmerkin
g
en
Automatische
r
uitenwissers
permanent. D
e
r
u
it
e
nwi
sse
r
sc
h
a
k
e
l
aa
r i
s
n
aa
r
beneden bewo
g
en.
D
e
au
t
o
m
a
ti
sc
h
e
s
t
a
n
d
v
a
n
de
r
u
it
e
nwi
sse
r
s
v
óó
r i
s
g
eactiveerd.
Bewee
g
om de automatische stand van de
ruitenwissers te deactiveren de hendel omlaa
g
of zet
de
he
n
del
i
n
ee
n
a
n
de
r
e
s
t
a
n
d
.
Airba
g
aan
p
assa
g
ierszi
j
d
e
permanent op het
displa
y
van de
verklikkerlamp
j
es voor
d
e ve
iligh
e
id
s
g
or
d
e
l
s
e
n de airba
g
vóór aan
passa
gi
ersz
ijd
e.
De schakelaar in het dashboardkast
j
e
s
t
aa
t in
de
s
t
a
n
d
"ON".
De passa
g
iersairba
g
vóór is
g
eactiveerd.
Pl
aats
i
n
di
t
g
eva
l
g
een
ki
n
d
erz
i
t
j
e
m
et
d
e ru
g
i
n
d
e r
ij
r
i
c
h
t
i
n
g
op
d
e stoe
l
van
d
e voorpassa
gi
er.
Z
e
t
de
sc
h
a
k
e
l
aa
r in
de
s
t
a
n
d
"
OFF"
o
m
de
p
assa
g
iersairba
g
vóór uit te schakelen.
In dit
g
eval kunt u een kinderzit
j
e met de ru
g
in de
r
ij
r
i
c
h
t
i
n
g
p
l
aatsen.

50
Controle tijdens het rijden
De vol
g
ende verklikkerlamp
j
es
g
even aan dat de desbetre
ff
ende
f
unctie handmati
g
is uit
g
eschakeld.
S
oms klinkt er ook een
g
eluidssi
g
naal en verschi
j
nt er een meldin
g
op het displa
y
van het instrumentenpaneel.
Controlelampj
e
S
tatu
s
O
orzaa
k
A
cties / Opmerkingen
P
assa
gi
ersa
i
r
b
a
g
permanent, op
h
et
di
sp
l
a
y
van
d
e ver
klikk
er
l
amp
j
es
voor
d
e ve
iligh
e
id
s
g
or
d
e
l
s
e
n de airbag v
óó
r aan
passa
g
ierszi
j
de.
D
e sc
h
a
k
e
l
aar
i
n
h
et
d
as
hb
oar
dk
ast
j
e
s
t
aa
t
i
n
de
s
t
a
n
d
"
OFF
".
De airba
g
vóór aan passa
g
ierszi
j
de is
uitgeschakeld.
Ze
t
de
schakelaa
r
i
n
de
s
t
a
n
d
"
ON" om de airba
g
vóó
r
aan passa
gi
ersz
ijd
e
i
n te sc
h
a
k
e
l
en.
B
evest
ig
i
n
di
t
g
eva
l
op
d
eze z
i
tp
l
aats
g
een
ki
n
d
erz
i
t
j
e
m
et de rug in de rijrichting.
CDS/AS
R
(
E
S
P
)
permanent. De toets
(
op het we
g
klapbare
p
aneel, linksonder op het dashboard
)
wordt ingedrukt. Het bijbehorende
verklikkerlamp
j
e
g
aat branden.
De functie CDS/ASR wordt
uit
g
eschakeld.
CDS: d
y
namische stabiliteitscontrole.
ASR: antispinre
g
elin
g
.
Druk op de toets om de
f
unctie
C
D
S/
A
S
R in te
s
chakelen. Het verklikkerlamp
j
e doo
f
t.
De
f
unctie
C
D
S/
A
S
R wordt automatisch ingeschakeld
als de motor wordt
g
estart.
A
ls het s
y
steem is uit
g
eschakeld, wordt het
automatisch opnieuw in
g
eschakeld bi
j
snelheden
h
o
g
er dan on
g
eveer 50 km/h.

1
51
Controle tijdens het rijden
W
aarsc
h
uw
i
n
g
s
l
amp
j
es
A
ls bi
j
in
g
eschakeld h
y
brides
y
steem o
f
ti
j
dens het ri
j
den een van de vol
g
ende waarschuwin
g
slamp
j
es
g
aat branden, wi
j
st dit op een storin
g
in het
desbetre
ff
ende systeem en moet de bestuurder actie ondernemen.
Lees in het geval van een storing waarbij een waarschuwingslampje gaat branden de aanvullende in
f
ormatie, die via een melding op het display van het
instrumentenpaneel wordt weer
g
e
g
even.
Raadplee
g
indien nodi
g
het PEUGE
O
T-netwerk of een
g
ekwalificeerde werkplaats.
C
ontrolelamp
je
Status Oorzaak Acties / Opmerkin
g
en
STO
P
permanent,
in
co
m
b
in
a
ti
e
m
e
t
ee
n
a
n
der
waarsc
h
uw
i
n
g
s
l
amp
j
e,
e
en
g
e
l
u
id
ss
ig
naa
l
en
e
en me
ldi
n
g
op
h
et
displa
y
.
Dit waarschuwin
g
slamp
j
e brandt
bi
j
een lekke band, een storin
g
m
et betrekking tot het remsysteem
o
f
de stuurbekrachti
g
in
g
, een te
l
a
g
e motoro
li
e
d
ru
k
, een te
h
o
g
e
koelvloeisto
f
temperatuur, een storin
g
m
et betrekkin
g
tot het h
y
brides
y
steem
of een ernsti
g
e elektrische storin
g
.
Zet de auto zo snel mo
g
eli
j
k stil op een veili
g
e
p
laats, omdat u anders het risico loopt op ernsti
g
e
mo
t
o
r
sc
h
ade
.
Zet het contact a
f
en raadplee
g
het PEU
G
E
O
T-
n
etwerk o
f
een
g
ekwali
f
iceerde werkplaats.

52
Controle tijdens het rijden
Servic
e
brandt ti
j
deli
j
k. Er is een kleine storin
g
op
g
etreden waarbi
j
g
een specifiek
verklikkerlamp
j
e
g
aat branden.
Identificeer de storin
g
met behulp van de meldin
g
op
h
et displa
y
, bi
j
voorbeeld:
- het h
y
brides
y
steem,
- het sluiten van de portieren, achterklep o
f
m
otorkap,
- het motorolieniveau,
- het niveau van de ruitensproeiervloeistof,
- de batteri
j
van de afstandsbedienin
g
,
- vervuilin
g
van het roetfilter
(
diesel
)
.
Raadplee
g
in andere
g
evallen het PEUGE
O
T-netwerk
of een
g
ekwalificeerde werkplaats.
permanent.
E
r
i
s een ernst
ig
e stor
i
n
g
op
g
etreden waarbi
j
g
een speci
f
iek
ver
klikk
er
l
amp
j
e
g
aat
b
ran
d
en.
Identi
f
iceer de storin
g
met behulp van de meldin
g
op
h
et displa
y
en raadplee
g
het PEU
G
E
O
T-netwerk o
f
e
en
g
ekwali
f
iceerde werkplaats.
R
oetfilter
(
diesel
)
p
ermanent, in combinatie
met de ti
j
deli
j
k weer
g
e
g
even
meldin
g
"Kans op verstoppin
g
v
a
n h
e
t r
oe
t
f
ilt
e
r".
Het roet
f
ilter be
g
int vervuild te raken. Re
g
enereer, zodra de omstandi
g
heden dit toelaten,
he
t r
oe
tfilt
e
r
doo
r m
e
t
ee
n
s
n
e
lh
e
i
d
v
a
n minim
aa
l
6
0 km/h te ri
j
den tot het verklikkerlamp
j
e Service uit
g
aa
t
.
permanen
t
.H
e
t minim
u
mniv
eau
in h
e
t
add
iti
e
fr
ese
rv
o
ir i
s
be
r
e
ikt.
Laat het reservoir snel bi
j
het PEUGE
O
T-netwerk o
f
e
en
g
ekwalificeerde werkplaats bi
j
vullen.
Controlelamp
je
Statu
s
O
orzaa
k
A
cties / Opmerkin
g
en

1
53
Controle tijdens het rijden
C
ontrolelamp
je
Status Oorzaak Acties / Opmerkin
g
en
E
lektrisch
b
ediende
handrem
knippert. H
e
t
aa
ntr
e
kk
e
n v
a
n
de
e
l
e
ktri
sc
h
bed
i
e
n
de
h
a
n
d
r
e
m i
s
o
n
de
r
b
r
o
k
e
n.
Het aantrekken/vri
j
zetten werkt niet.
Zet de auto zo snel mo
g
eli
j
k stil op een veili
g
e plaats.
Parkeer de auto op een vlakke, horizonale
onder
g
rond, zet het contact af en raadplee
g
h
et PEUGE
O
T-netwerk of een
g
ekwalificeerde
werkplaats.
Storin
g
e
lektrisch
b
e
di
en
d
e
h
an
d
rem
permanen
t
. Zonder dat andere controlelamp
j
es
branden: storin
g
in de elektrisch
bedie
n
de
ha
n
d
r
e
m.
Raadplee
g
zo snel mo
g
eli
j
k het PEUGE
O
T-netwerk o
f
e
en
g
ekwalificeerde werkplaats.
De rem kan handmati
g
worden vri
jg
ezet.
Raadplee
g
voor meer informatie over de elektrisch
bediende handrem de rubriek "Ri
j
den".
Rems
y
stee
m
permanen
t
. Het remvloeistofniveau is te laa
g
. Zet de auto zo snel mo
g
eli
j
k stil op een veili
g
e plaats.
Vul het niveau bi
j
met een vloeistof voorzien van een
artikelnummer van PEUGE
O
T.
A
ls het probleem zich bli
jf
t voordoen, laat het s
y
steem
dan controleren door het PEU
G
E
O
T-netwerk o
f
door een
g
ekwali
f
iceerde werkplaats.
+
permanent,
i
n
co
m
bi
n
a
t
ie
m
e
t
he
t
waarsc
h
uw
i
n
g
s
l
amp
j
e
A
B
S
.
E
r
i
s een stor
i
n
g
i
n
d
e e
l
e
k
tron
i
sc
h
e
remdrukre
g
elaar
(
REF
)
.
Z
et
d
e auto zo sne
l
mo
g
e
lijk
st
il
op een ve
ilig
e p
l
aats.
Laat het s
y
steem controleren door het PEU
G
E
O
T-
n
etwerk o
f
door een
g
ekwali
f
iceerde werkplaats.
Ui
tsc
h
a
k
e
li
n
g
v
an
d
e
a
utomat
i
sc
h
e
werking van
de elektrisch
b
ediende
handrem
permanent. D
e
fu
n
c
ti
es
"
au
t
o
m
a
ti
sc
h
aa
ntr
e
kk
e
n"
(
bi
j
het a
f
zetten van de motor
)
e
n
"
automat
i
sc
h
vr
ij
zetten
"
z
ij
n
uitgeschakeld o
f
werken niet.
A
ctiveer de
f
unctie
(
vol
g
ens land van bestemmin
g)
via het con
f
i
g
uratiemenu van de auto o
f
raadplee
g
het
PEU
G
E
O
T-netwerk o
f
een
g
ekwali
f
iceerde werkplaats
als
de
ha
n
d
r
e
m n
ie
t m
ee
r
au
t
o
m
a
t
isch
w
o
r
d
t
aan
g
etrokken o
f
vri
jg
ezet.
D
e
h
an
d
rem
k
an met
b
e
h
u
l
p van
d
e proce
d
ure voor
d
e
n
oo
d
ont
g
ren
d
e
li
n
g
h
an
d
mat
ig
wor
d
en vr
ijg
ezet.
Raadplee
g
voor meer in
f
ormatie over de elektrisch
b
e
di
en
d
e
h
an
d
rem
d
e ru
b
r
i
e
k
"Rijd
en
"
.

54
Controle tijdens het rijden
Controlelamp
je
Statu
s
O
orzaa
k
A
cties / Opmerkin
g
en
Dy
namische
stabiliteitscontrol
e
(
CDS/ASR
)
knippert. De CDS-/ASR-re
g
elin
g
is actief. Deze functie verbetert de aandri
j
vin
g
en zor
g
t voor
ee
n
be
t
e
r
e
koe
r
ss
t
abili
t
ei
t.
p
ermanent.
S
torin
g
in het
C
D
S
-
/
A
S
R-s
y
steem, tenzi
j
deze is uit
g
eschakeld
(
toets in
g
edrukt en
verklikkerlamp
j
e van de toets brandt
)
.
Laat het s
y
steem controleren door het PEU
G
E
O
T-
n
etwerk of door een
g
ekwalificeerde werkplaats.
Zelfdia
g
nose
m
otor
knippert. Er is een storin
g
in het
m
otormana
g
ements
y
steem.
Kans op beschadi
g
in
g
van de katal
y
sator.
Laat dit controleren door het PE
UG
E
O
T-netwerk of
door een
g
ekwali
f
iceerde werkplaats.
p
ermanent.
E
r
i
s een stor
i
n
g
i
n
d
e
e
missieregeling.
H
et ver
klikk
er
l
amp
j
e moet
d
oven a
l
s
d
e motor wor
d
t
g
estart.
Raadpleeg het PEU
G
E
O
T-netwerk o
f
een gekwali
f
iceerde
werkplaats als dit niet het
g
eval is.
L
aa
g
b
randstofniveau
permanent, met de
wi
j
zer in het rode
g
e
bi
e
d
.
Als het lamp
j
e
g
aat branden zit er
n
o
g
on
g
eveer
7 liter
brandstof in de
r
t
a
n
k
.
V
a
n
af
d
it m
o
m
e
nt w
o
r
de
n
de
l
aa
t
s
t
e
lit
e
r
s
b
r
a
n
ds
t
of
in
de
t
a
nk
a
angesproken.
Ga zo snel mo
g
eli
j
k tanken om te voorkomen dat u
m
et een le
g
e tank strandt.
Di
t ver
klikk
er
l
amp
j
e
g
aat e
lk
e
k
eer na
h
et aanzetten
van
h
et contact
b
ran
d
en zo
l
an
g
er n
i
et vo
ld
oen
d
e
brandsto
f
g
etankt is.
Rijd nooit door tot de tank helemaal leeg is,
h
ierdoor kunnen het emissiere
g
els
y
steem en het
in
j
ecties
y
steem beschadi
g
d raken.
A
ntiblokkeers
y
steem
(
ABS
)
permanent. Er is een storin
g
in het
a
ntiblokkeers
y
steem.
De normale remwerkin
g
bli
j
ft behouden.
Ri
j
d voorzichti
g
met la
g
e snelheid en raadplee
g
zo snel mo
g
eli
j
k het PEUGE
O
T-netwerk of een
g
ekwalificeerde werkplaats.

1
55
Controle tijdens het rijden
P
ictogram in het display van
het instrumenten
p
anee
l
Status Oorzaak Acties / Opmerkin
g
en
Motoroliedruk
p
ermanent. Er is een storin
g
in de motorsmerin
g
. Zet de auto zo snel mo
g
eli
j
k stil op een veili
g
e plaats.
Parkeer de auto, zet het contact af en raadplee
g
h
et PEUGE
O
T-netwerk of een
g
ekwalificeerde
werkplaats.
L
aadstroom
a
ccu*
permanen
t
. Er is een storin
g
in het
l
aads
tr
oo
m
c
ir
cu
it v
a
n
de
accu
.
Het lamp
j
e moet bi
j
het starten van de motor uit
g
aan.
Raadplee
g
het PEUGEOT-netwerk of een
g
ekwali
f
iceerde werkplaats als dit niet het
g
eval is.
E
en of meer
p
ortieren
g
eopend
p
ermanent,
i
n com
bi
nat
i
e
met een me
ldi
n
g
di
e
h
et
desbetre
ff
ende portier
aan
g
eeft, bi
j
een snelheid
l
a
g
er dan 10 km/h.
Een
p
ortier o
f
de achterkle
p
is niet
goed gesloten.
S
l
u
it h
e
t
desbe
tr
effe
n
de
ca
rr
osse
ri
edee
l.
permanent, in combinatie
met een melding die
h
e
t
desbe
tr
effe
n
de
portier aan
g
ee
f
t en een
g
e
l
u
id
ss
ig
naa
l
,
bij
een
s
nelheid ho
g
er dan
1
0
km
/
h.
*
Volgens land van bestemming.

56
Controle tijdens het rijden
Controlelamp
je
Statu
s
O
orzaa
k
A
cties / Opmerkin
g
en
A
irba
g
sti
j
deli
j
k. Het lamp
j
e brandt
g
edurende enkele
seco
n
de
n
e
n
doo
ft
a
l
s
h
e
t
co
nt
ac
t
wor
d
t aan
g
ezet.
Het lamp
j
e moet doven zodra de motor wordt
g
estart.
Raadplee
g
het PEUGEOT-netwerk of een
g
ekwali
f
iceerde werkplaats als dit niet het
g
eval is.
p
ermanent.
E
r
i
s een stor
i
n
g
i
n een van
d
e
a
irbags o
f
de pyrotechnische
g
ordelspanners.
L
aa
t
d
it
co
ntr
o
l
e
r
e
n
doo
r h
e
t PE
UG
E
O
T-n
e
tw
e
rk
of
e
en gekwali
f
iceerde werkplaats.
B
ochtverlichtin
g
knippert. Er is een storin
g
in de
bochtverlichtin
g
.
Laat dit controleren door het PE
UG
E
O
T-netwerk of
e
en
g
ekwalificeerde werkplaats.
V
eili
g
heids
g
ordel
(
s
)
niet vast
g
emaakt of
weer
r
l
os
g
emaa
k
t
.
permanen
t
, en
k
nippert vervol
g
ens
in
co
m
b
in
a
ti
e
m
e
t
ee
n
in v
o
l
u
m
e
t
oe
n
e
m
e
n
d
geluidssignaal.
Een van de veili
g
heids
g
ordels is niet
vast
g
emaakt of weer los
g
emaakt.
Trek aan de
g
ordel en klik de
g
esp vast in de
g
esphouder.

1
57
Controle tijdens het rijden
K
oelvloeistoftem
p
eratuurmeter
Bi
j
in
g
eschakeld h
y
brides
y
steem:
- in z
o
n
e
A
, de temperatuur is in orde,
- in z
o
n
e
B
, de temperatuur is te hoo
g
. Het
waarsc
h
uw
i
n
g
s
l
amp
j
e STOP
g
aat
b
ran
d
en,
i
n com
bi
nat
i
e met een
g
e
l
u
id
ss
ig
naa
l
e
n een me
ldi
n
g
op
h
et
di
sp
l
a
y
van
h
et
instrumenten
p
aneel.
Stop zo snel mo
g
eli
j
k op een veili
g
e plaats
.
W
ac
ht
e
nk
e
l
e
min
u
t
e
n v
oo
r
da
t
u
de
m
o
t
o
r
a
fz
e
t.
Raadplee
g
het PEUGE
O
T-netwerk of een
g
ekwalificeerde werkplaats.
De temperatuur en de druk in het koelcircuit
be
g
innen na enkele minuten ri
j
den te sti
jg
en.
O
m koelvloeistof bi
j
te vullen:
)
wacht tot de motor is af
g
ekoeld,
)
d
raa
i
d
e
d
op twee omwente
li
n
g
en
l
os om
d
e
d
ru
k
te
l
aten
d
a
l
en,
)
verw
ijd
er vervo
lg
ens
d
e
d
op,
)
vul bij tot aan het merkteken "MAXI".
Deze
g
eeft bi
j
aan
g
ezet contact en ti
j
dens het
ri
j
den de temperatuur van de motorolie aan.
A
ls de wi
j
zer in
g
ebied
C
staat
,
is de
temperatuur
i
n or
d
e.
Al
s
d
e w
ij
zer
i
n
g
e
bi
e
d
D
staat,
i
s
d
e
temperatuur te
h
oo
g
.
Verlaag de rijsnelheid om de temperatuur te
verla
g
en.
Motorolietem
p
eratuurmeter
Wees voorzichti
g
bi
j
het bi
j
vullen
van de koelvloeistof: kans op
brandwonden. Vul niet bi
j
tot boven het
m
aximumniveau
(
aan
g
e
g
even op het
r
eservoir
)
.

58
Controle tijdens het rijden
* Vol
g
ens land van bestemmin
g
.
CHECK
(
automatische controle van de auto
)
A
utomatische CHECK
C
ontact aan: alle picto
g
rammen van de
g
econtroleerde
f
uncties worden weer
g
e
g
even.
N
a
e
nk
e
l
e
seco
n
de
n
do
v
e
n z
e
.
G
eli
j
kti
j
di
g
wordt automatisch een
C
HE
C
K
(
automatische controle van de auto
)
uit
g
evoerd.
I
n
h
et
g
eva
l
van een stor
i
n
g
Er is een "kleine" storin
g
g
esi
g
naleerd: de
desbetre
ff
ende waarschuwin
g
slamp
j
es
g
aan
b
ran
d
en en vervo
lg
ens weer u
i
t.
U
k
unt
d
e auto starten, maar raa
d
p
l
ee
g
zo
s
nel mogelijk het PEU
G
E
O
T-netwerk o
f
een
g
ekwali
f
iceerde werkplaats.
Er is een "
g
rote" storin
g
g
esi
g
naleerd: de
desbetreffende waarschuwin
g
slamp
j
es bli
j
ven
branden, in combinatie met het lamp
j
e ST
O
P o
f
S
ERVI
C
E.
S
tart de auto niet.
N
eem zo sne
l
mo
g
e
lijk
contact op met
h
et
PEU
G
E
O
T-netwerk o
f
een
g
ekwali
f
iceerde
werk
p
laats.
Handmati
g
e CHECK
Druk op de knop
"C
HE
C
K" v
a
n h
e
t
instrumentenpaneel om de CHECK
(
automatische controle van de auto
)
handmati
g
t
e
ac
tiv
e
r
e
n.
Met behul
p
van deze
f
unctie kunnen o
p
elk
g
ewenst moment
(
contact aan o
f
bi
j
draaiende
motor
)
de aanwezi
g
e waarschuwin
g
smeldin
g
en
wor
d
en weer
g
e
g
even.
Zolan
g
de airba
g
aan passa
g
ierszi
j
de is
u
it
g
eschakeld * , wordt het desbetreffende
p
icto
g
ram constant weer
g
e
g
even.
Het displa
y
van het instrumentenpaneel
g
eeft bij draaiende motor en tijdens het
ri
j
den de picto
g
rammen weer die een storin
g
aan
g
even
(
in
g
eval van een storin
g)
.
Al
s er
g
een stor
i
n
g
wor
d
t
g
es
ig
na
l
eer
d
,
k
unt u
de
m
o
t
o
r
s
t
a
rt
e
n.
Dimmer verlichtin
g
Druk, als de verlichtin
g
brandt, op de
knop Bom de dashboardverlichtin
g
en de
s
feerverlichtin
g
sterker te laten branden of op
de knop
A
om de verlichtin
g
te dimmen.
Laat de knop los zodra de
g
ewenste lichtsterkte
is
be
r
eik
t.

1
59
Controle tijdens het rijden
Onderhoudsindicato
r
De afstand tot de eerstvol
g
ende
b
eurt is meer dan 3000 km
Al
s
h
et contact wor
d
t aangezet, versc
hij
nt er
geen onderhoudsin
f
ormatie op het display.
De onderhoudsindicator
g
eeft aan hoeveel
kil
ometer u no
g
verw
ijd
er
d
b
ent van
d
e
e
erstvol
g
ende onderhoudscontrole vol
g
ens het
o
n
de
rh
oudssc
h
e
m
a
v
a
n
de
f
ab
rik
a
nt.
D
e
z
e
afs
t
a
n
d
w
o
r
d
t
be
r
e
k
e
n
d
v
a
n
af
de
l
aa
t
s
t
e
n
ulstellin
g
van de onderhoudsindicator op basis
van twee parameters:
- het aantal a
fg
ele
g
de kilometers,
- de verstreken ti
j
d sinds de laatste
o
n
de
rh
oudsco
ntr
o
l
e
.
De afstand tot de eerstvol
g
ende
b
eurt is 1000 tot 3000 km
Als het contact wordt aan
g
ezet,
g
aat
g
edurende 5 seconden de onderhoudssleutel
branden. De kilometerteller
g
ee
f
t de
r
esteren
d
e
kil
ometers tot
d
e eerstvo
lg
en
d
e
o
n
de
r
houdsco
ntr
ole
aa
n.
V
oorbeeld
:
de a
f
stand tot de eerstvolgende
onderhoudscontrole bedraa
g
t
2800
km.
Als het contact wordt aan
g
ezet,
g
eeft het displa
y
g
edurende 5 seconden het vol
g
ende aan:
5 seconden na het aanzetten van het contact
verdwi
j
nt de sleutel; de teller
g
eeft weer de
k
ilometerstand en de stand van de da
g
teller
aa
n.
De afstand tot de eerstvol
g
ende
beurt is minder dan 1000 km
V
oor
b
ee
ld:
de a
f
stand tot de eerstvolgende
o
nderhoudscontrole bedraagt 900 km.
A
ls het contact wordt aan
g
ezet,
g
eeft het displa
y
g
edurende 5 seconden het vol
g
ende aan:
5
seconden na het aanzetten van het contact
treedt de kilometerteller weer in werkin
g
en
bli
j
ft de sleutel branden om aan te
g
even
da
t
e
r
bi
nn
e
n
ko
rt
o
n
de
r
houds
w
e
r
k
z
aa
m
hede
n
u
i
t
g
evoer
d
moeten wor
d
en.
H
et p
i
cto
g
ram van
d
e s
l
eute
l
b
ran
d
t
i
n com
bi
nat
i
e met een me
ldi
n
g
op
h
et
di
sp
l
a
y
van
h
et
i
nstrumentenpanee
l
.

60
Controle tijdens het rijden
De afstand tot de eerstvolgende
b
eur
t
i
s oversc
h
re
d
en
A
ls het contact wordt aan
g
ezet,
g
aat
g
edurende
5
seconden de sleutel kni
pp
eren
o
m
aa
n t
e
g
even dat de onderhoudswerkzaamheden zo
s
poedi
g
mo
g
eli
j
k uit
g
evoerd moeten worden.
V
oorbeeld
:
u hebt de a
f
stand tot de eerstvolgende
o
n
de
rh
oudsbeu
rt m
e
t
300
km
o
v
e
r
sc
hr
ede
n.
A
ls het contact wordt aan
g
ezet,
g
ee
f
t het displa
y
g
edurende 5 seconden het vol
g
ende aan:
De factor ti
j
d kan worden mee
g
ewo
g
en
bi
j
de no
g
a
f
te le
gg
en kilometers,
a
f
hankeli
j
k van de ri
jg
ewoonten van de
bes
t
uu
r
de
r.
De sleutel kan ook gaan branden als het
interval van twee
j
aar is overschreden.
Als u na deze handelin
g
de accu wilt
l
oskoppelen, ver
g
rendel dan de auto
en wacht minimaal 5 minuten. Het op
0
zetten van de onderhoudsindicator
z
a
l
an
d
ers n
i
et wor
d
en op
g
es
l
a
g
en.
5 seconden na het aanzetten van het contact
treedt de kilometerteller weer in werkin
g
en
b
li
j
ft de sleutel branden.
O
p
0 zetten van de
o
nderhoudsindicator
D
e
o
n
de
rh
ouds
in
d
i
ca
t
o
r m
oe
t n
a
e
lk
e
onderhoudsbeurt op
0
g
ezet worden.
Voer dit als vol
g
t uit:
)
zet het contact af,
)
druk op de resetknop van de da
g
teller en
h
ou
d
d
eze
i
n
g
e
d
ru
k
t,
)
zet
h
et contact aan;
d
e
kil
ometerte
ll
er
b
e
gi
nt teru
g
te te
ll
en,
)
laat de knop los als het display
"
=0"
aan
g
ee
f
t; de sleutel verdwi
j
nt.
Opnieuw weer
g
even van de
onderhoudsinformatie
U kunt o
p
elk moment de onderhoudsin
f
ormatie
w
eerge
v
en
.
)
Druk op de knop voor nulstellin
g
van de
da
g
teller.
D
e
o
n
de
rh
ouds
inf
o
rm
a
ti
e
w
o
r
d
t
e
nk
e
l
e
s
econden weer
g
e
g
even en verdwi
j
nt
vervo
lg
ens weer.

1
61
Controle tijdens het rijden
M
otorolieniveaumeter
Te weini
g
olie
A
ls het motorolieniveau te laa
g
is, wordt een meldin
g
op
het displa
y
van het instrumentenpaneel weer
g
e
g
even.
C
ontroleer het olieniveau met de peilstok. Als bli
j
kt dat
h
et o
li
en
i
veau te
l
aa
g
i
s, moet o
li
e wor
d
en
bijg
evu
ld
om
te voor
k
omen
d
at ernst
ig
e motorsc
h
a
d
e ontstaat.
Storin
g
motorolieniveaumeter
Als de motorolieniveaumeter de
f
ect is, wordt een
m
e
ldi
n
g
op
h
et
di
sp
l
a
y
van
h
et
i
nstrumentenpanee
l
w
eergegeven. Raadpleeg het PEU
G
E
O
T-netwerk o
f
een
g
ekwali
f
iceerde
werkplaats.
Oliepeilstok
Raadplee
g
de rubriek "Controles" voor de
p
laats van de peilstok en het bi
j
vullen van
motorolie voor het motort
y
pe van uw auto.
O
p het displa
y
wordt in het
g
edeelte A
de
totale kilometerstand en in het
g
edeelte
B
de
da
g
teller weer
g
e
g
even.
Druk, als de da
g
teller wordt weer
g
e
g
even,
e
nkele seconden op de knop.
Kilometerteller
Nulstellin
g
da
g
telle
r
De motorolieniveaumeter
g
ee
f
t aan o
f
het
mo
t
o
r
o
li
e
niv
eau
in
o
r
de
i
s
.
Bi
j
het aanzetten van het contact wordt eerst de
onderhoudsindicator weer
g
e
g
even en vervol
g
ens
g
edurende enkele seconden het motorolieniveau.
Ee
n
co
ntr
ole
v
a
n
he
t
olie
n
i
v
eau
is
allee
n
b
etrouw
b
aar a
l
s
d
e auto o
p
een v
l
a
kk
e,
horizontale ondergrond staat en de moto
r
minstens 30 minuten niet hee
f
t
g
edraaid.
2 merktekens op de
p
eilstok:
-
A
= maxi; het
olieniveau ma
g
nooit
bo
v
e
n
d
it niv
eau
u
itkomen,
-
B
= mini; als het
o
li
e
niv
eau
ni
e
t
bo
v
e
n
h
et niveau B uitkomt,
m
oe
t h
e
t v
oo
r
de
m
oto
r v
a
n
u
w
auto
voor
g
eschreven t
y
pe
m
o
t
o
r
o
li
e
w
o
r
de
n
bi
jg
evuld via de
vuldop.
Olieniveau correct
A
ls het motorolieniveau in orde is, wordt
e
en meldin
g
op het displa
y
van het
instrumentenpaneel weer
g
e
g
even.

62
Controle tijdens het rijden
De boordcomputer
g
ee
f
t ti
j
dens het ri
j
den
verschillende in
f
ormatie
(
actieradius,
brandsto
f
verbruik ...
)
.
Boordcomputer
Di
sp
l
a
y
van
h
et
i
nstrumentenpanee
l
Weer
g
ave van de informatie
)
Druk o
p
de toets o
p
het stuurwie
l
om
achtereenvol
g
ens de verschillende functies
van de boordcomputer weer te
g
even.
- A
c
t
ue
l
e
in
fo
rm
a
ti
e
:
● act
i
era
di
us,
● huidi
g
brandsto
f
verbruik,
●
de
t
e
ll
e
r v
a
n h
e
t
S
top
&
S
tart-s
y
steem.
-
T
ra
j
ect
"1
"
:
●
g
em
idd
e
ld
e sne
lh
e
id
,
voor
h
et eerste tra
j
ect,
● gemiddeld
b
randsto
f
verbruik,
● af
g
ele
g
de afstand.
- Tra
j
ect
"2
"
:
●
g
em
idd
e
ld
e sne
lh
e
id
,
voor
h
et twee
d
e tra
j
ect,
●
g
em
idd
e
ld
b
randsto
f
verbruik,
● a
fg
ele
g
de a
f
stand.
)
Of
o
p
het uiteinde van de
r
u
it
e
nwi
sse
r
sc
h
a
k
e
l
aa
r.

1
63
Controle tijdens het rijden
Tra
j
ect resetten
)
Druk de toets lan
g
er dan twee seconden
in zodra het
g
ewenste tra
j
ect wordt
a
an
g
e
g
even of houd de linker draaiknop op
h
et stuurwiel in
g
edrukt.
De tra
j
ecten
"1
"
e
n "
2
" zi
j
n onafhankeli
j
k en
h
ebben dezel
f
de ei
g
enschappen.
T
ra
j
ect "
1
"
k
an
bij
voor
b
ee
ld
g
e
b
ru
ik
t wor
d
en
voor een
d
a
g
e
lijk
s ver
b
ru
ik
en tra
j
ect
"2
"v
oor
e
en maandelijks verbruik.
Druk, terwi
j
l het h
y
brides
y
steem is
g
eactiveerd
en het tra
j
ect "2" wordt weer
g
e
g
even lan
g
er
d
an twee secon
d
en op
d
e toets om
h
et
o
v
e
rz
ich
t v
a
n
he
t v
e
r
b
r
uik
t
e
r
ese
tt
e
n.
Resetten van het overzicht
v
an
h
et ver
b
ru
ik

64
Controle tijdens het rijden
Raadplee
g
het PEU
G
E
O
T-netwerk o
f
een
g
ekwali
f
iceerde werkplaats als
tijdens het rijden de streepjes contin
u
w
orden weer
g
e
g
even.
Deze
f
unctie wordt alleen weer
g
e
g
even
bi
j
snelheden vana
f
30 km
/
h.
De
z
e
w
aa
r
de
ka
n v
a
r
ië
r
e
n
doo
r
ee
n
g
ewi
j
zi
g
de ri
j
sti
j
l o
f
het ri
j
den op een
h
e
lli
n
g
, waar
d
oor
h
et momente
l
e
brandsto
f
verbruik aanzienli
j
k kan wi
j
zi
g
en.
Boordcom
p
uter, enkele definities...
A
ct
i
era
di
us
(
km o
f
miles
)
De actieradius gee
f
t aan
hoeveel kilometer u no
g
met
de
r
es
t
e
r
e
n
de
h
oe
v
ee
lh
e
i
d
b
randstof kunt ri
j
den, berekend
op basis van het
g
emiddelde
v
e
r
b
r
u
ik
o
v
e
r
de
l
aa
t
s
t
e
a
fg
ele
g
de kilometers.
A
ls de actieradius minder dan 30 km bedraa
g
t,
versc
hij
nen streep
j
es op
h
et
di
sp
l
a
y
.
N
a
h
et
t
a
nk
e
n v
a
n minim
aa
l
5
lit
e
r
b
r
a
n
ds
t
of
w
o
r
d
t
de
a
ct
i
era
di
us opn
i
euw
b
ere
k
en
d
en weer
g
e
g
even
a
ls deze meer dan 100 km bedraa
g
t.
Momenteel verbruik
(
l/100 km, km/l of mp
g)
Dit is het
g
emiddelde
b
r
a
n
ds
t
o
fv
e
r
b
r
u
ik
o
v
e
r
de
l
aa
t
s
t
e
seco
n
de
n.
Gemiddeld verbruik
(
l
/
100 km, km
/
l o
f
mpg
)
Dit is het
g
emiddelde verbruik
s
inds de laatste nulstellin
g
van
de boordcomputer.
Gemiddelde snelheid
(
km
/
h o
f
mph
)
Dit is de
g
emiddelde snelheid
sinds de laatste nulstellin
g
van de
b
oordcomputer
(
contact aan
)
.
H
et
hyb
r
id
es
y
steem en
d
e e
l
e
k
tromoto
r
zor
g
en n
i
et voor een
g
rotere act
i
era
di
us,
n
eem
d
aarom
d
e aanw
ij
z
i
n
g
en van
d
e
b
oor
d
com
p
uter
i
n ac
h
t.

1
65
Controle tijdens het rijden
Datum en tijd instellen
Peu
g
eot Connect Nav+
Druk op SETUP v
oo
r h
e
t m
e
n
u
" Confi
g
urati
e
".
Selecteer " Confi
g
uratie displa
y
" en bevesti
g
u
w k
eu
z
e
.
S
electeer "
D
atum en ti
j
d instellen "
e
n
bevesti
g
uw keuze.
S
electeer "
M
inuten s
y
nchroniseren
via GP
S
" om de instellin
g
van de
m
in
u
t
e
n
au
t
o
m
a
ti
sc
h t
e
l
a
t
e
n
doe
n
doo
r
h
et s
y
steem.
Selecteer het item dat u wilt wi
j
zi
g
en.
Druk op de toets OK
o
m
de
se
l
ec
ti
e
t
e
bevesti
g
en, verander de instellin
g
en bevesti
g
de wi
j
zi
g
in
g
no
g
maals om de nieuwe
g
e
g
evens
o
p te s
l
aan.
Verander de instellingen
éé
n voor
éé
n.
S
electeer vervol
g
ens " OK " o
p
het scherm en
bevesti
g
de wi
j
zi
g
in
g
en om ze in het
g
eheu
g
en
o
p te slaan.

66
Toegang tot de auto
s
leutel in het portierslot o
f
met de a
f
standsbedienin
g
. De sleutel met a
f
standsbedienin
g
dient tevens
voor de lokalisatie en het starten van de auto en maakt deel uit van de die
f
stalbeveili
g
in
g
.
Sleutel met afstandsbediening
Uitkla
pp
en van de sleutel
)
Druk o
p
deze kno
p
om de sleutel uit te
k
lappen.
I
n
kl
a
pp
en van
d
e s
l
eute
l
)
Druk op deze knop om de sleutel in te
kl
appen.
W
anneer u
d
eze
k
nop n
i
et
i
n
d
ru
k
t
bij
h
et
i
n
kl
a
pp
en van
d
e s
l
eute
l
,
k
an
h
et mec
h
an
i
sme
b
eschadigd raken.

2
67
Toegang tot de auto
O
p
enen van de auto
V
olledi
g
ont
g
rendelen
Met de sleutel
)
Draai de sleutel in de richtin
g
van de
voorzi
j
de van de auto om de auto te
ont
g
rendelen.
)
Druk op het
g
eopende han
g
slot
om de auto te ont
g
rendelen.
Met de afstandsbedienin
g
Als deze knop in
g
edrukt wordt
g
ehouden,
w
or
d
en
d
e ru
i
ten automat
i
sc
h
g
eopen
d
.
Met de elektronische sleutel
)
Als u de elektronische sleutel op zak hebt
b
innen de detectiezone, kunt u de auto
ont
g
rendelen door uw hand op de achterzi
j
de
van de portier
g
reep te le
gg
en. Trek vervol
g
ens
a
an
d
e port
i
er
g
reep om
h
et port
i
er te openen.
O
ok uw passa
g
iers kunnen de portieren
(
maar niet de achterklep
)
openen als de
e
l
e
ktr
o
ni
sc
h
e
s
l
eu
t
e
l zi
c
h in
de
de
t
ec
ti
e
z
o
n
e
be
vin
d
t.
Het ont
g
rendelen wordt bevesti
g
d
door het
g
edurende on
g
eveer
2 seconden snel knipperen van de
richtin
g
aanwi
j
zers.
Te
g
eli
j
kerti
j
d worden, a
f
hankeli
j
k
van
d
e u
i
tvoer
i
n
g
van
d
e auto,
d
e
b
u
i
tensp
i
e
g
e
l
s u
i
t
g
e
kl
apt.
Systeem "Keyless entry and start"
S
y
steem waarmee de auto
g
eopend,
g
esloten en
g
estart kan worden zonder
dat u de elektronische sleutel tevoorschi
j
n
h
oeft te halen. Kan ook worden
g
ebruikt als
a
f
standsbedienin
g
.

68
Toegang tot de auto
Selectieve ont
g
rendelin
g
)
All
een
h
et
b
estuur
d
ers
p
ort
i
er
ontgrendelen: druk
éé
n keer op
het
g
eopende han
g
slot.
Met de afstandsbedienin
g
De selectieve ont
g
rendelin
g
kan
worden in
g
esteld met behulp van het
c
on
f
i
g
uratiemenu op het displa
y
van
h
et
i
nstrumentenpanee
l
.
S
tandaard is de volledi
g
e
o
ntgrendeling geactiveerd.
M
et
d
e e
l
e
k
tron
i
sc
h
e s
l
eute
l
)
S
teek om alleen het bestuurdersportier te
ont
g
ren
d
e
l
en, terw
ijl
u
d
e e
l
e
k
tron
i
sc
h
e
s
leutel o
p
zak hebt, uw hand achter de
p
ortier
g
reep van het bestuurdersportier en
trek het portier open.
)
Steek om de auto volledi
g
te ont
g
rendelen
uw hand achter de portier
g
reep van een
van de andere portieren, aan de zi
j
de waa
r
d
e e
l
e
k
tron
i
sc
h
e s
l
eute
l
z
i
c
h
b
ev
i
n
d
t, en
tre
k
h
et port
i
er open.
Het ont
g
rendelen wordt bevesti
g
d
door het
g
edurende on
g
eveer
2 seconden snel knipperen van de
r
i
c
h
t
i
n
g
aanw
ij
zers.
Te
g
eli
j
kerti
j
d worden, a
f
hankeli
j
k
van
d
e u
i
tvoer
i
n
g
van
d
e auto,
d
e
buitenspiegels uitgeklapt.
)
De overi
g
e portieren en de achterklep
o
nt
g
rendelen: druk no
g
maals op het
g
eopende han
g
slot.
V
uil
(
vocht, sto
f
, modder, zout, ...
)
op de
binnenzijde van de portiergreep kan de
detectie ne
g
atie
f
beïnvloeden.
A
ls na het reini
g
en van de binnenzi
j
de
van de portier
g
reep met een doek het
p
robleem niet is verholpen, raadplee
g
dan het PE
UG
E
O
T-netwerk of een
g
ekwali
f
iceerde werkplaats.
Pl
otse
li
n
g
contact met wate
r
(
waterstraal, ho
g
edrukspuit, ...
)
kan
door het systeem worden beschouwd
als een verzoek om ont
g
rendelen van
de
au
t
o
.

2
69
Toegang tot de auto
Ontgrendelen van de
b
a
g
a
g
eru
i
mte
g
g
Met de afstandsbedienin
g
)
Druk op deze knop om de
auto te ont
g
rendelen en de
b
a
g
a
g
eru
i
mte te openen.
Met de elektronische sleutel
)
Tr
e
k
a
l
s
de
e
l
e
ktr
o
ni
sc
h
e
s
l
eu
t
e
l zi
c
h
b
inn
e
n h
e
t
de
t
ec
ti
ebe
r
e
ik
be
vin
d
t
aa
n
de
h
an
dg
reep
1
om
d
e auto te ont
g
ren
d
e
l
en
e
n
d
e
b
a
g
a
g
eru
i
mte te openen.
Selectieve ont
g
rendelin
g
b
a
g
a
g
eruimte
g
eactiveerd
Het selectie
f
ont
g
rendelen van de
b
a
g
a
g
eru
i
mte
k
unt u
i
nste
ll
en met
b
ehulp van het con
f
i
g
uratiemenu op het
display van het instrumentenpaneel.
Standaard is deze functie uit
g
eschakeld.
)
Met de afstandsbedienin
g
of de
e
l
e
ktr
o
ni
sc
h
e
s
l
eu
t
e
l w
o
r
d
t
da
n
a
ll
ee
n
de
b
a
g
a
g
eruimte ont
g
rendeld en/of
g
eopend.
Ver
g
eet niet de ba
g
a
g
eruimte weer te
ver
g
rendelen.

70
Toegang tot de auto
Verlaat om veili
g
heidsredenen
(
kinderen in
de auto
)
de auto nooit, zelfs niet voor een
korte ti
j
d, zonder de sleutel mee te nemen.
Wees bedacht op diefstal als de
e
l
e
ktr
o
ni
sc
h
e
s
l
eu
t
e
l zi
c
h
b
inn
e
n h
e
t
detectiebereik bevindt terwi
j
l uw auto
ont
g
rendeld is.
H
et ver
g
ren
d
e
l
en wor
d
t
b
evest
igd
d
oo
r
het
g
edurende on
g
eveer 2 seconden
b
ran
d
en van
d
e r
i
c
h
t
i
ngaanw
ij
zers.
Tegelijkertijd worden, a
f
hankelijk
van de uitvoerin
g
van de auto, de
buitenspie
g
els in
g
eklapt.
De auto kan niet worden ver
g
rendeld
a
l
s
ee
n v
a
n
de
e
l
e
ktr
o
ni
sc
h
e
s
l
eu
t
e
l
s
zich no
g
in de auto bevindt o
f
het
c
ontact aan
i
s
g
ezet.
A
ls één van de portiere
n
o
f
de
achterklep
g
eopend is of als een van de
e
l
e
ktr
o
ni
sc
h
e
s
l
eu
t
e
l
s
zi
c
h in
de
au
t
o
bevindt, werkt de centrale ver
g
rendelin
g
ni
e
t.
A
ls de auto is ver
g
rendeld en per
o
n
g
eluk wordt ont
g
rendeld zonder dat
binnen on
g
eveer
30
seconden een van
de portieren wordt
g
eopend, wordt de
auto automatisch weer ver
g
rendeld.
Het in- en uitklappen van de
buitenspie
g
els met de afstandsbedienin
g
ka
n w
o
r
de
n uit
g
eschakeld door het
PE
UG
E
O
T-netwerk.
Sluiten van de auto
Normale ver
g
rendelin
g
Met de sleutel
)
Draai de sleutel in de richtin
g
van de
a
chterzi
j
de van de auto om de auto volledi
g
te ver
g
rendelen.
Met de afstandsbedienin
g
)
D
ru
k
op
h
et
g
es
l
oten
h
an
g
s
l
ot
o
m
d
e auto vo
ll
e
dig
te
ver
g
ren
d
e
l
en.
Met de elektronische sleutel
)
Druk
,
als de elektronische sleutel zich
binnen het detectiebereik bevindt
,
met een
van uw vin
g
ers op de portier
g
reep
(
bi
j
de
merktekens
)
om de auto te ver
g
rendelen.
)
D
ru
k
, a
l
s
d
e e
l
e
k
tron
i
sc
h
e s
l
eute
l
z
i
c
h
binnen het detectiebereik bevindt, bij de
achterklep op een knop om de auto te
ver
g
rendelen.
Wanneer u de sleutel in de ver
g
rendelstand
g
edraaid houdt, de knop van de
afstandsbedienin
g
in
g
edrukt houdt of uw
vin
g
er op de portier
g
reep houdt, worden
o
ok de ruiten en het schuifdak
g
esloten.

2
71
Toegang tot de auto
De supervergrendeling wordt
bevesti
g
d door het
g
edurende
on
g
eveer
2
seconden branden van de
richtin
g
aanwi
j
zers.
Met de afstandsbedienin
g
)
Druk op het
g
esloten han
g
slot
om de auto volledi
g
te
ver
g
rendelen of druk lan
g
er dan
2 seconden op het
g
esloten
h
an
g
s
l
ot om oo
k
d
e ru
i
ten te
slui
t
e
n.
Met de elektronische sleutel
V
i
a de portieren:
)
Druk, als de elektronische sleutel zich vlak
b
i
j
de auto bevindt, met een vin
g
er op de
portier
g
reep
(
bi
j
de merktekens
)
om de
auto te ver
g
rendelen.
)
Druk binnen vi
j
f seconden no
g
maals op de
portier
g
reep om de superver
g
rendelin
g
in
t
e
sc
h
a
k
e
l
e
n.
Via de achterklep:
)
D
ru
k
, a
l
s
d
e e
l
e
k
tron
i
sc
h
e s
l
eute
l
z
i
c
h
bi
nnen
h
et
b
epaa
ld
e
g
e
bi
e
d
b
ev
i
n
d
t, op
d
e
k
nop om
d
e auto te ver
g
ren
d
e
l
en.
)
Druk binnen vij
f
seconden nogmaals op
de knop om de superver
g
rendelin
g
in te
sc
h
a
k
e
l
e
n.
)
Druk binnen 5 seconden no
g
maals op het
g
esloten han
g
slot om de superver
g
rendelin
g
v
a
n
de
au
t
o
in t
e
sc
h
a
k
e
l
e
n.
Superver
g
rendelin
g
De superver
g
rendelin
g
blokkeert het
van buitena
f
en van binnenuit o
p
enen
van de
p
ortieren.
Al
s
d
e superver
g
ren
d
e
li
n
g
i
s
i
n
g
esc
h
a
k
e
ld
,
i
s oo
k
d
e
ver
g
ren
d
e
li
n
g
ssc
h
a
k
e
l
aar
i
n
h
et
interieur buiten werkin
g
.
S
chakel daarom nooit de
s
uperver
g
rendelin
g
in als er zich
i
e
m
a
n
d
in
de
au
t
o
be
vin
d
t.
M
et
d
e s
l
eute
l
)
D
raa
i
d
e s
l
eute
l
r
i
c
h
t
i
n
g
d
e ac
h
terz
ijd
e
van
d
e auto om
d
e auto vo
ll
e
dig
te
ver
g
ren
d
e
l
en.
)
Draai binnen 5 seconden de sleutel
n
o
g
maals richtin
g
de achterzi
j
de van de
a
uto om de superver
g
rendelin
g
van de auto
in t
e
sc
h
a
k
e
l
e
n.

72
Toegang tot de auto
Vergrendelen / ontgrendelen van binnenuit
A
utomat
i
sc
h
e centra
l
e
v
er
g
ren
d
e
li
n
g
van
d
e port
i
eren
D
e port
i
eren
k
unnen t
ijd
ens
h
et r
ijd
en
automatisch worden ver
g
rendeld
(
bi
j
een
snelheid hoger dan 10 km
/
h
)
.
H
oud
o
m
de
z
e
fu
n
c
ti
e
in
of
u
it t
e
sc
h
a
k
e
l
e
n
de
k
nop in
g
edrukt tot een meldin
g
op het displa
y
wordt weer
g
e
g
even.
G
ebruik in dat
g
eval de sleutel o
f
de a
f
standsbedienin
g
om de auto te
o
ntgrendelen.
H
et r
ijd
en met ver
g
ren
d
e
ld
e port
i
eren
k
an
bij
een noo
dg
eva
l
d
e toe
g
an
g
tot
d
e
a
uto voor de hul
p
diensten belemmeren.
)
D
ru
k
op
h
et s
y
m
b
oo
l
t
j
e van
h
et
g
esloten hangslot om de eerder
ver
g
rendelde auto te lokaliseren
o
p een parkeerplaats.
L
okaliseren van de auto
)
Druk op de knop om de portieren en de
ba
g
a
g
eruimte te ver- of ont
g
rendelen.
A
ls de superver
g
rendelin
g
is in
g
eschakeld, is
d
e
k
nop
b
u
i
ten wer
ki
n
g
.
De plafonniers
g
aan branden en de
richtin
g
aanwi
j
zers knipperen
g
edurende enkele
seco
n
de
n.
A
ls u vanwege het vervoer van een groot
voorwerp met de achterklep
g
eopend
ri
j
dt, kunt u het waarschuwin
g
ssi
g
naal
voor de
g
eopende achterklep
uitschakelen door de knop in te drukken.
Bi
j
het van binnenuit ver
g
rendelen
wor
d
en
d
e
b
u
i
tensp
i
e
g
e
l
s n
i
et
i
n
g
e
kl
apt.

2
73
Toegang tot de auto
Noodprocedure
Nood
p
rocedure voor
o
p
enen/sluiten
m
et
d
e e
l
e
k
tron
i
sc
h
e s
l
eute
l
Met de
g
e
ï
nte
g
reerde sleutel kan de auto
ver
g
rendeld en ont
g
rendeld worden als de
elek
tr
o
n
ische
sleu
t
el
n
ie
t w
e
r
k
t:
- le
g
e batteri
j
, accu ontladen o
f
l
os
g
e
k
oppe
ld
, ...
- auto bevindt zich in een omgeving met veel
e
lektroma
g
netische stralin
g
.
)
Trek aan de knop 1 om de
g
e
ï
nte
g
reerde
s
l
eu
t
e
l
2
u
it
de
h
oude
r t
e
h
a
l
e
n.
)
O
pen of sluit de auto met de sleutel.
Handmati
g
ver
g
rendelen
Bestuurdersportier
Steek de sleutel in het slot om het portier te
ver
g
rendelen of ont
g
rendelen.
Overi
g
e portieren
)
Controleer bi
j
de achterportieren of de
ki
n
d
er
b
eve
iligi
n
g
i
s u
i
t
g
esc
h
a
k
e
ld
.
)
V
erw
ijd
er met
d
e s
l
eute
l
h
et zwarte
a
f
dekkap
j
e op de zi
j
kant van het portier.
)
S
teek de sleutel zonder te
f
orceren in de
openin
g
en duw vervol
g
ens, zonder te
draaien, de nok het portier in.
)
Verwi
j
der de sleutel en plaats het
afdekkap
j
e teru
g
.
Storin
g
afstandsbedienin
g
N
a
h
e
t l
os
n
e
m
e
n
e
n w
ee
r
aa
n
s
l
u
it
e
n v
a
n
de
accukabels, het vervan
g
en van de batteri
j
van de afstandsbedienin
g
of een storin
g
in de
afstandsbedienin
g
kan de auto niet meer met
de a
f
standsbedienin
g
ont
g
rendeld, ver
g
rendeld
e
n
g
e
l
o
k
a
li
seer
d
wor
d
en.
)
O
nt
g
rendel o
f
ver
g
rendel de auto eerst met
de
s
l
eu
t
e
l in h
e
t
s
l
o
t.
)
Sy
nchroniseer vervol
g
ens de
afstandsbedienin
g
.
Raadplee
g
zo snel mo
g
eli
j
k het PEUGE
O
T-
netwerk of een
g
ekwalificeerde werkplaats als
d
e stor
i
n
g
n
i
et
i
s ver
h
o
l
pen.
S
y
nchroniseren
(
afstandsbedienin
g)
)
Z
e
t h
e
t
co
nt
ac
t
aa
n.
)
Druk zo snel mo
g
eli
j
k
g
edurende enkele
s
econden op een van de knoppen van de
afstandsbedienin
g
.
)
Z
e
t h
e
t
co
nt
ac
t
af
.
De a
f
standsbedienin
g
werkt nu weer.

74
Toegang tot de auto
B
atter
ij
van
d
e s
l
eute
l
vervan
g
en
Batteri
j
re
f
.:
C
R2032
/
3 V.
Deze batteri
j
is via het PEU
G
E
O
T-netwerk o
f
e
en
g
ekwali
f
iceerde werkplaats verkri
jg
baar.
Als de batteri
j
van de a
f
standsbedienin
g
vervan
g
en moet worden, wordt u
g
ewaarschuwd door een meldin
g
op het displa
y
van het instrumentenpaneel.
)
Wip het deksel met een kleine
s
chroevendraaier bi
j
de uitsparin
g
los.
)
Verwi
j
der het deksel.
)
Verwi
j
der de le
g
e batteri
j
.
)
Plaats een nieuwe batteri
j
in de
j
uiste
richtin
g
in de houder.
)
Druk het deksel op de a
f
standbedienin
g
vast.
G
ooi de le
g
e batteri
j
en van de
af
standsbedienin
g
niet we
g
: ze bevatten
m
etalen die schadelijk zijn voor het milieu.
Lever le
g
e batteri
j
en in bi
j
een speciaal
verzamelpunt.
S
y
nchroniseren
(
elektronische sleutel
)
)
Z
e
t h
e
t
co
nt
ac
t
af
.
)
Druk zo snel mogelijk gedurende enkele
seconden op een van de knoppen van de
a
fstandsbedienin
g
.
)
Z
e
t h
e
t
co
nt
ac
t
aa
n.
D
e
e
l
e
ktr
o
ni
sc
h
e
s
l
eu
t
e
l w
e
rkt n
u
w
ee
r.
Batteri
j
van de elektronische
sleutel vervan
g
en
Batteri
j
re
f
.:
C
R2032
/
3 V.
Deze batteri
j
is via het PEUGE
O
T-netwerk o
f
e
en
g
ekwalificeerde werkplaats verkri
jg
baar.
A
ls de batteri
j
vervan
g
en moet worden, wordt u
g
ewaarsc
h
uw
d
d
oor een me
ldi
n
g
op
h
et
di
sp
l
a
y
van
h
et
i
nstrumentenpanee
l
.
)
Wi
p
h
et
d
e
k
se
l
met een sp
i
ts voorwerp
bij
d
e s
l
eute
lh
an
g
er
l
os.
)
Verwijder de lege batterij.
)
S
chui
f
de nieuwe batteri
j
in de
j
uiste
r
ichtin
g
op zi
j
n plaats.
)
Zet het deksel aan de voorzi
j
de vast en klik
he
t
d
i
c
ht.
)
S
y
nchroniseer de elektronische sleutel.

2
75
Toegang tot de auto
Sleutels, afstandsbedienin
g
, elektronische sleutel verloren
Ga met het kentekenbewi
j
s van de auto en uw le
g
itimatiebewi
j
s naar het PEUGE
O
T-netwerk.
Het PEUGE
O
T-netwerk kan de speciale code van de sleutel en de transponder opzoeken en een nieuwe bestellen.
A
fstandsbedienin
g
De radio
g
ra
f
ische a
f
standsbedienin
g
is een s
y
steem met een
g
root bereik. Het is raadzaam om niet met de knop van de a
f
standsbedienin
g
te
s
pe
l
en om te voor
k
omen
d
at
d
e port
i
eren per on
g
e
l
u
k
ont
g
ren
d
e
ld
wor
d
en.
Druk nooit op de knoppen van uw a
f
standsbedienin
g
buiten het bereik en het zicht van uw auto. De a
f
standsbedienin
g
kan dan onbruikbaar
worden en moet in dat
g
eval opnieuw worden
g
es
y
nchroniseerd.
De afstandsbedienin
g
kan niet functioneren als de sleutel in het contactslot zit, zelfs als het contact uitstaat.
V
er
g
rendelen van de auto
Het ri
j
den met ver
g
rendelde portieren kan in
g
eval van nood de toe
g
an
g
tot het interieur belemmeren.
Neem uit veili
g
heidsoverwe
g
in
g
en
(
kinderen in de auto
)
de sleutel met afstandsbedienin
g
of de elektronische sleutel mee als u de auto verlaat,
ze
lf
s
a
l i
s
d
it v
oo
r k
o
rt
e
duu
r.
El
e
k
tr
i
sc
h
e stor
i
n
g
en
D
e e
l
e
k
tron
i
sc
h
e s
l
eute
l
van
h
et
K
e
yl
ess entr
y
an
d
start-s
y
steem wer
k
t
i
n somm
ig
e
g
eva
ll
en n
i
et correct
i
n
d
e na
bijh
e
id
van e
l
e
k
tron
i
sc
h
e
a
pparatuur: tele
f
oon, laptop, sterke ma
g
netische velden, ...
Diefstalbeveili
g
in
g
Bren
g
g
een wi
j
zi
g
in
g
en aan in de elektronische startblokkerin
g
; dit kan tot storin
g
en leiden.
V
er
g
eet n
i
et aan
h
et stuurw
i
e
l
te
d
raa
i
en om
h
et stuurs
l
ot te act
i
veren.
Bi
j
het aanschaffen van een
g
ebruikte auto
Laat uw sleutels door het PEU
G
E
O
T-netwerk in het elektronische
g
eheu
g
en van de auto opslaan, zodat u er zeker van kunt zi
j
n dat de in uw
b
ez
i
t z
ij
n
d
e s
l
eute
l
s
d
e en
ig
e z
ij
n waarmee
d
e auto
k
an wor
d
en
g
estart.

76
Toegang tot de auto
Dit s
y
steem beveili
g
t uw auto te
g
en inbraak en
diefstal. Het s
y
steem bestaat uit de vol
g
ende
t
y
pen beveili
g
in
g
:
Alarm
- Omtrekbeveili
g
in
g
Di
t s
y
steem
h
ou
d
t
d
e te openen
c
arrosser
i
e
d
e
l
en van
d
e auto
i
n
d
e
g
aten.
Het alarm gaat a
f
als iemand een portier, de
a
chterklep o
f
de motorkap probeert te openen.
- Interieurbeveili
g
in
g
Dit s
y
steem treedt in werkin
g
als er bewe
g
in
g
en
in het interieur worden waar
g
enomen.
Het alarm
g
aat af als er een ruit wordt
in
g
esla
g
en, als iets o
f
iemand de auto
binnendrin
g
t o
f
als iets o
f
iemand in de auto
b
ewee
g
t.
-
W
e
g
s
l
eep
b
eve
iligi
n
g
Dit s
y
steem treedt in werkin
g
als er veranderin
g
en
i
n
d
e wa
g
en
h
oo
g
te wor
d
en waar
g
enomen.
Het alarm
g
aat a
f
als de auto wordt op
g
etild,
verplaatst o
f
aan
g
estoten.
A
utomatische beveili
g
in
g
sfunctie
Dit s
y
steem treedt in werkin
g
als iemand
p
robeert het alarm te saboteren.
Het alarm
g
aat af als iemand probeert
de accu, de bedienin
g
seenheid of de
kabe
l
s
v
a
n
de
s
ir
e
n
e
u
it t
e
sc
h
a
k
e
l
e
n
of
te
b
esc
h
a
dig
en.
Raadplee
g
het PEUGEOT-netwerk of een
g
ekwali
f
iceerde werkplaats alvorens wi
j
zi
g
in
g
en
aan
h
et a
l
arms
y
steem aan te
b
ren
g
en.
V
er
g
ren
d
e
l
en van
d
e auto met
v
olledi
g
in
g
eschakeld alarm
Inschakelen
)
Z
e
t h
e
t
co
nt
ac
t
a
f
e
n v
e
rl
aa
t
de
au
t
o
.
)
Druk op de ver
g
rendelknop
van de a
f
standsbedienin
g
o
f
ver
g
ren
d
e
l
d
e auto met
h
et
"K
e
yl
ess entr
y
an
d
start
"
-
s
ysteem.
Het alarms
y
steem is
g
eactiveerd: het
verklikkerlamp
j
e van de knop zal één keer per
s
econde knipperen.
D
e
i
n
b
raa
kb
eve
iligi
n
g
wor
d
t 5 secon
d
en na
d
at
de ver
g
rendelknop van de a
f
standsbedienin
g
is in
g
edrukt o
f
nadat de auto met het "Ke
y
less
e
ntr
y
and start"-s
y
steem ver
g
rendeld is,
g
eactiveerd. De interieurbeveili
g
in
g
wordt
45 seconden en de we
g
sleepbeveili
g
in
g
90
seconden nadat de ver
g
rendelknop van de
afstandsbedienin
g
is in
g
edrukt,
g
eactiveerd.
Indien een portier of de achterklep niet
g
oed is
g
es
l
oten, wor
d
t
d
e auto n
i
et ver
g
ren
d
e
ld
, maar
wor
d
t
d
e omtre
kb
eve
iligi
n
g
na
4
5 secon
d
en we
l
i
n
g
esc
h
a
k
e
ld
.
)
Druk op de ont
g
rendelknop
van de afstandsbedienin
g
o
f
o
nt
g
rendel de auto met het
"Ke
y
less entr
y
and start"-
sy
steem.
Uitschakelen van de
i
nter
i
eur
b
eve
iligi
n
g
De interieurbeveili
g
in
g
wordt
u
it
g
eschakeld; het verklikkerlamp
j
e
van de knop
g
aat uit.

2
77
Toegang tot de auto
V
er
g
rendelen van de auto met
all
een
d
e omtre
kb
eve
iligi
n
g
i
n
g
eschakeld
S
chakel de interieur- en wegsleepbeveiliging uit
om te voorkomen dat het alarm onnodi
g
wordt
in
g
eschakeld als bi
j
voorbeeld:
- een ruit op een kier bli
j
ft staan,
- de auto wordt
g
ewassen,
- een wiel wordt verwisseld
,
-
d
e auto wor
d
t
g
es
l
eept,
-
d
e auto op een
b
oot wor
d
t vervoer
d
.
Uitschakelen van de interieur- en
we
g
sleepbeveili
g
in
g
)
Ze
t h
e
t
co
nt
ac
t
a
f
e
n
d
r
u
k
b
inn
e
n
10
seconden op deze knop
tot het verklikkerlamp
j
e bli
j
ft
b
r
a
n
de
n.
)
V
e
rl
aa
t
de
au
t
o
.
)
D
ru
k
onm
idd
e
llijk
op
d
e
ver
g
ren
d
e
lk
nop van
d
e
afstandsbedienin
g
of ver
g
rendel
de auto met het "Ke
y
less entr
y
and start"-s
y
steem.
A
lleen de omtrekbeveili
g
in
g
wordt in
g
eschakeld;
h
et verklikkerlamp
j
e van de knop zal één keer
p
er seconde knipperen.
D
e
i
nter
i
eur- en we
g
s
l
eep
b
eve
iligi
n
g
wor
d
en
uitsluitend uit
g
eschakeld als deze procedure
e
lk
e
k
ee
r n
a
h
e
t
af
z
e
tt
e
n v
a
n h
e
t
co
nt
ac
t w
o
r
d
t
uit
g
evoerd.
O
p
nieuw inschakelen van de
i
nter
i
eur- en we
g
s
l
eep
b
eve
iligi
n
g
A
f
g
aan van het alarm
Als het alarm a
fg
aat, treedt de sirene in werkin
g
en
k
n
i
pperen
d
e r
i
c
h
t
i
n
g
aanw
ij
zers
g
e
d
uren
d
e
d
ert
ig
secon
d
en.
Al
s
h
e
t
a
l
a
rm v
oo
r
de
11
e
keer a
fg
aat, worden
d
e a
l
arms
y
stemen u
i
t
g
esc
h
a
k
e
ld
.
)
Druk op de ont
g
rendelknop
van de a
f
standsbedienin
g
o
f
ontgrendel de auto met het
"K
e
yl
ess entr
y
an
d
start
"
-s
y
steem
om
d
e omtre
kb
eve
iligi
n
g
u
i
t te
schakele
n.
)
D
ru
k
op
d
e ver
g
ren
d
e
lk
nop
van de afstandsbedienin
g
of
ver
g
rendel de auto met het
"Ke
y
less entr
y
and start"-
sy
steem om alle alarms
y
stemen
in t
e
sc
h
a
k
e
l
e
n.
H
et ver
klikk
er
l
amp
j
e van
d
e
k
nop
zal opnieuw één keer per seconde
k
n
i
pperen.
Al
s
h
et ver
klikk
er
l
amp
j
e van
d
e
k
nop
s
ne
l
k
n
i
ppert
bij
h
et ont
g
ren
d
e
l
en van
de auto met de a
f
standsbedienin
g
o
f
met
h
et
"K
e
yl
ess entr
y
an
d
start
"
-
s
y
steem, is het alarm ti
j
dens uw a
f
wezi
g
heid
afg
e
g
aan. Het lamp
j
e stopt met knipperen als
h
et contact wor
d
t aan
g
ezet.
Storin
g
afstandsbedienin
g
O
m de alarms
y
stemen uit te schakelen:
)
O
nt
g
rendel de auto met de sleutel in het
sl
ot van
h
et
b
estuur
d
ersport
i
er.
)
O
pen het portier; het alarm
g
aat a
f
.
)
Z
et
h
et contact aan,
h
et a
l
arm stopt.
H
et
ver
klikk
er
l
amp
j
e van
d
e
k
nop
g
aat u
i
t.
V
er
g
rendelen van de auto
zonder het alarm in te schakelen
)
Ver
g
rendel de auto o
f
schakel de
s
upervergrendeling in met de sleutel in het
s
lot van het bestuurdersportier.
Storin
g
A
ls bi
j
het aanzetten van het contact het
verklikkerlamp
j
e van de knop bli
jf
t branden,
d
u
id
t
di
t op een stor
i
n
g
i
n
h
et s
y
steem.
Laat het s
y
steem controleren door het PEU
G
E
O
T-
netwerk o
f
door een gekwali
f
iceerde werkplaats.
*
Vol
g
ens land van bestemmin
g
.
Automatisch inschakelen
*
Het s
y
steem wordt
2
minuten nadat het
laatste portier of de achterklep is
g
esloten,
automatisch in
g
eschakeld.
)
O
m het af
g
aan van het alarm bi
j
het
openen van een portier of de achterklep te
voorkomen, moet eerst op de ont
g
rendelknop
van de afstandsbedienin
g
worden
g
edrukt
o
f m
oe
t
de
au
t
o
o
nt
g
rendeld worden met het
"Ke
y
less entr
y
and start"-s
y
steem.

78
Toegang tot de auto
Elektrisch bedienbare ruiten
1.
Schakelaar ruitbedienin
g
links voor
.
2.
Schakelaar ruitbedienin
g
rechts voor
.
3.
Schakelaar ruitbedienin
g
rechts achter
.
4.
Schakelaar ruitbediening links achter
.
5.
Blokkeerschakelaar elektrisch
bedienbare ruiten achter
,
r
ver
g
rendelin
g
van de achterportieren
(
kinderbeveili
g
in
g).
H
an
db
e
di
en
i
n
g
Duw o
f
trek de schakelaar tot het zware
p
unt
om de ruit te o
p
enen o
f
sluiten. De ruit sto
p
t
z
odra de schakelaar wordt los
g
elaten.
A
utomat
i
sc
h
e
b
e
di
en
i
n
g
(
vol
g
ens uitvoerin
g)
Duw o
f
trek de schakelaar voorbij het zware
p
unt om de ruit te o
p
enen o
f
sluiten. Als u de
schakelaar hebt los
g
elaten, opent of sluit de ruit
volledi
g
. Druk opnieuw op de schakelaar om
het openen of sluiten te stoppen.
On
g
eveer 1 minuut nadat de sleutel uit het
c
ontact
i
s
g
enomen,
k
unnen
d
e ru
i
ten n
i
et meer
w
o
r
de
n
bedie
n
d
.
Ze
t
he
t
co
nt
ac
t
aa
n
o
m
de
r
ui
t
e
n w
ee
r t
e
ku
nn
e
n
bed
i
e
n
e
n.
Beveili
g
in
g
te
g
en beknellen
A
ls de ruit sluit en te
g
en een obstakel stuit,
s
topt
d
e ru
i
t en
g
aat
d
eze
di
rect
g
e
d
ee
l
te
lijk
w
eer
open
.
Al
s
d
e ru
i
t n
i
et w
il
s
l
u
i
ten,
d
ru
k
d
an o
p
d
e
s
chakelaar om de ruit helemaal te o
p
enen en
trek vervol
g
ens de schakelaar omhoo
g
tot de
ruit volledi
g
is
g
esloten. Houd de schakelaar na
h
et sluiten no
g
on
g
eveer
1
seconde vast.
Ti
j
dens deze handelin
g
en is de beveili
g
in
g
te
g
en beknellen uit
g
eschakeld.
Blokkerin
g
van de ruitbedienin
g
a
chter
Druk, voor de veili
g
heid van uw kinderen, op
de
sc
h
a
k
e
l
aa
r 5 om de ruitbedienin
g
achter,
on
g
eacht de stand van de ruiten, te blokkeren.
De binnenportier
g
repen van de achterportieren
worden in dat
g
eval ook
g
eblokkeerd.
A
ls de schakelaar is in
g
edrukt
(
het lamp
j
e
brandt
)
, is de ruitbedienin
g
g
eblokkeerd. Als
de schakelaar niet is in
g
edrukt
(
het lamp
j
e is
gedoo
f
d
)
, is de ruitbediening niet geblokkeerd.

2
79
Toegang tot de auto
Resetten van de
r
u
i
t
b
e
di
en
i
n
g
Neem bi
j
het verlaten van de auto, zelfs
voor een korte periode, alti
j
d de sleutel uit
he
t
co
nt
ac
t.
Wanneer ti
j
dens het bedienen van de ruit
i
ets tussen
d
e ru
i
t en
d
e sponn
i
n
g
b
e
k
ne
ld
r
aa
k
t, moet
d
e ru
i
t weer wor
d
en
g
eopen
d
.
Druk daarvoor o
p
de desbetre
ff
ende
sc
h
a
k
e
l
aa
r.
W
a
nn
ee
r
de
bes
t
uu
r
de
r
de
r
u
it
aa
n
p
assa
g
ierszi
j
de bedient, moet deze ervan
verzekerd zi
j
n dat niets het correcte sluiten
v
a
n
de
r
u
it v
e
rhin
de
rt.
De bestuurder moet ervan verzekerd zi
j
n
d
at
d
e passa
gi
ers op
d
e
j
u
i
ste man
i
er
g
e
b
ru
ik
ma
k
en van
d
e e
l
e
k
tr
i
sc
h
e
r
u
i
t
b
e
di
en
i
n
g
.
Zorg ervoor dat kinderen zich tijdens het
bed
i
e
n
e
n v
a
n
de
r
u
it ni
e
t k
u
nn
e
n
be
z
e
r
e
n.
Al
s
d
e accu
i
s
l
os
g
e
k
oppe
ld
g
eweest, moet
d
e
ru
i
t
b
e
di
en
i
n
g
g
ereset wor
d
en.
Tijdens deze handelingen is de beveiliging
te
g
en beknellen uit
g
eschakeld:
- open de ruit volledi
g
en sluit de ruit.
Telkens als de schakelaar omhoo
g
wordt
g
etrokken, sluit de ruit enkele centimeters.
Laa
t
de
sc
h
a
k
e
l
aa
r l
os
e
n tr
e
k h
e
m
opn
i
euw om
h
oo
g
tot
d
at
d
e ru
i
t vo
ll
e
dig
i
s
g
es
l
oten,
-
h
ou
d
d
e sc
h
a
k
e
l
aar na
h
et s
l
u
i
ten no
g
m
inim
aa
l 1
seco
n
de
v
as
t.

80
Toegang tot de auto
Bagageruimte
)
O
nt
g
rendel de auto volledi
g
met de
a
fstandsbedienin
g
of de sleutel, duw op de
he
n
del
A
en open
d
e ac
h
ter
kl
ep.
V
anuit het interieur
H
ou
d
d
eze
k
nop
i
n
g
e
d
ru
k
t tot u aan
h
et
g
e
l
u
id
hoort dat de achterklep ontgrendeld is.
)
T
re
k
d
e ac
h
ter
kl
ep om
l
aa
g
met
b
e
h
u
l
p van
d
e
h
an
dg
reep aan
d
e
bi
nnenz
ijd
e.
O
p
enen
A
ls de achterklep niet
g
oed is
g
esloten bi
j
i
n
g
eschakeld h
y
brides
y
stee
m
o
f
r
i
j
dende
a
ut
o
(
snelheid boven de 10 km/uur
)
, verschi
j
nt
e
r
g
edurende enkele seconden een meldin
g
op
h
et displa
y
van het instumentenpaneel.
Sluiten

2
81
Toegang tot de auto
Elektrisch bedienbare achterklep
O
p
enen
Auto ver
g
rendeld
/
superver
g
rendeld
)
D
ru
k
o
p
d
eze
k
no
p
A
v
a
n
de
a
f
standsbediening.
A
uto ont
g
ren
d
e
ld
)
D
ru
k
op
d
e
k
nop
A
v
a
n
de
a
f
standsbedienin
g
o
f
op de knop
B
v
a
n
de
ac
h
ter
kl
e
p
.
V
anuit het interieu
r
)
Druk o
p
deze kno
p
om de achterkle
p
te ont
g
rendelen en open vervol
g
ens de
achterklep.
Wanneer u de achterkle
p
met de
afstandsbedienin
g
opent, controleer dan of niets
de bewe
g
in
g
van de achterklep kan hindere
n
.

82
Toegang tot de auto
)
Druk op deze knop
C
o
m
de
achterklep elektrisch te sluiten.
Probeer de achterklep bi
j
het sluiten niet
te
g
en te
h
ou
d
en;
hi
er
d
oor stopt
d
e ac
h
ter
kl
ep
m
et s
l
u
i
ten en
g
aat
d
eze vervo
lg
ens en
k
e
l
e
c
ent
i
meters om
h
oo
g
.
H
an
d
mat
ig
s
l
u
i
ten:
b
ewee
g
d
e ac
h
ter
kl
ep een
klein eindje omhoog en omlaag, zodat deze
ont
g
rendeld wordt, en sluit vervol
g
ens de
a
chterklep.
Zor
g
ervoor dat ti
j
dens het openen
of sluiten van de achterkle
p
niemand
i
n de buurt staat om verwondin
g
en
t
e voorkomen
.
Ti
j
dens het elektrisch openen o
f
sluiten van
de achterklep is het op elk gewenst moment
mo
g
eli
j
k de bewe
g
in
g
stil te zetten:
)
druk op de knop in het interieur, op de knop
A van de afstandsbedienin
g
of op de knop
B
o
f
C
van de achterklep.
Openen of sluiten
o
n
d
er
b
re
k
en Instellen van de
open
i
n
g
s
h
oo
g
te
Waarschuwin
g
"achterklep open"
A
ls de achterklep niet
g
oed
g
esloten is, zal,
als het h
y
brides
y
steem is in
g
eschakeld of de
auto ri
j
dt, een meldin
g
op het displa
y
van het
i
nstrumentenpanee
l
wor
d
en weer
g
e
g
even
in combinatie met een
g
eluidssi
g
naal
(
vana
f
10 km
/
h
)
.
D
e max
i
ma
l
e open
i
n
g
s
h
oo
g
te van
d
e ac
h
ter
kl
ep
k
an worden opgeslagen
(
laag pla
f
ond, ...
)
.
Deze hoo
g
te kan in twee stappen worden
op
g
esla
g
en door meerdere keren op de knop
C
t
e
d
r
u
kk
e
n:
- als ti
j
dens het openen, op het moment dat de
achterklep de
g
ewenste stand heeft bereikt,
de knop wordt in
g
edrukt, bli
jf
t de achterklep
in de desbetre
ff
ende stand staan,
- a
l
s
d
e
k
nop no
g
maa
l
s wor
d
t
i
n
g
e
d
ru
k
t, wor
d
t
de stand van de achterklep opgeslagen. Dit
wordt bevesti
g
d door een
g
eluidssi
g
naal.
O
m deze op
g
esla
g
en stand te wissen
moet de knop opnieuw in
g
edrukt worden
g
ehouden tot een
g
eluidssi
g
naal hoorbaar
i
s
.

2
83
Toegang tot de auto
Noodbedienin
g
Hiermee kan bi
j
een le
g
e accu o
f
een eventuele
s
tor
i
n
g
i
n
h
et s
y
steem van
d
e centra
l
e
ver
g
ren
d
e
li
n
g
d
e ac
h
ter
kl
ep mec
h
an
i
sc
h
ontgrendeld worden.
Ont
g
rendelen
)
Kl
ap
d
e ac
h
ter
b
an
k
naar voren om
bij
h
et
sl
ot
i
n
d
e
b
a
g
a
g
eru
i
mte te
k
omen.
)
S
t
ee
k
ee
n kl
e
in
e
sc
hr
oe
v
e
n
d
r
aa
i
e
r in
de
open
i
n
g
A
van
h
et s
l
ot om
d
e ac
h
ter
kl
e
p
te
ontgrendelen.
)
Verplaats de nok naar links.
V
er
g
rendelin
g
na het sluiten
W
anneer
d
e ac
h
ter
kl
ep weer wor
d
t
g
es
l
oten,
wordt deze weer vergrendeld als het probleem
n
iet is verholpen.

84
Toegang tot de auto
Panoramadak (SW)
U
hebt de beschikkin
g
over een panoramadak
met
g
etint
g
las, waardoor de lichtinval en het zicht
in het interieur worden ver
g
root. Het elektrisch
bedienbare zonnescherm zor
g
t voor een no
g
beter
th
e
rmi
sc
h
e
n
a
k
oes
ti
sc
h
co
mf
o
rt in h
e
t int
e
ri
eu
r.
Elektrisch bedienbaar
zonnescherm
Dit is elektrisch te bedienen met behul
p
van
e
en draaiknop.
O
p
enen
Draai de knop linksom
(
meerdere standen zi
j
n
mo
g
eli
j
k
)
.
Als er iets bekneld raakt tijdens het
bedienen van het zonnescherm, moet u
de bewe
g
in
g
van het scherm omkeren.
Draai hiervoor de draaiknop in de
j
uiste
richtin
g
.
Let er bi
j
het bedienen van het
zonnesc
h
erm op
d
at n
i
ets
h
et correcte
slui
t
e
n v
a
n
he
t
sche
rm
ka
n v
e
r
hi
n
de
r
e
n.
Z
or
g
ervoor
d
at
d
e
i
nz
i
tten
d
en
h
et
zonnescherm correct gebruiken.
Let
g
oed op de kinderen ti
j
dens het
o
penen en sluiten van het scherm.
S
luiten
Draai de knop teru
g
in zi
j
n oorspronkeli
j
ke
s
t
a
n
d
.
Als
de
s
t
a
n
d
v
a
n
he
t
sche
rm n
ie
t
o
v
e
r
ee
n
ko
mt
met
d
e stan
d
op
d
e
d
raa
ik
nop,
d
ru
k
d
an
d
e
k
nop in tot het scherm wel de
j
uiste stand hee
f
t
be
r
e
ikt.
Beveili
g
in
g
te
g
en beknellen
Als het zonnescherm bi
j
het sluiten te
g
en een
obstakel stuit, stopt het automatisch en
g
aat het
g
edeelteli
j
k, tot de 2e stand, weer open.
Al
s
h
et na een twee
d
e
k
eer no
g
n
i
et
l
u
k
t, moet
h
et s
y
steem we
lli
c
h
t
g
ereset wor
d
en.
S
y
steem resetten
N
a
h
et opn
i
euw aans
l
u
i
ten van
d
e accu
k
a
b
e
l
s
o
f
bi
j
een storin
g
in het zonnescherm ti
j
dens
het openen o
f
sluiten, moet u het systeem soms
rese
tt
e
n:
)
draai de draaiknop in de stand "volledi
g
o
penen",
)
wacht tot het zonnescherm volledi
g
is
g
eopend,
)
d
ru
k
d
e
d
raa
ik
nop
di
rect
i
n en
h
ou
d
d
eze
g
e
d
uren
d
e m
i
n
i
maa
l
d
r
i
e secon
d
en
i
n
g
e
d
ru
k
t.
A
ls het zonnescherm bi
j
het sluiten on
g
ewild
o
pen
g
aat, voer dan, zodra het zonnescherm
o
phoudt te bewe
g
en, de vol
g
ende handelin
g
en uit:
- draai de draaiknop in de stand "volledi
g
sl
u
i
ten
"
,
-
d
ru
k
d
e
d
raa
ik
nop
di
rect
i
n,
-
h
ou
d
d
e
d
raa
ik
nop
i
n
g
e
d
ru
k
t tot
h
et
zonnescherm volledig is gesloten.
T
i
j
dens deze handelin
g
en werkt de
b
eveili
g
in
g
te
g
en het beknellen niet
.

2
85
Toegang tot de auto
Brandstoftank
I
nhoud van de brandstoftank: ongeveer 72 liter
.
Als er minder dan 5 liter brandsto
f
g
etankt wordt,
w
ordt deze sti
jg
in
g
van het brandsto
f
niveau niet
w
eer
g
e
g
even op de brandsto
f
meter.
Tijdens het openen van de tankdop kan een
g
eluid van aan
g
ezo
g
en lucht hoorbaar zi
j
n.
D
it w
o
r
d
t v
e
r
oo
rz
aa
kt
doo
r
de
o
n
de
r
d
r
u
k
die ontstaat door de afdichtin
g
van het
brandstofcircuit. Dit
g
eluid is normaal.
)
Kies bi
j
het tankstation de
j
uiste brandsto
f
(
deze staat vermeld op de sticker aan de
b
innenzi
j
de van de brandsto
f
vulklep van uw
auto
)
.
)
Op
en de vuldo
p
door deze een kwart
omwentelin
g
linksom te draaien.
)
Verwi
j
der de vuldop en plaats deze op de
s
teun
(
aan de klep
)
.
O
p
enen
Indien u per vergissing de verkeerde
brandstof voor uw auto tankt, moet
de tank beslist worden af
g
etapt
v
oordat de motor kan worden
g
estart
.
- Druk op de toets.
Di
t
i
s
g
e
d
uren
d
e en
k
e
l
e m
i
nuten na
h
et
af
zetten van het contact mo
g
eli
j
k. Zet het
c
ontact no
g
een keer aan om deze
f
unctie
opnieuw te activeren
(
indien nodig
)
.
Tanken
)
Steek het vulpistool zo ver mo
g
eli
j
k in de
vu
l
open
i
n
g
en
d
ru
k
hi
er
bij
d
e meta
l
en
kl
ep
A
in.
)
Vul de brandsto
f
tank. Laat het vul
p
istool
m
aximaal drie keer a
f
slaan, aangezien er
anders storin
g
en kunnen optreden.
)
Plaats de vuldop teru
g
en sluit deze door
de dop een kwart omwentelin
g
rechtsom te
d
r
aa
i
e
n.
)
Druk de klep van de tankdop dicht.
U
w auto
i
s voorz
i
en van een
k
ata
ly
sator,
di
e
d
e
s
chadelijke bestanddelen in de uitlaatgassen
v
e
rmin
de
rt.
D
e motor moet a
l
t
ijd
worden af
g
eze
t
doo
r
het hybridesysteem
uit te schakelen
(
het
verklikkerlamp
j
e Read
y
moet zi
j
n
g
edoofd
)
om
te voorkomen dat de motor ti
j
dens het tanken
automatisch wordt
g
estart.

86
Toegang tot de auto
Minimumbrandstofniveau
Al
s
h
e
t minim
u
m
b
r
a
n
ds
t
o
fniv
eau
i
s
b
ere
ik
t,
g
aat
di
t
waarsc
h
uw
i
n
g
s
l
amp
j
e
b
ran
d
en,
i
n
c
om
bi
nat
i
e met een
g
e
l
u
id
ss
ig
naa
l
e
n een melding op het display van
het instrumenten
p
aneel.
A
ls dit lamp
j
e
g
aat branden, zit er no
g
on
g
evee
r
7 liter
brandstof in de tank.
r
Ga zo snel mo
g
eli
j
k tanken om te voorkomen
da
t
u
z
o
n
de
r
b
r
a
n
ds
t
o
f k
o
mt t
e
s
t
aa
n.
Onderbrekin
g
b
randstoftoevoe
r
Uw auto is voorzien van een beveili
g
in
g
die bi
j
e
en aanri
j
din
g
onmiddelli
j
k de brandstoftoevoer
a
f
s
l
u
it.
H
e
t v
u
ll
e
n v
a
n
de
b
r
a
n
ds
t
o
ft
a
nk m
e
t
behulp van een
j
err
y
can is wel mo
g
eli
j
k,
m
aa
r
doe
d
it m
e
t
be
l
e
i
d
.
H
oud de tuit van de
j
err
y
can recht en
druk deze niet te
g
en de klep van de
tankbeveili
g
in
g
, om ervoor te zor
g
en dat de
brandstof net
j
es in de vulopenin
g
stroomt.
Tankbeveiliging diesel
Dit mechanisme is aan
g
ebracht in auto's met een dieselmotor, waardoor het onmo
g
eli
j
k is om benzine te tanken.
H
iermee wordt schade aan de motor, ontstaan door het tanken van de verkeerde brandstof, voorkomen.
Deze voorzienin
g
, die in de tankopenin
g
is in
g
ebouwd, wordt
g
eactiveerd zodra u de
b
randsto
f
tankdop verwi
j
dert.
W
anneer u
bij
een
di
ese
l
u
i
tvoer
i
n
g
een
b
enz
i
netan
k
p
i
stoo
l
i
n
d
e tan
k
open
i
n
g
p
l
aatst,
wordt dit tegengehouden door een klep,
waardoor het ver
g
rendeld bli
jf
t en er dus niet
g
etankt kan worden.
Probeer in dat
g
eval niet toch te tanken
m
aar kies een dieseltank
p
istool
.
W
er
ki
n
g
Reizen naar het buitenland
O
mdat de tank
p
istolen voor het tanken van
Diesel
p
er land kunnen verschillen, kan de
aanwezi
g
heid van een tankbeveili
g
in
g
op de
auto er toe leiden dat tanken niet mo
g
eli
j
k is.
Wi
j
adviseren u daarom voordat u naar het
buitenland afreist bi
j
het PEUGEOT-netwerk
te in
f
ormeren o
f
uw auto
g
eschikt is om in het
desbe
tr
effe
n
de
l
a
n
d
t
e
k
u
nn
e
n t
a
nk
e
n.

2
87
DIESEL
Toegang tot de auto
Brandstofkwaliteit voor
di
ese
l
motoren
A
uto
'
s met
di
ese
l
motoren
k
unnen
p
ro
bl
eem
l
oos
rijden op biobrandsto
ff
en die aan de huidige
e
n toekomsti
g
e Europese richtli
j
nen voldoen
(
diesel die voldoet aan de richtli
j
n EN 59
0
g
emen
g
d met biobrandstof die voldoet aan de
richtli
j
n EN 14214
)
en die aan de pomp
g
etankt
kunnen worden
(
met een
g
ehalte aan meth
y
l-
e
stervetzuren van 0 tot 7
%)
.
Het
g
ebruik van biobrandsto
f
B30 is mo
g
eli
j
k
bij
b
epaa
ld
e
di
ese
l
motoren op voorwaar
d
e
d
at
de bijzondere onderhoudsvoorschri
f
ten strikt
worden na
g
elee
f
d. Raadplee
g
het PEU
G
E
O
T-
n
etwerk of een
g
ekwalificeerde werkplaats.
Het
g
ebruik van elk ander t
y
pe
(
bio
)
brandsto
f
(
zuivere of verdunde plantaardi
g
e of dierli
j
ke
olie, stookolie ...
)
is nadrukkeli
j
k verboden
(
kans op schade aan de motor en het
brandsto
f
circuit
)
.

88
Comfort
E
lektrisch verstellen
Zet, om de stoelen elektrisch te verstellen, het contact aan o
f
start de motor als de eco-modus is
ingeschakeld.
1.
Zitting kantelen en in hoogte en in
l
en
g
terichtin
g
verstelle
n
)
Licht de schakelaar aan de voorzi
j
de op
of druk deze neer om het zit
g
edeelte van
de
s
t
oe
l t
e
k
a
nt
e
l
e
n.
)
Licht de schakelaar aan de achterzi
j
de
op o
f
druk deze neer om het zit
g
edeelte
te verho
g
en o
f
te verla
g
en.
)
Bewee
g
de schakelaar naar voren o
f
naa
r
ac
ht
e
r
e
n
o
m
de
s
t
oe
l n
aa
r v
o
r
e
n
of
n
aar achteren te bewe
g
en.
2.
Kantelen van de ru
g
leunin
g
Bewee
g
de schakelaar naar voren o
f
n
aar achteren om de hellin
g
shoek van de
r
u
g
leunin
g
in te stellen.
3.
L
en
d
ensteun verste
ll
en
Di
t s
y
steem
bi
e
d
t
d
e mo
g
e
lijkh
e
id
om
ona
f
hankeli
j
k van elkaar de hoo
g
te en de
die
p
te van de lendensteun in te stellen.
N
a
h
et openen van
h
et voorport
i
er
k
an
d
e
b
e
di
en
i
n
g
van
d
e e
l
e
k
tr
i
sc
h
e verste
lli
n
g
van
d
e
bestuurdersstoel no
g
on
g
eveer een minuut worden
g
ebruikt.
O
n
g
eveer een minuut na het uitzetten van
h
et contact en in de eco-mode, wordt de bediening van de elektrische stoelverstelling uitgeschakeld.
A
ls het contact wordt aan
g
ezet, wordt de bedienin
g
van de elektrische stoelverstellin
g
weer in
g
eschakeld.
B
ed
i
e
n
de
sc
h
a
k
e
l
aa
r:
)
N
aa
r v
o
r
e
n
o
f n
aa
r
ac
ht
e
r
e
n v
oo
r m
ee
r
of
m
in
de
r
s
t
eu
n in
de
l
e
n
de
n
e
n.
)
Omhoo
g
of omlaa
g
om de drukzone van
de lendensteun omhoo
g
o
f
omlaa
g
te
b
ewe
g
en.
Voorstoelen

3
89
Comfort
O
p
slaan van zit
p
osities in
het
g
eheu
g
en
Dit s
y
steem slaat de elektrische instellin
g
en
van
d
e
b
estuur
d
ersstoe
l
,
d
e
b
u
i
tensp
i
e
g
e
l
s en
h
et
h
ea
d
-up
di
sp
l
a
y
op.
U
k
unt twee stan
d
en
ops
l
aan met
d
e toetsen aan
d
e z
ijk
ant van
d
e
bes
t
uu
r
de
r
ss
t
oe
l.
O
p
slaan van een zit
p
ositie
m
et de toetsen M
/
1
/
2
)
Ze
t
he
t
co
nt
ac
t
aa
n.
)
Z
et uw stoe
l
,
d
e
b
u
i
tensp
i
e
g
e
l
s en
h
et
head-up display in de gewenste stand.
)
Druk o
p
de toets
M
en vervol
g
ens binnen
4 seconden op de toets 1
o
f 2 .
Een
g
eluidssi
g
naal
g
eeft aan dat de
z
itpositie is op
g
esla
g
en.
Het opslaan van een andere stand annuleert de
vor
ig
e,
i
n
h
et
g
e
h
eu
g
en op
g
es
l
a
g
en stan
d
.
Oproepen van een op
g
esla
g
en z
i
t
p
os
i
t
i
e
Contact aan of draaiende motor
)
Druk kort op de toets 1
o
f
2
o
m
de
desbetreffende zitpositie op te roepen.
Een
g
eluidssi
g
naal
g
eeft aan dat de op
g
esla
g
en
zitpositie is in
g
enomen.
U
k
unt
d
e
b
ewe
gi
n
g
on
d
er
b
re
k
en
d
oor op
d
e
t
oe
t
s
M
,
1
of
2
t
e
d
r
u
kk
e
n
of
doo
r
éé
n v
a
n
de
s
c
h
a
k
e
l
aars van
d
e stoe
l
verste
lli
n
g
te
b
e
di
enen.
U kunt een zitpositie niet oproepen tijdens het
ri
j
den.
Het opvra
g
en van een op
g
esla
g
en zitpositie is
tot 45 s na het afzetten van het contact mo
g
eli
j
k.
In-/uitsta
p
functie
Deze
f
unctie ver
g
emakkeli
j
kt het in- en
uitsta
pp
en.
Z
o
sc
h
u
i
f
t
de
s
t
oe
l
au
t
o
m
a
ti
sc
h n
aa
r
ac
ht
e
r
e
n
bi
j
het afzetten van het contact of bi
j
het
o
penen van het bestuurdersportier; de stoel
bli
j
ft in deze stand staan tot u weer instapt.
Bi
j
aanzetten van het contact schuift de stoel
weer naar voren
i
n
d
e
g
epro
g
rammeer
d
e stan
d
.
Z
or
g
ervoor
d
at
h
et verp
l
aatsen van
d
e stoe
l
niet
g
ehinderd wordt door voorwerpen o
f
personen
.
Raadplee
g
het PEU
G
E
O
T-netwerk o
f
een
g
ekwalificeerde werkplaats om deze functie in
o
f
u
it t
e
sc
h
a
k
e
l
e
n.

90
Comfort
Hoo
g
te- en hoekverstellin
g
hoofdsteun
)
Hoo
f
dsteun omlaa
g
bewe
g
en: druk de knop
A
i
n tot voorbi
j
het zware punt en bewee
g
de
h
oofdsteun naar beneden tot de
g
ewenste
p
ositie is bereikt; laat vervol
g
ens de knop los.
)
Hoofdsteun omhoo
g
bewe
g
en: bewee
g
de
h
oo
f
dsteun omhoo
g
tot de
g
ewenste positie is
be
r
eik
t.
)
Hoo
f
dsteun verwi
j
deren: druk op de twee
p
allen B en trek de hoo
f
dsteun omhoog.
)
Hoo
f
dsteun teru
g
plaatsen: zet de pennen van
de hoofdsteun recht in de openin
g
en van de
r
u
g
leunin
g
. Controleer of de hoofdsteun
g
oed
v
as
tzit
doo
r
de
z
e
n
aa
r
bo
v
e
n t
e
tr
e
kk
e
n.
Voor de veili
g
heid is het
f
rame van de
hoo
f
dsteun voorzien van een blokkeers
y
steem
o
m t
e
v
oo
rk
o
m
e
n
da
t
de
h
oofds
t
eu
n z
a
kt in
het geval van een aanrijding.
D
e
j
uiste stand van de hoofdsteun is als
de bovenzi
j
de van de hoofdsteun zich ter
hoo
g
te van de bovenzi
j
de van het hoofd
bevindt
.
Ga nooit ri
j
den als de hoofdsteunen zi
j
n
verwi
j
derd. De hoo
f
dsteunen moeten zi
j
n
g
eplaatst en correct zi
j
n a
fg
esteld.
)
Met de draaiknop kan de stoelverwarming
in
g
eschakeld worden en kan een
verwarmin
g
sstand worden
g
eselecteerd:
A
ls het h
y
brides
y
steem is in
g
eschakeld, is
de stoelverwarmin
g
voor beide voorstoelen
afzonderli
j
k re
g
elbaar.
0
:
U
it.
1
: Laa
g
.
2
:
G
emiddeld.
3
:
H
oo
g
.
Bedienin
g
stoelverwarmin
g

3
91
Comfort
M
assa
g
efunctie
Deze functie zor
g
t voor een massa
g
e te
r
h
oo
g
te van de lendenen van de bestuurder. De
functie werkt alleen bi
j
draaiende motor en als
de
S
T
O
P-stand van het
S
top
&
S
tart-s
y
steem
i
s
g
eact
i
veer
d
.
Inschakelen
)
D
ru
k
op
d
eze
k
nop.
H
et ver
klikk
er
l
amp
j
e
g
aat
b
ran
d
en en
d
e
massa
g
e
f
unctie wordt voor een ti
j
dsduur van
1 uur ingeschakeld.
G
edurende deze tijdsduu
r
w
ordt de massa
g
e in c
y
cli van
6
minuten
u
it
g
evoerd
(
4 minuten massa
g
e worden
g
evol
g
d door 2 minuten rust
)
. Het s
y
steem
voert in totaal 10 c
y
cli uit.
Na een uur wordt de functie uit
g
eschakeld, het
ver
klikk
er
l
amp
j
e
g
aat
d
an u
i
t.
Uitschakelen
U kunt de massa
g
e
f
unctie op elk
g
ewenst moment u
i
tsc
h
a
k
e
l
en
d
oor
op
deze kno
p
te drukken.

92
Comfort
Achterbank
U kunt het linkerdeel
(
1
/
3
)
en
/
o
f
het rechterdeel
(
2
/
3
)
van de achterbank neerklappen om de bagageruimte te vergroten.
Hoofdsteunen buitenste
z
i
t
pl
aatsen ac
h
ter
De hoofdsteunen hebben twee standen, een ho
g
e stand
(
com
f
ort en veili
g
heid
)
en een la
g
e stand
(
zicht naar
achteren
)
. De hoo
f
dsteunen kunnen ook worden verwi
j
derd.
Verwi
j
deren van een hoofdsteun:
)
trek de hoofdsteun omhoo
g
tot aan de
a
ansla
g
,
)
d
ru
k
vervo
lg
ens
d
e pa
l
A
in.
Ga nooit ri
j
den met passa
g
iers op de
achterbank als de hoofdsteunen zi
j
n
verwi
j
derd; de hoofdsteunen moeten zi
j
n
g
eplaatst en in de ho
g
e stand staan.
N
eer
kl
a
pp
en van
d
e ac
h
ter
b
an
k
vanuit de ba
g
a
g
eruimte
Elk
g
edeelte van de achterbank
(
1
/
3 o
f
2
/
3
)
is voorzien van een a
f
zonderli
j
k
ont
g
rendelin
g
smechanisme om de ru
g
leunin
g
en de
zittin
g
vanuit de ba
g
a
g
eruimte neer te klappen.
)
Zor
g
ervoor dat de ru
g
leunin
g
on
g
ehinderd
k
an worden neer
g
eklapt
(
hoofdsteunen,
veili
g
heids
g
ordels, ...
)
,
)
zor
g
er oo
k
voor
d
at
d
e
b
ewe
gi
n
g
van
d
e
b
an
k
n
i
et
k
an wor
d
en
g
e
hi
n
d
er
d
d
oor
voorwer
p
en die zich o
p
o
f
onder de bank
bevinden,
)
trek vanuit de ba
g
a
g
eruimte aan de
ont
g
rendelin
g
en duw te
g
en de ru
g
leunin
g
.

3
93
Comfort
N
eer
kl
a
pp
en van
d
e
a
chterbank via de achterzi
j
de
Zorg ervoor dat de beweging van de bank niet
kan worden
g
ehinderd door voorwerpen die
zich op of onder de bank bevinden.
T
eru
g
p
l
aatsen van
d
e ac
h
ter
b
an
k
)
Zet de ru
g
leunin
g
rechtop en ver
g
rendel
deze, de zittin
g
komt dan vanzelf op zi
j
n
pl
aats,
)
controleer o
f
het rode vlak ter hoo
g
te van
ont
g
ren
d
e
li
n
g
1
n
i
et meer z
i
c
h
t
b
aar
i
s,
)
zet de hoo
f
dsteunen weer in de hoogste
stand o
f
plaats deze teru
g
.
)
Schuif de voorstoel indien nodi
g
naar
voren
,
)
controleer o
f
de veili
g
heids
g
ordel lan
g
s de
r
an
d
van
d
e ru
gl
eun
i
n
g
l
oopt,
)
zet de hoo
f
dsteunen in de laa
g
ste stand o
f
verwijder deze indien nodig,
)
tr
e
k
de
h
e
n
de
l 1 n
aa
r v
o
r
e
n
o
m
de
r
u
g
leunin
g
2
te ont
g
rendelen en klap deze
vervo
lg
ens naar voren.
L
et erop
d
at
bij
h
et teru
g
p
l
aatsen van
d
e
achterbank de veili
g
heids
g
ordels niet klem
komen te zitten en dat de
g
esphouders op de
j
uiste plek komen te zitten.

94
Comfort
Spiegels
De verstelbare buitenspie
g
els zor
g
en voor
h
et
b
eno
digd
e z
i
c
h
t naar ac
h
teren
bij
een
inhaalmanoeuvre o
f
het parkeren van de
a
uto.
D
e
b
u
i
tensp
i
e
g
e
l
s
k
unnen oo
k
wor
d
en
ingeklapt voor het parkeren in een smalle
s
tr
aa
t.
Buitenspie
g
els
Als de buitenspiegels zijn ingeklapt met behulp
v
a
n
de
schakelaa
r
A
,
wor
d
en ze n
i
et automat
i
sc
h
uit
g
eklapt als de auto wordt ont
g
rendeld. Trek
no
g
maa
l
s
d
e sc
h
a
k
e
l
aar
A
naar achteren om de
A
buitenspie
g
els uit te klappen.
H
et automat
i
sc
h
i
n- en u
i
t
kl
appen van
d
e
b
u
i
tensp
i
e
g
e
l
s
k
an wor
d
en
g
e
d
eact
i
veer
d
door het PEU
G
E
O
T-netwerk o
f
door een
g
ekwali
f
iceerde werkplaats.
Klap de buitenspie
g
els in als u uw auto
in
ee
n
au
t
o
m
a
ti
sc
h
e
au
t
o
w
ass
tr
aa
t l
aa
t
w
asse
n.
D
e waargenomen objecten in de
b
uitenspiegels lijken verder a
f
dan ze in
w
erkelijkheid zijn.
Hiermee moet rekening worden
g
ehouden om de a
f
stand ten opzichte va
n
a
chteropkomend verkeer
g
oed in te schatten.
Ontwasemin
g
- ontdooiin
g
A
ls uw auto voorzien is van spie
g
elverwarmin
g
,
kunt u deze inschakelen door o
p
de toets
van de achterruitverwarmin
g
te drukken
(
zie para
g
raaf "
O
ntwasemin
g
-
O
ntdooiin
g
a
chterruit"
)
.
V
erste
ll
en
)
Z
et
d
e
k
no
p
A
n
aa
r link
s
of
r
ec
ht
s
o
m
de
desbetre
ff
ende spiegel te selecteren.
)
Duw de kno
p
B
in de 4 richtin
g
en om de
s
pie
g
el af te stellen.
)
Zet de knop
A
w
ee
r in h
e
t mi
dde
n.
Inkla
pp
en
- Automatisch: vergrendel de auto met de
af
standsbedienin
g
o
f
de sleutel.
- Handmati
g
: trek bi
j
aan
g
ezet contact de
sc
h
a
k
e
l
aa
r
A
n
aa
r
ac
ht
e
r
e
n.
Ui
t
kl
a
pp
en
-
A
utomat
i
sc
h
: ont
g
ren
d
e
l
d
e auto met
d
e
af
standsbediening o
f
de sleutel.
- Handmati
g
: trek bi
j
aan
g
ezet contact de
sc
h
a
k
e
l
aa
r
A
n
aa
r
ac
ht
e
r
e
n.
D
e ac
h
terru
i
tverwarm
i
n
g
wer
k
t u
i
ts
l
u
i
ten
d
a
l
s
h
et hybridesysteem is ingeschakeld.

3
95
Comfort
Automatisch kantelen
buitenspie
g
els bi
j
het
a
chteruitri
j
den
De buitenspie
g
els kunnen bi
j
het achteruit
i
npar
k
eren naar
d
e
g
ron
d
wor
d
en
g
er
i
c
h
t.
Pro
g
rammeren
)
Schakel bi
j
draaiende motor de
a
chteruitversnellin
g
in.
)
Selecteer en verstel achtereenvol
g
ens de
linker en rechter buitenspie
g
el.
D
e
i
n
g
este
ld
e stan
d
en wor
d
en
di
rect
op
g
es
l
a
g
en.
Inschakelen
)
Schakel bi
j
draaiende motor de
achteruitversnellin
g
in.
)
Bewee
g
de schakelaar
A
n
aa
r r
ec
ht
s
o
f
l
inks om de desbetre
ff
ende buitenspie
g
el
t
e
selec
t
e
r
e
n.
D
e
g
ese
l
ecteer
d
e
b
u
i
tensp
i
e
g
e
l
wor
d
t
i
n
d
e
geprogrammeerde stand gericht.
Ui
tsc
h
a
k
e
l
en
)
H
aa
l
d
e versne
lli
n
g
s
b
a
k
u
i
t
d
e
ac
h
teru
i
tversne
lli
n
g
en wac
h
t t
i
en
seco
n
de
n.
of
)
Z
e
t
de
sc
h
a
k
e
l
aa
r
A
in
de
mi
dde
l
s
t
e
s
t
a
n
d
.
De buitenspie
g
el keert teru
g
naar de
oorspronkeli
j
ke stand.
D
e
b
u
i
tensp
i
e
g
e
l
k
eert oo
k
teru
g
naar
d
e
oorspron
k
e
lijk
e stan
d
:
- zodra sneller wordt
g
ereden dan 10 km
/
h,
- als de motor wordt a
fg
ezet.

96
Comfort
A
utomat
i
sc
h
di
mmen
d
e
bi
nnensp
i
e
g
e
l
Dankzi
j
een sensor die de hoeveelheid licht die
vanaf de achterzi
j
de van de auto op de spie
g
el
valt meet,
g
aat de binnenspie
g
el
g
eleideli
j
k en
automat
i
sc
h
over van
d
e
d
a
g
-
i
n
d
e nac
h
tstan
d
.
Verstelbare spiegel voor het zicht recht achter
de
au
t
o
.
De binnenspie
g
el is voorzien van een
n
achtstand waardoor de spie
g
el donkerde
r
w
o
r
d
t
e
n
de
bes
t
uu
r
de
r min
de
r hin
de
r
o
n
de
rvin
d
t
van de koplampverlichtin
g
van achteropkomend
verkeer, zon ...
(
antiverblindin
g
sstand
)
.
Binnenspie
g
el
Binnenspie
g
el met handbediende
da
g
-
/
nachtstand
V
erstellen
)
S
tel de spie
g
el af als deze in de da
g
stand staat.
Da
g
-
/
nachtstand
)
Trek aan het hendelt
j
e om de spie
g
el in de
nac
ht
s
t
a
n
d
t
e
z
e
tt
e
n.
)
Duw het hendelt
j
e naar voren om de
sp
i
e
g
e
l
teru
g
te zetten
i
n
d
e
d
a
g
stan
d
.Zodra de achteruitversnellin
g
wordt
i
n
g
eschakeld, wordt de spie
g
el in de
da
g
stand
g
ezet voor een maximaal
z
i
c
ht n
aa
r
ac
ht
e
r
e
n.
Stuurwielverstelling
)
Zor
g
dat de auto stilstaa
t
e
n
du
w
de hendel omlaa
g
om het stuurwiel te
ont
g
ren
d
e
l
en.
)
V
erste
l
h
et stuurw
i
e
l
i
n
h
oo
g
te en
di
epte
voor een opt
i
ma
l
e z
i
t
h
ou
di
n
g
.
)
Tr
e
k
aa
n
de
h
e
n
de
l
o
m h
e
t
s
t
uu
rwi
e
l t
e
ver
g
rendelen.
Voer deze handelin
g
en om
veili
g
heidsredenen uitsluitend uit bi
j
s
til
s
t
aa
n
de
au
t
o
.
O
m veili
g
heidsrdenen moeten de
s
piegels zo zijn ingesteld dat de
"dode hoek" zo klein mo
g
eli
j
k is.

3
97
Comfort
Indeling interieur
1.
G
ekoeld dashboardkast
je
Het dashboardkastje is voorzien van een
ventilatieopenin
g
die met een draaiknop
kan worden af
g
esloten. Via deze openin
g
wordt koude lucht toe
g
evoerd.
2.
We
g
klapbare bekerhouder
s
Druk op het deksel om de bekerhouder te
openen
.
3.
Ui
tneem
b
are as
b
a
k
D
ru
k
o
p
h
et
d
e
k
se
l
om
d
e as
b
a
k
te o
p
enen.
Asbak legen: trek de asbak omhoog om
deze te verwi
j
deren.
4.
M
untenva
k
5
.
P
eu
g
eot Connect SO
S
,
Peu
g
eot
Connect Assistanc
e
6
.
M
iddenarmsteun vóó
r
7.
1
2V-aansluitin
g
en vóór
(
120 W
)
H
ou
d
u aan
h
et max
i
maa
l
toe
g
estane
vermo
g
en om sc
h
a
d
e aan uw apparatuur te
v
oo
rk
o
m
e
n.
8.
P
eu
g
eot Connect USB

98
Comfort
Matten
De matten zijn uitneembaar en beschermen de vloerbedekking van de auto.
G
ebruik, wanneer u een nieuwe mat
bevesti
g
t aan bestuurderszi
j
de, uitsluitend de
bevesti
g
in
g
en uit het bi
jg
eleverde zak
j
e.
De overi
g
e matten worden
g
ewoon op de
vloerbedekkin
g
g
ele
g
d.
Bevesti
g
en
V
erwi
j
deren
Verwi
j
deren van de mat aan de
bestuurderszi
j
de:
)
zet de stoel in de achterste stand,
)
maak de bevesti
g
in
g
en los,
)
verw
ijd
er vervo
lg
ens
d
e mat.
Teru
g
plaatsen
Teru
g
plaatsen van de mat aan de
b
estuurderszi
j
de:
)
le
g
de mat
g
oed op zi
j
n plaats,
)
druk de bevesti
g
in
g
en vast,
)
controleer of de mat
g
oed vastzit.
O
m te voorkomen dat de pedalen bli
j
ven
h
an
g
en:
-
g
e
b
ru
ik
u
i
ts
l
u
i
ten
d
matten
di
e op
d
e
b
evestigingen van de auto passen;
het
g
ebruik van deze bevesti
g
in
g
en is
verplicht.
-
g
ebruik nooit meer dan één mat pe
r
plaats.
Bi
j
g
ebruik van niet door PEUGEOT
g
oe
dg
e
k
eur
d
e matten
k
an
d
e
b
e
di
en
i
n
g
van
d
e pe
d
a
l
en wor
d
en
g
e
hi
n
d
er
d
en
k
an
de werkin
g
van de snelheidsre
g
elaar
/
-
begrenzer negatie
f
worden beïnvloed.
)
Klap de middenarmsteun achter omlaa
g
voor een optimaal zitcomfort.
De armsteun is bi
j
bepaalde uitvoerin
g
en
voorzien van bekerhouders. Tevens hebt u
,
als
d
e armsteun
i
s neer
g
e
kl
apt, toe
g
an
g
tot
h
et
skiluik
.
Middenarmsteun achter

3
99
Comfort
Peugeot Connect USB - USB-box
Deze aansluitmodule, die bestaat uit een
J
ACK-aansluitin
g
en een USB-poort, bevindt
z
ich in de armsteun vóór
(
onder het deksel
)
.
Hierop kunt u draa
g
bare apparatuur aansluiten,
zoals
ee
n
iPod
®
o
f
een
US
B-stick.
D
an
k
z
ij
d
e aans
l
u
i
tmo
d
u
l
e
k
unt u
d
e
a
u
di
o
b
estan
d
en op uw
d
raa
gb
are apparatuur
beluisteren via de luids
p
rekers van uw
au
t
o
r
ad
i
o
.
U kunt deze bestanden beheren met de toetsen
op het stuurwiel of het bedienin
g
spaneel van
de autoradio en ze weer
g
even op het displa
y
van het instrumentenpaneel.
Ti
j
dens het
g
ebruik van de USB-poort kan de
draa
g
bare apparatuur automatisch worden
o
p
g
eladen.
Raadpleeg voor meer in
f
ormatie over
het
g
ebruik van deze uitrustin
g
de
r
ub
ri
e
k "A
ud
i
o
e
n
da
t
aco
mm
u
ni
ca
ti
e
".
Skiluik
Het skiluik kan worden
g
ebruikt voor het
vervoeren van lan
g
e voorwerpen.
O
p
enen
)
Klap de middenarmsteun omlaa
g
.
)
D
ru
k
op
d
e ont
g
ren
d
e
li
n
g
s
k
nop van
h
et
luik
.
)
Laa
t
he
t
skiluik
z
akke
n.
)
S
teek voorwerpen vanuit de bagageruimte
doo
r h
e
t
s
kil
u
ik.

100
Comfort
Indeling van de bagageruimte
1.
Ba
g
a
g
eruimteverlichtin
g
2.
Schakelaars voor neerkla
pp
en
zit
p
laatsen achter
3.
Inkla
p
bare haken
4.
12V-aansluitin
g
(
maximaal 120 W
)
5.
Opber
g
vakken
Hierin zi
j
n het sleepoo
g
, het wielblok
(
om
te voorkomen dat de auto wegrolt
)
en de
bandenreparatieset op
g
ebor
g
en
(
vol
g
ens
u
itvoerin
g
en land van bestemmin
g)
.
6
.
Ba
g
a
g
eafdekkin
g
(
zie vol
g
ende pa
g
ina
)
.
7
.
S
j
oro
g
en
Pak de rin
g
en één voor één en le
g
ze in de
g
eleiderail .
Verplaats de rin
g
in de
g
ewenste positie
door op de knop te duwen.

3
101
Comfort
Ventilatie van de tractiebatterij
Dit s
y
steem werkt niet permanent. Het past
de
m
a
t
e
v
a
n v
e
nt
ila
t
ie
au
t
o
m
a
t
isch
aa
n
de
behoe
f
te van de tractiebatteri
j
aan.
D
e wer
ki
n
g
van
h
et s
y
steem
k
an ac
h
ter
i
n
h
oorbaar zijn, zel
f
s als de auto na het rijden
s
til
s
t
aa
t.
A
ls deze aanzui
g
openin
g
verstopt is, kan
de tractiebatteri
j
oververhit en daardoo
r
beschadi
g
d raken. Dit kan een nadeli
g
e
ffect hebben op de prestaties van het
hyb
r
id
es
y
steem.
De tractiebatteri
j
is voorzien van een
luchtkoelin
g
ss
y
steem dat bestaat uit een
luchtaanzui
g
openin
g
(
op de hoedenplank
)
en
e
en ventilator
(
onder de ba
g
a
g
eruimtebekledin
g
links
)
.
O
m ervoor te zor
g
en dat de
tract
i
e
b
atter
ij
opt
i
maa
l
k
an wer
k
en,
di
ent u
d
e vo
lg
en
d
e aan
b
eve
li
n
g
en
i
n
ac
ht t
e
n
e
m
e
n:
- houd de aanzui
g
openin
g
vri
j
van
vreemde voorwerpen, zodat de
tractiebatteri
j
niet oververhit kan
r
aken waardoor de prestaties van
h
et h
y
brides
y
steem afnemen,
- mors
g
een vloeisto
f
, de accu zou
hi
er
d
oor
b
esc
h
a
digd
k
unnen ra
k
en.

102
Comfort
Bagageafdekscherm
O
p
rollen
V
erwi
j
deren Plaatsen
)
D
ru
k
voorz
i
c
h
t
ig
d
e ver
g
ren
d
e
li
n
g
(
PRE
SS)
in, het ba
g
a
g
ea
f
dekscherm wordt
a
utomatisch opgerold.
De
f
la
p
A
kan lan
g
s de leunin
g
van de
a
chterbank worden neer
g
eklapt.
)
K
n
ij
p
d
e
b
e
di
en
i
n
g
1
i
n
e
n
lich
t
he
t
ba
g
a
g
ea
f
dekscherm eerst aan het rechter
u
iteinde o
p
, daarna aan het linker uiteinde
e
n verwi
j
der het.
)
Plaa
t
s
he
t
li
n
ke
r
ui
t
ei
n
de
v
a
n
he
t
opro
l
mec
h
an
i
sme
i
n
d
e u
i
tspar
i
n
g
B
ach
t
e
r
de
ac
ht
e
r
ba
nk.
)
Kni
j
p de bedienin
g
1v
a
n h
e
t
oprolmechanisme in en bevesti
g
het in de
uitsparin
g
C
r
ec
ht
s
.
)
Laat de bedienin
g
los om het
ba
g
a
g
eafdekscherm te bevesti
g
en.
)
Rol het ba
g
a
g
ea
f
dekscherm a
f
tot het vast
k
an wor
d
en
g
ezet aan
d
e ac
h
terst
ijl
.

3
103
Comfort
Gevarendriehoek (opbergen)
Trek voordat u uit de auto stapt om
de
g
evarendriehoek uit te vouwen
e
n te plaatsen uw reflecterende
veili
g
heidsvest aan.
De op
g
evouwen
g
evarendriehoek
(
o
f
de koker
)
m
oet de vol
g
ende a
f
metin
g
en hebben:
-
A
: lengte =
4
3
8
mm
,
-
B
: hoo
g
te = 56
mm
,
- C:
b
r
eed
t
e
=
3
8
mm
.
Raadplee
g
voor
g
ebruik van de
g
evarendriehoek de
g
ebruiksaanwi
j
zin
g
van de
f
ab
rik
a
nt.
)
Draai aan de knop om het deksel te
verwi
j
deren.
)
Houd het deksel en de
g
evarendriehoek
te
g
en om te voor
k
omen
d
at ze va
ll
en.
In de binnenbekledin
g
van het kofferdeksel is
p
laats voor een op
g
evouwen
g
evarendriehoek,
a
l
da
n ni
e
t in
ee
n k
o
k
e
r.
Op de we
g
plaatsen van de
g
evaren
d
r
i
e
h
oe
k
P
laatsin
g
safstand
(
in meter
)
B
innenwe
g
Snelwe
g
Overda
g
'
s
N
ac
h
ts
50
m
80
m 1
50
m
D
eze waar
d
en z
ij
n
g
e
b
aseer
d
op
i
nternat
i
ona
l
e r
i
c
h
t
lij
nen.
H
ou
d
u
bij
h
et p
l
aatsen van
d
e
g
evaren
d
r
i
e
h
oe
k
aan
d
e ter p
l
aatse
g
eldende wetteli
j
ke voorschri
f
ten.
De
g
evarendriehoek is leverbaar als
accessoire, raadplee
g
het PEUGEOT-netwerk
of
een
g
ekwali
f
iceerde werkplaats.
)
Pl
aats
d
e
g
evaren
d
r
i
e
h
oe
k
ac
h
ter
d
e
auto o
p
de in de onderstaande tabel
aan
g
e
g
even a
f
stand, a
f
hankeli
j
k van het
we
g
t
y
pe en de hoeveelheid buitenlicht.

104
Comfort
Bagagenet voor hoge belading
Het net, dat aan de specifieke bovenste en
onderste bevesti
g
in
g
en wordt vast
g
emaakt,
zor
g
t ervoor dat de auto tot aan het dak kan
w
o
r
de
n
be
l
ade
n:
- achter de voorstoelen
(
1e zitri
j)
wanneer de
a
c
h
ter
b
an
k
i
s neer
g
e
kl
apt,
- achter de achterbank
(
2e zitri
j)
.
Kla
p
de achterbank niet o
p
wannee
r
de oprolautomaat van het net op
de ru
g
leunin
g
van de neer
g
eklapte
g
achterbank is bevesti
g
d.
)
p
l
aats
d
e opro
l
automaat van
h
et net
b
oven
de twee rails
(
op de achterzi
j
de van de
neergeklapte achterbank
)
,
)
de twee inkepin
g
en
A
m
oe
t
e
n
bo
v
e
n
de
tw
ee
r
a
il
s
B zi
j
n
g
eplaatst. Schuif de twee
r
a
il
s
B
in de inkepin
g
en
A
e
n
d
r
u
k
de
o
prolautomaat
(
in len
g
terichtin
g)
van rechts
naar links om deze te blokkeren
,
)
controleer o
f
het net
g
oed is vast
g
emaakt
e
n
g
oe
d
g
espannen
i
s,
)
kl
ap
d
e ac
h
ter
b
an
k
neer,
)
ro
l
h
et
b
a
g
a
g
enet voor
h
o
g
e
b
e
l
a
di
n
g
u
i
t
zonder het strak te s
p
annen,
)
p
laats een van de uiteinden van de metalen
s
tan
g
van het net in de desbetreffende
bovenste bevesti
g
in
g
1
,
)
trek aan de metalen stan
g
van het net om
he
t
a
n
de
r
e
u
it
e
in
de
in
de
a
n
de
r
e
bo
v
e
n
s
t
e
b
evest
igi
n
g
1
te p
l
aatsen.
1
e
z
i
tr
ij

3
105
Comfort
)
rol de ba
g
a
g
eafdekkin
g
op en verwi
j
der deze
vervo
lg
ens,
)
p
l
aats
h
et
li
n
k
er u
i
te
i
n
d
e van
d
e opro
l
automaat
2
in de steun van de ba
g
a
g
ea
f
dekkin
g
,
)
p
laats het rechter uiteinde van de
o
p
rolautomaat 2 in
de
s
t
eu
n v
a
n
de
ba
g
a
g
eafdekkin
g
, ver
g
rendel deze vervol
g
ens
(
rode markerin
g)
,
)
rol het ba
g
a
g
enet voor ho
g
e beladin
g
vana
f
de achterbank uit, duw er daarbi
j
te
g
enaan om
h
et net
l
os te ma
k
en u
i
t
d
e
b
evest
igi
n
g
s
h
a
k
en,
)
plaats een van de uiteinden van de metalen
stan
g
van het net in de desbetre
ff
ende
b
ovenste
b
evest
igi
n
g
3
,
)
tre
k
aan
d
e meta
l
en stan
g
van
h
et net en
p
laats het andere uiteinde in de andere
b
ovenste bevesti
g
in
g
3
,
)
controleer of het net
g
oed is vast
g
emaakt
e
n
g
oed
g
espannen is.
2
e
zitri
j

106
Comfort
Verwarming en ventilatie
De lucht in het interieur wordt ge
f
ilterd
e
n wordt van buitena
f
toe
g
evoerd via het
luchtrooster onder de voorruit, of in het interieu
r
g
erecirculeerd.
B
e
di
en
i
n
g
spanee
l
De lucht kan a
f
hankeli
j
k van de instellin
g
en
van de bestuurder, voorpassagier o
f
a
chterpassa
g
iers
(
a
f
hankeli
j
k van het
uitrustin
g
sniveau
)
via verschillende circuits
worden toe
g
evoerd.
Stel de temperatuurre
g
elin
g
in: de lucht van de
verschillende circuits wordt
g
emen
g
d om het
g
ewenste com
f
ortniveau te bereiken.
S
tel de luchtverdelin
g
in met de desbetre
ff
ende
(
combinatie van
)
toetsen: de lucht wordt via de
gewenste uitstroomopeningen verdeeld.
S
tel de luchtopbren
g
st in: de aan
j
a
g
ersnelheid
wordt verhoo
g
d of verlaa
g
d.
De bedienin
g
sschakelaars bevinden zich op
h
et paneel
A
v
a
n
de
mi
dde
n
co
n
so
l
e
.
1.
Uitstroomopenin
g
en voor het ontdooien o
f
o
ntw
ase
m
e
n v
a
n
de
v
oo
rr
ui
t.
2.
Uitstroomopenin
g
en voor het ontdooien o
f
o
ntwasemen van de zijruiten.
3.
A
fs
l
u
it
ba
r
e
e
n v
e
r
s
t
e
l
ba
r
e
zi
j
ventilatieroosters.
4.
Af
s
l
u
it
ba
r
e
e
n v
e
r
s
t
e
l
ba
r
e
mi
dde
l
s
t
e
v
e
ntil
a
ti
e
r
oos
t
e
r
s
.
5
.
Ui
tstroomopen
i
n
g
en
b
eenru
i
mte
voorpassa
gi
ers.
6
.
A
fs
l
u
it
ba
r
e
e
n v
e
r
s
t
e
l
ba
r
e
v
e
ntil
a
ti
e
r
oos
t
e
r
s
voor de achterpassa
g
iers.
7
.
Uitstroomopenin
g
en beenruimte
a
chterpassa
g
iers.
Luc
h
tver
d
e
li
n
g
De ventilatie zor
g
t voor een optimaal com
f
ort
e
n z
ich
t
i
n
he
t
i
nt
e
r
ieu
r.

3
107
Comfort
Neem voor een optimale werkin
g
van de verwarmin
g
, ventilatie en airconditionin
g
de vol
g
ende
g
ebruiksadviezen in acht :
)
Als de binnentemperatuur zeer hoo
g
bli
j
ft nadat de auto lan
g
in de zon heeft
g
estaan, kunt u
h
et passa
gi
erscompart
i
ment
k
ort vent
il
eren.
Z
et
d
e
k
nop van
d
e
l
uc
h
top
b
ren
g
st zo
d
an
ig
d
at
d
e
i
nter
i
eur
l
uc
h
t
g
oe
d
ververst wor
d
t.
)
L
et erop
d
at voor een
g
e
lijk
mat
ig
e ver
d
e
li
n
g
van
d
e
l
uc
h
t naar
h
et
i
nter
i
eur
d
e
uitstroomopening onder de voorruit, de verschillende luchtkanalen, ventilatieroosters en
o
veri
g
e uitstroomopenin
g
en en de ventilatieopenin
g
in de ba
g
a
g
eruimte vri
j
bli
j
ven.
)
Kies onder normale omstandi
g
heden alti
j
d voor de toevoer van buitenlucht; bi
j
lan
g
duri
g
g
ebruik van de luchtrecirculatie in het interieur kunnen de voorruit en de zi
j
ruiten beslaan.
)
Let erop dat de zonnesensor op het dashboard niet wordt af
g
edekt. Deze sensor dient voor
de re
g
elin
g
van de automatische airconditionin
g
.
)
Zet de airconditionin
g
1 tot 2 keer per maand 5 tot 10 minuten aan om het s
y
steem in per
f
ecte
s
t
aa
t t
e
houde
n.
)
C
ontroleer re
g
elmati
g
de staat van het interieur
f
ilter en laat de
f
ilterelementen periodiek
vervangen
(
zie het hoo
f
dstuk "
C
ontroles"
)
.
Wi
j
raden u een
g
ecombineerd interieur
f
ilter aan. Dankzi
j
het speciale toe
g
evoe
g
de actieve
filter draa
g
t het bi
j
tot een
g
ezuiverde lucht voor de inzittenden en een schoon interieur
(
verminderin
g
van aller
g
ische reacties, stank en vetaansla
g)
.
)
Als de airconditionin
g
werkt,
g
ebruikt deze een klein deel van het motorvermo
g
en. Dit heeft
e
en ho
g
er brandstofverbruik tot
g
evol
g
.
Bi
j
een zware belastin
g
van de motor
(
trekken van een aanhan
g
er op een steile hellin
g
bi
j
e
en ho
g
e buitentemperatuur
)
kan de airconditionin
g
ti
j
deli
j
k worden uit
g
eschakeld voor een
op
t
i
ma
l
e tre
kk
rac
h
t van
d
e motor.
C
ondensvorming in de airconditioning kan ertoe leiden dat er zich een klein plasje water
o
nder de auto vormt. Dit is een normaal verschi
j
nsel.
)
Laat de airconditionin
g
re
g
elmati
g
controleren om het s
y
steem in perfecte staat te houden.
)
Gebruik de airconditionin
g
niet als deze niet koelt en raadplee
g
het PEUGE
O
T-netwerk of een
g
ekwalificeerde werkplaats.
G
ebruiksadviezen voor de verwarmin
g
, ventilatie en airconditionin
g
Het airconditionin
g
ss
y
steem is chloorvri
j
e
n is niet schadeli
j
k voor de ozonlaa
g
.

108
Comfort
Automatische airconditioning met gescheiden regeling
A
utomatische werkin
g
1. Automatisch pro
g
ramma
"
Comfort"
)
Druk op deze toets "AUTO". H
e
t
lamp
j
e
g
aat branden.
H
et
i
s raa
d
zaam
d
eze stan
d
te
g
e
b
ru
ik
en:
h
et s
y
steem re
g
e
l
t
d
e temperatuur,
d
e
l
uc
h
top
b
ren
g
st,
d
e
l
uc
h
tver
d
e
li
n
g
naar
de
luch
tr
oos
t
e
r
s
e
n
de
luch
tr
eci
r
cula
t
ie
a
utomatisch en o
p
timaal aan de hand van de
door u in
g
estelde waarde.
Het s
y
steem kan ti
j
dens alle seizoenen effectie
f
g
ebruikt worden, mits de ruiten zi
j
n
g
esloten.
O
m bi
j
koude motor de toevoer van
k
oude lucht te beperken, wordt de
a
an
j
a
g
erre
g
elin
g
g
eleideli
j
k op het
optimale niveau
g
ebracht.
Bij
k
ou
d
weer wor
d
t
d
e warme
l
uc
h
t
ui
ts
l
u
i
ten
d
naar
d
e voorru
i
t,
d
e z
ij
ru
i
ten
en
d
e
b
eenru
i
mte van
d
e passa
gi
ers
v
e
r
dee
l
d
.
2 - 3. Re
g
elin
g
bestuurders-
/
p
assa
g
ierszi
j
de
De bestuurder en de voorpassa
g
ier kunnen de
temperatuur afzonderli
j
k naar wens instellen.
De op het displa
y
weer
g
e
g
even waarde heeft
betrekkin
g
op een bepaald com
f
ortniveau en
ni
et op
d
e wer
k
e
lijk
e temperatuur
i
n
g
ra
d
en
Ce
l
s
i
us
of
F
a
hr
e
nh
e
it.
)
Draai de knop 2
o
f
3
n
aa
r link
s
(
blauw
)
of naar rechts
(
rood
)
om
deze waarde te verla
g
en of te
ver
h
o
g
en.
Voor een optimaal comfort wordt de waarde
21 aanbevolen. Niettemin is afhankeli
j
k
van uw wensen een a
f
stellin
g
tussen 18 en
24
g
ebruikeli
j
k.
Voor een o
p
timaal com
f
ort is het raadzaam
dat het verschil in instelling links en rechts niet
m
eer dan 3 bedraa
g
t.
De airconditionin
g
werkt uitsluitend als het h
y
brides
y
steem is in
g
eschakeld
(
verklikkerlamp
j
e Read
y
aan
)
.
De airconditionin
g
werkt minder doeltreffend in de elektrische ri
j
stand
(
zie rubriek EC
O
O
FF
)
.
In
de
s
t
a
n
d
ZEV
gaat het verklikkerlampje
V
v
a
n
de
t
oe
t
s
"
AUTO
"
" ni
e
t
b
r
a
n
de
n.

3
109
Comfort
Al
s
d
e temperatuur
i
n
d
e auto
bij
het instappen veel la
g
er o
f
ho
g
er
is dan de in
g
estelde waarde, hee
f
t
h
et
g
een z
i
n om voor
h
et
g
ewenste
c
om
f
ort de ingestelde waarde te
wi
j
zi
g
en. Het s
y
steem compenseert
automatisch en zo snel mo
g
eli
j
k het
temperatuurverschil.
4
. Automatisch pro
g
ramma
"
Zicht"
O
m h
e
t int
e
ri
eu
r m
a
xim
aa
l t
e
v
e
rk
oe
l
e
n
o
f
te verwarmen is het mo
g
eli
j
k de
minim
a
l
e
w
aa
r
de
14
of
de
m
a
xim
a
l
e
waarde
28
te overschri
j
den.
)
Draai de knop
2
o
f
3
n
aa
r link
s
t
o
t
da
t
"
LO" verschi
j
nt of naar
r
ec
ht
s
t
o
t
da
t
"
HI" verschi
j
nt.
Zie para
g
raaf "
O
ntwasemin
g
-
ontdooiin
g
vóór".
)
Druk op deze toets om de instellin
g
en
van de passa
g
ierszi
j
de af te stemmen
op die van de bestuurderszi
j
de
(
centrale re
g
elin
g)
. Het lamp
j
e van de
toets
g
aat branden.
Al
naar
g
e
l
an
g
uw wensen
k
unt u
d
e
automat
i
sc
h
e
b
e
di
en
i
n
g
van
h
et s
y
steem
handmati
g
aanpassen. De overi
g
e
f
uncties
worden automatisch
g
ere
g
eld.
)
Druk o
p
de toets "AUTO" om het s
y
steem
weer volledi
g
automatisch te laten
f
u
n
c
ti
o
n
e
r
e
n.
Handmati
g
instellen
5. Centrale re
g
elin
g
/
g
escheiden
r
e
g
elin
g
De airconditionin
g
f
unctioneert, als
d
e ru
i
ten
g
es
l
oten z
ij
n, opt
i
maa
l
i
n e
lk
se
iz
oe
n.
6. Airconditionin
g
aan
/
uit
Dit s
y
steem maakt het mo
g
eli
j
k om:
- in de zomer de temperatuur in het interieur
te verla
g
en,
- in de winter, bij temperaturen hoger dan
3
°C
, de ruiten sneller te ontwasemen.
7. Maximale werkin
g
airconditionin
g
Als u de temperatuur van de lucht
in het interieur ti
j
deli
j
k wilt verla
g
en,
d
ru
k
t u op
d
eze toets;
d
e aan
d
u
idi
n
g
"
LO" wor
d
t weer
g
e
g
even.
Bij auto's met een
S
top
&
S
tart-
s
ysteem geldt dat zolang de
voorruitontwaseming in werking is, de
dieselmotor niet wordt a
f
gezet.
I
nsc
h
a
k
e
l
en
)
Druk o
p
de toets
"
A/C" , het desbetre
ff
ende
l
amp
j
e
g
aat
g
roen branden.
D
e airconditionin
g
werkt niet als de re
g
elin
g
voor de luchtopbren
g
st is uit
g
eschakeld
.
U
itschakelen
)
Druk no
g
maals op de toets
"
A/C", het
g
roene lamp
j
e doo
f
t.
Het uitschakelen van de airconditionin
g
kan
n
e
g
atieve e
ff
ecten hebben
(
vocht, condens
)
.
Druk nogmaals op de toets om terug te gaan
naar de vori
g
e instellin
g
en.

110
Comfort
8. Re
g
elin
g
luchtverdelin
g
)
Druk op de desbetreffende toets voor de
s
t
a
n
d
:
V
oorru
i
t en z
ij
ru
i
ten.
C
entrale ventilatieroosters en
z
i
j
ventilatieroosters.
B
ee
nr
u
imt
e
.
Afhankeli
j
k van uw behoeften kunt
u
twee instellin
g
en combineren o
f
d
e
d
r
i
e
i
nste
lli
n
g
en
g
ezamen
lijk
selec
t
e
r
e
n.
9. Re
g
elin
g
luchtopbren
g
st
)
Druk op deze toets
"
g
evulde ventilator"
o
m
de
l
uchtopbren
g
st te verho
g
en.
)
Druk o
p
deze toets
"le
g
e ventilator"
o
m
de
l
uchtopbren
g
st te verla
g
en.
10. Toevoer van buitenlucht
/
l
uchtrecirculatie
)
D
ru
k
op
d
eze toets
"l
e
g
e vent
il
ator
"
v
a
n
de
l
uchtopbrengst tot het symbool
van de ventilator verdwi
j
nt en
"--" wordt weer
g
e
g
even.
Uitschakelen van het s
y
steem
)
Druk op deze toets om de lucht in
he
t int
e
ri
eu
r t
e
l
a
t
e
n r
ec
ir
cu
l
e
r
e
n. H
e
t
lamp
j
e van de toets
g
aat branden.
De
luch
tr
eci
r
cula
t
ie
die
nt
o
m
de
t
oe
v
oe
r v
a
n
buitenlucht bi
j
stank en sto
f
overlast a
f
te sluiten. De
l
uc
h
trec
i
rcu
l
at
i
e wor
d
t automat
i
sc
h
i
n
g
esc
h
a
k
e
ld
als de ruitensproeiers worden geactiveerd.
Vermi
j
d het te lan
g
ri
j
den met een uit
g
eschakeld
s
y
steem om te voorkomen dat de ruiten beslaan
o
f
de
l
uc
htkw
a
lit
e
it v
e
rmin
de
rt.
Als u op de toets
"g
evulde ventilator" drukt,
wordt het s
y
steem weer in
g
eschakeld waarbi
j
de instellin
g
en van vóór de uitschakelin
g
wor
d
en toe
g
epast.
A
f
hankeli
j
k van de
g
evraa
g
de waarde wordt het
p
i
cto
g
ram van
d
e
l
uc
h
top
b
ren
g
st,
d
e vent
il
ator,
g
e
l
e
id
e
lijk
g
evu
ld
.
Alle functies van de airconditionin
g
worden dan
ui
t
g
esc
h
a
k
e
ld
.
D
e temperatuur wor
d
t
d
an n
i
et meer
g
ere
g
eld, maar er bli
jf
t een kleine luchtstroom
gehandhaa
f
d.
)
D
ru
k
d
e toets, zo
d
ra
d
e
l
uc
h
trec
i
rcu
l
at
i
e
n
iet meer nodi
g
is, no
g
maals in om de
t
oe
v
oe
r v
a
n
bu
it
e
nl
uc
ht t
e
h
e
rv
a
tt
e
n
e
n h
e
t
beslaa
n v
a
n
de
r
ui
t
e
n t
e
v
oo
r
ko
m
e
n.
He
t
lamp
j
e van de toets
g
aat uit.

3
111
Comfort
Automatische airconditioning quadrizone
Automatische werkin
g
1. Automatisch pro
g
ramma
"
Confort"
Met de standen
S
oft
/
Auto
/
Fast kunnen de
b
estuur
d
er en
d
e voorpassa
gi
er
h
et
d
oor
h
en
g
ewenste com
f
ortniveau instellen:
2. Inschakelen
/
uitschakelen van
d
e a
i
rcon
di
t
i
on
i
n
g
ac
h
te
r
3 - 4. Re
g
elin
g
aan bestuurders-
/
p
assa
gi
ersz
ijd
e
D
e
b
estuur
d
er en
d
e voorpassa
gi
er
k
unnen
d
e
temperatuur a
f
zonderli
j
k naar wens instellen.
De op het displa
y
weer
g
e
g
even waarde hee
f
t
betrekking op een bepaald com
f
ortniveau en
niet op de werkeli
j
ke temperatuur in
g
raden
C
elsius of Fahrenheit.
Voor een aan
g
enaam com
f
ort en een zo
laag mogelijk geluidsniveau, aangezien
de aan
j
a
g
ersnelheid beperkt wordt.
V
oor
h
et
b
este comprom
i
s tussen
thermisch com
f
ort en een laa
g
g
e
l
u
id
sn
i
veau.
V
oo
r
ee
n
doe
ltr
e
ff
e
n
de
e
n
d
y
namische luchttoevoer.
Druk o
p
deze toets om de
airconditionin
g
achter uit te
s
chakelen en het s
y
steem te
blokkeren.
O
p het LCD-displa
y
w
ordt een han
g
slot weer
g
e
g
even. Als de
ai
rcon
di
t
i
on
i
n
g
ac
h
ter weer wor
d
t
i
n
g
esc
h
a
k
e
ld
,
w
or
d
t
d
e automat
i
sc
h
e stan
d
g
eact
i
veer
d
en
d
e
l
aatst
i
n
g
este
ld
e waar
d
en voor
d
e temperatuu
r
toe
g
epast.
)
Draai de knop
3
of
4
n
aa
r link
s
(
blauw
)
of naar rechts
(
rood
)
om
deze waarde te verla
g
en of te
verho
g
en.
Voor een optimaal com
f
ort wordt de waarde
21 aanbevolen. Niettemin is a
f
hankeli
j
k
van uw wensen een a
f
stellin
g
tussen 18 en
24 gebruikelijk.
Voor een o
p
timaal com
f
ort is het raadzaam
dat het verschil in instellin
g
links en rechts niet
meer dan
3
bedraa
g
t.
De airconditionin
g
werkt uitsluitend als het h
y
brides
y
steem is in
g
eschakeld
(
verklikkerlamp
j
e Read
y
aan
)
.
De airconditionin
g
werkt minder doeltreffend in de elektrische ri
j
stand
(
zie rubriek EC
O
O
FF
)
.

112
Comfort
5. Automatisch pro
g
ramma
"
Zicht"
6. Centrale re
g
elin
g
/ Quadrizone
7. In-
/
uitschakelen van de
a
irconditionin
g
Handmati
g
e instellin
g
en
A
l naar
g
elan
g
uw wensen kunt u de
automat
i
sc
h
e
b
e
di
en
i
n
g
van
h
et s
y
steem
h
andmati
g
aanpassen. De overi
g
e
f
uncties
wor
d
en automat
i
sc
h
g
ere
g
e
ld
.
Druk o
p
een van de toetsen
S
o
f
t
/
Auto
/
Fast om
de
au
t
o
m
a
ti
sc
h
e
s
t
a
n
d
w
ee
r in t
e
sc
h
a
k
e
l
e
n.
A
ls de temperatuur in de auto bi
j
h
et instappen veel la
g
er of ho
g
er
is dan de in
g
estelde waarde, hee
f
t
h
et
g
een z
i
n om voor
h
et
g
ewenste
c
om
f
ort de in
g
estelde waarde te
wijzigen. Het systeem compenseert
automatisch en zo snel mo
g
eli
j
k het
temperatuurverschil.
Zie de paragraa
f
"
O
ntwaseming -
ontdooiin
g
v
óó
r".
Druk op deze toets om de instellin
g
en
van de passa
g
ierszi
j
de voor en
achter af te stemmen op die van de
bestuurderszi
j
de
(
centrale re
g
elin
g)
.
H
et lamp
j
e in de toets
g
aat branden.
De airconditioning
f
unctioneert, als
de ruiten
g
esloten zi
j
n, optimaal in elk
se
iz
oe
n.
Dit s
y
steem maakt het mo
g
eli
j
k om:
-
i
n
d
e zomer
d
e tem
p
eratuur
i
n
h
et
i
nter
i
eur
te ver
l
a
g
en,
-
i
n
d
e w
i
nter,
bij
temperaturen
h
o
g
er
d
an
3
°C
, de ruiten sneller te ontwasemen.
Inschakelen
)
Druk op de toets
"
A
/C
" , het desbetreffende
l
amp
j
e
g
aat
g
roen branden.
D
e airconditionin
g
werkt niet als de re
g
elin
g
v
oor de luchtopbren
g
st is uit
g
eschakeld
.
Ui
tsc
h
a
k
e
l
en
)
Druk nogmaals op de toets
"
A/C", het
desbetre
ff
ende
g
roene lamp
j
e doo
f
t.
Het uitschakelen van de airconditionin
g
kan
ne
g
atieve effecten hebben
(
vocht, condens
)
.
O
m het interieur maximaal te verkoelen
of
te verwarmen is het mogelijk de
minim
a
l
e
w
aa
r
de
14
of
de
m
a
xim
a
l
e
waarde 28 te overschrijden.
)
Draai de kno
p
3
of
4
link
so
m
t
o
t
"
LO" wordt weergegeven
of
r
ec
ht
so
m t
o
t "HI" w
o
r
d
t
w
eergege
v
en
.
Bi
j
auto's met een
S
top
&
S
tart-
sy
steem
g
e
ld
t
d
at zo
l
an
g
d
e
voorru
i
tontwasem
i
n
g
i
n wer
ki
n
g
i
s,
d
e
dieselmotor niet wordt a
fg
ezet.
I
n
de
s
t
a
n
d
ZEV
g
aat
h
et
ver
klikk
er
l
amp
j
e van
d
e toets
"
A/C
"
n
ie
t
b
r
a
n
de
n.

3
113
Comfort
)
Druk op deze toets
"
g
evulde ventilator"
o
m
de
l
uchtopbren
g
st te verho
g
en.
)
Druk op de desbetre
ff
ende toets voor de
s
t
a
n
d
:
V
oorru
i
t en z
ij
ru
i
ten.
C
entrale ventilatieroosters en
z
i
j
ventilatieroosters.
Bee
nr
ui
mt
e
.
Afhankeli
j
k van uw wensen kunt
u
twee instellin
g
en combineren o
f
d
e
d
r
i
e
i
nste
lli
n
g
en
g
ezamen
lijk
selec
t
e
r
e
n.
)
Druk op deze toets
"l
e
g
e vent
il
ator
"
o
m
de
l
uc
h
top
b
ren
g
st te ver
l
a
g
en.
)
Druk op deze toets
"le
g
e ventilator" v
a
n
de
l
uchtopbren
g
st tot het s
y
mbool
van de ventilator verdwi
j
nt en
"
--"
wor
d
t weer
g
e
g
even.
Automatische stand luchttoevoer
D
eze stand wordt bi
j
het pro
g
ramma
"
Comfort" standaard
g
eactiveerd.
9. Re
g
elin
g
luchtopbren
g
st
A
f
hankeli
j
k van de
g
evraa
g
de waarde wordt het
p
icto
g
ram van de luchtopbren
g
st, de ventilator,
g
eleideli
j
k
g
evuld.
Uitschakelen van het s
y
steem
Alle
f
uncties van de airconditionin
g
worden dan
u
it
g
eschakeld.
De tem
p
eratuur wordt dan niet meer
g
ere
g
eld, maar er bli
jf
t een kleine luchtstroom
g
ehandhaa
f
d.
Vermi
j
d het te lan
g
ri
j
den met een uit
g
eschakeld
s
y
steem om te voorkomen dat de ruiten beslaan
o
f
de luchtkwaliteit vermindert. Als u o
p
de toets
"
g
evulde ventilator" drukt, wordt het s
y
steem
w
eer in
g
eschakeld waarbi
j
de instellin
g
en van
v
óó
r de uitschakelin
g
worden toe
g
epast.
10. Toevoer van buitenlucht/
l
uchtrecirculatie
De
luch
tr
eci
r
cula
t
ie
die
nt
o
m
de
t
oe
v
oe
r v
a
n
buitenlucht bij stank en sto
f
overlast a
f
te
s
l
u
it
e
n. D
e
l
uc
htr
ec
ir
cu
l
a
ti
e
w
o
r
d
t
au
t
o
m
a
ti
sc
h
in
g
eschakeld als de ruitensproeiers worden
g
eactiveerd. De luchtrecirculatie wordt bi
j
temperaturen la
g
er dan 5°C niet in
g
eschakeld
o
m t
e
v
oo
rk
o
m
e
n
da
t
de
r
u
it
e
n v
a
n
de
au
t
o
beslaa
n.
)
D
ru
k
d
eze toets, zo
d
ra
d
e
l
uc
h
trec
i
rcu
l
at
i
e
ni
et meer no
dig
i
s, no
g
maa
l
s
i
n om
d
e
t
oe
v
oe
r v
a
n
bu
it
e
nl
uc
ht t
e
h
e
rv
a
tt
e
n
e
n h
e
t
bes
l
aa
n v
a
n
de
r
u
it
e
n t
e
v
oo
rk
o
m
e
n. H
e
t
lamp
j
e van de toets
g
aat uit.

114
Comfort
C
omfortre
g
elin
g
achterpassa
g
iers
1. Automatisch pro
g
ramma
Comfort
)
Druk op de toets "AUTO". H
e
t
ver
klikk
er
l
amp
j
e
i
n
d
e toets
g
aat
b
r
a
n
de
n.
Wij
ra
d
en u aan
d
eze stan
d
te
g
e
b
ru
ik
en.
I
n
d
eze stan
d
wor
d
en automat
i
sc
h
o
p
o
p
t
i
ma
l
e
wijze alle
f
uncties - de interieurtemperatuur,
de luchthoeveelheid, de luchtverdelin
g
-
g
ere
g
eld overeenkomsti
g
het door u in
g
estelde
co
mf
o
rtniv
eau
.
Dit s
y
steem werkt, als de ruiten
g
esloten zi
j
n, in
a
ll
e
se
iz
oe
n
e
n
doe
ltr
e
ff
e
n
d
.
2. Re
g
elin
g
van de luchtverdelin
g
3. Temperatuurre
g
elin
g
links of
r
ec
h
ts
Druk meerdere keren op de desbetreffende
toets om de luchtverdelin
g
als vol
g
t te wi
j
zi
g
en:
D
e
li
n
k
er en rec
h
ter passa
gi
er
k
unnen
afzonderli
j
k de door hun
g
ewenste temperatuu
r
in
s
t
e
ll
e
n.
De op het displa
y
weer
g
e
g
even waarde heeft
betrekkin
g
op een com
f
ortniveau en niet op een
temperatuur in
g
raden
C
elsius o
f
Fahrenheit.
)
D
raa
i
d
e
d
raa
ik
no
p
li
n
k
som om
de temperatuur te verlagen en
rechtsom om de tem
p
eratuur te
verho
g
en.
- B
ee
nr
u
imt
e
e
n
ce
ntr
aa
l
v
e
nt
ila
t
ie
r
oos
t
e
r.
-
C
entraal ventilatierooster.
-
A
utomat
i
sc
h
e re
g
e
li
n
g
l
uc
h
tver
d
e
li
n
g
.
De bedienin
g
van de airconditionin
g
achter
werkt uitsluitend als vanaf de zitplaatsen vóór:
-
de
t
oe
t
s
REAR
is
g
eactiveerd,
- het automatische pro
g
ramma Zicht niet is
i
n
g
esc
h
a
k
e
ld
.
Een in
g
estelde waarde van on
g
eveer 21 biedt
e
en optimaal com
f
ort. Des
g
ewenst kunt u een
an
d
ere waar
d
e
i
nste
ll
en; een waar
d
e tussen
18 en 24 is gebruikelijk.
Bovendien raden wi
j
u a
f
om een instellin
g
te
kiezen waarbi
j
het verschil tussen de waarden
links en rechts
g
roter is dan
3
.
Zor
g
ervoor dat de ventilatieroosters en
de luchtafvoerkanalen in de vloer niet zi
j
n
a
fg
edekt.

3
115
Comfort
4. Re
g
elin
g
van de luchtopbren
g
st
)
Druk op deze toets "
g
evulde
ventilator" om de luchtopbren
g
st
te verho
g
en.
)
Druk o
p
deze toets
"
le
g
e ventilator" om de
l
uchtopbren
g
st te verla
g
en.
H
et s
y
mbool voor de aan
j
a
g
ersnelheid, de
ventilator, wordt
g
eleideli
j
k afhankeli
j
k van de
g
evraa
gd
e waar
d
e
g
evu
ld
.
Uitschakelen van het s
y
steem
)
D
ru
k
op
d
eze toets
"l
e
g
e
vent
il
ator
"
van
d
e
l
uc
h
top
b
ren
g
st
tot
h
et s
y
m
b
oo
l
van
d
e vent
il
ator
verdwijnt en
"
- -" w
o
r
d
t
w
eergege
v
en
.
Hi
e
rm
ee
w
o
r
de
n
a
ll
e
fu
n
c
ti
es
v
a
n h
e
t
a
irconditioningsysteem uitgeschakeld.
H
e
t th
e
rmi
sc
h
e
co
m
fo
rt w
o
r
d
t ni
e
t m
eer
g
ere
g
eld. Een lichte luchtstroom die
wo
r
d
t v
e
r
oo
rz
aa
kt
doo
r
da
t
de
au
t
o
zi
c
h
voortbewee
g
t, bli
j
ft echter voelbaar.

116
Comfort
)
Schakel, zodra de omstandi
g
heden
h
et toe
l
aten,
d
e ac
h
terru
i
t- en
b
u
i
tensp
i
e
g
e
l
verwarm
i
n
g
u
i
t om
d
at
mi
n
de
r
s
tr
oo
mv
e
r
b
r
uik
leid
t t
o
t
ee
n
lager brandsto
f
verbruik.
Ontwasemen -
Ontdooien vóór Achterruitverwarming
De achterruitverwarmin
g
kan
w
or
d
en
i
n
g
esc
h
a
k
e
ld
met
d
e toets
op het bedienin
g
spaneel van de
ai
rcon
di
t
i
on
i
n
g
.
Met handbediende
a
irconditionin
g
)
S
electeer dit pro
g
ramma om de
voorru
i
t en
d
e z
ij
ru
i
ten sne
l
te
o
ntw
ase
m
e
n
of
t
e
o
nt
doo
i
e
n.
Met automatische
a
irconditionin
g
met
g
escheiden
re
g
elin
g
of quadrizone
A
utomat
i
sc
h
pro
g
ramma
"Zi
c
h
t
"
Aan
Bij auto's met een
S
top
&
S
tart-systeem geldt
dat zolang de voorruitontwaseming in werking
is, de dieselmotor niet wordt a
f
gezet.
Uit
De achterruitverwarming wordt automatisch
uit
g
eschakeld om onnodi
g
brandsto
f
verbruik te
v
oo
rk
o
m
e
n.
)
U
kunt de achterruitverwarmin
g
ook eerder
uitschakelen door no
g
maals op de toets te
drukken. Het verklikkerlamp
j
e van de toets
g
aat uit.
H
et s
y
steem werkt volledi
g
automatisch
e
n re
g
elt de luchttemperatuur, de
a
an
j
a
g
ersnelheid, de luchttoevoer en stelt de
l
uc
h
tver
d
e
li
n
g
zo
d
an
ig
i
n
d
at
d
e voorru
i
t en
d
e
z
ij
ru
i
ten zo sne
l
mo
g
e
lijk
sc
h
oon wor
d
en.
S
tel de temperatuurre
g
elin
g
in om de ruiten
s
neller te ontwasemen
/
ontdooien.
Druk om het pro
g
ramma uit te schakelen
n
o
g
maals op de toets "Zicht". Het lamp
j
e van
de toets
g
aat uit en het s
y
steem wordt weer
in
g
eschakeld met de instellin
g
en van vóór de
inschakelin
g
van het pro
g
ramma.
)
Selecteer dit pro
g
ramma om de
voorru
i
t en
d
e z
ij
ru
i
ten sne
l
te
o
ntw
ase
m
e
n
of
t
e
o
nt
doo
i
e
n.
H
et s
y
steem werkt volledi
g
automatisch
e
n re
g
elt de luchttemperatuur, de
aan
j
a
g
ersnelheid, de luchttoevoer en stelt de
l
uchtverdelin
g
zodani
g
in dat de voorruit en de
z
i
j
ruiten zo snel mo
g
eli
j
k schoon worden.
Als bi
j
de airconditionin
g
quadrizone op deze
toets wordt
g
edrukt, wordt de airconditionin
g
achter uit
g
eschakeld en wordt de bedienin
g
e
rvan
g
eblokkeerd.
)
Druk no
g
maals op de toets
"
Zicht" of op
"
AUTO" om deze functie uit te schakelen;
het lamp
j
e in de toets
g
aat uit en dat van de
t
oe
t
s
"
AUTO"
g
aat branden.
Het s
y
steem keert teru
g
naar dezelfde
instellin
g
en als die van vóór het uitschakelen.
De achterruitverwarmin
g
werkt uitsluitend als
h
et h
y
brides
y
steem is in
g
eschakeld.
)
D
ru
k
op
d
eze toets om
d
e ac
h
terru
i
t
e
n, a
f
hankeli
j
k van de uitvoerin
g
, de
b
u
i
tensp
i
e
g
e
l
s te ontwasemen.
H
et
verklikkerlampje van de toets gaat branden.

3
117
Comfort
Stand "Pro
g
rammeerbare
verwarmin
g
"
Dit is een aanvullend en a
f
zonderlijk systeem
da
t h
e
t k
oe
lvl
oe
i
s
t
ofc
ir
cu
it v
a
n
de
m
o
t
o
r
o
p
warmt, zodat de ruiten sneller ontdooid
k
u
nn
e
n w
o
r
de
n
e
n h
e
t int
e
ri
eu
r v
oo
rv
e
rw
a
rm
d
k
a
n w
o
r
de
n.
Dit verklikkerlampje gaat
u
itsluitend
branden als het s
y
steem in de stand
"
pro
g
rammeerbare verwarmin
g
"
wordt
g
epro
g
rammeerd.
D
ru
k
met aan
g
ezet contact op
d
e
li
n
k
er
draaiknop van het stuurwiel om toegang te
k
ri
jg
en tot het hoo
f
dmenu.
Pro
g
rammeren
)
Selecteer in het "Hoofdmenu" de optie
"Voorverwarmin
g
/ventilatie",
)
Vink "A
c
tiv
e
r
e
n"
aa
n
e
n
se
l
ec
t
ee
r v
oo
r h
e
t
p
ro
g
rammeren indien nodi
g
"Parameters",
)
S
electeer "Verwarmin
g
" om de motor
e
n h
e
t int
e
ri
eu
r v
oo
r t
e
v
e
rw
a
rm
e
n
of
"Ventilatie" om het interieur te ventileren,
Programmeerbaar verwarmings-/ventilatiesysteem
Stand "Pro
g
rammeerbare
ventilatie"
In deze stand wordt het interieur
g
eventileerd
m
et buitenlucht, zodat onder zomerse
omstandi
g
heden bi
j
het instappen een
aan
g
enamere temperatuur
i
n
h
et
i
nter
i
eur
hee
r
s
t.

118
Comfort
)
S
electeer:
- "onmiddelli
j
k" om de verwarmin
g
o
f
ventilatie te starten
(
als de keuze via
"O
K" is bevesti
g
d
)
,
-
h
et eerste
kl
o
kj
e om uw vertre
k
t
ijd
te
p
ro
g
rammeren
/
op te slaan,
- het tweede klokje om een tweede
vertrekti
j
d te pro
g
rammeren
/
op te slaan.
De werkin
g
van de stand "Ventilatie"
bi
j
het onmiddelli
j
k of
g
epro
g
rammeerd
inschakelen van deze stand is afhankeli
j
k
van de temperatuur in het interieur van de
auto en
d
e
b
u
i
tentemperatuur.
Af
hankeli
j
k van de in
g
estelde vertrekti
j
d
b
ere
k
ent
h
et s
y
steem automat
i
sc
h
h
et opt
i
ma
l
e
i
nsc
h
a
k
e
l
t
ijd
st
i
p.
M
et
d
e twee
kl
o
kj
es
k
unt u,
bij
voor
b
ee
ld
a
f
hankeli
j
k van het seizoen, een keuze
m
aken uit twee starttijden.
Via een meldin
g
op het displa
y
van het
instrumentenpaneel wordt uw keuze
bevesti
g
d.
T
usse
n tw
ee
k
ee
r
s
t
a
rt
e
n v
a
n
de
au
t
o
k
a
n
e
r
s
l
ec
ht
s
éé
n
s
t
a
n
d
v
oo
r
h
et
g
epro
g
rammeerd of onmiddelli
j
k
voorverwarmen
/
ventileren worden
i
n
g
eschakeld.
Het onmiddelli
j
k o
f
g
epro
g
rammeerd
i
nschakelen van de verwarmin
g
en de
v
e
ntil
a
ti
e
w
e
rkt ni
e
t
a
l
s
:
- het brandstofniveau te laa
g
is,
-
d
e accuspann
i
n
g
te
l
aa
g
i
s.
Voordat de verwarmin
g
o
f
de ventilatie
wordt
g
epro
g
rammeerd moet eerst
de interieurbeveili
g
in
g
van het
inbraakalarm worden uit
g
eschakeld
(
zie "Alarm"
)
.
Zor
g
ervoor dat de pro
g
rammeerbare
verwarmin
g
alti
j
d is uit
g
eschakeld
ti
j
dens het bi
j
vullen van brandstof,
o
m
b
ran
d
- en exp
l
os
i
e
g
evaar te
v
oo
r
ko
m
e
n.
G
ebruik om koolmonoxidever
g
i
f
ti
g
in
g
te voor
k
omen
d
e pro
g
rammeer
b
are
verwarming nooit, zel
f
s niet voor korte
ti
j
d, in een a
fg
esloten ruimte zoals
e
en
g
ara
g
e of werkplaats zonder
afzui
g
installatie.
Parkeer om brand
g
evaar te voorkomen
d
e auto n
i
et op een
b
ran
db
are
o
nder
g
rond
(
dor
g
ras, dode bladeren,
papier...
)
.

4
119
Rijden
Wij
ra
d
en u aan
d
e par
k
eerrem n
i
et te
g
e
b
ru
ik
en
bij
zeer
l
a
g
e temperaturen
(
vorst
)
en bij het trekken van een
a
anhan
g
er
(
slepen, ...
)
.
S
chakel in
der
g
eli
j
ke
g
evallen de automatische
p
arkeerrem uit of zet deze met de hand
vri
j
.
C
ontroleer voordat u de auto verlaat o
f
d
e ver
klikk
er
l
amp
j
es van
d
e par
k
eerrem
o
p
h
et
i
nstrumenten
p
anee
l
en o
p
d
e
h
e
n
de
l
A
co
n
s
t
a
nt
b
r
a
n
de
n.
D
e e
l
e
k
tr
i
sc
h
e par
k
eerrem
k
an op
tw
ee
m
a
n
ie
r
e
n w
o
r
de
n
bedie
n
d
:
-
A
utomatisch aantrekken
/
vrijzetten
De parkeerrem wordt automatisch
a
an
g
etrokken bi
j
het afzetten van de motor
e
n automatisch vri
jg
ezet bi
j
het we
g
ri
j
den
(
standaard
g
eactiveerde functies
)
,
-
H
andmati
g
aantrekken/vri
j
zetten
D
e par
k
eerrem
k
an
h
an
d
mat
ig
wor
d
en
a
an
g
etro
kk
en
d
oor aan
d
e
h
en
d
e
l
A
te
A
tr
ekke
n.
U kunt de parkeerrem handmatig wee
r
vri
j
zetten door het rempedaal in
g
etrapt te
h
ouden en
g
eli
j
kti
j
di
g
de hendel in te drukken
e
n vervol
g
ens los te laten.
A
ls de parkeerrem no
g
niet is aan
g
etrokken en het
bestuurdersportier wordt
g
eopend, klinkt er een
g
e
l
u
id
ss
ig
naa
l
en versc
hij
nt er een me
ldi
n
g
op
h
et
di
sp
l
a
y
.
Pro
g
rammeren van de werkin
g
Afhankeli
j
k van het land van bestemmin
g
kan
de
f
u
n
c
ti
e
v
oo
r h
e
t
au
t
o
m
a
ti
sc
h
aa
ntr
e
kk
e
n v
a
n
de parkeerrem bi
j
het afzetten van de motor en
h
et automat
i
sc
h
vr
ij
zetten van
d
e par
k
eerrem
bij
h
et we
g
r
ijd
en wor
d
en u
i
t
g
esc
h
a
k
e
ld
.
Wanneer de auto stilstaat en het hybridesysteem
is in-o
f
uit
g
eschakeld trek
t
u
aa
n
de
h
e
n
de
l A
o
m de parkeerrem aan te trekken.
Handmati
g
aantrekken
Deze
f
unctie kan worden ingeschakeld
/
uit
g
eschakeld via het menu op het
displa
y
van het instrumentenpaneel.
Als de functie is uit
g
eschakeld, dient u de
p
ar
k
eerrem
d
us
h
an
d
mat
ig
te
b
e
di
enen.
De aangetrokken toestand van de parkeerrem
wordt aan
g
e
g
even door:
-
he
t
b
r
a
n
de
n v
a
n
he
t
ver
klikk
er
l
amp
j
e par
k
eerrem en
h
et
verklikkerlamp
j
e
P
o
p
de hendel
A
,
-
d
e weer
g
ave van een me
ldi
n
g
.
Wanneer u het bestuurdersportier opent terwi
j
l
het h
y
brides
y
steem is in
g
eschakeld en de
parkeerrem niet is aan
g
etrokken, klinkt een
g
eluidssi
g
naal en verschi
j
nt er een meldin
g
op
h
et
di
sp
l
a
y
.
Elektrische parkeerrem
Als dit verklikkerlamp
j
e brandt
op het instrumentenpaneel, is de
a
utomatische functie uit
g
eschakeld.

120
Rijden
O
m bi
j
aan
g
ezet contact o
f
terwi
j
l het
hyb
r
id
es
y
steem
i
s
i
n
g
esc
h
a
k
e
ld
d
e par
k
eerrem
vrij te zetten,
trapt
u het
t
rempedaal in,
drukt
u
de
t
he
n
de
l
A
in en laat u deze vervolgens weer los.
A
De vri
jg
ezette toestand van de parkeerrem
wordt aan
g
e
g
even door:
Handmati
g
vri
j
zetten
- het uit
g
aan van het
verklikkerlamp
j
e parkeerrem en het
ver
klikk
er
l
amp
j
e
P
op
d
e
h
en
d
e
l
A
,
- de weer
g
ave van een meldin
g
.
A
l
s
u
aa
n
de
h
e
n
de
l
A
tr
e
kt z
o
n
de
r h
e
t
r
empedaal in te trappen, wordt de parkeerrem
n
iet vri
jg
ezet en verschi
j
nt een meldin
g
op het
instrumentenpaneel.
U kunt, indien nodi
g
, de parkeerrem extra
s
tevi
g
aantrekken . Dit
g
ebeurt door de hendel
A lan
g
er te bediene
n
, tot een meldin
g
op het
di
sp
l
a
y
versc
hij
nt en er een
g
e
l
u
id
s
ig
naa
l
kli
n
k
t.
H
et extra stev
ig
aantre
kk
en van
d
e
par
k
eerrem
i
s noo
d
za
k
e
lijk
i
n
d
e vo
lg
en
d
e
o
mstandigheden:
- wanneer aanhan
g
er aan de auto is
g
ekoppeld en de automatische bedienin
g
is
g
eactiveerd, terwi
j
l u de parkeerrem
handmati
g
bedient,
- wanneer de hellin
g
condities vermoedeli
j
k
zu
ll
en var
ië
ren terw
ijl
d
e auto st
il
staat
(
bi
j
voorbeeld wanneer de auto vervoerd
wordt op een boot o
f
trailer, o
f
bi
j
slepen
)
.
E
xtra stev
ig
aantre
kk
en
C
ontroleer voordat u de auto verlaat o
f
de verklikkerlamp
j
es van de parkeerrem
o
p het instrumentenpaneel en op de
h
e
n
de
l
A
co
n
s
t
a
nt
b
r
a
n
de
n.
L
aa
t kin
de
r
e
n n
oo
it
a
ll
ee
n in
de
au
t
o
wanneer het contact is aan
g
ezet:
ze zou
d
en
d
e par
k
eerrem
k
unnen
vr
ij
zetten.
Automatisch aantrekken,
m
otor af
g
ezet
- het branden van het verklikkerlamp
j
e
rems
y
steem en
h
et ver
klikk
er
l
amp
j
e
P
op
d
e
h
en
d
e
l
A
,
- de weer
g
ave van een meldin
g
.
Wa
nn
ee
r
de
au
t
o
s
t
ils
t
aa
t
e
n
u
de
m
oto
r
a
fzet, wordt de parkeerrem automatisch
a
angetrokken.
De aan
g
etrokken toestand van de parkeerrem
wordt aan
g
e
g
even door:
In het
g
eval van een aan
g
ekoppelde
a
anhan
g
er, wanneer de auto beladen is
o
f
op een steile hellin
g
staat, dient u de
p
arkeerrem extra stevi
g
aan te trekken,
bi
j
het parkeren de voorwielen naar de
stoepran
d
te sturen en een versne
lli
n
g
i
n t
e
sc
h
a
k
e
l
e
n.
Na het extra stevi
g
aantrekken van de
p
ar
k
eerrem
d
uurt
h
et
l
an
g
er voor
d
at
d
e
p
arkeerrem weer is vri
jg
ezet.

4
121
Rijden
Automatisch vri
j
zetten
De elektrische parkeerrem wordt
a
utomatisch
g
eleideli
j
k vri
jg
ezet bi
j
het we
g
ri
j
den
,
z
e
t
de
se
l
ec
ti
e
h
e
n
de
l in
de
s
t
a
n
d
A
,
M
o
f
R
e
n
g
ee
f
g
as.
D
e vr
ijg
ezette toestan
d
van
d
e par
k
eerrem
wor
d
t aan
g
e
g
even
d
oor:
-
h
et
d
oven van
h
et ver
klikk
er
l
amp
j
e
handrem en het verklikkerlampje
P
op de hendel
A
,
- de weer
g
ave van een meldin
g
.
G
ee
f
, wanneer de auto stilstaat terwijl
het h
y
brides
y
steem is in
g
eschakeld,
niet onnodi
g
g
as omdat u dan het risico
l
oopt dat de parkeerrem wordt vri
jg
ezet.
C
ontroleer voordat u de auto verlaat o
f
de verklikkerlamp
j
es van de parkeerrem
op het instrumentenpaneel en op de
he
n
de
l A
co
n
s
t
a
nt
b
r
a
n
de
n.
P
ar
k
eerrem aantre
kk
en,
hyb
r
id
es
y
steem
i
n
g
esc
h
a
k
e
ld
W
anneer
d
e auto st
il
staat terw
ijl
h
et
hyb
r
id
es
y
steem
i
s
i
n
g
esc
h
a
k
e
ld
,
di
ent u
d
e
a
uto te
g
en we
g
ro
ll
en te
b
eve
ilig
en
d
oor
d
e
p
ar
k
eerrem
h
an
d
mat
ig
aa
n t
e
tr
ekke
n.
T
re
k
daa
rv
oo
r
aa
n
de
he
n
del
A
.
D
e aan
g
etro
kk
en toestan
d
van
d
e par
k
eerrem
w
or
d
t aan
g
e
g
even
d
oor:
- h
e
t
b
r
a
n
de
n v
a
n h
e
t
verklikkerlamp
j
e parkeerrem en het
verklikkerlamp
j
e
P
op de hendel
A
,
- de weer
g
ave van een meldin
g
.
Wanneer u het bestuurdersportier opent terwi
j
l
de parkeerrem niet is aan
g
etrokken, klinkt een
g
eluidssi
g
naal en verschi
j
nt er een meldin
g
op
h
et
di
sp
l
a
y
.
Bij
zon
d
ere omstan
digh
e
d
en
In bepaalde situaties
(
starten van de motor...
)
bepaalt de parkeerrem zel
f
zi
j
n aantrekkracht.
Di
t
is
n
o
rm
aal
.
Wilt u de auto enkele centimeters ver
p
laatsen
zonder de motor te starten, tra
p
dan met
aan
g
ezet contact het rempedaal in en zet
de parkeerrem vri
j
door de hendel
A
ee
r
s
t
i
n te dru
k
k
en en vervol
g
ens
l
os te laten
.
De vri
jg
ezette toestand van de parkeerrem
wor
d
t aan
g
e
g
even
d
oor
h
et
d
oven van
h
et
ver
klikk
er
l
amp
j
e op
d
e
h
en
d
e
l
A
e
n v
a
n
he
t
ver
klikk
er
l
amp
j
e op
h
et
i
nstrumentenpanee
l
i
n
c
ombinatie met een melding.
W
a
nn
ee
r
de
p
arkeerrem is aan
g
etrokken
e
n u deze vanwe
g
e een defect of accupech
niet kunt vri
j
zetten, kunt u
g
ebruik maken van
de functie voor de noodont
g
rendelin
g
van de
parkeerrem.
O
m de
g
oede werkin
g
van de parkeerrem
e
n
d
us uw ve
iligh
e
id
te
g
aran
d
eren, ma
g
d
e
p
ar
k
eerrem n
i
et va
k
er
d
an ac
h
t
k
eer ac
h
ter
e
lkaar worden aangetrokken en vrijgezet.
A
ls dit toch
g
ebeurt, wordt u
g
ewaarschuwd
door een meldin
g
en het knipperen van een
verklikkerlamp
j
e.

122
Rijden
Noodremfunctie
W
anneer
h
et rempe
d
aa
l
n
i
et wer
k
t,
k
an
d
e
a
uto wor
d
en
g
estopt
d
oor aan
d
e
h
en
d
e
l
A
t
e
tr
e
kk
e
n
e
n
de
z
e
v
as
t t
e
h
oude
n.
De d
y
namische stabiliteitsre
g
elin
g
zor
g
t
e
rvoor dat de auto stabiel bli
j
ft wanneer de
nood
r
e
mf
u
n
c
ti
e
ac
ti
e
f i
s
.
In
g
eval van een storin
g
aan het s
y
steem van
de noodremfunctie verschi
j
nt een meldin
g
.
Bi
j
een de
f
ect aan het
C
D
S
,
aan
g
e
g
even
d
oor
h
et
b
ran
d
en van
di
t
ver
klikk
er
l
amp
j
e,
k
an
d
e sta
bili
te
i
t
bij
h
et
r
emmen n
i
et wor
d
en
g
e
g
aran
d
eer
d
.
In dat
g
eval moet de bestuurder er zel
f
voor zor
g
en dat de auto stabiel bli
jf
t door
af
wi
sse
l
e
n
d
aa
n
de
h
e
n
de
l
A
t
e
tr
ekke
n
e
n
de
z
e
w
ee
r
los
t
e
la
t
e
n.
N
oo
d
ont
g
ren
d
e
li
n
g
)
G
ebruik indien uw auto hiermee is
ui
t
g
erust
h
et w
i
e
lbl
o
k
B
da
t z
ich
ach
t
e
r
de
ach
t
e
r
ba
n
k
be
v
i
n
d
t.
)
B
eve
ilig
d
e auto a
l
s
d
eze op een
h
e
lli
n
g
staat tegen wegrollen door het wielblok
voor o
f
achter
(
aan de kant van de voet
van de hellin
g)
een van de voorwielen te
p
laatsen.
Plaats op een vlakke onder
g
rond het
wi
e
l
b
l
o
k v
oo
r
o
f
ac
ht
e
r
ee
n v
a
n
de
v
oo
rw
iele
n.
Als de bediening van de elektrische
p
arkeerrem niet werkt o
f
als de accu ontladen
is, kan de parkeerrem door middel van een
handbediende noodont
g
rendelin
g
w
o
r
de
n
ont
g
rendeld.
)
Beveili
g
de auto te
g
en we
g
rollen
(
o
f
blokkeer de auto terwi
j
l het
rempedaal no
g
in
g
etrapt is
)
en zet als
h
et
hyb
r
id
es
y
steem
i
s
i
n
g
esc
h
a
k
e
ld
d
e
se
l
ec
ti
e
h
e
n
de
l in
de
s
t
a
n
d
M
of
R
.
)
S
chakel het h
y
brides
y
steem uit, maar
laa
t h
e
t
co
nt
ac
t
aa
n
s
t
aa
n. Al
s
de
auto niet te
g
en we
g
rollen kan worden
beveili
g
d, ma
g
de noodont
g
rendelin
g
niet worden uit
g
evoerd en moet zo snel
mo
g
e
lijk
contact wor
d
en op
g
enomen
m
e
t h
e
t PE
UG
E
O
T-n
e
tw
e
rk
of
m
e
t
ee
n
g
ekwali
f
iceerde werkplaats.
De noodremfunctie ma
g
uitsluitend in
ui
tzon
d
er
lijk
e
g
eva
ll
en wor
d
en
g
e
b
ru
ik
t.

4
123
Rijden
)
Klap het 2/3
g
edeelte van de achterbank
n
eer om bi
j
het
g
roene deksel te komen.
N
eem u
i
t ve
iligh
e
id
soverwe
gi
n
g
en a
l
t
ijd
z
o sne
l
mo
g
e
lijk
contact op met
h
et
PE
UG
E
O
T-n
e
tw
e
rk
o
m h
e
t
de
k
se
l t
e
l
a
t
e
n
v
er
v
angen
.
Zor
g
ervoor dat er
g
een sto
ff
i
g
e o
f
vochti
g
e
voorwerpen
i
n
d
e
b
uurt van
h
et
d
e
k
se
l
wor
d
en
g
ep
l
aatst.
Z
o
d
ra
bij
d
e noo
d
proce
d
ure
d
e
m
ec
h
an
i
sc
h
e ont
g
ren
d
e
li
n
g
van
d
e
p
ar
k
eerrem
i
s
b
e
g
onnen,
k
an n
i
et meer
wor
d
en
g
e
g
aran
d
eer
d
d
at
d
e auto met
d
e
p
ar
k
eerrem te
g
en we
g
ro
ll
en
k
an wor
d
en
b
eve
iligd
en
i
s
h
et n
i
et mo
g
e
lijk
om
d
e
p
ar
k
eerrem mec
h
an
i
sc
h
weer aan te
tr
ekke
n.
De
he
n
del
A
mag niet worden bediend en
A
h
et s
y
steem ma
g
niet worden uit
g
ezet o
f
g
estart zo
l
an
g
d
e ont
g
ren
d
e
li
n
g
s
b
e
di
en
i
n
g
ni
et
i
s teru
gg
ezet.
Raadplee
g
het PEU
G
E
O
T-netwerk o
f
een
g
ekwali
f
iceerde werkplaats.
Nadat de storin
g
is verholpen o
f
de accu
weer
i
s op
g
e
l
a
d
en,
k
unt u
d
e par
k
eerrem
weer act
i
veren
d
oor
d
e
b
e
di
en
i
n
g
s
h
en
d
e
l
A
uitgetrokken te houden tot het
A
verklikkerlamp
j
e van de parkeerrem
(
!
)
b
e
gi
nt te
k
n
i
pperen.
H
ou
d
d
e
h
en
d
e
l
vervo
lg
ens no
g
maa
l
s u
i
t
g
etro
kk
en tot
dit verklikkerlamp
j
e permanent bli
jf
t
b
r
a
n
de
n.
)
D
raa
i
d
e
b
e
di
en
i
n
g
voor
d
e noo
d
ont
g
ren
d
e
li
n
g
rechtso
m
. Uit veiligheidsoverwegingen
m
oe
t
de bediening tot de aanslag worden
t
door
g
edraaid. De parkeerrem is los
g
ezet.
)
Zor
g
ervoor dat de bedienin
g
weer
g
oed wordt
t
eru
gg
eze
t
.
)
De werkin
g
van de parkeerrem wordt
g
ereset
z
odra het contact wordt a
fg
ezet en weer wordt
aan
g
ezet. Raadplee
g
het PEU
G
E
O
T-netwerk
a
l
s
h
et resetten van
d
e
p
ar
k
eerrem n
i
et
mogelijk is.
)
Vervol
g
ens kan het lan
g
er duren voordat de
parkeerrem wordt aan
g
etrokken dan bi
j
de
normale werkin
g
.
)
M
aa
k
een
g
at
i
n
h
et
d
e
k
se
l
en p
l
aats
d
e
b
ediening in de schacht.
De noodremfunctie ma
g
uitsluitend in
ui
tzon
d
er
lijk
e s
i
tuat
i
es wor
d
en
g
e
b
ru
ik
t.

124
Rijden
Storin
g
en
A
ls het storin
g
slamp
j
e van de elektrische parkeerrem
g
aat branden in combinatie met één of meer verklikkerlamp
j
es uit de onderstaande tabel, zet de auto dan op
e
en veili
g
e plaats stil
(
vlakke onder
g
rond, met in
g
eschakelde versnellin
g)
en raadplee
g
zo snel mo
g
eli
j
k het PEUGE
O
T-netwerk of een
g
ekwalificeerde werkplaats.
Situaties
G
evol
g
en
W
eer
g
ave van
d
e me
ldi
n
g
"
Storin
g
parkeerre
m
"
e
n
b
r
a
n
de
n v
a
n
de
vo
lg
en
d
e ver
klikk
er
l
amp
j
es:
-
D
e automat
i
sc
h
e
b
e
di
en
i
n
g
i
s u
i
t
g
esc
h
a
k
e
ld
.
-
De
hill
holde
r
is
n
ie
t
beschikbaa
r.
-
D
e e
l
e
k
tr
i
sc
h
e par
k
eerrem
k
an a
ll
een
h
an
d
mat
ig
wor
d
en
b
e
di
en
d
.
W
eer
g
ave van
d
e me
ldi
n
g
"
Storin
g
parkeerre
m
"
e
n
b
r
a
n
de
n v
a
n
de
vo
lg
en
d
e ver
klikk
er
l
amp
j
es:
-
D
e e
l
e
k
tr
i
sc
h
e par
k
eerrem
k
an a
ll
een
h
an
d
mat
ig
wor
d
en vr
ijg
ezet
d
oor
h
et rem
p
e
d
aa
l
i
n te tra
pp
en en
d
e
h
en
d
e
l
l
os te
l
aten.
- D
e
hill h
o
l
de
r i
s
ni
e
t
besc
hik
baa
r.
- De automatische bedienin
g
en het handmati
g
aantrekken van de
p
arkeerrem bli
j
ven mo
g
eli
j
k.
W
eer
g
ave van
d
e me
ldi
n
g
"
Storin
g
parkeerre
m
"
e
n
b
r
a
n
de
n v
a
n
de
vo
lg
en
d
e ver
klikk
er
l
amp
j
es:
-
D
e automat
i
sc
h
e
b
e
di
en
i
n
g
i
s u
i
t
g
esc
h
a
k
e
ld
.
-
De
hill
holde
r
is
n
ie
t
beschikbaa
r.

4
125
Rijden
Situaties Gevol
g
en
O
m de elektrische parkeerrem aan te trekken:
)
parkeer de auto en zet het contact uit,
)
tre
k
d
e
h
en
d
e
l
ten m
i
nste 5 secon
d
en u
i
t tot
d
e par
k
eerrem
i
s
aan
g
etrokken,
)
zet het contact aan en controleer o
f
de verklikkerlamp
j
es van de
e
lektrische parkeerrem
g
aan branden.
Het aantrekken van de parkeerrem duurt langer dan normaal.
Om de elektrische parkeerrem vri
j
te zetten:
)
zet het contact aan,
)
houd de hendel on
g
eveer 3 seconden in
g
edrukt en laat de hendel weer los.
Als het controlelamp
j
e van de elektrische parkeerrem knippert of als de
ver
klikk
er
l
amp
j
es n
i
et
g
aan
b
ran
d
en a
l
s
h
et contact wor
d
t aan
g
ezet, wer
k
en
deze procedures niet. Parkeer de auto op een vlakke onder
g
rond en laat het
s
y
steem controleren door het PEU
G
E
O
T-netwerk o
f
door een
g
ekwali
f
iceerde
werkplaats.
en
/
o
f
k
n
i
pperen
d
.
W
eer
g
ave van
d
e me
ldi
n
g
"
Storin
g
parkeerre
m
"
e
n
b
r
a
n
de
n v
a
n
de
vo
lg
en
d
e ver
klikk
er
l
amp
j
es:
- Alleen de
f
uncties automatisch aantrekken bi
j
het a
f
zetten van de
motor en automat
i
sc
h
vr
ij
zetten
bij
h
et we
g
r
ijd
en z
ij
n
b
esc
hikb
aar.
- Het handmati
g
aantrekken
/
vri
j
zetten van de elektrische parkeerrem
is niet mogelijk en de dynamische noodrem
f
unctie is niet
besc
hik
baa
r.
en
/
o
f
knipperend.
Weer
g
ave van de meldin
g
"
Storin
g
accu" . - Zet de auto zo snel mo
g
eli
j
k stil
(
rekenin
g
houdend met het overi
g
e
verkeer
)
en beveili
g
de auto te
g
en we
g
rollen
(
plaats indien nodi
g
een
wielblok achter een wiel
)
.
- Trek de elektrische parkeerrem aan alvorens de motor af te zetten.

126
Rijden
EGS-versnellingsbak met 6 versnellingen
Bi
j
de EGS-versnellin
g
sbak met 6 versnellin
g
en
kunt u kiezen tussen automatische bedienin
g
e
n handmati
g
schakelen.
Deze versnellin
g
sbak heeft twee
g
e
b
ru
ik
smo
g
e
lijkh
e
d
en:
-
a
utomat
i
sc
he
b
e
di
en
i
n
g
, waar
bij
h
et
op- en teru
g
sc
h
a
k
e
l
en vo
ll
e
dig
automat
i
sc
h
wordt geregeld,
-
handmati
ge
bedienin
g
, waarbi
j
de
bestuurder zelf sequentieel kan schakelen.
Bi
j
de automatische bedienin
g
bli
j
ft het alti
j
d
m
o
g
eli
j
k om zelf te schakelen met behulp van
de flippers achter het stuurwiel, bi
j
voorbeeld
o
m
e
v
e
n
s
n
el
i
n t
e
hale
n.
I
n com
bi
nat
i
e met
d
eze versne
lli
n
g
s
b
a
k
beschik
t
u
w
au
t
o
o
v
e
r
ee
n
aa
nt
al
aa
nv
ulle
n
de
fu
n
c
ti
es
:
- de Hill
S
tart Assist,
- de kruipfunctie
(
de auto zet zich bi
j
het
l
oslaten van het rempedaal lan
g
zaam
i
n bewe
g
in
g)
, als de automatische
bedienin
g
is
g
eselecteerd of ti
j
dens het
a
c
h
teru
i
tr
ijd
en.
R
.
A
c
ht
e
r
u
it.
)
Trap het rempedaal in, trek de
s
electiehendel omhoo
g
en duw deze naar
v
o
r
e
n.
N.
N
eu
tr
aa
l
s
t
a
n
d
.
)
T
rap
h
et rempe
d
aa
l
i
n en se
l
ecteer
d
eze
s
t
a
n
d
o
m
de
m
o
t
o
r t
e
ku
nn
e
n
s
t
a
rt
e
n.
A.
A
utomat
i
sc
h
e
b
e
di
en
i
n
g
.
)
D
u
w
de
se
l
ec
ti
e
h
e
n
de
l n
aa
r
ac
ht
e
r
e
n
o
m
de
z
e
s
t
a
n
d
t
e
se
l
ec
t
e
r
e
n.
M.
Handmati
g
, sequentieel schakelen.
)
Til de selectiehendel op en bewee
g
deze
n
aa
r
ac
ht
e
r
e
n
o
m
de
z
e
s
t
a
n
d
t
e
se
l
ec
t
e
r
e
n
e
n schakel vervol
g
ens met behulp van de
f
lippers achter het stuurwiel.
Selectiehendel
+.
O
pschakelen
(
rechts van het stuurwiel
)
.
)
Trek de flipper aan de rechterzi
j
de achter
he
t
s
t
uu
rwi
e
l
"+
"
ee
n k
ee
r n
aa
r
u
t
oe
o
m
op te schakelen.
-.
Teru
g
schakelen
(
links van het stuurwiel
)
.
)
Trek de
f
lipper aan de linkerzi
j
de achter het
s
t
uu
rw
iel
"-"
een
k
eer naar u toe om teru
g
t
e
schakele
n.
Fli
pp
ers achter het stuurwiel
Met de
f
lippers is het niet mo
g
eli
j
k de
neutraalstand of de achteruitversnellin
g
in t
e
sc
h
a
k
e
l
e
n
o
f
u
it
de
achteruitversnellin
g
te schakelen.

4
127
Rijden
Bi
j
het inschakelen van de
achteruitversnellin
g
klinkt een
g
eluidssi
g
naal.
Z
e
t v
oo
r
da
t
u
de
au
t
o
v
e
rl
aa
t
de
selec
t
iehe
n
del
i
n
de
s
t
a
n
d
N
e
n
schakel
h
et
hyb
r
id
es
y
steem u
i
t
d
oor
h
et contact u
i
t
te zetten
(
controlelamp
j
e
R
ea
dy
gedoofd).
y
Al
s u
d
e motor pro
b
eert te starten zon
d
er
d
at
de
selec
t
iehe
n
del
i
n
de
s
t
a
n
d
N
staat,
k
n
i
ppert
d
e aan
d
u
idi
n
g
N
op
h
et
i
nstrumentenpanee
l
i
n com
bi
nat
i
e met een
g
e
l
u
id
ss
ig
naa
l
e
n een me
ldi
n
g
op
h
et
di
sp
l
a
y
van
h
et
i
nstrumentenpanee
l
.
Al
s
bij
h
et starten
h
et rempe
d
aa
l
n
i
et wor
d
t
i
n
g
etrapt,
k
n
i
ppert op
h
et
i
nstrumentenpanee
l
d
e
aan
d
u
idi
n
g
v
oet op
h
et rempe
d
aa
l
i
n
co
m
bi
n
a
t
ie
m
et een
g
e
l
u
id
ss
ig
naa
l
en een me
ldi
n
g
op
h
et
di
sp
l
a
y
van
h
et
i
nstrumentenpanee
l
.
Trap om krachti
g
te accelereren
(
bi
j
voorbeeld voor een
inhaalmanoeuvre
)
het
g
aspedaal met
k
racht in, tot voorbi
j
het zware punt.
Weer
g
ave op het
i
nstrumenten
p
anee
l
N
Neutral
(
neutraalstand
)
.
R
Reverse
(
achteruitversnellin
g)
.
1
, 2, 3, 4, 5, 6
.
Versnellin
g
en bi
j
handmati
g
schakele
n.
A
G
aat branden als u kiest voor automatische
bedienin
g
en
g
aat uit als u kiest voor
h
andmatige bediening.
)
T
ra
p
het rem
p
edaal in
a
l
s
ee
n
meldin
g
wordt weer
g
e
g
even op het
displa
y
van het instrumentenpaneel.
Starten van de auto
)
S
electeer de stand
N
.
)
Houd het rempedaal in
g
etrapt.
)
Start het h
y
brides
y
steem.
Op het displa
y
van het
i
nstrumentenpanee
l
versc
hij
nt
d
e
aan
d
u
idi
n
g
N
.
)
Selecteer een versnellin
g
(
stand
M
o
f
A
) of
A
de achteruitversnellin
g
(
stand
R
).
R
)
Zet de handrem vri
j
als deze niet
au
t
o
m
a
t
isch
w
o
r
d
t
bedie
n
d
.
)
Neem uw voet van het rempedaal en
g
ee
f
gas
.
O
p het displa
y
van het
instrumentenpaneel verschi
j
nt de
aan
d
u
idi
n
g
A
,
1
o
f
R
.
Automatische bedienin
g
)
Start de auto en selecteer de stand
A
om
de stand automatische bedienin
g
in te
sc
h
a
k
e
l
e
n.
O
p het displa
y
van het
instrumentenpaneel verschi
j
nt de
a
an
d
u
idi
n
g
A
.
De versnellin
g
sbak werkt dan automatisch,
z
o
n
de
r
da
t
u
z
e
lf h
oe
ft t
e
sc
h
a
k
e
l
e
n. D
e
versne
lli
n
g
s
b
a
k
ki
est voort
d
uren
d
d
e meest
g
eschikte versnellin
g
, a
f
hankeli
j
k van de
vo
lg
en
d
e parameters:
- de rijstijl,
- het pro
f
iel van de we
g
.
Als de motor stationair draait, u niet
remt, de handrem is vri
jg
ezet en de
s
t
a
n
d
R
,
A
of
M
i
s
g
ese
l
ecteer
d
, r
ijd
t
d
e
auto zonder dat u
g
as hoe
f
t te
g
even.

128
Rijden
H
an
d
mat
ig
sc
h
a
k
e
l
en
)
Ze
t n
a
he
t
s
t
a
rt
e
n
de
selec
t
iehe
n
del
i
n
de
s
t
a
n
d
M
o
m
de
ha
n
dbedie
n
de
s
t
a
n
d
i
n t
e
schakele
n.
)
Bedien de
f
li
pp
ers
+
of
-
.
Als bij stapvoets rijden de achteruitversnelling
wordt
g
eselecteerd, wordt deze pas
in
g
eschakeld als de auto volledi
g
tot stilstand
is
g
ekomen
(
rempedaal in
g
etrapt
)
.
O
p het
displa
y
van het instrumentenpaneel wordt
e
en picto
g
ram weer
g
e
g
even.
In de handbediende stand wordt bi
j
krachti
g
accelereren niet op
g
eschakeld als de
bestuurder de flippers achter het stuurwiel
n
i
e
t
bed
i
e
nt.
S
electeer de neutraalstand
N
nooit ti
j
dens
h
et r
ijd
en.
S
electeer de achteruitversnellin
g
(
stand
R
)
R
R
ui
ts
l
u
i
ten
d
a
l
s
d
e auto vo
ll
e
dig
st
il
staat en
de voet op het rempedaal wordt gehouden.
De aanduidin
g
A
verdwijnt en de
A
achtereenvol
g
ens in
g
eschakelde
versnellin
g
en worden weer
g
e
g
even op
h
et displa
y
van het instrumentenpaneel.
Het schakelen naar een andere versnellin
g
i
s a
ll
een mo
g
e
lijk
a
l
s
d
e sne
lh
e
id
van
d
e
au
t
o
e
n
he
t m
o
t
o
rt
oe
r
e
nt
al
di
t t
oes
t
aa
n.
De
verbrandin
g
smotor bli
jf
t alti
j
d draaien.
Het is niet noodzakelijk om bij het schakelen
het
g
aspedaal los te laten.
Bi
j
het remmen of het verminderen van
de snelheid schakelt de versnellin
g
sbak
automatisch teru
g
, zodat de
j
uiste versnellin
g
is
g
eselecteerd op het moment dat u het
g
aspe
d
aa
l
weer
i
ntrapt.
Bi
j
de automatische bedienin
g
bli
jf
t het alti
j
d
m
o
g
eli
j
k om zelf te schakelen met behulp van
de flippers achter het stuurwiel, bi
j
voorbeeld
o
m
e
v
e
n
s
n
e
l in t
e
h
a
l
e
n.
)
Bedien de flippers
"+
"
o
f
"-
"
ac
ht
e
r h
e
t
s
t
uu
r.
D
e versne
lli
n
g
s
b
a
k
wor
d
t
d
an
i
n
d
e
desbetre
ff
ende versnellin
g
g
eschakeld, mits de
s
n
e
lh
e
i
d
v
a
n
de
au
t
o
e
n h
e
t m
o
t
o
rt
oe
r
e
nt
a
l
d
it
toestaan. De aanduidin
g
A bli
jf
t op het displa
y
s
t
aa
n.
A
ls de stuurbedienin
g
eni
g
e ti
j
d niet meer
g
ebruikt wordt,
g
aat de versnellin
g
sbak wee
r
over op de automatische stand.
Handmati
g
schakelen

130
Rijden
Hill Holder
Dit s
y
steem houdt bi
j
het we
g
ri
j
den op een
h
ellin
g
uw auto on
g
eveer
2
seconden op
zi
j
n plaats. In die ti
j
d kunt u uw voet van het
r
empedaal naar het
g
aspedaal verplaatsen.
D
e
z
e
fu
n
c
ti
e
i
s
a
ll
ee
n
ac
ti
ef
:
- a
l
s
d
e auto vo
ll
e
dig
st
il
staat met
h
et
r
empe
d
aa
l
i
n
g
e
d
ru
k
t,
- bij bepaalde hellingcondities,
- als het bestuurdersportier is
g
esloten.
De Hill Holder kan niet worden uit
g
eschakeld.
Als de auto ber
g
opwaarts stilstaa
t
e
n
de
se
l
ec
ti
e
h
e
n
de
l in
de
s
t
a
n
d
A
o
f
M
staat
,
wordt
d
e auto even op z
ij
n p
l
aats
g
e
h
ou
d
en
wanneer u
h
et rempe
d
aa
l
l
os
l
aat
:
Als de auto ber
g
afwaarts stilstaat en de
a
c
h
teru
i
tversne
lli
n
g
i
n
g
esc
h
a
k
e
ld
i
s, wor
d
t
d
e auto even op z
ij
n p
l
aats
g
e
h
ou
d
en
wanneer u
h
et rempe
d
aa
l
l
os
l
aat
.
V
er
l
aat
d
e auto n
i
et
i
n
d
e
k
orte per
i
o
d
e
d
at u
d
e
Hill
H
o
ld
er
g
e
b
ru
ik
t.
Al
s u
d
e auto moet ver
l
aten terw
ijl
h
et
h
ybridesysteem ingeschakeld is, trek
de parkeerrem dan handmati
g
aan
e
n controleer of het verklikkerlamp
j
e
van de parkeerrem en het lamp
j
e
P
o
p de hendel
(
elektrische parkeerrem
)
p
ermanent branden.
Storin
g
Bi
j
een storin
g
in de Hill Holder
g
aan deze
c
ontrolelamp
j
es branden. Raadplee
g
het
PEUGE
O
T-netwerk of een
g
ekwalificeerde
werkplaats om het s
y
steem te laten controleren.

4
131
Rijden
Head-up display
s
cherm pro
j
ecteert, in het directe
g
ezichtsveld
van de bestuurder zodat deze zi
j
n o
g
en niet
van de we
g
hoeft af te wenden.
1
.
Inschakelen head-up displa
y
.
2
.
Uitschakelen head-up displa
y
(
lan
g
indrukken
)
.
3.
R
e
g
e
li
n
g
li
c
h
tster
k
te.
4.
H
oo
g
teverste
lli
n
g
weer
g
ave.
Schakelaars
A
ls het head-up displa
y
is in
g
eschakeld,
g
eeft
het de vol
g
ende informatie weer:
A
.
D
e
s
n
e
lh
e
i
d
v
a
n
u
w
au
t
o
.
B.
De informatie van de snelheidsre
g
elaar/-
b
e
g
renzer.
Informatie o
p
het head-u
p
d
ispla
y
C.
De aanwi
j
zin
g
en van het navi
g
aties
y
steem
(
vol
g
ens uitvoerin
g)
. Deze worden in de
el
e
k
tr
i
sc
h
e stan
d
i
n
h
et
bl
auw weer
g
e
g
even.
Raadplee
g
voor meer in
f
ormatie over
h
et nav
ig
at
i
es
y
steem
d
e ru
b
r
i
e
k
"A
u
di
o
e
n
da
t
aco
mm
u
n
ica
t
ie"
.
Dit s
y
steem werkt wanneer het h
y
brides
y
steem
is in
g
eschakeld. De instellin
g
en worden bi
j
het
afzetten van het contact op
g
esla
g
en.

132
Rijden
)
Druk bi
j
draaiende motor op de toets 1
om
h
et s
y
steem in te schakelen en het scherm
u
it te klappen.
)
H
oud
de
t
oe
t
s
2 in
g
edrukt om het s
y
steem
ui
t te sc
h
a
k
e
l
en en
h
et sc
h
erm
i
n te
kl
appen.
De in
g
eschakelde
/
uit
g
eschakelde status van
h
et head-up displa
y
bli
jf
t behouden als de motor
opn
i
euw wor
d
t
g
estart.
Inschakelen/uitschakelen
)
S
tel bi
j
draaiende motor de lichtsterkte van
het displa
y
in met de toetsen
3
:
- "zon" om de lichtsterkte te verho
g
en,
- "maan" om de lichtsterkte te verla
g
en.
Re
g
elen van de lichtsterkte
H
e
t i
s
r
aad
z
aa
m
de
t
oe
t
se
n
u
it
s
l
u
it
e
n
d
bi
j
stilstaande auto te bedienen.
L
e
g
noo
i
t voorwerpen ron
d
om
h
et
s
cherm
(
o
f
in de uitsparin
g)
zodat het
u
i
t
kl
appen en
d
e
g
oe
d
e wer
ki
n
g
van
h
et
sc
h
e
rm ni
e
t v
e
rhin
de
r
d
w
o
r
de
n.
Bi
j
bepaalde weersomstandi
g
heden
(
re
g
en en/of sneeuw, zeer zonni
g
weer, ...
)
kan de informatie op het
head-up displa
y
ti
j
deli
j
k minder
g
oed
leesbaar zi
j
n.
Sommi
g
e zonnebrillen kunnen het lezen
v
a
n
de
inf
o
rm
a
ti
e
hin
de
r
e
n.
G
ebruik een schone en zachte doek
(
bi
j
voorbeeld een brillendoek
j
e
o
f microfiberdoek
j
e
)
om het
pro
j
ectiescherm te reini
g
en. Gebruik
nooit een dro
g
e doek, een schuurspons,
o
f een schoonmaak- of oplosmiddel om
t
e
v
oo
rk
o
m
e
n
da
t
e
r kr
asse
n
o
nt
s
t
aa
n
o
p het scherm o
f
de anti-re
f
lecterende
l
aa
g
b
esc
h
a
digd
raa
k
t.
Hoo
g
teverstellin
g
)
S
tel het display bij draaiende motor op de
g
ewenste hoo
g
te a
f
met de toetsen
4
:
- omhoo
g
om het displa
y
ho
g
er af te
stellen,
- omlaa
g
om het displa
y
la
g
er af te stellen.

4
133
Rijden
Snelheden opslaan
Het opslaan van snelheden geldt voor de snelheidsbegrenzer en voor de snelheidsregelaar.
U kunt vi
jf
snelheden opslaan in het
g
eheu
g
en
van het s
y
steem.
Standaard zi
j
n er al enkele snelheden
op
g
esla
g
en.
)
Ga naar het hoofdmenu van het displa
y
van
h
et
i
nstrumentenpanee
l
d
oor op
d
e toets
"
CONFIG" t
e
d
r
ukke
n.
)
S
electeer het menu "Persoonli
j
ke
instellingen -
C
on
f
iguratie" en bevestig uw
k
eu
z
e
.
S
electeren van een op
g
esla
g
en
s
n
elheid
:
)
druk o
p
de toets "
+
"
of
"
-
"
e
n h
oud
de
t
oe
t
s
e
v
e
n
in
g
edrukt; het s
y
steem
s
topt bi
j
de dichtstbi
j
zi
j
nde
op
g
esla
g
en snelheid,
Voer deze handelin
g
en omwille van de
ve
iligh
e
id
a
ll
een u
i
t a
l
s
d
e auto st
il
staat
e
n
g
e
b
ru
ik
hi
er
bij
h
et
di
sp
l
a
y
van
h
et
i
nstrumenten
p
anee
l
.
Deze handelingen kunnen alleen
uit
g
evoerd worden als de auto stilstaat.
Werkin
g
)
S
electeer het menu "Parameters auto" en
b
evest
ig
uw
k
euze.
)
S
electeer "Hulp bi
j
het ri
j
den" en bevesti
g
u
w
keu
z
e
.
)
S
electeer "
O
pgeslagen snelheden" en
b
evesti
g
uw keuze.
)
Wi
j
zi
g
de snelheid.
)
S
electeer "OK " en bevesti
g
dit om de
wi
j
zi
g
in
g
en op te slaan.
Selecteren
)
d
ru
k
no
g
eens op
d
e toets
"
+
"
of
"
-
"
e
n
h
oud de toets ingedrukt om een andere
op
g
esla
g
en snelheid te kiezen.
O
p het instrumentenpaneel wordt de snelheid
e
n de status van het s
y
steem
(
in-/uit
g
eschakeld
)
weer
g
e
g
even.

134
Rijden
Snelheidsbegrenzer
wa
g
ensnelheid de door de bestuurder
in
g
estelde maximumsnelheid overschri
j
dt.
A
ls de in
g
estelde maximumsnelheid is bereikt,
h
eeft het dieper intrappen van het
g
aspedaal
g
een effect. Alleen door het
g
aspedaal
tot voorbi
j
het zware punt in te trappen,
kan de in
g
estelde snelheid ti
j
deli
j
k worden
o
v
e
r
sc
hr
ede
n.
A
ls het
g
aspedaal vervol
g
ens
g
eleideli
j
k weer
wordt los
g
elaten en de wa
g
ensnelheid onder
de in
g
estelde maximumsnelheid komt, wordt de
s
nelheidsbe
g
renzer weer
g
eactiveerd.
H
e
t
i
nschakelen van de snelheidsbe
g
renzer
g
eschiedt handmati
g
: de in
g
estelde snelheid
dient minimaal 30 km
/
h te bedra
g
en.
H
e
t
u
itschakelen van de snelheidsbe
g
renzer
g
eschiedt eveneens handmati
g
met de hendel.
De in
g
estelde maximumsnelheid bli
j
ft na het
af
zetten van het contact op
g
esla
g
en in het
g
e
h
eu
g
en.
Bij het gebruik van de snelheidsbegrenzer moet
de bestuurder te allen tijde de snelheidslimiet in
a
cht nemen, zijn aandacht op het verkeer blijven
vestigen en zijn verantwoordelijkheid nemen.
D
e
z
e
inf
o
rm
a
ti
e
w
o
r
d
t t
e
v
e
n
s
weer
g
e
g
even op het head-up displa
y
.
Zi
e
v
oo
r m
ee
r inf
o
rm
a
ti
e
de
r
ub
ri
e
k
"H
ea
d
-up
di
sp
l
a
y"
.
1
.
T
oe
t
s
v
oo
r h
e
t
se
l
ec
t
e
r
e
n v
a
n
de
s
nelheidsbe
g
renzer
2
.
Toets voor het verla
g
en van de in
g
estelde
s
n
elheid
3.
T
oets voor
h
et ver
h
o
g
en van
d
e
i
n
g
este
ld
e
s
n
elheid
4.
T
oe
t
s
v
oo
r h
e
t
o
n
de
r
b
r
e
k
e
n
/
h
e
rv
a
tt
e
n v
a
n
de snelheidsbegrenzing
(
Pause
)
5
.
T
oe
t
s
v
oo
r h
e
t
u
it
sc
h
a
k
e
l
e
n v
a
n
de
s
nelheidsbe
g
renzer
Bedienin
g
op het stuurwiel
De in
f
ormatie van de snelheidsbegrenzer
wordt weer
g
e
g
even op het displa
y
van het
instrumentenpaneel.
Weer
g
ave op het
i
nstrumenten
p
aneel
A.
Snelheidsbe
g
renzin
g
in
g
eschakeld/
o
n
de
r
b
r
oke
n
B.
S
nelheidsbe
g
renzer
g
eselecteerd
C.
I
n
g
este
ld
e sne
lh
e
id

136
Rijden
Snelheidsregelaar
de bestuurder met een constante in
g
estelde
s
nelheid ri
j
den zonder
g
as te hoeven
g
even.
H
e
t
i
nschakelen van de snelheidsre
g
elaar
g
esc
hi
e
d
t
h
an
d
mat
ig
.
Hi
ervoor
i
s
h
et no
dig
d
at:
- de wa
g
ensnelheid minimaal 40 km
/
h is,
- minimaal de 2e versnellin
g
is in
g
eschakeld,
-
de
s
t
a
n
d
A is geselecteerd.
He
t
ui
tsc
h
a
k
e
l
en van
d
e sne
lh
e
id
sre
g
e
l
aar
g
esc
hi
e
d
t
h
an
d
mat
ig
met
d
e
h
en
d
e
l
,
door het rem
p
edaal in te tra
pp
en o
f
om
veili
g
heidsredenen door activerin
g
van het
E
SC.
D
oor
h
et
g
aspe
d
aa
l
i
n te trappen,
k
an
d
e
ingestelde snelheid tijdelijk worden overschreden.
O
m weer teru
g
te keren naar de in
g
estelde
s
nelheid is het voldoende het
g
aspedaal los te
l
a
t
e
n.
N
a
h
e
t
af
z
e
tt
e
n v
a
n h
e
t
co
nt
ac
t w
o
r
de
n
a
ll
e
in
g
estelde snelheden
g
ewist.
1.
Toets voor het selecteren van de snelheidsre
g
elaar
2
.
Toets voor het pro
g
rammeren van een snelheid en
het verla
g
en van de in
g
estelde snelheid
3.
Toets voor het pro
g
rammeren van een snelheid en
het verho
g
en van de in
g
estelde snelheid
4.
Toets voor het onderbreken
/
hervatten van de
s
nelheidsre
g
elin
g
(
Pause
)
5
.
Toe
t
s
v
oo
r
he
t
ui
t
schakele
n v
a
n
de
snelheidsregelaar
Bedienin
g
op het stuurwiel
Bij
h
et
g
e
b
ru
ik
van
d
e sne
lh
e
id
sre
g
e
l
aar
moet
d
e
b
estuur
d
er te a
ll
en t
ijd
e
d
e
s
ne
lh
e
id
s
li
m
i
et
i
n ac
h
t nemen, z
ij
n
a
an
d
ac
h
t op
h
et ver
k
eer
blij
ven vest
ig
en
e
n z
ij
n verantwoor
d
e
lijkh
e
id
nemen.
D
e
z
e
in
fo
rm
a
ti
e
w
o
r
d
t t
e
v
e
n
s
weer
g
e
g
even op
h
et
h
ea
d
-up
di
sp
l
a
y
.
Zi
e
v
oo
r m
ee
r in
fo
rm
a
ti
e
de
r
ub
ri
e
k
"Head-up display".
De in
f
ormatie van de snelheidsre
g
elaa
r
wordt weergegeven op het display van het
instrumentenpaneel.
Weer
g
ave op het displa
y
A.
S
nelheidsre
g
elaar in
g
eschakeld
/
o
n
de
r
b
r
oke
n
B.
S
nelheidsre
g
elaar
g
eselecteerd
C
.
Ingestelde snelheid

138
Rijden
Deze functie si
g
naleert met behulp van
s
ensoren in de bumper obstakels in de
n
abi
j
heid van de auto
(
personen, auto's,
bomen, sla
g
bomen, enz.
)
die binnen het
de
t
ec
t
iebe
r
eik
v
alle
n.
Bepaalde obstakels
(
paalt
j
es, pionnen, enz.
)
di
e aanvan
k
e
lijk
we
l
wor
d
en
g
e
d
etecteer
d
,
w
o
r
de
n
doo
r
dode
h
oe
k
e
n in h
e
t
de
t
ec
ti
ebe
r
e
ik
m
o
g
eli
j
k niet meer
g
edetecteerd als ze zich
vlak bi
j
de auto bevinden.
PARKEERHULP
Deze functie is een hulps
y
steem: de
b
estuur
d
er
di
ent a
l
t
ijd
a
l
ert te
blij
ven en
is zel
f
verantwoordeli
j
k.
D
e functie wordt
g
eactiveerd zodra de
ac
h
teru
i
tversne
lli
n
g
wor
d
t
i
n
g
esc
h
a
k
e
ld
.
Hi
er
bij
kli
n
k
t een
g
e
l
u
id
ss
ig
naa
l
.
Z
o
d
ra
d
e ac
h
teru
i
tversne
lli
n
g
wor
d
t
u
itgeschakeld, is de
f
unctie niet meer actie
f
.
Parkeerhul
p
achte
r
Geluidssi
g
nalen
De
bes
t
uu
r
de
r w
o
r
d
t v
ia
ee
n
o
n
de
r
b
r
oke
n
g
e
l
u
id
ss
ig
naa
l
g
ewaarsc
h
uw
d
bij
h
et na
d
eren van
obstakels. De
f
requentie van het
g
eluidssi
g
naal
n
ee
mt t
oe
n
aa
rm
a
t
e
de
au
t
o
he
t
obs
t
akel
n
ade
rt.
A
an
d
e weer
g
ave van
h
et
g
e
l
u
id
ss
ig
naa
l
v
i
a
d
e
l
uidspreker
(
rechts o
f
links
)
is te herkennen aan
we
lk
e z
ijd
e van
d
e auto
h
et o
b
sta
k
e
l
z
i
c
h
b
ev
i
n
d
t.
Z
od
r
a
de
afs
t
a
n
d
t
usse
n
de
au
t
o
e
n h
e
t
obs
t
a
k
e
l
kl
e
i
ner wor
d
t
d
an
d
ert
ig
cent
i
meter,
kli
n
k
t
h
et
g
e
l
u
id
ss
ig
naa
l
onon
d
er
b
ro
k
en.
Grafi sche weer
g
ave
De
g
ra
f
ische weer
g
ave is een aanvullin
g
op het
geluidssignaal.
O
p het multi
f
unctionele display
worden blok
j
es weer
g
e
g
even die het picto
g
ram
v
a
n
de
au
t
o
s
t
eeds
d
i
c
ht
e
r n
ade
r
e
n. Al
s
de
au
t
o
h
et obstakel zeer dicht
g
enaderd is, verschi
j
nt
ook het s
y
mbool "Gevaar" op het displa
y
.

4
139
Rijden
C
ontroleer bi
j
slecht weer o
f
in winterse
omstandi
g
heden o
f
de sensoren
s
oms bedekt zijn met modder, ijs
o
f
sneeuw. Bi
j
het inschakelen van
de achteruitversnellin
g
g
eeft een
g
eluidssi
g
naal
(
lan
g
e pieptoon
)
aan dat
de sensoren vuil kunnen zi
j
n.
Als de snelheid van de auto la
g
e
r
is dan 10 km
/
h, kan de parkeerhulp
g
e
l
u
id
ss
ig
na
l
en
g
even a
l
s react
i
e op
bepaalde om
g
evin
g
s
g
eluiden
(
motoren,
vrachtwagens, drilboren, enz.
)
.
Al
s er een stor
i
n
g
optree
d
t,
g
aat
bij
h
et
i
nsc
h
a
k
e
l
en
van
d
e ac
h
teru
i
tversne
lli
n
g
di
t ver
klikk
er
l
amp
j
e op
h
et
i
nstrumenten
p
aneel branden en
/
o
f
wordt er een
b
er
i
c
h
t op
h
et
di
sp
l
a
y
weer
g
e
g
even,
i
n com
bi
nat
i
e
m
et een
g
eluidssi
g
naal
(
korte pieptoon
)
.
Raadplee
g
het PEU
G
E
O
T-netwerk o
f
een
g
ekwali
f
iceerde werkplaats.
Storin
g
De parkeerhulp v
óó
r is een aanvulling op
de parkeerhulp achter en wordt
g
eactiveerd
zodra er bi
j
een wa
g
ensnelheid van maximaal
1
0
km
/
h vóór de auto een obstakel wordt
g
edetecteerd.
De parkeerhulp vóór wordt uit
g
eschakeld zodra
d
e auto
l
an
g
er
d
an
d
r
i
e secon
d
en st
il
staat met
e
en
i
n
g
esc
h
a
k
e
ld
e versne
lli
n
g
vooru
i
t, a
l
s er
g
een obstakel meer wordt
g
edetecteerd o
f
wanneer de wagensnelheid hoger wordt dan
10 km
/
h.
Parkeerhul
p
vóó
r
D
e
fu
n
c
ti
e
w
o
r
d
t
au
t
o
m
a
ti
sc
h
uit
g
eschakeld zodra een aanhan
g
er
wordt aan
g
ekoppeld of een
fietsendra
g
er wordt
g
emonteerd
(
auto's
voorzien van een door PE
UG
E
O
T
a
anbevolen trekhaak o
f
f
ietsendra
g
er
)
.
Uitschakelen
/
activeren van de
p
arkeerhul
p
vóór en achter
D
e functie kan worden uit
g
eschakeld door deze
k
nop in te drukken. Het controlelamp
j
e in de
k
nop
g
aat branden.
Door de knop opnieuw in te drukken wordt de
f
unctie weer
g
eactiveerd. Het controlelamp
j
e
doof
t.
Aan de hand van het
g
eluid dat via
de luidspreker
(
voor o
f
achter
)
wordt
weer
g
e
g
even, is te herkennen o
f
het
obs
t
a
k
e
l zi
c
h v
oo
r
of
ac
ht
e
r
de
au
t
o
be
vin
d
t.

140
Rijden
Dit s
y
steem meet de afmetin
g
en van een
p
arkeerplek tussen twee auto's of obstakels en
g
eeft informatie over:
-
d
e mo
g
e
lijkh
e
id
te par
k
eren
i
n een
l
e
g
e
p
ar
k
eerp
l
aats, aan
d
e
h
an
d
van
d
e
af
metin
g
en van uw auto en de benodi
g
de
af
standen voor het manoeuvreren,
- de moeili
j
kheids
g
raad van het inparkeren.
H
et s
y
steem meet
g
een par
k
eerru
i
mtes op
waarvan de a
f
metingen aanmerkelijk groter o
f
k
leiner zi
j
n dan de a
f
metin
g
en van uw auto.
H
et ver
klikk
er
l
amp
j
e van
d
e
sc
h
a
k
e
l
aa
r
A
k
a
n tw
ee
v
e
r
sc
hill
e
n
de
toestanden aan
g
even:
Weer
g
ave
-
b
randt permanent
:
de
fu
n
c
ti
e
i
s
g
eselecteerd door een druk op de
sc
h
a
k
e
l
aa
r
A
.
-
u
it
:
de functie is niet in
g
eschakeld.
Intelligente parkeerhulp

4
141
Rijden
U
h
e
b
t een
b
esc
hikb
are
p
ar
k
eer
pl
e
k
ont
d
e
k
t:
)
Z
e
t
de
se
l
ec
ti
e
h
e
n
de
l in
de
s
t
a
n
d
A
.
)
Druk o
p
de schakelaar A
o
m
de
fu
n
c
ti
e
t
e
se
l
ec
t
e
r
e
n.
)
Schakel de richtin
g
aanwi
j
zer aan de zi
j
de
van de parkeerplaats in; er verschi
j
nt een
m
eldin
g
en het verklikkerlamp
j
e knippert
ter
b
evest
igi
n
g
van
h
et meten.
)
Rij
l
an
g
s
d
e par
k
eerp
l
aats met een
s
nelheid van minder dan 20 km
/
h, en
bereid u voor o
p
het in
p
arkeren.
)
Zodra het s
y
steem klaar is met het meten,
g
eeft het de moeili
j
kheids
g
raad voor het
inparkeren aan met een meldin
g
op het
displa
y
van het instrumentenpaneel, in
c
ombinatie met een
g
eluidssi
g
naal.
D
e
f
unctie kan de vol
g
ende meldin
g
en weer
g
even:
Inparkeren mo
g
eli
jk
Inparkeren moeili
jk
Inparkeren af
g
eraden
Als de zijdelingse a
f
stand tussen uw
auto en de parkeerplek te
g
root is,
bestaat de kans dat het s
y
steem
g
een
metin
g
uitvoert.
De functie bli
j
ft na elke metin
g
b
esc
hikb
aar, zo
d
at u meer
d
ere
parkeerplaatsen achter elkaar kunt
l
aten o
p
meten.
Let er bi
j
slecht weer en in de winter op
dat de sensoren niet vervuild, bevroren
o
f
met sneeuw bedekt zi
j
n.
De intelli
g
ente parkeerhulp schakelt de
par
k
eer
h
u
l
p aan
d
e voorz
ijd
e t
ijd
ens
h
et
meten uit, zolan
g
de auto vooruit ri
j
dt.
L
aat
h
et s
y
steem
bij
een stor
i
n
g
c
ontroleren door het PE
UG
E
O
T-
netwerk o
f
door een gekwali
f
iceerde
werkplaats.
De
f
unctie wordt automatisch uit
g
eschakeld:
- bij het inschakelen van de
achteruitversnellin
g
,
- bi
j
het afzetten van het contact,
- als
g
een metin
g
nodi
g
is,
- vi
j
f minuten na het selecteren van de
functie
,
- a
l
s
g
e
d
uren
d
e
l
an
g
er
d
an een m
i
nuut met
m
eer dan 70 km
/
h wordt
g
ereden.

142
Zicht
Lichtschakelaar
Met de lichtschakelaar kunt u de verlichting en signalering van de auto selecteren en inschakelen.
Hoofdverlichtin
g
Uw auto is voorzien van verschillende
verlichtin
g
sfuncties:
- parkeerlicht: om
g
ezien te worden,
- dimlicht: voor een optimaal zicht zonder
m
edewe
gg
ebruikers te verblinden,
-
g
root
li
c
h
t: voor een opt
i
maa
l
z
i
c
h
t op
we
g
en zon
d
er an
d
er ver
k
eer,
-
b
oc
h
tver
li
c
h
t
i
n
g
: voor een opt
i
maa
l
z
i
c
h
t
i
n
boc
ht
e
n.
Aanvullende verlichtin
g
Uw auto is voorzien van aanvullende verlichtin
g
voor specifieke ri
j
omstandi
g
heden:
- mistachterlichten: voor een optimale
zichtbaarheid van achteren bi
j
mist,
- da
g
ri
j
verlichtin
g
: voor een betere
z
i
c
h
t
b
aar
h
e
id
van uw auto over
d
a
g
.
Automatische functies
Het verlichtin
g
ss
y
steem van uw auto hee
f
t
v
e
r
sc
hill
e
n
de
e
xtr
a
au
t
o
m
a
ti
sc
h
e
f
u
n
c
ti
es
d
i
e
afzonderli
j
k kunnen worden in
g
esteld:
- follow me home-verlichtin
g
,
- bochtverlichtin
g
,
-
i
nstapver
li
c
h
t
i
n
g
,
-
d
a
g
r
ij
ver
li
c
h
t
i
n
g
,
- automat
i
sc
h
e ver
li
c
h
t
i
n
g
,
- "
G
rootlichtassistent".

5
143
Zicht
Rin
g
voor de selectie van de
stand van de hoofdverlichtin
g
Draai aan de rin
g
om het s
y
mbool van de
g
ewenste stand te
g
enover het merkteken te
z
ette
n.
Li
c
ht
e
n
u
it.
A
utomatische verlichtin
g
.
A
lleen parkeerlicht.
Dimlicht of
g
rootlicht. Grootlichtschakelaar
Tr
e
k
de
h
e
n
de
l n
aa
r
u
t
oe
o
m
o
v
e
r t
e
sc
h
a
k
e
l
e
n
van dim- naar
g
rootlicht en teru
g
.
A
ls de verlichtin
g
is uit
g
eschakeld o
f
wanneer
a
ll
een
d
e par
k
eer
li
c
h
ten z
ij
n
i
n
g
esc
h
a
k
e
ld
,
k
unt
u een
li
c
h
ts
ig
naa
l
g
even
d
oor
d
e
h
en
d
e
l
naar u
t
oe
t
e
tr
e
kk
e
n.
V
erklikkerlamp
j
es
Een verklikkerlamp
j
e op het
instrumentenpaneel
g
eeft aan dat de
g
eselecteerde verlichtin
g
is in
g
eschakeld.

144
Zicht
Rin
g
voor de selectie van de mistverlichtin
g
De mistverlichtin
g
werkt in combinatie met het dimlicht en het
g
rootlicht.
Mistachterlichten
Als de verlichtin
g
automatisch wordt
u
it
g
eschakeld
(
uitvoerin
g
en met automatische
verlichtin
g)
of als het dimlicht handmati
g
wordt
ui
t
g
esc
h
a
k
e
ld
,
blij
ven
d
e m
i
stver
li
c
h
t
i
n
g
en
d
e
par
k
eer
li
c
h
ten
b
ran
d
en.
)
D
raa
i
d
e r
i
n
g
naar ac
h
teren om
d
e
mistverlichting uit te schakelen.
De
p
arkeerlichten worden dan ook
u
it
g
eschakeld.
Bi
j
helder o
f
re
g
enachti
g
weer,
zowel overdag als 's nachts, zijn de
mi
s
t
ac
ht
e
rli
c
ht
e
n v
e
r
b
lin
de
n
d
v
oo
r
medewe
gg
ebruikers en daarom niet
toe
g
estaan. Gebruik ze uitsluitend bi
j
mi
s
t
o
f
s
n
eeu
wv
a
l.
Onder deze weersomstandi
g
heden
di
ent u
d
e m
i
st
l
ampen en
h
et
di
m
li
c
h
t
h
an
d
mat
ig
i
n te sc
h
a
k
e
l
en, om
d
at
de
lich
t
se
n
so
r v
oldoe
n
de
lich
t
ka
n
w
aarnemen
.
Ver
g
eet niet de mistachterlichten uit te
zetten zodra ze niet meer nodi
g
zi
j
n.
)
Verdraai de rin
g
één stand naar voren om
de
mi
s
t
ac
ht
e
rli
c
ht
e
n in t
e
sc
h
a
k
e
l
e
n.

5
145
Zicht
A
ls het contact is af
g
ezet, de verlichtin
g
handmati
g
is in
g
eschakeld en een van
de voorportieren wordt
g
eopend, klinkt
e
en
g
e
l
u
id
ss
ig
naa
l
om aan te
g
even
d
at
d
e ver
li
c
h
t
i
n
g
no
g
b
ran
d
t.
H
et
g
e
l
u
id
ss
ig
naa
l
stopt zo
d
ra
d
e
verlichting wordt uitgeschakeld.
A
ls de dimlichten bi
j
a
fg
ezet contact
bli
j
ven branden,
g
aat de auto over in
de E
CO
-mode om het ontladen van de
accu
t
e
v
oo
rk
o
m
e
n.
O
nder bepaalde weersomstandigheden
(
la
g
e temperatuur, vochti
g
heid
)
kan zich
e
en laa
gj
e condens aan de binnenzi
j
de
van de koplampen en de achterlichten
vormen; dit verdwi
j
nt enkele minuten na
h
et ontste
k
en van
d
e
k
op
l
ampen.
V
er
li
c
h
t
i
n
g
over
d
a
g
i
s verp
li
c
h
t
i
n somm
ig
e
landen: deze wordt automatisch in
g
eschakeld
als de motor wordt
g
estart zodat de auto
o
verda
g
beter zichtbaar is voor de overi
g
e
we
gg
ebruikers.
V
erlichtin
g
overda
g
De verlichtin
g
overda
g
is beschikbaar:
- in landen waar dit vol
g
ens de wet
g
evin
g
verp
li
c
h
t
i
s;
h
et
di
m
li
c
h
t
b
ran
d
t
i
n
c
om
bi
nat
i
e met
d
e par
k
eer
li
c
h
ten en
d
e
k
ente
k
enp
l
aatver
li
c
h
t
i
n
g
,
- in overige landen; de speciaal voor dit doel
bestemde verlichtin
g
brandt.
D
e
z
e
f
u
n
c
ti
e
k
a
n w
o
r
de
n
in
g
eschakeld of uit
g
eschakeld
via het con
f
i
g
uratiemenu van
de
au
t
o
.
A
ls het contact wordt a
fg
ezet, wordt
de verlichtin
g
g
edoo
f
d, maar kunt u de
verlichting altijd weer inschakelen met
de
li
c
ht
sc
h
a
k
e
l
aa
r.
* functie kan worden in
g
esteld via het
c
onfi
g
uratiemenu van de auto.
L
ED-verlichtin
g
Deze wordt automatisch in
g
eschakeld als de
motor wor
d
t
g
estart.
A
f
hankeli
j
k van het land van bestemmin
g
doet
d
eze ver
li
c
h
t
i
n
g
di
enst a
l
s:
- dagrijverlichting
*
en als parkeerlicht
'
s nachts
(
bi
j
de da
g
ri
j
verlichtin
g
is de
l
ichtsterkte
g
roter
)
,
o
f
a
l
s
- parkeerlichten overda
g
en 's nachts.
Als uw auto is uit
g
erust met LED's werken
d
e convent
i
one
l
e
gl
oe
il
ampen van
d
e
da
g
ri
j
verlichtin
g/
parkeerlichten vóór niet.

146
Zicht
De zi
j
kant van de auto wordt
g
emarkeerd door het
inschakelen van de
p
arkeerlichten aan de kant van
h
e
t v
e
rk
ee
r.
)
D
u
w
de
li
c
ht
sc
h
a
k
e
l
aa
r
b
inn
e
n
éé
n min
uu
t
na het a
f
zetten van het contact omhoo
g
o
f
o
m
l
aa
g
om
d
e par
k
eer
li
c
h
ten aan
d
e
k
ant van
het verkeer in te schakelen
(
voorbeeld: rechts
van de we
g
parkeren: lichtschakelaar omlaa
g
duwen; parkeerlichten links
g
aan branden
)
.
Het inschakelen wordt bevesti
g
d door
e
en
g
eluidssi
g
naal en het branden van
het controlelampje van de desbetre
ff
ende
ri
c
h
t
i
n
g
aanw
ij
zer op
h
et
i
nstrumentenpanee
l
.
Z
et om
d
e par
k
eer
li
c
h
ten u
i
t te sc
h
a
k
e
l
en
d
e
l
i
c
ht
sc
h
a
k
e
l
aa
r in
de
mi
dde
n
s
t
a
n
d
of
z
e
t h
e
t
co
nt
ac
t
aa
n.
Deze
f
unctie zor
g
t ervoor dat na het a
f
zetten
van het contact de dimlichten no
g
even bli
j
ven
branden om het uitsta
pp
en in het donker te
ver
g
emakkeli
j
ken.
Handbediende follow me
home-verlichtin
g
Inschakelen
)
G
eef binnen
30
seconden of 1 minuut na
h
et afzetten van het contact
(
afhankeli
j
k
van de in het confi
g
uratiemenu in
g
estelde
ti
j
d van de automatische follow-me-home-
verlichtin
g)
een "lichtsi
g
naal" met de
l
i
c
ht
sc
h
a
k
e
l
aa
r.
)
Geef no
g
maals een "lichtsi
g
naal" om de
f
u
n
c
ti
e
u
it t
e
sc
h
a
k
e
l
e
n.
Uitschakelen
Na het ver
g
rendelen van de auto wordt de
h
andbediende follow me home-verlichtin
g
na
on
g
eveer 30 seconden automatisch uit
g
eschakeld.

5
147
Zicht
H
et
p
ar
k
eer
li
c
h
t en
h
et
di
m
li
c
h
t wor
d
en
automatisch ingeschakeld als de lichtsterkte
van de om
g
evin
g
onvoldoende is o
f
in
bepaalde
g
evallen dat de ruitenwissers worden
in
g
eschakeld.
De verlichtin
g
wordt uit
g
eschakeld als de
lichtsterkte van de om
g
evin
g
weer voldoende is
o
f
nadat het wissen is
g
estopt.
Automatische verlichtin
g
Inschakelen
)
Draai de rin
g
in de stand
"AUTO"
. H
e
t
"
i
nsc
h
a
k
e
l
en wor
d
t
b
evest
igd
d
oor een me
ldi
n
g
op
h
et
di
sp
l
a
y
van
h
et
i
nstrumentenpanee
l
.
Uitschakelen
)
Draai de rin
g
in een andere stand. Het
u
itschakelen wordt bevesti
g
d door een meldin
g
op het displa
y
van het instrumentenpaneel.
Koppelin
g
met de automatische
f
ollow me home-verlichtin
g
De koppelin
g
van de automatische follow
me home-verlichtin
g
aan de automatische
verlichtin
g
biedt de vol
g
ende extra
mo
g
eli
j
kheden:
- in
s
t
e
ll
e
n v
a
n
de
duu
r v
a
n
de
fo
ll
o
w m
e
home-verlichtin
g
(
15, 30 o
f
60 seconden
)
,
- automatische inschakelin
g
van de
f
ollow
me home-verlichting als de automatische
verlichtin
g
is in
g
eschakeld.
Storin
g
Bi
j
een storin
g
in de
l
ichtsensor
g
aat de
verlichtin
g
branden,
wordt dit picto
g
ram weer
g
e
g
even op
het instrumentenpaneel en/of verschi
j
nt
e
en me
ldi
n
g
op
h
et
di
sp
l
a
y
van
h
et
i
nstrumentenpanee
l
,
i
n com
bi
nat
i
e met een
g
e
l
u
id
ss
ig
naa
l
.
Raadplee
g
het PEUGE
O
T-netwerk of een
g
ekwali
f
iceerde werkplaats.
Als de lichtsensor bi
j
mist o
f
sneeuw
vo
ld
oen
d
e
li
c
h
t waarneemt, wor
d
t
d
e
verlichtin
g
niet automatisch in
g
eschakeld.
Dek de met de re
g
ensensor
gecombineerde lichtsensor die zich in
he
t m
idde
n v
a
n
de
v
oo
rr
ui
t
ach
t
e
r
de
binnenspie
g
el bevindt, niet af. De aan de
s
ensor
g
ekoppelde functies worden dan
ni
e
t m
ee
r
bed
i
e
n
d
.
Instellen
De ti
j
dsduur van de follow me
home-verlichtin
g
kan via het
c
on
f
i
g
uratiemenu van het displa
y
van
h
et
i
nstrumentenpanee
l
i
n
d
e
autoparameters wor
d
en
i
n
g
este
ld
.

148
Zicht
Grootlichtassistent
Inschakelen
De bestuurder kan indien nodi
g
op elk moment
z
elf in
g
ri
j
pen:
Di
t s
y
steem sc
h
a
k
e
l
t automat
i
sc
h
om
tussen dim- en
g
rootlicht, a
f
hankeli
j
k van de
a
anwezigheid van overig verkeer op de weg
dat wordt
g
ere
g
istreerd door een sensor op de
binnenspie
g
el.
Het s
y
steem wordt
g
eactiveerd vanaf 25 km/h
e
n wordt weer
g
edeactiveerd bi
j
15 km/h.
)
zet de lichtschakelaar in de stand "AUT
O
"
of "Dimlicht/
g
rootlicht",
Uitschakelen
)
of schakel om met de lichtschakelaar terwi
j
l
deze in de stand "A
U
T
O
" of "Dimlicht
/
g
rootlicht" staat.
Bi
j
het
g
even van een lichtsi
g
naal wordt
h
et s
y
steem niet uit
g
eschakeld.
De status van het s
y
steem bli
jf
t na
he
t
a
fz
e
tt
e
n v
a
n h
e
t
co
nt
ac
t in h
e
t
g
e
h
eu
g
en op
g
es
l
a
g
en.
Het automatische omschakels
y
steem
i
s een
h
u
l
ps
y
steem
bij
h
et r
ijd
en.
D
e
bestuurder bli
jf
t zel
f
verantwoordeli
j
k
voor de verlichtin
g
van zi
j
n auto en de
a
anpassin
g
van de verlichtin
g
aan de
l
ichtsterkte van de om
g
evin
g
, het zicht
e
n
he
t v
e
r
kee
r.
Er kunnen storingen in de werking van
het systeem optreden:
- als het zicht slecht is
(
bijvoorbeeld
bij sneeuwval, zware regenval o
f
dichte mist, ...
)
,
- als het gedeelte van de voorruit voor
de sensor vuil, beslagen o
f
bedekt is
(
bijvoorbeeld met een sticker
)
,
- als de verlichting van uw auto wordt
weerkaatst door spiegelende o
f
re
f
lecterende panelen
(
bi
j
voorbeeld
verkeersborden
)
.
Het s
y
steem si
g
naleert
g
een:
- we
gg
ebruikers die
g
een verlichtin
g
voeren, zoals voet
g
an
g
ers,
- we
gg
ebruikers van wie de
verlichtin
g
wordt a
fg
eschermd
(
bi
j
voorbeeld door een van
g
rail op
de snelwe
g)
,
- weggebruikers die zich aan de top
o
f
de voet van een steile hellin
g
,
in een bocht of op een zi
j
we
g
be
vin
de
n.
)
d
ru
k
o
p
d
eze toets;
h
et
lampje gaat uit,
)
druk op deze toets; het
lamp
j
e
g
aat branden.

5
149
Zicht
Instapverlichting
buitenzijde
De instapverlichting wordt a
f
hankelijk van de
door de lichtsensor
g
esi
g
naleerde hoeveelheid
licht
g
eactiveerd om op donkere plaatsen het
lokaliseren van de auto en het instappen te
ver
g
emakkeli
j
ken.
Inschakelen
Ui
tsc
h
a
k
e
l
en
D
e
i
nstapver
li
c
h
t
i
n
g
b
u
i
tenz
ijd
e
g
aat na een
bepaalde ti
j
d automatisch uit, o
f
g
aat uit na het
aanzetten van het contact o
f
het ver
g
rendelen
v
a
n
de
au
t
o
.
Pro
g
rammeren
D
e
duu
r v
a
n h
e
t
b
r
a
n
de
n
van de instapverlichtin
g
kan
worden
g
eselecteerd via het
c
on
f
i
g
uratiemenu van het displa
y
van
h
et
i
nstrumentenpanee
l
.
)
D
ru
k
op
h
et
g
eopen
d
e
h
an
g
s
l
ot
van de a
f
standsbedienin
g
.
Het dimlicht en
p
arkeerlicht
g
aan branden en uw auto wordt
ont
g
rendeld.
Verlichting
buitenspiegels
Inschakelen
De instapverlichtin
g
wordt in
g
eschakeld:
-
bij
h
et ont
g
ren
d
e
l
en,
-
bij
h
et verw
ijd
eren van
d
e contacts
l
eute
l
,
-
bij
h
et openen van een port
i
er,
- bij het lokaliseren van de auto via de
a
f
standsbedienin
g
.
Uitschakelen
De verlichtin
g
doo
f
t na een bepaalde ti
j
d
au
t
o
m
a
t
isch
.
O
m de toe
g
an
g
tot de auto te ver
g
emakkeli
j
ken,
w
orden de vol
g
ende delen verlicht:
-
h
et opperv
l
a
k
naast
h
et
b
estuur
d
ers- en
h
et passa
gi
ersport
i
er,
-
h
et opperv
l
a
k
voor
d
e
b
u
i
tensp
i
e
g
e
l
s en
achter de voor
p
ortieren.

150
Zicht
Halogeen
koplampen
handmatig verstellen
Automatische koplamphoogteverstelling bij
xenonlampen
V
erste
l
d
e
k
op
l
ampen met
h
a
l
o
g
een
l
ampen
af
hankeli
j
k van de beladin
g
van uw auto
om ver
bli
n
di
n
g
van me
d
ewe
gg
e
b
ru
ik
ers te
v
oo
rk
o
m
e
n.
1
B
es
t
uu
r
de
r .
2
Bestuurder + voorpassa
g
ier.
3
Bestuurder + voorpassa
g
ier +
a
chterpassa
g
iers.
4
5 personen.
5
5 personen +
b
e
l
a
di
n
g
i
n
d
e
b
a
g
a
g
eru
i
mte.
6
B
estuur
d
er +
b
e
l
a
di
n
g
i
n
d
e
b
a
g
a
g
eru
i
mte.
In het
g
eval van een storin
g
versc
hij
nt
di
t p
i
cto
g
ram op
h
et
i
nstrumentenpanee
l
,
i
n com
bi
nat
i
e met een
g
e
l
u
id
ss
ig
naa
l
e
n een melding op het display van het
instrumenten
p
aneel.
Het s
y
steem zet in dat
g
eval de koplampen in
de la
g
e stand.
O
m verblindin
g
van andere we
gg
ebruikers
te voor
k
omen corr
ig
eert
di
t s
y
steem
bij
st
il
staan
d
e auto automat
i
sc
h
d
e
h
oo
g
te van
d
e
l
ichtbundel van de xenonlampen, a
f
hankeli
j
k
van
d
e
b
e
l
a
di
n
g
van
d
e auto.
Raak in het
g
eval van een storin
g
de xenonlampen
n
iet aan. Raadplee
g
het PEUGE
O
T-netwerk o
f
een
g
ekwalificeerde werkplaats.
S
tand
"
0":
b
as
i
s
i
nste
lli
n
g
.

5
151
Zicht
A
ls het dimlicht of
g
rootlicht is in
g
eschakeld,
zor
g
t deze functie ervoor dat de lichtbundels de
we
g
berm beter verlichten in bochten.
Deze functie
,
die uitsluitend in combinatie
m
et xenon
l
ampen wor
d
t
g
e
l
ever
d
, zor
g
t voor
e
en aanz
i
en
lijk
e ver
b
eter
i
n
g
van
h
et z
i
c
h
t
i
n
boch
t
e
n.
Dynamische bochtverlichting
m
et bochtverlichtin
g
zon
d
er
b
oc
h
tver
li
c
h
t
i
n
g
Confi
g
uratie
Storin
g
D
e
z
e
f
u
n
c
ti
e
k
a
n w
o
r
de
n
g
eactiveerd of
g
edeactiveerd via het
c
on
f
i
g
uratiemenu van het displa
y
van
h
et
i
nstrumentenpanee
l
.
A
ls de auto stilstaat, stapvoets ri
j
dt of
in de achteruitversnellin
g
staat, is deze
f
unctie uit
g
eschakeld.
De status van de functie bli
j
ft na
h
e
t
a
fz
e
tt
e
n v
a
n h
e
t
co
nt
ac
t in h
e
t
g
eheu
g
en op
g
esla
g
en.
I
n
h
et
g
eva
l
van een stor
i
n
g
k
n
i
ppert
di
t p
i
cto
g
ram op
h
et
i
nstrumenten
p
anee
l
i
n com
bi
nat
i
e
met een melding op het display van
het instrumenten
p
aneel.
Raadplee
g
het PEUGE
O
T-netwerk o
f
e
en
g
ekwalificeerde werkplaats.

152
Zicht
Ruitenwisserschakelaar
Af
hankeli
j
k van de uitvoerin
g
zi
j
n de vol
g
ende
au
t
o
m
a
ti
sc
h
e
fu
n
c
ti
es
v
a
n
de
r
u
it
e
nwi
sse
r
s
m
o
g
e
lijk
:
- automatische werkin
g
van de ruitenwissers
v
óó
r,
-
au
t
o
m
a
ti
sc
h in
sc
h
a
k
e
l
e
n v
a
n
de
r
uitenwisser achter bi
j
het inschakelen van
de achteruitversnellin
g
.
Handmati
g
e functies
D
e
bes
t
uu
r
de
r
sc
h
a
k
e
lt
de
r
u
it
e
nwi
sse
r
s
handmati
g
in.
De ruitenwissers voor en achter zor
g
en
voor een optimaal zicht voor de bestuurder,
on
g
eacht de weersomstandi
g
heden.
Ruitenwissers vóór
Wi
ss
n
e
lh
e
i
d
:
Uitvoerin
g
met handbediende
r
uitenwissers
(
interval
)
Uitvoerin
g
met automatische ruitenwissers
ho
g
e snelheid
(
hevi
g
e neersla
g)
,
normale snelheid
(
mati
g
e re
g
enval
)
,
interval
(
wissnelheid aan
g
epast aan
de wa
g
ensnelheid
)
,
uit
,
één keer wissen
(
duw de hendel even
omlaa
g)
,
automatisch
(
omlaag duwen
e
n loslaten
)
,
één keer
(
de hendel even
naar u toe trekken
)
.

5
153
Zicht
R
u
i
tenw
i
sser ac
h
te
r
S
chakel de automatische werkin
g
van
d
e ru
i
tenw
i
sser ac
h
ter u
i
t
bij
sneeuwva
l
of
stren
g
e vorst en bi
j
monta
g
e van
e
en
f
ietsendra
g
er op de achterklep.
Di
t
k
an wor
d
en u
i
t
g
evoer
d
v
i
a
h
et
c
on
f
i
g
uratiemenu van het displa
y
van
h
et
i
nstrumenten
p
anee
l
.
Rin
g
voor de selectie van de ruitenwisser
ach
t
e
r:
uit,
interval,
wissen en sproeien
(g
edurende eni
g
e
ti
j
d
)
.
A
c
h
teru
i
tversne
lli
n
g
Als de ruitenwissers vóór zi
j
n in
g
eschakeld
op het moment dat u de achteruitversnelling
i
nschakelt, wordt automatisch de ruitenwisser
a
chter in
g
eschakeld.
D
e
z
e
f
u
n
c
ti
e
k
a
n w
o
r
de
n
g
eactiveerd of
g
edeactiveerd via het
c
onfi
g
uratiemenu van het displa
y
van
h
et instrumentenpaneel.
D
e
z
e
fu
n
c
ti
e
i
s
s
t
a
n
daa
r
d
g
eact
i
veer
d
.
I
nste
ll
en
)
T
r
ek
de
r
ui
t
e
nw
isse
r
schakelaa
r n
aa
r
u
toe.
D
e ru
i
tensproe
i
ers tre
d
en
i
n wer
ki
n
g
,
waarna enige tijd de ruitenwissers worden
in
g
eschakeld om de ruit schoon te wissen.
De koplampsproeiers worden alleen
g
eactiveerd
a
ls de dimlichten branden
.
Ruitens
p
roeiers vóór en
ko
p
lam
p
s
p
roeiers
T
e laa
g
niveau ruiten-
/
k
oplampsproeiervloeistof
Al
s
u
w
au
t
o
i
s
v
oo
rzi
e
n v
a
n
k
oplampsproeiers en het
niv
eau
v
a
n h
e
t r
ese
rv
o
ir
te laa
g
is, verschi
j
nt dit picto
g
ram op het
instrumentenpaneel in combinatie met een
g
eluidssi
g
naal en een meldin
g
op het displa
y
van het instrumentenpaneel.
Het picto
g
ram verschi
j
nt als het contact wordt
aan
g
ezet of als de schakelaar wordt bediend,
zolan
g
het reservoir niet
g
evuld is.
Vul het ruiten-/koplampsproeierreservoir bi
j
of
laat het bi
j
vullen.

154
Zicht
A
utomatische ruitenwissers
vóór
De
r
ui
t
e
nw
isse
r
s
w
o
r
de
n
au
t
o
m
a
t
isch
i
n
g
esc
h
a
k
e
ld
a
l
s
d
e sensor ac
h
ter
d
e
bi
nnensp
i
e
g
e
l
re
g
en
d
etecteert.
D
e sne
lh
e
id
van de ruitenwissers wordt aangepast aan de
h
oeveelheid neersla
g
.
I
nsc
h
a
k
e
l
en
Duw de hendel
éé
n keer omlaa
g
.
Dit verklikkerlamp
j
e op het
instrumentenpaneel
g
aat branden en
e
r verschi
j
nt een meldin
g
.
Duw de hendel no
g
een keer omlaa
g
o
f z
e
t
de
h
e
n
de
l in
ee
n
a
n
de
r
e
s
t
a
n
d
(
Int., 1 of 2
)
.
Dit verklikkerlamp
j
e op het
instrumentenpaneel
g
aat uit en er verschi
j
nt
e
en me
ldi
n
g
.
Ui
tsc
h
a
k
e
l
en
Elk
e
k
ee
r
a
l
s
h
e
t
co
nt
ac
t m
ee
r
dan 1 minuut is af
g
ezet, moet u
d
e automat
i
sc
h
e wer
ki
n
g
van
d
e
ru
i
tenw
i
ssers opn
i
euw act
i
veren
d
oor
de hendel één keer omlaa
g
te duwen.

5
155
Zicht
D
e
k
d
e re
g
ensensor,
di
e z
i
c
h
g
ecom
bi
neer
d
met
d
e
li
c
h
tsensor
i
n
he
t m
idde
n v
a
n
de
v
oo
rr
ui
t
ach
t
e
r
de
binnenspiegel bevindt, niet a
f
.
S
chakel de automatische werkin
g
van
de
r
u
it
e
nwi
sse
r
s
u
it
a
l
s
de
au
t
o
w
o
r
d
t
g
ewassen in een wasstraat.
W
ac
ht '
s
wint
e
r
s
m
e
t h
e
t in
sc
h
a
k
e
l
e
n
v
a
n
de
au
t
o
m
a
ti
sc
h
e
r
u
it
e
nwi
sse
r
s
t
o
t
de
v
oo
rr
ui
t
o
nt
dooid
is
.
Storin
g
I
n
h
et
g
eva
l
van een stor
i
n
g
i
n
d
e automat
i
sc
h
e
wer
ki
n
g
van
d
e ru
i
tenw
i
ssers wer
k
en
d
eze
i
n
de
i
nt
e
rv
als
t
a
n
d
.
Laat het systeem controleren door het
PEU
G
E
O
T-netwerk o
f
een
g
ekwali
f
iceerde
werkplaats.
S
p
eciale stand van de
r
u
i
tenw
i
ssers voo
r
D
eze stan
d
maa
k
t
h
et mo
g
e
lijk
d
e ru
i
tenw
i
ssers
los
t
e
z
e
tt
e
n v
a
n
de
v
oo
rr
ui
t.
I
n
de
z
e
s
t
a
n
d
ku
nn
e
n
de
r
ui
t
e
nw
isse
r
blade
n
w
orden
g
ereini
g
d o
f
de ruitenwissers worden
vervan
g
en.
I
n
d
e w
i
nter
k
an
d
eze stan
d
tevens
w
or
d
en
g
e
b
ru
ik
t om
d
e ru
i
tenw
i
ssers
l
os te
ze
tt
e
n v
a
n
de
v
oo
rr
ui
t.
O
m een
g
oede werkin
g
van de
f
lat-blade
r
uitenwissers te behouden, adviseren wij u:
- voorzichti
g
met de ruitenwissers om te
gaan
,
- de ruitenwissers re
g
elmati
g
te reini
g
en
m
e
t
zeepsop,
- de ruitenwissers niet te
g
ebruiken om
e
en stu
k
k
arton te
g
en
d
e voorru
i
t te
h
ou
d
en,
-
d
e ru
i
tenw
i
ssers te vervan
g
en zo
d
ra
ze tekenen van slijtage vertonen.
)
Al
s
de
r
u
it
e
nwi
sse
r
sc
h
a
k
e
l
aa
r
b
inn
e
n
ee
n
minuut nadat het contact is af
g
ezet wordt
b
ediend
,
worden de ruitenwissers in de
vert
i
ca
l
e stan
d
g
ezet.
)
Ze
t
he
t
co
nt
ac
t
aa
n
e
n
bedie
n
de
rui
t
e
nw
isse
r
schakelaa
r
o
m
de
ru
it
e
nwi
sse
r
s
n
a
de
w
e
rkz
aa
mh
ede
n w
ee
r
in
de
r
us
t
s
t
a
n
d
t
e
z
e
tt
e
n.

156
Zicht
1.
Plafonnier vóór
2.
K
aartleeslamp
j
es
v
óó
r
3.
K
aartleeslamp
j
es achter
4.
Sfeerverlichtin
g
Plafonniers
I
n
d
eze stan
d
g
aat
d
e
i
nter
i
eurver
li
c
h
t
i
n
g
g
e
l
e
id
e
lijk
b
ran
d
en:
Plafonnier vóór
Z
or
g
ervoor
d
at er
g
een voorwerpen
i
n
c
ontact zi
j
n met de pla
f
onniers.
In de stand "interieurverlichtin
g
permanent
i
n
g
eschakeld", bli
j
ft de interieurverlichtin
g
a
fhankeli
j
k van de omstandi
g
heden
g
edurende
e
en bepaalde ti
j
d branden:
- bi
j
af
g
ezet contact: on
g
eveer 10 minuten,
- in de eco-mode: on
g
eveer 30 seconden,
- als het h
y
brides
y
steem is in
g
eschakeld:
onbeperkt.
- als de auto wordt ont
g
rendeld,
- als de sleutel uit het contact wordt verwi
j
derd,
- als een portier wordt
g
eopend,
- als op de ver
g
rendelin
g
sknop van de
a
f
standsbedienin
g
wordt
g
edrukt om de auto
t
e
lokalise
r
e
n.
De interieurverlichtin
g
g
aat
g
eleideli
j
k uit:
- als de auto wordt ver
g
rendeld,
- als het contact wordt aan
g
ezet,
-
30
seconden na het sluiten van het laatste
port
i
er.
P
e
rm
a
n
e
nt
u
it.
Pe
rm
a
n
e
nt
aa
n.
Kaartleeslamp
j
es vóór en
a
chte
r
)
D
ru
k
bij
aan
g
ezet contact op
d
e
desbe
tr
effe
n
de
sc
h
a
k
e
l
aa
r.
A
ls
p
la
f
onnier vóór in de stand
"interieurverlichting permanent ingeschakeld"
s
taat, branden ook de kaartleeslamp
j
es achter,
be
h
a
lv
e
a
l
s
de
z
e
in
de
s
t
a
n
d
"P
e
rm
a
n
e
nt
u
it"
s
t
aa
n.
U kunt de kaartleeslamp
j
es achter vanaf de
zitplaatsen vóór uitschakelen om bi
j
voorbeeld
sl
apen
d
e passa
gi
ers n
i
et te storen.
D
e
achterpassa
g
iers kunnen echter alti
j
d zel
f
de
k
aart
l
ees
l
amp
j
es
i
nsc
h
a
k
e
l
en.

5
157
Zicht
Sfeerverlichting
om
g
evin
g
bevindt.
Inschakelen
A
ls het buiten donker is,
g
aan de leds van de
s
feerverlichtin
g
automatisch branden als de
p
arkeerlichten worden in
g
eschakeld.
Uitschakelen
De s
f
eerverlichtin
g
g
aat automatisch uit als de
p
arkeerlichten worden uit
g
eschakeld.
De sfeerverlichtin
g
kan handmati
g
worden
u
it
g
eschakeld door de dimmer van de
verlichtin
g
van het instrumentenpaneel op het
z
w
aks
t
e
n
i
v
eau
t
e
z
e
tt
e
n.

158
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
Algemene informatie met betrekking tot
Hoe
w
el
P
EUGEOT
bij
h
et ontwerp van
u
w
au
t
o
v
ee
l
aa
n
dac
ht h
eef
t
bes
t
eed
aa
n
veiligheidsvoorzieningen voor uw kinderen, is
h
un veili
g
heid natuurli
j
k ook a
f
hankeli
j
k van
u
z
e
lf.
Vol
g
voor een optimale veili
g
heid de vol
g
ende
a
dviezen op:
- conform de Europese wet
g
evin
g
dienen
kinderen
j
on
g
er dan 12
j
aar of kleiner
d
an 1,50 m in
g
ehomolo
g
eerde, aan
h
et
li
c
h
aams
g
ew
i
c
h
t aan
g
epaste
kinderzitje
s
op met veiligheidsgordels o
f
I
SO
FIX-bevesti
g
in
g
en uit
g
eruste plaatsen
te worden vervoerd * ,
-
d
e veili
g
ste plaats voor het vervoeren
van een kind is vol
g
ens de statistieken
een
p
laats o
p
de achterbank van uw
a
uto
,
-
kinderen tot 9 k
g
moeten zowel voor-
al
s ac
h
ter
i
n met
d
e ru
g
i
n
d
e r
ij
r
i
c
h
t
i
n
g
worden vervoerd
.
PEUGEOT
b
eveelt u aan kinderen o
p
de
zij
a
chterzitplaatsen v
a
n
u
w
au
t
o
t
e
v
er
v
oeren
:
-
m
et de ru
g
in de ri
j
richtin
g
tot
2
j
aar,
-
m
et het
g
ezicht in de ri
j
richtin
g
vanaf 2
j
aar.
kinderzitjes
*
De regels voor het vervoeren van kinderen
zi
j
n per land verschillend. In
f
ormeer hiervoo
r
n
aar de wet
g
evin
g
in uw land.

6
159
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
Kinderzitje op de passagiersstoel voor
"Met de ru
g
in de ri
j
richtin
g
"
Wanneer een kinderzit
j
e voor het
vervoeren met
d
e ru
g
i
n
d
e r
ij
r
i
c
h
t
i
n
g
op
de passagiersstoel voor
wordt geplaatst,
r
m
oet
d
e a
i
r
b
a
g
aan passa
gi
ersz
ijd
e z
ij
n
uitgeschakeld.
G
ebeurt dit niet, dan
k
an
het kind bi
j
het af
g
aan van de airba
g
l
evens
g
evaarli
j
k
g
ewond raken .
"Met het
g
ezicht in de ri
j
richtin
g
"
Wanneer een kinderzit
j
e met het
g
ezicht in
d
e r
ij
r
i
c
h
t
i
n
g
op
d
e passa
gi
ersstoe
l
voo
r
w
or
d
t
g
ep
l
aatst, moet
d
e stoe
l
i
n
d
e ac
h
terste
stand van de voor-
/
achterwaartse verstellin
g
w
orden gezet, in de hoogste stand en met
de ru
g
leunin
g
rechtop en ma
g
de airba
g
aan
p
assa
g
ierszi
j
de niet worden uit
g
eschakeld.
P
assa
g
iersstoel in de hoo
g
ste stand en zo
v
er mo
g
eli
j
k naar achteren
.
Let erop dat de veili
g
heids
g
ordel
g
oed
a
ans
g
espannen is.

160
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
A
irba
g
aan passa
g
ierszi
j
de OFF
S
chakel voor de veili
g
heid van uw kind de airba
g
aan passa
g
ierszi
j
de alti
j
d uit als u een
kinderzit
j
e met de ru
g
in de ri
j
richtin
g
op de voorstoel plaatst.
A
nders kan een kind bi
j
het af
g
aan van de airba
g
levens
g
evaarli
j
k
g
ewond raken.
Raadplee
g
de voorschri
f
ten op de sticker die
z
ich aan beide zijden van de zonneklep aan
passa
g
ierszi
j
de bevindt:
Raadplee
g
de rubriek "Airba
g
s" van het
g
edeelte "Veili
g
heid" voor meer informatie
o
ver het uitschakelen van de airba
g
.

6
161
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
Door PEUGEOT aanbevolen kinderzitjes
G
roep 0+: vanaf de
g
eboorte tot 13 k
g
G
roep 1: van 9 tot 18 k
g
L
1
"RÖMER/BRITAX Bab
y
-Safe Plus".
Wordt met de ru
g
in de ri
j
richtin
g
g
eplaatst.
L2
"R
Ö
MER Duo Plus I
SO
FIX".
G
roep 2 en 3: van 15 tot 36 k
g
L4
"
RE
C
AR
O
S
tart".
L
5
"KLIPPAN
O
ptima".
V
anaf 6
j
aar
(
on
g
eveer 22 k
g)
,
g
ebruik alleen de zitverho
g
in
g
.
L
6
"RÖMER KIDFIX"
Kan op de IS
O
FIX-verankerin
g
spunten van de auto worden bevesti
g
d.
H
et kind wordt beschermd door de veili
g
heids
g
ordel.
PEU
G
E
O
T levert een complete reeks kinderzit
j
es met artikelnummer die met een
d
r
i
epunts ve
iligh
e
id
s
g
or
d
e
l
k
unnen wor
d
en vast
g
emaa
k
t.

162
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
Bevestiging kinderzitjes met veiligheidsgordel
C
on
f
orm de Europese wetgeving gee
f
t dit overzicht de mogelijkheden weer met betrekking tot het bevestigen, met een veiligheidsgordel, van een
universeel
g
ehomolo
g
eerd kinderzit
j
e,
g
eran
g
schikt naar
g
ewicht van het kind en de plaats in de auto:
G
ewicht van het kind en leefti
j
dsindicati
e
Pl
aat
s
M
inder dan 13 k
g
(
Cate
g
orie 0
(
b
)
en 0+
)
Tot on
g
eveer 1
j
aar
V
an 9 tot 18 k
g
(
Cate
g
orie 1
)
Van 1 tot on
g
evee
r
3
j
aar
V
an 15 tot 25 k
g
(
Cate
g
orie 2
)
Van 3 tot on
g
eveer
6
j
aar
V
an 22 tot 36 k
g
(
Cate
g
orie 3
)
V
an 6 tot on
g
eveer
10
j
aar
Passa
g
iersstoel vóór
(
c
)
met
h
oo
g
teverste
lli
n
g
U
(
R
)
U
(
R
)
U
(
R
)
U
(
R
)
Passa
g
iersstoel v
óó
r
(
c
)
z
onder hoo
g
teverstellin
g
U
U
U
U
B
u
i
tenste z
i
tp
l
aatsen
ach
t
er
U
U
U
U
Midd
e
l
ste z
i
tp
l
aats ac
h
te
r
X
X
X
X
a
: universeel kinderzitje dat in alle auto's bevestigd kan worden met behulp van de veiligheidsgordel.
b
:
g
roep 0, vana
f
de
g
eboorte tot 10 k
g
. Reiswie
g
en en autobed
j
es mo
g
en niet op de passa
g
iersplaats voor worden vervoerd.
c
:
raadplee
g
de huidi
g
e wet
g
evin
g
in uw land alvorens een kinderzit
j
e op deze plaats te bevesti
g
en.
U : zitplaats
g
eschikt voor de bevesti
g
in
g
van een universeel
g
ehomolo
g
eerd kinderzit
j
e met een veili
g
heids
g
ordel, zowel met de "ru
g
in de ri
j
richtin
g
"
a
ls met het "
g
ezicht in de ri
j
richtin
g
".
U
(
R
):
a
l
s
U
, waarbi
j
de stoel van de auto in de hoo
g
ste stand en zo ver mo
g
eli
j
k naar achteren moet staan.
X:
z
i
tp
l
aats
di
e n
i
et
g
esc
hik
t
i
s voor een
ki
n
d
erz
i
t
j
e voor
d
e aan
g
e
g
even
g
ew
i
c
h
tscate
g
or
i
e.

6
163
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
D
e on
j
u
i
ste
b
evest
igi
n
g
van een
ki
n
d
erz
i
t
j
e
b
ren
g
t
d
e ve
iligh
e
id
van
h
et
ki
n
d
i
n
g
evaar
bij
e
en aanr
ijdi
n
g
.
Zorg ervoor dat de veiligheidsgordels o
f
het
tui
gj
e van het kinderzit
j
e, zel
f
s bi
j
korte ritten,
worden vast
g
emaakt waarbi
j
de spelin
g
ten
o
pzichte van het lichaam van het kind zoveel
mo
g
eli
j
k moet worden beperkt.
Zor
g
er bi
j
het bevesti
g
en van het
ki
n
d
erz
i
t
j
e met
d
e ve
iligh
e
id
s
g
or
d
e
l
voor
d
at
d
e ve
iligh
e
id
s
g
or
d
e
l
correct te
g
en
h
et
ki
n
d
erz
i
t
j
e
i
s
g
espannen en
d
at
d
e
g
or
d
e
l
h
et
k
inderzitje stevig op zijn plaats houdt.
S
chui
f
de passa
g
iersstoel, wanneer deze versteld
k
an worden, indien nodi
g
naar voren.
Zor
g
er voor een optimale bevesti
g
in
g
van het kinderzit
j
e "met het
g
ezicht in de
ri
j
richtin
g
" voor dat de ru
g
leunin
g
van het
z
i
t
j
e te
g
en
d
e ru
gl
eun
i
n
g
van
d
e stoe
l
van
de auto aandrukt en dat de hoo
f
dsteun
g
een
b
e
l
emmer
i
n
g
vormt.
A
ls de hoo
f
dsteun verwijderd moet
worden, ber
g
deze dan zor
g
vuldi
g
op om te
v
oo
rk
o
m
e
n
da
t
de
h
oo
f
ds
t
eu
n
doo
r
de
au
t
o
vlie
g
t bi
j
krachti
g
afremmen.
Adviezen voor kinderzitjes
L
aat u
i
t ve
iligh
e
id
soverwe
gi
n
g
en:
-
g
een
ki
n
d
eren zon
d
er toez
i
c
h
t ac
h
ter
i
n
e
en auto,
- n
oo
it
ee
n kin
d
of
ee
n
d
i
e
r in
ee
n
au
t
o
achter wanneer alle ruiten
g
esloten zi
j
n
e
n de auto in de zon staat,
-
de
s
l
eu
t
e
l
s
n
oo
it
b
inn
e
n
be
r
e
ik v
a
n
de
k
in
de
r
e
n
ac
ht
e
r in
de
au
t
o
.
G
ebruik de kindersloten om te voorkomen
d
at
d
e port
i
eren en
d
e port
i
erru
i
ten ac
h
te
r
p
er on
g
e
l
u
k
g
eopen
d
wor
d
en.
Z
or
g
er voor
d
at
d
e port
i
erru
i
ten ac
h
ter n
i
et
verder dan voor 1
/
3 deel geopend worden.
Plaats zonneschermen om uw
j
on
g
e
kinderen te
g
en de zon te beschermen.
Kinderen
j
on
g
er dan 10
j
aar mo
g
en niet
met
h
et
g
ez
i
c
h
t
i
n
d
e r
ij
r
i
c
h
t
i
n
g
op
d
e
passa
gi
ersstoe
l
voor wor
d
en vervoer
d
,
b
ehalve als de achterzitplaatsen al bezet zijn
doo
r
a
n
de
r
e
kin
de
r
e
n
of
a
l
s
de
ac
ht
e
r
ba
nk
niet bruikbaar, neer
g
eklapt of verwi
j
derd is.
Schakel de airba
g
aan passa
g
ierszi
j
de
u
it zodra een kinderzit
j
e met de ru
g
in de
r
i
j
richtin
g
op de voorstoel wordt
g
eplaatst.
Het kind kan anders bi
j
het a
fg
aan van de
a
i
r
b
a
g
l
evens
g
evaar
lijk
g
ewon
d
ra
k
en.
Pl
aatsen van een stoe
l
ver
h
o
g
er
H
et
b
ovenste
g
e
d
ee
l
te van
d
e
veiligheidsgordel moet over de schouder van
het kind li
gg
en zonder de hals te raken.
Controleer of de heup
g
ordel
g
oed over de
b
ovenbenen van het kind li
g
t.
PEUGE
O
T beveelt aan een stoelverho
g
e
r
met ru
g
leunin
g
te
g
ebruiken voorzien
van een
g
or
d
e
lg
e
l
e
id
er ter
h
oo
g
te van
d
e
schoude
r.

164
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
Uw auto voldoet aan de nieuwste ISOFIX-
normen
.
De hieronder aan
g
e
g
even zitplaatsen zi
j
n uit
g
erust
m
et de voor
g
eschreven ISOFIX-bevesti
g
in
g
en:
ISOFIX-bevestigingen
- Twee bevesti
g
in
g
srin
g
en
A
, die zich tussen
de ru
g
leunin
g
en de zittin
g
van de zitplaats
bevinden, aan
g
e
g
even met een etiket.
De IS
O
FIX-bevesti
g
in
g
en zor
g
en voor een veili
g
e,
de
g
eli
j
ke en snelle monta
g
e van het kinderzit
j
e in
u
w
au
t
o
.
D
e
ISOFIX-kinderzit
j
e
s
besc
hikk
e
n
o
v
e
r
twee sloten die eenvoudi
g
aan de twee
bevesti
g
in
g
srin
g
en
A
kunnen worden verankerd.
A
Sommi
g
e kinderzit
j
es zi
j
n bovendien voorzien van
een
bovenste bevesti
g
in
g
srie
m
d
i
e
k
a
n w
o
r
de
n
vast
g
emaakt aan de bevesti
g
in
g
srin
g
B
.
Bij
een on
j
u
i
st
g
ep
l
aatst
ki
n
d
erz
i
t
j
e
k
an
het kind bij een aanrijding ernstig letsel
op
lo
p
en.
R
aadplee
g
het overzicht voor de bevesti
g
in
g
van I
SO
FIX-kinderzit
j
es in uw auto, waarin
s
taat verme
ld
we
lk
e
ki
n
d
erz
i
t
j
es voor uw auto
z
ij
n
g
e
h
omo
l
o
g
eer
d
.
- Eén bevesti
g
in
g
srin
g
B
ac
ht
e
r
de
s
toel,
T
OP TETHER
g
enoemd, voor de
b
evest
igi
n
g
van
d
e
b
ovenste r
i
em.
Zet om de bovenste bevesti
g
in
g
sriem vast te maken de
h
oofdsteun van de zitplaats omhoo
g
en steek de haak
tussen de hoofdsteun en de ru
g
leunin
g
door. Bevesti
g
de haak aan de bevesti
g
in
g
srin
g
B
e
n tr
e
k
de
ri
e
m
aa
n.
Elk
e z
i
tp
l
aats
i
s voorz
i
en van
d
r
i
e
b
evest
igi
n
g
sr
i
n
g
en:

6
165
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
ISOFIX-kinderzitje
Dit kinderzit
j
e kan ook worden bevesti
g
d op zitplaatsen die niet zi
j
n voorzien van I
SO
FIX-bevesti
g
in
g
en. Het is in dat
g
eval verplicht het
ki
n
d
erz
i
t
j
e met
d
e norma
l
e
d
r
i
epunts ve
iligh
e
id
s
g
or
d
e
l
op
d
e z
i
tp
l
aats van
d
e auto te
b
evest
ig
en.
V
olg bij het plaatsen van het kinderzitje de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van het zitje
.
Aanbevolen door PEUGEOT en
g
ehomolo
g
eerd voor uw auto
"
RÖMER Duo Plus ISOFIX"
(g
ewichts
g
roep B1
)
G
roep 1: van 9 tot 18 k
g
Dit wordt uitsluitend met het
g
ezicht in de ri
j
richtin
g
g
eplaatst.
H
et
i
s voorz
i
en van een
b
ovenste r
i
em voor veran
k
er
i
n
g
aan
d
e
b
ovenste
b
evest
igi
n
g
B
,
d
e
T
O
P TETHER.
D
r
i
e stan
d
en: rec
h
top, ruststan
d
en
lig
stan
d
.
V
erstel de voorstoel van de auto om te voorkomen dat de voeten van het kind de rugleuning raken.

166
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
Overzicht bevestiging ISOFIX-kinderzitjes
O
vereenkomstig de Europese wetgeving gee
f
t het overzicht de mogelijkheden aan voor het bevestigen van een I
SO
FIX-kinderzitje op een plaats in de
a
uto voorzien van IS
O
FIX-bevesti
g
in
g
en.
Bi
j
universele en semi-universele IS
O
FIX-kinderzit
j
es wordt de IS
O
FIX-maat op het kinderzit
j
e naast het IS
O
FIX-lo
g
o aan
g
e
g
even met een letter
(
A
t/m
A
G
)
.
G
ewicht van het kind / leefti
j
dsindicatie
T
ot 10 k
g
(
categorie 0
)
T
o
t
ca
.
6
maanden
T
ot 10 k
g
(
cate
g
orie 0
)
T
ot 13 k
g
(
cate
g
orie 0+
)
Tot ca. 1
j
aar
V
an 9 tot 18 k
g
(
cate
g
orie 1
)
Van ca. 1 tot ca. 3
j
aar
Ty
pe ISOFIX-kinderzit
je
R
e
i
sw
i
e
g
"
ru
g
i
n
d
e r
ij
r
i
c
h
t
i
n
g"
"
ru
g
i
n
d
e r
ij
r
i
c
h
t
i
n
g"
"g
ez
i
c
h
t
i
n
d
e r
ij
r
i
c
h
t
i
n
g"
ISOFIX-maa
t
F
G
C
D
E
C
D
A
B
B1
Passa
g
iersstoel voo
r
G
een Iso
f
ix
B
u
i
tenste z
i
tp
l
aatsen ac
h
ter
X
IL-S
U
IL-S
U
I
UF
IL-S
U
Middelste zitplaats achte
r
G
een Isofix
IUF
: zitplaats
g
eschikt voor de bevesti
g
in
g
van een universeel
g
ehomolo
g
eerd I
SO
FIX- kinderzit
j
e met het
g
ezicht in de ri
j
richtin
g
en een bovenste riem.
IL-SU: zitplaats
g
eschikt voor de bevesti
g
in
g
van een semi-universeel
g
ehomolo
g
eerd I
SO
FIX-kinderzit
j
e:
- ru
g
in de ri
j
richtin
g
voorzien van een bovenste riem o
f
een steun,
- gezicht in de rijrichting voorzien van een steun,
- reiswie
g
voorzien van een bovenste riem o
f
een steun.
Raadplee
g
de para
g
raaf "Isofix-bevesti
g
in
g
en" voor meer informatie over de bevesti
g
in
g
van de bovenste riem.
X:
zitplaats niet
g
eschikt voor de bevesti
g
in
g
van een kinderzit
j
e of een reiswie
g
uit de aan
g
e
g
even
g
ewichtsklasse.

6
167
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
Elektrische kinderbeveiliging
De elektrische kinderbeveili
g
in
g
voorkomt dat beide achterportieren van binnenuit kunnen worden
g
eopend en blokkeert de bedienin
g
van de achterportierruiten.
I
nsc
h
a
k
e
l
en
)
D
ru
k
bij
i
n
g
esc
h
a
k
e
ld
contact op
d
eze
k
nop.
H
et ver
klikk
er
l
amp
j
e van
d
e
k
nop
g
aat
branden in combinatie met een melding die het
inschakelen bevesti
g
t.
Het lamp
j
e bli
j
ft branden zolan
g
de elektrische
kinderbeveili
g
in
g
is in
g
eschakeld.
Het bli
j
ft mo
g
eli
j
k de portieren van buitenaf te
openen en de elektrisch bedienbare achterste
zi
j
ruiten te bedienen vana
f
de bestuurdersstoel.
Ui
tsc
h
a
k
e
l
en
)
D
ru
k
no
g
maa
l
s
bij
i
n
g
esc
h
a
k
e
ld
contact op
d
eze
k
no
p
.
Het verklikkerlampje van de knop gaat
u
it in combinatie met een meldin
g
die het
u
itschakelen bevesti
g
t.
Het lamp
j
e bli
j
ft uit zolan
g
de elektrische
k
inderbeveili
g
in
g
is uit
g
eschakeld.
Als het lamp
j
e een ander si
g
naal
g
eeft,
wi
j
st dit op een storin
g
in de elektrische
k
inderbeveili
g
in
g
.
Laat het s
y
steem controleren door
het PE
UG
E
O
T-netwerk of door een
g
ekwalificeerde werkplaats.
Dit s
y
steem werkt onafhankeli
j
k van de
c
entrale ver
g
rendelin
g
;
g
ebruik het nooit
in plaats daarvan.
C
ontroleer bi
j
het aanzetten van
het contact altijd de stand van de
ki
n
d
er
b
eve
iligi
n
g
.
Neem vóór het verlaten van de auto alti
j
d
de sleutel uit het contact, zel
f
s voor korte
periodes.
Bi
j
een ernsti
g
e aanri
j
din
g
wordt de
e
lektrische kinderbeveili
g
in
g
automatisch
u
it
g
eschakeld, zodat de achterpassa
g
iers
de auto on
g
ehinderd kunnen verlaten.

168
Veiligheid
Richtingaanwijzers
)
Links: duw de hendel helemaal omlaa
g
.
)
Rechts: duw de hendel helemaal omhoo
g
.
F
unct
i
e
"
sne
l
we
g"
Bewee
g
de hendel iets omhoo
g
o
f
omlaa
g
,
zon
d
er
h
et zware
p
unt te
p
asseren;
d
e
desbetre
ff
ende richtingaanwijzers knipperen
vervol
g
ens drie keer.
Wanneer de richtin
g
aanwi
j
zers na
m
eer dan 20 seconden no
g
niet zi
j
n
u
i
t
g
esc
h
a
k
e
ld
, wor
d
t
bij
een sne
lh
e
id
v
a
n m
ee
r
da
n
60
km
/
h
au
t
o
m
a
ti
sc
h h
e
t
knippergeluid versterkt.
Alarmknipperlichten
Druk de knop in, de richtin
g
aanwi
j
zers
k
nipperen te
g
eli
j
kerti
j
d.
De alarmknipperlichten werken ook als het
c
ontact is a
fg
ezet.
Automatisch inschakelen
van de alarmknipperlichten
Bi
j
een noodstop, en afhankeli
j
k van de mate
van remvertra
g
in
g
, en als het ABS in
g
ri
j
pt of als
e
en aanri
j
din
g
wordt
g
esi
g
naleerd, worden de
a
l
arm
k
n
i
pper
li
c
h
ten automat
i
sc
h
i
n
g
esc
h
a
k
e
ld
.
Z
o
d
ra er weer
g
as wor
d
t
g
e
g
even
g
aan
d
e
a
l
arm
k
n
ipp
er
li
c
h
ten u
i
t.
)
U kunt de alarmkni
pp
erlichten echter ook
uitschakelen door de knop in te drukken.

7
169
Veiligheid
Claxon
)
Druk op het middelste
g
edeelte van het
s
tuur met
b
e
di
en
i
n
g
stoetsen.
S
ysteem om uw medeweggebruikers met een
g
eluidssi
g
naal te waarschuwen voor direct
ge
v
aar
.
Beperk het
g
ebruik van de claxon tot de
vo
lg
en
d
e
g
eva
ll
en:
-
di
rect
g
evaar,
- inh
a
l
e
n v
a
n
ee
n
f
i
e
t
se
r
of
voetganger,
- naderen van een onoverzichteli
j
ke
s
it
ua
ti
e
.
Urgence-oproep of
Assistance-oproep
Hiermee kunt u een noodoproep o
f
h
ul
p
o
p
roe
p
doen naar de hul
p
diensten o
f
de
desbetre
ff
ende PEU
G
E
O
T-hel
p
desk.
R
aa
d
p
l
ee
g
d
e ru
b
r
i
e
k
"A
u
di
o en
da
t
aco
mm
u
ni
ca
ti
e
" v
oo
r m
ee
r in
fo
rm
a
ti
e
o
ver het
g
ebruik van deze voorzienin
g
.

170
Veiligheid
Elektronisch stabiliteitspro
g
ramma dat de
vol
g
ende s
y
stemen omvat:
- het antiblokkeers
y
steem
(
ABS
)
en de
elektronische remdrukre
g
elaar
(
EBD
)
,
- de noodremassistentie
(
AFU
)
,
- de antislipre
g
elin
g
(
A
S
R
)
,
- de d
y
namische stabiliteitscontrole
(C
D
S)
.
Elektronisch stabiliteitsprogramma (ESP)
Be
g
rippen
Antiblokkeers
y
steem
(
ABS
)
en
e
lektronische remdrukre
g
elaa
r
(
EBD
)
Deze s
y
stemen zor
g
en ti
j
dens het remmen voor
ee
n
be
t
e
r
e
s
t
ab
ilit
e
it
e
n
bes
t
uu
r
baa
rh
e
i
d
v
a
n
u
w auto en voor een
b
etere contro
l
e
i
n
b
oc
h
ten,
vooral op een slecht o
f
g
lad we
g
dek.
H
e
t AB
S
v
oo
rk
o
mt h
e
t
b
l
o
kk
e
r
e
n v
a
n
de
wi
e
l
e
n
in het geval van een noodstop.
D
e
EBD v
e
r
dee
lt
de
r
e
m
d
r
u
k
o
v
e
r
de
wi
e
l
e
n.
Noodremassistentie
(
AFU
)
Dit systeem zorgt ervoor dat in noodgevallen de
optimale remdruk sneller wordt bereikt, zodat
de
r
e
m
a
f
s
t
a
n
d
kl
e
in
e
r w
o
r
d
t.
Het s
y
steem wordt in
g
eschakeld als het
r
empedaal snel wordt in
g
etrapt en zor
g
t ervoor
dat de benodi
g
de bedienin
g
skracht wordt
v
e
rmin
de
r
d
e
n
de
effec
tivit
e
it v
a
n h
e
t r
e
mm
e
n
wor
d
t ver
g
root.
Antislipre
g
elin
g
(
ASR
)
De ASR past de aandri
j
fkracht aan om het
doorspinnen van de wielen te voorkomen
via de remmen van de aan
g
edreven wielen
e
n de motor. De ASR zor
g
t ook voor mee
r
k
oerssta
bili
te
i
t
bij
h
et acce
l
ereren.
D
y
namische stabiliteitscontrole
(
CDS
)
De
C
D
S
houdt de vier wielen in de
g
aten en
g
ri
j
pt, als de koers van de auto afwi
j
kt van
de door de bestuurder
g
ewenste richtin
g
,
au
t
o
m
a
ti
sc
h in vi
a
de
r
e
mm
e
n v
a
n
ee
n
of
m
eerdere wielen en het motorkoppel om de
auto voor zover mo
g
e
lijk
weer
i
n
d
e
j
u
i
ste
k
oers
te
b
ren
g
en.

7
171
Veiligheid
T
ractiecontrole o
p
b
esneeuwde we
g
en
(
Intelli
g
ent Traction Control
)
D
eze auto
i
s u
i
t
g
erust met een s
y
steem
d
at
zorgt voor extra tractie op besneeuwde wegen:
I
ntelli
g
ent Traction Contro
l
.
Deze automatische functie is permanent
g
eactiveerd om situaties met weini
g
g
rip
op te sporen, zoals het we
g
ri
j
den en het
voortbewe
g
en van de auto in verse en diepe
s
neeuw o
f
over plat
g
ereden sneeuw.
I
n
d
er
g
e
lijk
e omstan
digh
e
d
en
b
eper
k
t
d
e
I
ntelli
g
ent Traction Contro
l
h
et
d
oors
lipp
en
van de wielen om voor een optimale grip
te zor
g
en. Zo wordt de aandri
j
vin
g
en de
bes
t
uu
r
baa
rh
e
i
d
v
e
r
be
t
e
r
d
.
In barre ri
j
omstandi
g
heden
(
diepe sneeuw,
m
odder, enz.
)
kan het nutti
g
zi
j
n de
d
y
namische stabiliteitscontrol
e
e
n
de
a
nt
i
s
li
pre
g
e
li
n
g
t
ijd
e
lijk
u
i
t te sc
h
a
k
e
l
en, zo
d
at
d
e w
i
e
l
en
k
unnen s
li
ppen, waar
d
oor ze mee
r
g
r
i
p zou
d
en
k
unnen v
i
n
d
en.
Het is raadzaam om het systeem zodra het kan
w
ee
r in t
e
sc
h
a
k
e
l
e
n.
O
nder
g
ladde omstandi
g
heden is het raadzaam
te ri
j
den op winterbanden.
Werkin
g
A
ntiblokkeers
y
steem
(
ABS
)
en
e
lektronische remdrukre
g
elaar
(
REF
)
T
rap het rempedaal bi
j
een noodstop
krachti
g
en volledi
g
in en laat het
niet los
.
Zorg er bij vervanging van de wielen
(
banden
en vel
g
en
)
voor dat wielen worden
g
emonteerd
die voor uw auto zi
j
n
g
ehomolo
g
eerd.
De normale werkin
g
van het
a
ntiblokkeers
y
steem kan merkbaar zi
j
n door
h
et tr
ill
en van
h
et rem
p
e
d
aa
l
.
A
ls dit lamp
j
e
g
aat branden in
c
ombinatie met een
g
eluidssi
g
naal
e
n een meldin
g
op het displa
y
,
duidt dit op een storin
g
in het ABS-
s
y
steem, waar
d
oor u t
ijd
ens
h
et remmen
d
e
co
ntr
ole
o
v
e
r
u
w
au
t
o
z
ou
ku
nn
e
n v
e
r
lie
z
e
n.
A
ls dit lamp
j
e
g
aat branden in
c
om
bi
nat
i
e met
h
et
l
amp
j
e
STOP
, een
P
g
e
l
u
id
ss
ig
naa
l
en een me
ldi
n
g
op
h
et
di
sp
l
a
y
,
d
u
id
t
di
t op een stor
i
n
g
i
n
d
e
elektronische remdrukre
g
elaar waardoor u ti
j
dens
he
t r
e
mm
e
n
de
co
ntr
o
l
e
o
v
e
r
u
w
au
t
o
z
ou
k
u
nn
e
n
v
e
rli
e
z
e
n.
Stop onmiddelli
j
k
.
Raadplee
g
in beide
g
evallen het PEUGE
O
T-
n
etwerk of een
g
ekwalificeerde werkplaats.

172
Veiligheid
Dy
namische stabiliteitscontrole
(
CDS
)
I
nsc
h
a
k
e
l
en
Di
t s
y
steem wor
d
t automat
i
sc
h
i
n
g
esc
h
a
k
e
ld
zo
d
ra
d
e motor wor
d
t
g
estart.
Het systeem wordt geactiveerd zodra de wielen te
weini
g
g
rip hebben o
f
de koers van de auto a
f
wi
j
kt.
In dat
g
eval
g
aat dit verklikkerlamp
j
e
op het instrumentenpaneel
k
nipperen.
U
itschakelen
In bi
j
zondere omstandi
g
heden
(
als de auto
vastzit in de modder, sneeuw, in mulle
g
rond,...
)
kan het nutti
g
zi
j
n het ESP-s
y
steem uit te
s
chakelen, zodat de wielen kunnen spinnen en
weer
g
rip kunnen kri
jg
en.
Het E
S
P-s
y
steem zor
g
t voor meer
ve
iligh
e
id
t
ijd
ens
h
et r
ijd
en.
D
e
b
estuur
d
er ma
g
z
i
c
h
ec
h
ter noo
i
t
l
aten
v
e
r
leide
n t
o
t
he
t n
e
m
e
n v
a
n m
eer
risico's o
f
te hard ri
j
den.
D
e
g
oe
d
e wer
ki
n
g
van
h
et s
y
steem
wor
d
t verze
k
er
d
d
oor
d
e na
l
ev
i
n
g
van
de
v
oo
r
sc
hri
f
t
e
n v
a
n
de
co
n
s
tr
uc
t
eu
r
met betrekkin
g
tot de wielen
(
banden
e
n vel
g
en
)
, onderdelen van het
rems
y
steem, e
l
e
k
tron
i
sc
h
e on
d
er
d
e
l
en
a
l
sme
d
e
d
e monta
g
eproce
d
ure en
h
et
ui
tv
oe
r
e
n v
a
n w
e
r
k
z
aa
m
hede
n
doo
r
he
t
PE
UG
E
O
T-n
e
tw
e
rk.
L
aat
h
et s
y
steem na een aanr
ijdi
n
g
co
ntr
o
l
e
r
e
n
doo
r h
e
t PE
UG
E
O
T-
netwerk o
f
door een
g
ekwali
f
iceerde
wer
kpl
aats.
Storin
g
Al
s
di
t ver
klikk
er
l
amp
j
e
g
aat
b
ran
d
en
i
n com
bi
nat
i
e met een
g
e
l
u
id
ss
ig
naa
l
e
n een me
ldi
n
g
op
h
et
di
sp
l
a
y
van
h
et
i
nstrumenten
p
anee
l
,
d
u
id
t
di
t o
p
e
en stor
i
n
g
i
n
h
et s
y
steem.
Raadplee
g
het PEU
G
E
O
T-netwerk o
f
een
g
ekwali
f
iceerde werkplaats om het s
y
steem te
la
t
e
n
co
ntr
ole
r
e
n.
O
p
nieuw inschakelen
H
et s
y
steem wor
d
t automat
i
sc
h
weer
ingeschakeld als het contact opnieuw wordt
aan
g
ezet o
f
vana
f
snelheden boven 50 km
/
h.
)
Druk no
g
maals op de knop
"
ESP OFF"
om
het s
y
steem handmati
g
weer in te schakelen.
)
Druk o
p
de kno
p
"E
S
P OFF" .
A
ls dit verklikkerlamp
j
e en het lamp
j
e
op de knop
g
aan branden,
g
ri
j
pt het
ES
P-s
y
steem niet meer in op de
wer
ki
n
g
van
d
e motor.

7
175
Veiligheid
A
lvorens te
g
aan ri
j
den dient de bestuurder
te controleren of alle passa
g
iers hun
ve
iligh
e
id
s
g
or
d
e
l
g
oe
d
h
e
bb
en om
g
e
d
aan en
vast
g
emaa
k
t.
Z
or
g
ervoor
d
at a
ll
e
i
nz
i
tten
d
en t
ijd
ens
h
et
rijden hun veiligheidsgordel dragen, ook al
be
tr
ef
t h
e
t
ee
n k
o
rt
e
rit.
Draai de
g
espen van de veili
g
heids
g
ordels
niet om; de
g
ordels zi
j
n dan niet voldoende
e
ff
ec
ti
e
f.
De veili
g
heids
g
ordels zi
j
n voorzien van een
o
pro
l
automaat
di
e ervoor zor
g
t
d
at
d
e
l
en
g
te
van
d
e
g
or
d
e
l
automat
i
sc
h
wor
d
t aan
g
epast
aan
d
e
li
c
h
aams
b
ouw van
d
e
g
e
b
ru
ik
er.
D
e
gordel wordt automatisch opgerold als deze
niet wordt
g
ebruikt.
Controleer zowel voor en na het
g
ebruik van
de
g
ordel of deze
g
oed is op
g
erold.
De heup
g
ordel moet zo laa
g
mo
g
eli
j
k op het
bekken worden
g
eplaatst.
D
e sc
h
ou
d
er
g
or
d
e
l
moet
l
an
g
s
h
et
h
o
ll
e
g
e
d
ee
l
te van
d
e sc
h
ou
d
er wor
d
en
g
ep
l
aatst.
D
e opro
l
automaten z
ij
n voorz
i
en van
e
en automatische blokkeerinrichting die
in werkin
g
treedt bi
j
een aanri
j
din
g
, een
noodstop of het over de kop slaan van
de auto. U kunt de blokkeerinrichtin
g
deblokkeren door stevi
g
aan de riem te
trekken en deze weer los te laten
,
zodat de
r
i
em weer een stu
kj
e wor
d
t op
g
ero
ld
.
V
oorschriften voor kinderen
Maak voor kinderen tot 12
j
aar o
f
kleiner dan
1,50 m
g
ebruik van een
g
eschikt kinderzit
j
e.
D
e ve
iligh
e
id
s
g
or
d
e
l
ma
g
d
oor n
i
et meer
d
an
éé
n persoon gedragen worden.
Laat nooit een kind op schoot zitten ti
j
dens
h
et ri
j
den.
Voor een effectieve werkin
g
van de
veili
g
heids
g
ordel:
-
d
i
e
nt
de
z
e
s
tr
a
k
o
m h
e
t li
c
h
aa
m t
e
wor
d
en
g
e
d
ra
g
en,
- moet deze in een vloeiende bewe
g
in
g
naar voren worden
g
etrokken, zonder
dat de
g
ordel
g
edraaid raakt,
- ma
g
deze door niet meer dan één
persoon wor
d
en
g
e
d
ra
g
en,
- ma
g
deze
g
een beschadi
g
in
g
en of rafels
vertonen,
- mag er om te voorkomen dat de gordel
n
i
et
g
oe
d
wer
k
t, n
i
ets aan wor
d
en
g
ewi
j
zi
g
d.
Vanwe
g
e de wetteli
j
ke
veili
g
heidsvoorschri
f
ten moeten
we
r
k
z
aa
m
hede
n
e
n
co
ntr
oles
aa
n
de
ve
iligh
e
id
s
g
or
d
e
l
s wor
d
en u
i
t
g
evoer
d
door het PE
UG
E
O
T-netwerk of een
g
ekwalificeerde werkplaats, die tevens voor
de garantie zorgt en de werkzaamheden
vol
g
ens de voorschri
f
ten uitvoert.
Laat de veili
g
heids
g
ordels van uw auto
r
e
g
elmati
g
controleren door het PEUGE
O
T-
netwerk o
f
een
g
ekwali
f
iceerde werkplaats,
voora
l
a
l
s
d
e
g
or
d
e
l
s
b
esc
h
a
digi
n
g
en
v
e
rt
o
n
e
n.
Reini
g
de veili
g
heids
g
ordels met zeepsop
of een reini
g
in
g
smiddel voor textiel,
verkrijgbaar bij het PEU
G
E
O
T-netwerk.
C
ontroleer na het neerklappen o
f
verstellen
van een stoel of de achterbank of de
g
ordel
z
ich op de
j
uiste plaats bevindt en
g
oed is
op
g
erold.
Bij
aanr
ijdi
n
g
en
D
e
g
or
d
e
l
spanners
k
unnen, afhankeli
j
k van
d
e aar
d
en
d
e
k
rac
h
t van
d
e aanr
ijdi
n
g
,
vóór en ona
f
hankelijk van de airbags a
f
gaan.
H
et activeren van de
g
ordelspanners
g
aat
g
epaard met wat onschadeli
j
ke rook en een
knal, als
g
evol
g
van de activerin
g
van de
py
rotechnische ladin
g
die in het s
y
steem is
g
e
ï
nte
g
reerd.
I
n a
ll
e
g
eva
ll
en
g
aat
h
et ver
klikk
er
l
amp
j
e van
d
e a
i
r
b
a
g
b
ran
d
en.
L
aat
h
et s
y
steem na een aanr
ijdi
n
g
c
ontroleren en eventueel vervangen door het
P
EU
G
E
O
T-netwerk o
f
een
g
ekwali
f
iceerde
werkplaats.
Bij
een aanr
ijdi
n
g
wor
d
t
d
e
h
oo
g
spann
i
n
g
au
t
o
m
a
t
isch
o
n
de
r
b
r
oke
n.

176
Veiligheid
Airbags
De airba
g
s zi
j
n speciaal ontworpen om de
veili
g
heid van de inzittenden
(
uit
g
ezonderd
de middelste passa
g
ier achter
)
bi
j
ernsti
g
e
a
anri
j
din
g
en te verbeteren. Ze vormen
e
en aanvullin
g
op de werkin
g
van de
veili
g
heids
g
ordels met spanbe
g
renzers
(
behalve bi
j
de middelste passa
g
ier achter
)
.
De elektronische schoksensoren re
g
istreren
de frontale en zi
j
delin
g
se aanri
j
din
g
en waaraan
de re
g
istratiezones voor een aanri
j
din
g
worden
bloot
g
esteld:
- bi
j
een ernsti
g
e aanri
j
din
g
g
aan de
a
irba
g
s onmiddelli
j
k af om de inzittenden
van de auto
(
uit
g
ezonderd de middelste
p
assa
g
ier achter
)
te beschermen. Direct
n
a de aanri
j
din
g
ontsnapt het
g
as snel
u
it de airba
g
s, zodat het zicht niet wordt
be
l
e
mm
e
r
d
e
n
de
inzitt
e
n
de
n
de
au
t
o
eventueel kunnen verlaten,
- bi
j
een minder ernsti
g
e aanri
j
din
g
of een
a
anri
j
din
g
van achteren en in bepaalde
g
evallen waarbi
j
de auto over de kop slaat,
treden de airba
g
s niet in werkin
g
. De
veili
g
heids
g
ordels zor
g
en in deze situaties
voor een afdoende beschermin
g
.
D
e airba
g
s werken alleen als het
c
ontact aan is
.
De airba
g
s werken slechts eenmaal.
A
ls er een tweede aanri
j
din
g
plaatsvindt
(
ti
j
dens hetzel
f
de o
f
een vol
g
end
o
n
g
eval
)
, worden de airba
g
s niet meer
o
p
g
e
bl
azen.
H
et act
i
veren van
d
e a
i
r
b
a
g
s
g
aat
gepaard met wat onschadelijke rook en
een knal, als
g
evol
g
van de activerin
g
van de p
y
rotechnische ladin
g
die in het
s
y
steem is
g
e
ï
nte
g
reerd.
De rook is niet schadeli
j
k, maar kan
voor personen die hier
g
evoeli
g
voor
zij
n,
i
rr
i
teren
d
z
ij
n.
De knal die bi
j
het a
fg
aan wordt
g
epro
d
uceer
d
,
k
an
h
et
g
e
h
oor
gedurende een korte periode enigszins
v
e
rmin
de
r
e
n.
R
e
gi
strat
i
ezones voor een
aanri
j
din
g
A.
Im
p
actzone v
óó
r.
B
.
Impactzone opzij.
Frontairba
g
s
Activerin
g
De airba
g
s worden
g
eli
j
kti
j
di
g
op
g
eblazen,
behalve als de airba
g
aan passa
g
ierszi
j
de
is uit
g
eschakeld, bi
j
een ernsti
g
e frontale
aanri
j
din
g
binnen
(
een
g
edeelte van
)
de
impactzone vóór
(
A
)
, in de len
g
terichtin
g
van de auto en vanaf de voorzi
j
de richtin
g
de achterzi
j
de van de auto, die zich op een
h
orizontale onder
g
rond moet bevinden.
De frontairba
g
wordt op
g
eblazen tussen de
bestuurder en het stuur of tussen de passa
g
ier
v
oo
rin
e
n h
e
t
das
h
boa
r
d
o
m t
e
v
e
rhin
de
r
e
n
da
t
deze naar voren wordt
g
eslin
g
erd.
De
f
rontairbags beschermen de bestuurder
e
n voorpassa
g
ier bi
j
een ernsti
g
e
f
rontale
aanri
j
din
g
, om de kans op hoofd- en borstletsel
t
e
v
e
rkl
e
in
e
n.
De bestuurdersairba
g
is
g
e
ï
nte
g
reerd in
h
et stuurwiel en de passa
g
iersairba
g
in het
d
as
hb
oar
d
b
oven
h
et
d
as
hb
oar
dk
ast
j
e.

7
177
Veiligheid
Uitschakelen
A
lleen de airba
g
aan passa
g
ierszi
j
de kan
worden uit
g
eschakeld:
)
zet het contact af
, steek de sleutel in de
f
s
chakelaar voor uitschakelen van de airba
g
a
an passa
gi
ersz
ijd
e,
)
d
r
aa
i
de
z
e
in
de
s
t
a
n
d
"
OFF"
,
)
verw
ijd
er
d
e s
l
eute
l
zon
d
er
d
e stan
d
van
d
e
sc
h
a
k
e
l
aa
r t
e
v
e
r
a
n
de
r
e
n.
Afhankeli
j
k van de uitvoerin
g
van uw auto
b
ran
d
t
di
t waarsc
h
uw
i
n
g
s
l
amp
j
e
h
etz
ij
op
het instrumentenpaneel, hetzi
j
op het displa
y
voor
d
e waarsc
h
uw
i
n
g
s
l
amp
j
es van
d
e auto
g
or
d
e
l
s en
de airba
g
aan passa
g
ierszi
j
de, bi
j
aan
g
ezet contact en
zolang de airbag is uitgeschakeld.
S
chakel voor de veili
g
heid van uw kind
d
e a
i
r
b
a
g
aan passa
gi
ersz
ijd
e a
l
t
ijd
u
i
t
al
s u een
ki
n
d
erz
i
t
j
e met
d
e ru
g
i
n
d
e
r
ijrichting op de voorstoel plaatst.
Anders kan een kind bi
j
het a
fg
aan
van de airba
g
levens
g
evaarli
j
k
g
ewond
ra
k
e
n.
Plaats
g
een kinderzit
j
e op de voorstoel als
minimaal één van beide waarschuwin
g
slamp
j
es
van de airba
g
s permanent bli
j
ft branden.
Laat het systeem controleren door het
PEUGEOT-netwerk of een
g
ekwalificeerde
werkplaats.
Opnieuw inschakelen
Als u het kinderzit
j
e hebt verwi
j
derd, zet dan
m
et af
g
ezet contac
t
de schakelaar weer op
"ON" om de airba
g
opnieuw in te schakelen
en zo
d
e ve
iligh
e
id
van uw passa
gi
er te
g
aran
d
eren.
Al
s
h
et contact
i
s aan
g
ezet en
d
e a
i
r
b
a
g
aan passa
gi
ersz
ijd
e
o
pnieuw wordt ingeschakeld, gaat dit
waarschuwin
g
slamp
j
e op het displa
y
van de waarschuwin
g
slamp
j
es van
de auto
g
ordels en de airba
g
aan
passa
g
ierszi
j
de
g
edurende on
g
evee
r
1 min
uu
t
b
r
a
n
de
n.
Storin
g
Al
s
di
t
l
amp
j
e op
h
et
instrumentenpaneel
g
aat branden in
c
ombinatie met een
g
eluidssi
g
naal
en een melding op het display van
h
et
i
nstrumentenpanee
l
,
l
aat
h
et
systeem dan controleren door het PEUGEOT-
netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. De
y
kans bestaat dat de airba
g
s bi
j
een ernsti
g
e
aanrijding ni
e
t worden geactiveerd.
Als dit lamp
j
e knippert, raadplee
g
da
n h
e
t PE
UG
E
O
T-n
e
tw
e
rk
of
ee
n
g
ekwalificeerde werkplaats. De
kans bestaat dat de airba
g
aan
p
assa
gi
ersz
ijd
e
bij
een ernst
ig
e
a
anri
j
din
g
niet wordt
g
eactiveerd.

178
Veiligheid
Zi
j
airba
g
s
A
ctiverin
g
De zi
j
airba
g
s worden aan de desbetre
ff
ende
zijde opgeblazen bij een ernstige zijdelingse
a
anri
j
din
g
binnen
(
een
g
edeelte van
)
de
impactzone opzi
j
(
B
)
, loodrecht op de len
g
teas
van de auto en vanaf de buitenzi
j
de richtin
g
de
binnenzi
j
de van de auto.
De zi
j
airba
g
wordt op
g
eblazen tussen de
inzitt
e
n
de
v
oo
rin
e
n h
e
t
desbe
tr
effe
n
de
p
ort
i
erpanee
l
.
De zi
j
airba
g
s beschermen de bestuurder en
de voorpassa
g
ier bi
j
een ernsti
g
e zi
j
delin
g
se
a
anri
j
din
g
om de kans op letsel te verkleinen.
De zi
j
airba
g
s zi
j
n aan
g
ebracht in het frame van
de ru
g
leunin
g
, aan de portierzi
j
de.
Detectiezones voor een
aanri
j
din
g
A
.
Impactzone vóór.
B.
I
mpactzone opz
ij
.
Wi
n
d
owa
i
r
b
a
g
s
D
e w
i
n
d
owa
i
r
b
a
g
s
b
esc
h
ermen
d
e
b
estuur
d
er
e
n passa
g
iers
(
uit
g
ezonderd de middelste
passa
g
ier achter
)
bi
j
een ernsti
g
e zi
j
delin
g
se
aanrijding, om de kans op letsel aan de zijkant
v
a
n h
e
t h
oofd
t
e
v
e
rkl
e
in
e
n.
De windowairba
g
s zi
j
n aan
g
ebracht in de sti
j
len
e
n in de hemelbekledin
g
.
Bi
j
een lichte zi
j
delin
g
se aanri
j
din
g
o
f
bi
j
over de kop slaan kan het zi
j
n dat de
a
i
r
b
a
g
n
i
et wor
d
t
g
eact
i
veer
d
.
Bi
j
een aanri
j
din
g
van achteren o
f
e
en
f
rontale aanri
j
din
g
wordt de
windowairbag niet geactiveerd.
Activerin
g
De windowairba
g
wordt
g
eli
j
kti
j
di
g
met
de zi
j
airba
g
aan de desbetreffende zi
j
de
op
g
eblazen bi
j
een ernsti
g
e zi
j
delin
g
se
aanri
j
din
g
binnen
(
een
g
edeelte van
)
de
impactzone opzi
j
(
B
)
, waarbi
j
de krachten
l
oo
d
rec
h
t op
d
e
l
en
g
ter
i
c
h
t
i
n
g
van
d
e auto en
vana
f
de buitenzijde richting de binnenzijde van
de auto worden uit
g
eoe
f
end.
De windowairba
g
wordt op
g
eblazen tussen de
inzitt
e
n
de
n v
óó
r
e
n
ac
ht
e
r
e
n
de
r
u
it
e
n.
Als dit waarschuwin
g
slamp
j
e
g
aat
b
r
a
n
de
n in
co
m
b
in
a
ti
e
m
e
t
ee
n
g
eluidssi
g
naal en een meldin
g
op het
displa
y
van het instrumentenpaneel,
raadplee
g
dan het PEUGEOT-netwerk of een
g
ekwalificeerde werkplaats om het s
y
steem
t
e
l
a
t
e
n
co
ntr
o
l
e
r
e
n. D
e
k
a
n
s
bes
t
aa
t
da
t
de
airba
g
s bi
j
een ernsti
g
e aanri
j
din
g
niet worden
g
eactiveerd.
Storin
g

7
179
Veiligheid
M
aa
k
er een
g
ewoonte van om normaa
l
rec
h
top
i
n
d
e voorstoe
l
en te z
i
tten.
Draa
g
alti
j
d een correct a
fg
estelde
auto
g
ordel.
Zor
g
dat er zich niets bevindt tussen de airba
g
e
n de inzittenden
(
kinderen, huisdieren,
o
b
j
ecten...
)
. Dit kan de
g
oede werkin
g
van de
airba
g
belemmeren en
/
o
f
de inzittende bi
j
het
o
pblazen van de airbag verwonden.
Laat na een aanri
j
din
g
o
f
die
f
stal van uw auto
d
e a
i
r
b
a
g
s
y
stemen contro
l
eren.
W
er
k
zaam
h
e
d
en aan a
i
r
b
a
g
s
y
stemen mo
g
en
u
itsluitend door het PE
UG
E
O
T-netwerk o
f
door een
g
ekwalificeerde werkplaats worden
u
it
g
evoerd.
Z
e
lf
s
a
l
s
a
ll
e
bo
v
e
n
s
t
aa
n
de
v
oo
r
sc
hrift
e
n
worden na
g
elee
f
d, bli
jf
t de kans bestaan
op
letsel o
f
lichte brandwonden aan het
hoo
f
d, de borst o
f
de armen als de airba
g
wor
d
t
g
eact
i
veer
d
.
D
e a
i
r
b
a
g
wor
d
t name
lijk
zeer snel op
g
eblazen
(
binnen enkele
milliseconden
)
en loopt vervol
g
ens even
s
nel lee
g
, waarbi
j
de warme
g
assen via de
daarvoor bestemde openin
g
en naar buiten
s
tr
o
m
e
n.
Zi
j
airba
g
s
B
ede
k
de
s
t
oe
l
e
n
u
it
s
l
u
it
e
n
d
m
e
t
daa
rv
oo
r
g
oed
g
ekeurde stoelhoezen, die in combinatie
m
et actieve zi
j
airba
g
s
g
ebruikt kunnen
w
o
r
de
n. V
oo
r inf
o
rm
a
ti
e
o
v
e
r
de
s
t
oe
lh
oe
z
e
n
di
e
g
esc
hik
t z
ij
n voor uw auto
k
unt u
z
i
c
h w
e
n
de
n t
o
t h
e
t PE
UG
E
O
T-n
e
tw
e
rk
(
zie hoo
f
dstuk "Praktische in
f
ormatie -
§
Accessoires"
)
.
Bevesti
g
nooit iets aan de ru
g
leunin
g
van de
stoelen
(
kledin
g
...
)
: dit zou bi
j
het af
g
aan van
de airba
g
s kunnen leiden tot verwondin
g
en
aa
n
a
rm
e
n
o
f
bo
r
s
tk
as
.
Ga niet onnodi
g
dicht te
g
en het portierpaneel
zi
tt
e
n.
Airba
g
s vóór
Houd het stuurwiel niet aan de spaken
vast en laat uw handen niet op het
s
t
uu
rwi
e
lk
usse
n r
us
t
e
n.
De voorpassa
g
ier ma
g
zi
j
n voeten niet op het
dashboa
r
d
la
t
e
n r
us
t
e
n.
He
t
is
r
aad
z
aa
m n
ie
t t
e
r
oke
n
i
n
de
auto.
Al
s
d
e a
i
r
b
a
g
wor
d
t op
g
e
bl
azen,
k
unnen brandende sigaretten o
f
een pijp
b
r
a
n
d
w
o
n
de
n
of
a
n
de
r l
e
t
se
l v
e
r
oo
rz
a
k
e
n.
Verwi
j
der het stuurwiel nooit, maak
g
een
g
aten
in de stuurwielbekledin
g
en sla er niet op.
Windowairba
g
s
B
evest
ig
noo
i
t
i
ets op
d
e
h
eme
lb
e
kl
e
di
n
g
;
dit zou bij het a
f
gaan van de windowairbags
k
u
nn
e
n l
e
i
de
n t
o
t h
oofd
l
e
t
se
l.
Demonteer nooit de hand
g
repen van
h
et dak
(
indien aanwezi
g)
; deze maken
deel uit van de bevesti
g
in
g
van de
windowairba
g
s.
Houd u aan de vol
g
ende veili
g
heidsvoorschriften voor een maximale effectiviteit van de airba
g
s:

180
Praktische informatie
De volledi
g
e set voor de reparatie van een
band bestaat uit een compressor en een flacon
me
t
a
f
d
i
c
htmi
dde
l. Hi
e
rm
ee
k
u
nt
u
de
ba
n
d
ti
j
deli
j
k repareren, zodat u de dichtstbi
j
zi
j
nde
g
ara
g
e
k
unt
b
ere
ik
en.
M
et
d
eze reparat
i
eset
k
unnen
d
e meeste
l
e
kk
e
b
an
d
en wor
d
en
g
erepareer
d
, a
l
s
h
et
l
e
k
z
i
c
h
i
n
h
et loo
p
vlak o
f
de hiel van de band bevindt.
Bandenreparatieset
T
oe
g
an
g
tot
d
e set
Overzicht
g
ereedschap
Al het
g
ereedschap is speci
f
iek bestemd
voor uw auto,
g
ebruik het niet voor andere
doeleinden. A
f
hankeli
j
k van de uitvoerin
g
is uw
auto voorzien van het vol
g
ende
g
ereedschap.
1
.
12V-com
p
ressor.
De com
p
ressor bevat een
a
f
dichtin
g
sproduct voor het ti
j
deli
j
k
repareren van een band en re
g
elt de
bandenspannin
g
.
2
.
Een wielblok
*
voor een van de voorwielen,
zodat de auto niet we
g
kan rollen.
3.
Afneembaar sleepoo
g
.
Zie para
g
raaf "Slepen van de auto".
*
Vol
g
ens land van bestemmin
g
o
f
uitvoerin
g
.

8
181
Praktische informatie
A
.
Schakelaar stand "Reparatie" of "
O
p
s
pannin
g
bren
g
en".
B.
Aan
/
uit schakelaar
"
I/O"
.
C.
K
nop voor
l
ee
g
l
aten
l
open.
D.
Manometer
(
bar o
f
psi
)
.
E.
O
pber
g
vak met:
- kabel + adapter voor 12V-aansluiting,
- diverse opblaasnippels voor accessoires
a
ls ballonnen, fietsbanden, ...
Beschri
j
vin
g
van de set
F
.
Fl
aco
n m
e
t
a
f
d
i
c
htmi
dde
l.
G.
Witte slan
g
met dop voor de reparatie.
H.
Zwarte slan
g
voor het op spannin
g
b
ren
g
en.
I.
S
ti
c
k
e
r m
e
t
s
n
e
lh
e
i
ds
limi
e
t.
D
e
s
ti
c
k
e
r m
e
t
s
n
e
lh
e
i
ds
limi
e
t
I
m
oe
t
op
h
et stuurw
i
e
l
wor
d
en
g
ep
l
a
k
t om u
t
e
h
e
rinn
e
r
e
n
aa
n h
e
t
fe
it
da
t
de
ba
n
d
t
ijd
e
lijk
i
s
g
erepareer
d
.
Rijd na het repareren met behulp van
de bandenre
p
aratieset niet sneller dan
80 km/h.

182
Praktische informatie
Re
p
aratiemethode
1. Afdichtin
g
van het lek
)
R
o
l
d
e w
i
tte s
l
an
g
G
vo
ll
e
dig
u
i
t.
)
Draai de dop van de witte slang los.
)
S
luit de witte slan
g
aan op het ventiel van
de
l
e
kk
e
ba
n
d
.
)
S
luit de stekker van de com
p
ressor aan o
p
de 12V-aansluiting in de auto.
)
S
tart de motor en laat deze draaien.
Let op: dit product is schadeli
j
k
(
eth
y
leen
g
l
y
col, colofonium...
)
bi
j
i
nname en
i
rr
i
teren
d
voor
d
e o
g
en.
Houd
he
t m
iddel
bui
t
e
n
he
t
be
r
eik
v
a
n
ki
n
de
r
e
n.
Verwi
j
der het voorwerp dat de lekka
g
e
hee
ft v
e
r
oo
rz
aa
kt ni
e
t
u
it
de
ba
n
d
.
)
Z
e
t h
e
t
co
nt
ac
t
af
.
)
Z
e
t
de
sc
h
a
k
e
l
aa
r A in
de
s
t
a
n
d
"
Reparatie".
)
C
ontroleer of de schakelaar B in
de
s
t
a
n
d
"
O"
s
t
aa
t.
Schakel de compressor niet in voordat
de witte slan
g
is aan
g
esloten op het
v
e
nti
e
l v
a
n
de
ba
n
d
: h
e
t
a
f
d
i
c
htmi
dde
l
wordt anders buiten de band
g
espoten.

8
183
Praktische informatie
A
ls na vi
j
f tot zeven minuten de
g
ewenste bandenspannin
g
niet is
b
ere
ik
t,
i
s
d
e
b
an
d
n
i
et te repareren met
d
e
b
an
d
enreparat
i
eset; neem contact
op
met het PEU
G
E
O
T-netwerk o
f
een
gekwali
f
iceerde werkplaats om u verder
te hel
p
en.
)
Activeer de com
p
ressor door de schakelaa
r
B
in
de
s
t
a
n
d
"
I" te zetten, tot de
bandenspannin
g
2
,
0
bar bedraa
g
t.
H
e
t
a
f
d
i
c
htmi
dde
l w
o
r
d
t
o
n
de
r
d
r
u
k in
de band
g
espoten; neem
g
edurende
d
eze
h
an
d
e
li
n
g
d
e s
l
an
g
n
i
et
l
os van
d
e
a
ansluitin
g
(
kans op spatten
)
.
)
Verwi
j
der de set en draai de dop van de
witte slan
g
vast.
Zor
g
ervoor dat restanten van de vloeistof
niet op of in de auto terecht kunnen komen.
Houd
de
se
t
b
inn
e
n h
a
n
dbe
r
e
ik.
)
Maak direct een rit van on
g
eveer vi
jf
k
ilometer met mati
g
e snelheid
(
tussen
20 en 60 km
/
h
)
, zodat het a
f
dichtmiddel het
le
k k
a
n
d
i
c
ht
e
n.
)
Zet de auto stil en controleer de re
p
aratie
e
n de bandenspannin
g
met de set.

8
185
Praktische informatie
Uitnemen van de flacon
)
Ber
g
de zwarte slan
g
op.
)
Neem het
g
ebo
g
en aansluitstuk van de witte slan
g
los.
)
H
ou
d
d
e compressor rec
h
top.
)
Draai de
f
lacon aan de onderzi
j
de los.
Let op dat er
g
een afdichtmiddel uit de
fl
aco
n
s
tr
oo
mt.
D
e u
i
terste
g
e
b
ru
ik
s
d
atum staat op
d
e
p
atroon verme
ld
.
De
p
atroon met a
f
dichtmiddel kan slechts
éé
n keer gebruikt worden en moet daarna
worden vervan
g
en, ook als hi
j
niet lee
g
is.
Werp de patroon na
g
ebruik niet we
g
,
m
aar lever deze in bi
j
het PEUGE
O
T-
n
etwerk of een officieel inzamelpunt.
Ver
g
eet niet om bi
j
het PEUGEOT-
n
etwerk o
f
een
g
ekwali
f
iceerde
wer
k
p
l
aats een n
i
euwe patroon met
a
f
dichtmiddel te ko
p
en.
Controle / aan
p
assen
b
andenspannin
g
U kunt de compressor, zonder inspuitin
g
van
h
et a
f
dichtmiddel, ook
g
ebruiken om:
- uw bandenspannin
g
te controleren o
f
uw
b
an
d
en op spann
i
n
g
te
b
ren
g
en,
- andere o
p
blaasbare voorwer
p
en o
p
te
pompen
(
ballen,
f
ietsbanden...
)
.
)
Dr
aa
i
de
sc
h
a
k
e
l
aa
r A in
de
s
tand "
O
p spannin
g
bren
g
en".
)
Rol de zwarte slan
g
H
volledi
g
u
it.
)
Sluit de zwarte slan
g
aan op het ventiel van
de
ba
n
d
o
f v
a
n
de
accesso
ir
e
.
B
ren
g
i
n
di
en no
dig
eerst een van
d
e
mee
g
e
l
ever
d
e ver
l
oopstu
kk
en aan.
)
Sluit de stekker van de compressor aan op
de 12V-aansluitin
g
van de auto.
)
S
tart de auto en laat de motor draaien.
)
B
ren
g
d
e
b
an
d
op spann
i
n
g
met
b
e
h
u
l
p
van de compressor
(
op spannin
g
bren
g
en:
schakelaa
r
B
i
n
s
t
a
n
d
"I"
;
l
ee
g
l
aten
l
open:
sc
h
a
k
e
l
aa
r B in
s
t
a
n
d
"
O" en druk o
p
de
knop C
)
, zoals staat aan
g
e
g
even op de
bandenspannin
g
ssticker van de auto of het
opblaasbare voorwerp.
)
Verwi
j
der de set en ber
g
deze op.

186
Praktische informatie
Wiel verwisselen
In het geval van een lekke band kunt u het wiel met het bij de auto geleverde gereedschap verwisselen volgens de onderstaande procedure.
Het
g
ereedschap bevindt zich in de
ba
g
a
g
eruimte, achter de achterbank.
Toe
g
an
g
tot het
g
ereedschap
Beschikbaar
g
ereedschap
*
3.
G
ereedschap voor het verwi
j
deren van
s
ierdo
pp
en.
Hiermee kunnen bi
j
lichtmetalen vel
g
en
de sierdoppen van de wielbouten worden
verwi
j
derd.
4.
Dop voor het verwi
j
deren van slotbouten
(
in
h
et dashboardkast
j
e
)
.
Hi
ermee
k
unnen met
b
e
h
u
l
p van
d
e
w
i
e
l
s
l
eute
l
d
e spec
i
a
l
e s
l
ot
b
outen wor
d
en
verw
ijd
er
d
.
5
.
E
é
n wielblok om wegrollen van de auto te
v
oo
rk
o
m
e
n.
6
.
Sleepoo
g
.
Zie de para
g
raaf "Slepen van de auto".
Zet het contact alti
j
d af
(
verklikkerlamp
j
e
Read
y
uit
)
als u werkzaamheden aan
de auto wilt uitvoeren
,
om letsel door
he
t
au
t
o
m
a
t
isch
s
t
a
rt
e
n v
a
n
de
m
o
t
o
r t
e
v
oo
r
ko
m
e
n.
Z
or
g
ervoor dat bi
j
g
ebruik van
hef
g
ereedschap
(
bi
j
voorbeeld een
k
rik
)
alti
j
d de steunpunten voor de krik
worden
g
ebruikt om te voorkomen dat de
h
oo
g
spann
i
n
g
s
k
a
b
e
l
s
b
esc
h
a
digd
ra
k
en.
Dit
g
ereedschap is speci
f
iek voor uw auto
e
n kan, afhankeli
j
k van de uitvoerin
g
van uw
auto, verschillen. Gebruik het niet voor andere
doe
l
e
in
de
n.
1.
Wi
e
l
s
l
eu
t
e
l.
Hi
ermee
k
an
d
e w
i
e
ld
op wor
d
en verw
ijd
er
d
e
n
k
unnen
d
e w
i
e
lb
outen wor
d
en
l
os
g
e
d
raa
id
.
2.
K
r
ik
met
g
e
ï
nte
g
reer
d
e s
li
n
g
er.
Hiermee kan de auto worden opgekrikt.
* Vol
g
ens land van bestemmin
g
.

8
193
Praktische informatie
Grootlicht
(
uitvoerin
g
met
halo
g
eenlampen
)
)
T
re
k
aan
d
e
b
or
gli
p om
d
e p
l
ast
i
c
b
esc
h
erm
k
ap te verw
ijd
eren.
)
N
eem
d
e ste
kk
er van
d
e
l
am
p
l
os.
)
Trek de lamp uit de lamphouder en vervang
de lamp.
Voer het monteren uit in de om
g
ekeerde
vol
g
orde.
D
imlicht
(
uitvoerin
g
met
halo
g
eenlampen
)
)
T
re
k
aan
d
e
b
or
gli
p om
d
e p
l
ast
i
c
b
esc
h
erm
k
ap te verw
ijd
eren.
)
N
eem
d
e ste
kk
er van
d
e
l
am
p
l
os.
)
Trek de lamp uit de lamphouder en vervang
de lam
p
.
Voer het monteren uit in de om
g
ekeerde
vol
g
orde.

196
Praktische informatie
A
chteruitri
j
licht
(
achterklep
)
)
O
pen de achterklep en verwijder
vervol
g
ens het a
f
dekplaat
j
e.
)
Neem de stekker van de lamp los.
)
Verwi
j
der de bevesti
g
in
g
smoer van de
l
amp.
)
Verwijder de lamp voorzichtig via de
buitenzi
j
de van de auto.
)
Verwi
j
der het afdichtschuim.
)
Draai de lam
p
houder een kwart
omwentelin
g
en vervan
g
de lamp.
Voer het monteren uit in de om
g
ekeerde
vol
g
orde.

8
197
Praktische informatie
D
erde remlicht
(
LED's
)
Raadplee
g
het PEU
G
E
O
T-netwerk o
f
een
g
ekwali
f
iceerde werkplaats.
K
ente
k
enp
l
aatver
li
c
h
t
i
n
g
)
S
teek een kleine schroevendraaier in een
van
d
e
b
u
i
tenste
g
aten van
h
et
l
amp
gl
as.
)
Du
w
de
sch
r
oe
v
e
n
d
r
aaie
r n
aa
r
bui
t
e
n
o
m
h
et
l
amp
gl
as
l
os te ma
k
en.
)
Neem de stekker van de lam
p
los.
)
Verwi
j
der het lamp
g
las.
)
Trek de lamp uit de lamphouder en vervan
g
de lamp.

200
Praktische informatie
Zekerin
g
N
°
A
m
p
ère
(
A
)
Functies
F3
15
Paneel ruitbedienin
g
in bestuurdersportier,
12
V-aansluitin
g
achterzitplaatsen.
F
4
15
12V-aansluiting bagageruimte.
F
530
El
e
k
tr
i
sc
h
b
e
di
en
b
are ru
i
ten ac
h
ter met eentraps
b
e
di
en
i
n
g
.
F
6
3
0 Elektrisch bedienbare ruiten vóór met eentrapsbedienin
g
.
F1
1
20 Servicecentrale trekhaakaansluitin
g
.
F12 20 A
ud
i
o
v
e
r
s
t
e
rk
e
r.
F1
5
20
Bli
n
d
er
i
n
g
spanee
l
panorama
d
a
k
.
F1
6
5
P
anee
l
ru
i
t
b
e
di
en
i
n
g
i
n
b
estuur
d
ersport
i
er.
Z
e
k
er
i
n
g
en ac
h
ter
h
et
dashboardkast
j
e

8
201
Praktische informatie
Zekerin
g
en
m
otorruimte
Toe
g
an
g
tot de zekerin
g
en
)
M
aa
k h
e
t
de
k
se
l l
os
.
)
Vervan
g
de zekerin
g
(
zie de
desbetreffende para
g
raaf
)
.
)
Sluit na het vervan
g
en van de zekerin
g
zor
g
vuldi
g
het deksel voor een
g
oede
a
fdichtin
g
van de zekerin
g
kast.
Zekerin
g
N°
A
m
p
èr
e
(
A
)
Functies
F20 15 Ruitensproeierpomp voor en achter.
F2
1
2
0
Pom
p
ko
p
lam
p
s
p
roeiers.
F22
1
5
C
l
a
x
o
n.
F2
3
15
G
rootlicht rechts.
F2
4
15
G
rootlicht links.
F27 5 A
f
schermklep koplamp links.
F2
8
5 A
f
schermkle
p
ko
p
lam
p
rechts.
De zekerin
g
kast bevindt zich onder de
m
otorkap, naast de accu.

204
Praktische informatie
Na het weer aansluiten van de
a
ccukabels
Z
e
t h
e
t
co
nt
ac
t
aa
n
e
n w
ac
ht 1 min
uu
t
a
lv
o
r
e
n
s
d
e motor te starten, zo
d
at
d
e e
l
e
k
tron
i
sc
h
e
sy
stemen
g
e
ï
n
i
t
i
a
li
seer
d
k
unnen wor
d
en.
R
aadplee
g
het PEU
G
E
O
T-netwerk o
f
een
gekwali
f
iceerde werkplaats als er zich na deze
h
andelin
g
toch no
g
problemen voordoen.
Raadplee
g
de desbetreffende rubriek voor het
zelf opnieuw initialiseren van
(
afhankeli
j
k van
de uitvoerin
g)
:
- de sleutel met afstandsbedienin
g
,
- het elektrische zonnescherm
/
de
el
e
k
tr
i
sc
h
e zonnesc
h
ermen,
- ...
V
óór het losko
pp
elen van de
a
ccukabels
W
ac
ht 2 min
u
t
e
n n
a
h
e
t
af
z
e
tt
e
n v
a
n h
e
t
co
nt
ac
t.
Sluit de ruiten en de voorportieren voordat u de
accukabels loskoppelt.
Keer de polariteiten niet om en
g
ebruik
u
itl
u
it
e
n
d
ee
n 12-v
o
lt
s
accu
.
M
aa
k
d
e accupoo
lkl
emmen n
i
et
l
os
bij
d
r
aaie
n
de
m
o
t
o
r.
L
aa
d
d
e accu n
i
et o
p
zon
d
er
d
e
a
ccu
p
oolklemmen los te nemen.
He
t
aa
n
du
w
e
n v
a
n
de
au
t
o
o
m
de
m
o
t
o
r
te starten,
i
s n
i
et toe
g
estaan.
H
e
t i
s
r
aad
z
aa
m
de
accu
l
os
t
e
koppelen als uw auto lan
g
er dan een
m
aand buiten
g
ebruik is.
Accu's bevatten schadeli
j
ke sto
ff
en,
zoa
l
s
zw
a
v
e
lz
uu
r
e
n l
ood
. A
ccu
'
s
m
oeten vol
g
ens de wetteli
j
ke
voorschriften worden af
g
evoerd en
m
o
g
en in
g
een
g
eval bi
j
het huisvuil
t
e
r
ec
htk
o
m
e
n.
Lever le
g
e batteri
j
en en accu's in bi
j
een
speciaal a
f
valsto
ff
endepot.
L
aa
d
d
e tract
i
e
b
atter
ij
n
i
et op.
Na
he
t m
o
nt
e
r
e
n v
a
n
de
accu
kan het, a
f
hankeli
j
k van de
weersomstan
digh
e
d
en en
d
e
laadtoestand van de accu, enkele uren
(
tot on
g
eveer 8 uur
)
duren voordat het
S
top & Start-s
y
steem weer zal werken.
Laden met behul
p
van een
a
cculader
)
Maak de accupoolklemmen los.
)
Vol
g
de aanwi
j
zin
g
en van de fabrikant van
de
accu
l
ade
r.
)
Sluit de accukabels weer aan, te be
g
innen
m
et de
(
-
)
kabel.
)
C
ontroleer o
f
de accupolen en de klemmen
sc
h
oon z
ij
n.
I
n
di
en ze
b
e
d
e
k
t z
ij
n met een
(
witte o
f
groene
)
oxidatielaag, neem dan
de accukabels los en reini
g
de polen en
k
l
e
mm
e
n.

206
Praktische informatie
Wisserbladen vervangen
demonteert
)
Bedie
n
de
r
ui
t
e
nw
isse
r
schakelaa
r
bi
nn
e
n
éé
n min
uu
t n
a
h
e
t
af
z
e
tt
e
n v
a
n h
e
t
co
nt
ac
t
o
m
de
r
ui
t
e
nw
isse
r
s
n
aa
r
he
t m
idde
n v
a
n
de voorruit te ver
p
laatsen.
D
emonteren
)
Til de desbetre
ff
ende ruitenwisserarm op.
)
M
aa
k
h
et w
i
sser
bl
a
d
l
os en verw
ijd
er
h
et.
Monteren
)
Bren
g
het nieuwe wisserblad aan en klik
he
t v
as
t.
)
Zet de ruitenwisserarm voorzichti
g
teru
g
.
N
a
h
et monteren van een
wisserblad vóó
r
)
Z
e
t h
e
t
co
nt
ac
t
aa
n.
)
Bedien no
g
maals de
ru
it
e
nwi
sse
r
sc
h
a
k
e
l
aa
r
o
m
de
ru
it
e
nwi
sse
r
s
in
de
r
us
t
s
t
a
n
d
t
e
z
e
tt
e
n.

9
223
Onderhoud
EGS-versnellin
g
sbak met
6 versnellin
g
en
De versnellin
g
sbak is
o
nderhoudsvri
j
(
olie verversen niet noodzakeli
j
k
)
.
Raadplee
g
het onderhoudsboek
j
e
v
oo
r h
e
t int
e
rv
a
l v
a
n
de
n
iv
eauco
ntr
o
l
e
.
D
e s
lij
ta
g
e van
d
e rem
bl
o
kk
en
is sterk a
f
hankelijk van de rijstijl,
vooral bi
j
stadsverkeer en veel korte
ritten. Hierdoor kan het noodzakeli
j
k
bli
j
ken om de remblokken vaker, tussen twee
o
nderhoudscontroles door, te laten controleren.
A
ls het rems
y
steem vri
j
is van lekka
g
es, duidt
e
en te laa
g
remvloeisto
f
niveau erop dat de
rem
bl
o
kk
en vers
l
eten z
ij
n.
R
em
bl
o
kk
en
Roetfilter
(
diesel
)
Als het roetfilter vervuild is
,
wordt
u
hierop
g
eattendeerd door het
t
ijd
e
lijk
b
ran
d
en van
di
t
l
amp
j
e
i
n
c
om
bi
nat
i
e met een me
ldi
n
g
op
h
et
multi
f
unctionele displa
y
.
Ga om het roetfilter te re
g
enereren,
zodra de omstandi
g
heden het toelaten,
m
et een snelheid van minimaal
60
km
/
h
r
i
j
den tot het lamp
j
e doo
f
t.
Als het lamp
j
e bli
jf
t branden is het
m
inim
u
m
b
r
a
n
ds
t
ofadd
iti
ef
niv
eau
bereikt: raadpleeg de paragraa
f
"Niveau
b
r
a
n
ds
t
ofadd
iti
ef
".
Bi
j
een nieuwe auto kunt u de
e
erste paar keer dat het roetfilter
g
ere
g
enereer
d
wor
d
t een
b
ran
dl
uc
h
t
r
u
ik
en;
di
t
i
s vo
lk
omen normaa
l
.
Al
s
l
an
gd
ur
ig
met zeer
l
a
g
e sne
lh
e
id
wordt gereden o
f
de motor langdurig
s
tationair draait, kan bi
j
g
as
g
even
s
oms rook uit de uitlaat waar
g
enomen
worden. Dit heeft
g
een invloed op de
p
restaties en heeft
g
een
g
evol
g
en voo
r
he
t mili
eu
.
Ti
j
dens de re
g
eneratie van het roetfilter
i
s 100% elektrisch ri
j
den niet mo
g
eli
j
k.

224
Onderhoud
o
f
een
g
ekwali
f
iceerde werkplaats
v
oo
r inf
o
rm
a
ti
e
o
v
e
r h
e
t
co
ntr
o
l
e
r
e
n
van de sli
j
ta
g
e van de remschi
j
ven.
Staat van remschi
j
ven Elektrische
p
arkeerrem
Dit s
y
steem hoeft niet apart
g
econtroleerd te worden. Als e
r
z
i
c
h
toc
h
een pro
bl
eem voor
d
oet,
l
aat
h
et s
y
steem
d
an contro
l
eren
doo
r h
e
t PE
UG
E
O
T-n
e
tw
e
rk
of
ee
n
gekwali
f
iceerde werkplaats.
G
ebruik uitsluitend door PE
UG
E
O
T
aanbevolen producten of
g
eli
j
kwaardi
g
e
k
waliteitsproducten.
O
m de werkin
g
van belan
g
ri
j
ke or
g
anen
a
l
s
h
et rems
y
steem te opt
i
ma
li
seren,
se
l
ec
t
ee
rt
e
n
b
i
ed
t PE
UG
E
O
T
sp
eci
f
ieke
p
roducten aan.
Vanwe
g
e de kans op beschadi
g
in
g
van het elektrisch s
y
steem is het
reini
g
en van de motorruimte met een
ho
g
edrukreini
g
er niet toe
g
estaan
.
Raadplee
g
voor meer in
f
ormatie de rubriek
"
Elektrische parkeerrem -
§
S
torin
g
en".

10
225
Technische gegevens
Elektromotor en tractiebatterij
De actieradius is a
f
hankeli
j
k van de weersomstandi
g
heden, de ri
j
sti
j
l van de bestuurder, het
g
ebruik van de elektrische uitrustin
g
en van de auto en de
leefti
j
d van de batteri
j
.
El
e
k
tromotor
-
T
ec
hni
e
k S
y
nchroon met permanente ma
g
neten.
Max. vermo
g
en: ECE-norm
(
kW
)
2
7
Toerental bi
j
max. vermo
g
en
(
t
/
min
)
2
500
Max. koppel: E
C
E-norm
(
Nm
)
2
00
Toerental bi
j
max.koppel
(
t/min
)
12
50
Rendement
(
%
)
80
-
90
T
ractiebatteri
j
Ni
-
MH
(
Nikkel-metaalhydride
)
S
pannin
g
(
V~
)
2
00
Ener
g
ieopsla
g
capaciteit
(
kWh / Ah
)
1,1 / 5,5
Actieradius
(
km
)
2
(
on
g
eveer
)

226
Technische gegevens
D
ieselmotor
2
,0 l HDi
163 pk
V
ersne
lli
n
g
s
b
a
k
2
Tr
o
ni
c
(
6 versnellin
g
en
)
Ty
pe Variant Uitvoerin
g
8U
RH
C8/
P
C
ilinderinhoud
(
cm
3
)
1
99
7
Borin
g
x sla
g
(
mm
)
85
x
88
Max. vermo
g
en: ECE-norm
(
kW
)
120
Toerental bij max. vermogen
(
t
/
min
)
3
850
Max. koppel: E
C
E-norm
(
Nm
)
300
Toerental bi
j
max. koppel
(
t/min
)
17
50
Br
a
n
ds
t
o
f Di
ese
l
Katal
y
sator Ja
R
oe
t
f
ilt
e
r
Ja
Inhoud carter
(
in liter
)
Motor
(
met vervan
g
en filter
)
5
Motor en versnellingsbak

228
Technische gegevens
Afmetingen (in mm)
brandsto
f
tank
)
.
Deze waarde kan, a
f
hankelijk van de belading van de auto, de ondergrond en de omgeving variëren.
A
ls de bestuurder van menin
g
is dat de auto een obstakel kan passeren, is hi
j
hiervoor zel
f
volledi
g
verantwoordeli
j
k.

2
31
URGENCE-OPROEP OF ASSISTANCE-OPROEP

2
58
06 TELEFONEREN
Toegang tot het menu "TELEFOON"
"
"
"
"
"
"
"
eeoo
Telefoon
Telefoon
Telefoon
Telefoon
Telefoon
Telefoon
Telefoon
Telefoon
Telefoon
Telefoon
Telefoon
Telefoon
Telefoon
Telefoon
Tlf
Tlf
Tlf
Tlf
f
"
"
"
"
"
"
"
D
ru
k
op
d
eze toets.
S
electeer in "
Lij
st
g
espre
kk
en
"
een nummer en
b
evest
ig
u
w
keu
z
e
m
e
t OK om een
g
espre
k
te starten.
A
ls u verbindin
g
met een andere tele
f
oon maakt, wordt
d
e
lij
st met
d
e
l
aatste
g
espre
kk
en
g
ew
i
st.
Geen verbindin
g
met een
t
e
l
e
f
oo
n.
Verbindin
g
met een
t
e
l
e
f
oo
n.
Binnenkomend
g
esprek.
Ui
t
g
aan
d
g
espre
k
.
B
ez
ig
met
s
y
nc
h
ron
i
seren van
ad
r
esboek
.
Tele
f
oon
g
esprek bezi
g
.
In de bovenbalk wordt steeds
aan
g
e
g
even
Binnenkomende
g
esprekken.
Uit
g
aande
g
esprekken.

2
59
06
BLUETOOTH-TELEFOON
KOPPELEN
EERSTE KOPPELING
Het koppelen van de Bluetooth-telefoon aan de handsfree-set ma
g
o
m veili
g
heidsredenen en vanwe
g
e het
f
eit dat deze handelin
g
de
volledige aandacht van de bestuurder vraagt, uitsluitend worden
uit
g
evoerd als de auto stilstaa
t
.
A
c
tiv
ee
r
de
Bl
ue
t
oo
th-
fu
n
c
ti
e
v
a
n
u
w
t
e
l
e
f
oo
n
e
n
s
t
e
l
de
z
e
z
o
in
da
t
de
telefoon "
g
ezien" wordt.
Druk o
p
deze toets.
Selecteer het
g
ewenste apparaat in de
li
j
st, kies dan "
V
erbinden" en bevesti
g
u
w
keu
z
e
.
H
et s
y
steem ste
l
t voor:
- het pro
fi
el "Handsfree functi
e
"
(
alleen tele
f
oon
)
,
- het pro
fi
el "Audi
o
"
(
streamin
g
:
l
e
z
e
n v
a
n m
u
zi
e
k
bes
t
a
n
de
n v
a
n
de
telefoon
)
,
- of beide profi elen "
A
ll
e
"
.
S
electeer met " OK
"
en
b
evest
ig
uw
keu
z
e
.
S
electeer "Bluetooth-functies
"
e
n
b
evest
ig
uw
k
euze.
Se
l
ec
t
ee
r "Randa
pp
aratuur zoeken"
e
n
bevesti
g
uw keuze.
Er verschi
j
nt een overzicht van de
a
pparatuur die waar
g
enomen is. Wacht
tot de knop "Verbinden" verschi
j
nt.
TELEFONEREN
G
a voor meer in
f
ormatie
(
compatibiliteit, extra hulp, enz.
)
naar
w
ww.peu
g
eot.nl.

2
61
06 TELEFONEREN
Druk o
p
deze toets.
Se
l
ec
t
ee
r "Bellen" en bevesti
g
uw
keu
z
e
.
S
electeer "Contacten "
e
n
b
evesti
g
uw keuze.
Toets het nummer in o
p
het virtuele
toetsenbord door de ci
j
fers te selecteren
e
n
d
aarna te
b
evest
ig
en.
B
evest
ig
met
"
OK
"
om
h
et
i
n
g
evoer
d
e
t
e
l
efoo
nn
u
mm
e
r t
e
be
ll
e
n.
Druk o
p
deze toets of houd
T
EL/SRC op het stuurwiel in
g
edrukt.
EEN NIEUW NUMMER BELLEN EEN CONTACT BELLEN
S
electeer het
g
ewenste contact en
b
evest
ig
uw
k
euze.
Selecteer het nummer en bevesti
g
uw
keu
z
e
o
m
he
t
belle
n t
e
s
t
a
rt
e
n.
BELLEN
G
ebruik de tele
f
oon liever niet onder het ri
j
den.
S
top op een veili
g
e
p
laats of
g
ebruik de toetsen op het stuur.

2
62
06 TELEFONEREN
LAATSTE NUMMERS BELLEN
Druk op deze toets of houd
T
EL/SR
C
i
n
g
e
d
ru
k
t, se
l
ecteer
"
Gesprekkenli
j
s
t
"
e
n
b
evest
ig
uw
k
euze.
S
electeer het
g
ewenste nummer en
bevesti
g
uw keuze.
Druk op
P
HON
E
, selecteer "
T
elefoono
p
tie
s
" en bevestig uw
keuze, en selecteer vervol
g
ens "
D
e
g
esprekkenli
j
st wissen"
a
l
s
u de li
j
st met
g
esprekken wilt wissen, en bevesti
g
uw keuze.
EEN GESPREK BEËINDIGEN
Druk o
p
G
ESPREK BEËINDIGE
N
.
of
Houd
de
t
oe
t
s
T
EL/SR
C
op
h
et
stuurwiel even ingedrukt.
U kunt alti
j
d rechtstreeks met uw tele
f
oon bellen. Zet in dat
g
eval
de auto uit veili
g
heidsoverwe
g
in
g
en stil.

271
08
Druk op RADI
O
.
RDS INSCHAKELEN EN UITSCHAKELEN
A
ls de RD
S
-
f
unctie is in
g
eschakeld, zoekt de radio steeds naar
de sterkste
f
requentie van een zender, zodat u ernaar kunt bli
j
ven
l
uisteren zonder dat u zelf de frequentie hoeft te wi
j
zi
g
en. Sommi
g
e
R
DS-zenders zi
j
n echter niet in het hele land te ontvan
g
en, omdat
de frequenties van de zender niet het hele land dekken. Dit
ver
kl
aart
d
at
d
e zen
d
er t
ijd
ens
h
et r
ijd
en
k
an we
g
va
ll
en.
Se
l
ec
t
ee
r " O
p
ties " en bevesti
g
uw
k
eu
z
e
.
S
electeer "
R
DS inschakelen/
u
itschakelen " en bevestig uw keuze.
RADIO
Se
l
ec
t
ee
r "
R
DS inschakelen/uitschakelen ".
Druk, als de radio
g
e
g
evens worden weer
g
e
g
even op " OK "
o
m h
e
t
c
ontextmenu op te vra
g
en.

274
09
AUDIOBRONNEN
Plaats de
C
D in de speler, steek de U
S
B-stick in de
US
B-poort o
f
sluit de U
S
B-apparatuur via een kabel
(
niet mee
g
eleverd
)
op de USB-poort aan.
Het s
y
steem maakt
g
ebruik van afspeelli
j
sten
(
in het ti
j
deli
j
ke
g
eheu
g
en
)
. Het maken van deze
li
j
sten kan enkele seconden of soms enkele
mi
nuten
d
uren na
d
at
h
et apparaat voor
d
e eerste
k
eer
i
s aan
g
es
l
oten.
Het verwi
j
deren van alle andere dan
mu
zi
e
k
bes
t
a
n
de
n
e
n h
e
t v
e
rmin
de
r
e
n v
a
n h
e
t
aantal a
f
speelli
j
sten zal het aanmaken van deze
afspeelli
j
sten versnellen.
De afspeelli
j
sten worden iedere keer na het
o
pnieuw aanzetten van het contact of het aansluiten
van een U
S
B-stick vernieuwd. De autoradio slaat
d
e
lij
sten ec
h
ter we
l
op en a
l
s ze n
i
et z
ij
n
g
ew
ij
z
igd
,
is de laadtijd korter. Het a
f
spelen volgt na een korte
ti
j
d, a
f
hankeli
j
k van de capaciteit van de U
S
B-stick.
GELUIDSBRON KIEZEN
Vi
a
de
t
oe
t
s
SOURC
E
o
f SR
C
op het stuur kunt u van de ene naar
d
e an
d
ere
g
e
l
u
id
s
b
ron oversc
h
a
k
e
l
en.
"CD/CD MP
3
"
"
U
SB, iPod"
"AUX " "
S
TREAMIN
G
"
"RADIO "
Druk op
M
EDI
A
voor weergave van het
m
e
n
u
"
M
EDI
A
".
S
electeer "
A
ndere Medi
a
" en bevesti
g
u
w k
eu
z
e
.

27
5
09
/
///
//
/
+/
EEN TRACK
S
ELECTEREN
MULTIMEDIASPELERS
Vori
g
e track.
V
o
lg
en
d
e trac
k
.
Vori
g
e a
f
speelli
j
st.
Vol
g
ende a
f
speelli
j
st.
S
nel vooruit.
S
n
e
l
ac
ht
e
r
u
it.
P
au
z
e
: SR
C
even in
g
edrukt houden.
LI
S
T: Overzicht van tracks en
a
fspeelli
j
sten op USB of CD
O
mhoo
g
en omlaa
g
in de li
j
st.
Bevesti
g
en, verder in de menustructuur.
Teru
g
in de menustructuur.
Even in
g
edrukt
houde
n
Even in
g
edrukt
houde
n

.
289
Index
Aanhanger
.....................................................
r
21
0
A
anhan
g
er
g
ewichte
n
....................................
22
7
A
ansluiting 12
V
..............................................
.
9
7
A
B
S
...............................................................
17
0
Accessoi
r
es
.............................................
2
7
,
21
3
Accessoi
r
es
t
a
n
d
.............................................
2
7
Accu
................
4
,
2
2
,
4
0
-
4
2
,
1
0
1
,
2
0
2
-
2
0
4
,
22
2
Accu
l
ade
n
...........................................
2
0
2
,
2
0
4
A
chterruitverwarmin
g
.............................
9
4
,
11
6
A
chteruitri
j
lich
t
..............................................
19
5
Af
metin
g
e
n
....................................................
22
8
Af
standsbedienin
g
........................
6
6
-
6
8
,
7
0
,
7
5
Afzetten van de motor
...............................
r
2
8
,
2
9
Ai
r
b
a
g
s
............................................................
5
6
Airbags vóór
..........................................
r
17
6
,
17
9
A
irconditionin
g
................................................
3
7
A
irconditionin
g
(
handbediend
)
......................
1
0
7
A
irconditionin
g
met
g
escheiden re
g
elin
g
.....
11
6
A
irconditionin
g
quadrizon
e
...........
.
11
1
,
11
4
,
11
6
A
larmkni
pp
erlichte
n
..............................
10
3
,
16
8
A
larmsysteem ................................................
.
7
6
All
es
d
ra
g
ers
..................................................
21
2
A
ntiblokkeers
y
steem
(
AB
S)
..........................
17
0
A
ntispinre
g
elin
g
(
A
S
R
)
...........................
5
4
,
17
0
A
rmleunin
g
......................................................
9
7
Armleuning achter
...........................................
r
9
8
ASR
...............................................................
17
0
A
udio-aansluitin
g
e
n
........................................
9
9
A
utomatische airconditionin
g
.......
.
10
7
,
10
8
,
11
1
Au
t
o
m
a
ti
sc
h
e
r
u
it
e
nwi
sse
r
s
..................15
2
,
1
5
4
Au
t
o
m
a
t
isch
i
n
schakele
n
al
arm
k
n
i
pper
li
c
h
te
n
....................................
1
6
8
A
utomat
i
sc
h
i
nsc
h
a
k
e
l
en ver
li
c
h
t
i
n
g
....
14
3
,
14
7
C
entrale ver
g
rendelin
g
...................................
7
0
C
laxo
n
...........................................................
16
9
C
ockpi
t
...........................................................
.
1
2
C
ontac
t
...........................................................
.
2
7
C
ontact aangeze
t
...........................................
.
2
7
Co
ntr
o
l
e
m
o
t
o
r
o
li
e
niv
eau
................................
6
1
Co
ntr
o
l
es
.......................................
21
8
,
22
2
-
22
4
A
B
C
Da
g
ri
j
verlichtin
g
...........................................
.
14
5
Datum
(
instellen
)
............................................
.
6
5
D
e
r
de
r
e
mli
c
h
t
..............................................
.
19
7
Diesel
.................................................
3
5
,
3
6
,
4
8
Dieselmotor
.....................
r
8
7
,
21
7
,
21
8
,
22
6
,
22
7
Di
m
licht
....................................
4
7
,
14
2
,
1
9
1
-
1
9
3
Displa
y
instrumentenpanee
l
.....................
4
6
,
6
2
D
y
namische noodrem
...................................
1
1
9
Ba
g
a
g
eruimt
e
...........................................
.
8
0
-
8
2
Ba
g
a
g
eruimte
(
openen
)
..................................
6
9
B
a
n
de
n ............................................................
3
7
B
an
d
enre
p
arat
i
ese
t
......................................
1
8
0
B
an
d
enspann
i
n
g
.....................................
3
7
,
22
9
Bandenspannin
g
scontrole
(
met set
)
.............
1
8
0
Batteri
j
afstandsbedienin
g
........................
7
3
-
7
5
Batteri
j
afstandsbedienin
g
v
er
v
angen
...............................................
7
3
,
7
4
Bedienin
g
autoradio aan stuurkolom............
23
8
B
e
k
e
rh
ouder
....................................................
9
7
B
e
l
aden
..................................................
.
3
7
,2
1
2
Bi
nnensp
i
e
g
e
l
.................................................
9
6
Bluetooth
(
hands
f
ree set
)
.............................
2
5
9
Bluetooth
(
tele
f
oon
)
.......................................
2
5
9
Bochtverlichtin
g
....................................
1
5
1
,
1
9
1
Bodemvri
j
hei
d
.........................................
3
1
,
22
8
Boordcomputer
.........................................
r
6
2
,
6
4
Brandstof
..................................................
.
f
3
7
,
8
7
Brandstofniveaumeter
.....................................
r
8
5
Br
a
n
ds
t
of
t
a
nk ..................................................
8
5
Br
a
n
ds
t
of
t
a
nk
en
.......................................
8
5
,
8
7
Brandsto
f
tank lee
g
(
diesel
)
...........................
21
7
Br
a
n
ds
t
of
v
e
r
b
r
u
ik
......................................
3
7
,
3
9
Brandstofvuldop
..............................................
8
5
Brandstofvulkle
p
.............................................
8
5
Buitenspie
g
els
...........................................
9
4
,
9
5
Ba
g
a
g
ea
f
dekkin
g
..........................................
1
0
2
B
a
g
a
g
enet voor
h
o
g
e
b
e
l
a
di
n
g
.....................
1
0
4
D
E
Eco
-m
ode
......................................................
20
5
Eco off
.............................................................
f
3
6
Electronic Stabilit
y
P
ro
g
ram
(
ESC
)
.............................
5
4
,
1
7
0
,
1
7
2
El
e
ktri
sc
h
bed
i
e
n
baa
r k
o
ff
e
r
de
k
se
l
..........
8
1
,
8
2
El
e
ktri
sc
h
bed
i
e
n
de
h
a
n
d
r
e
m ......................
.
11
9
Elektronische remdrukre
g
elaar
(
REF
)
........
.
1
7
0
El
e
ktr
o
ni
sc
h
e
s
l
eu
t
el
.....................
2
8
,
6
6
-
7
0
,
7
3
El
e
k
tron
i
sc
h
e start
bl
o
kk
er
i
n
g
...................
2
7
,
7
5
E
ner
gi
estromen
hyb
r
id
es
y
steem
..........
4
,
2
2
,
3
3
F
Follow me home verlichtin
g
..................
14
6
,
1
4
7
Functie snelwe
g
(
richtin
g
aanwi
j
zers
)
....................................
.
16
8
G
Geheugen instellingen bestuurder
................
.
r
8
9
G
ereedscha
p
...............................................
.
18
6
G
estuurde handgeschakelde
versne
lli
n
g
s
b
a
k
...................................
12
6
,
22
3

292
Index
Technische
g
e
g
evens ...........................
22
5
-
22
7
Te laa
g
brandsto
f
nivea
u
..................................
8
5
T
e
l
efoon
.
................................................2
5
9
,
2
6
1
Teller
..........................................................
r
3
2
,
4
5
Ti
j
deli
j
ke bandenspannin
g
(
met set
)
.............
1
8
0
Tijd
i
nste
ll
e
n
....................................................
6
5
TMC
(
verkeersinformatie
)
.............................
2
5
6
Tr
e
kh
aak
........................................................
2
1
0
Vermoge
n
.......................................................
.
3
2
V
ervoer van
l
an
g
e voorwerpe
n
.......................
9
9
V
erwarm
i
n
g
......................................
3
7
,
11
4
,
11
7
Voo
r
s
t
oelen
...............................................
8
8
,
8
9
Waarschuwin
g
ver
g
eten verlichtin
g
.............
.
14
4
Wi
e
l
de
m
o
nt
e
r
en
..........................................
.
1
8
7
Wiel
m
o
nt
e
r
en
...............................................
1
8
7
Wiel
v
e
rw
isselen
...........................................
1
8
6
Wi
n
d
ow-a
i
r
b
a
g
s
....................................
17
8
,
17
9
W
T
Z
X
U
Uitschakelen airbag passagier
.....................
r
17
6
U
it
sc
h
a
k
e
l
e
n E
S
P
.........................................
17
2
US
B-aansluitin
g
..............................................
9
9
V
Veili
g
heids
g
ord els .................................
.
1
7
3
-
1
7
5
Veili
g
heidsvoorzienin
g
en voor
ki
n
de
r
en
......................
1
5
8
,1
6
2
, 1
6
4
-
1
6
6
,
17
6
Ve
nt
ila
t
ie
............................
3
7
,
4
2
,
1
0
1
,
1
0
6
,
1
0
7
Ve
nt
ila
t
ie
r
oos
t
e
r
s
..........................................
1
0
6
Verbruiksci
j
fers
...............................................
3
9
Verkeersinformatie
(
TA
)
........................
2
5
7
,
2
7
1
Verkeersinformatie
(
TMC
)
....................
25
6
,
25
7
Verklikkerlamp
j
e Read
y
............................
2
9
,
8
5
Verklikkerlamp
j
es...................
.
4
6
,
4
8
,
5
0
,
5
1
,
5
3
Verklikkerlamp
j
es
(
status
)
.........................
4
8
,
5
3
V
er
klikk
er
l
amp
j
e serv
i
c
e
.................................
5
2
Verklikkerlamp
j
e voor
g
loeien
(
diesel
)
.............
4
8
V
er
li
c
h
t
i
n
g
over
d
a
g
...............
14
5
,
1
9
1
,
1
9
2
,
1
9
4
Xenonlampen
................................................
1
9
1
Z
e
k
er
i
n
g
e
n
....................................................
1
9
8
Zekerin
g
en vervan
g
e
n
..................................
1
9
8
Zekerin
g
kast dashboar
d
...............................
1
9
8
Zekerin
g
kast motorruimt
e
.............................
19
8
Zi
j
-airba
g
s ............................................
.
17
8
,
17
9
Zi
j
knipperlich
t
...............................................
.
1
9
4
Zijspots.................................................
.
1
4
9
, 1
9
4
Zij
ver
li
c
h
t
i
n
g
..................................................
14
9
Zonnescherm
(
panoramadak
)
........................
8
4
Z
u
i
n
ig
r
ijd
e
n
....................................................
3
7

.
293
Visuele index
Exterieur
S
leutel met a
f
standsbedienin
g/
elektronische sleutel 25-26, 66-74
- openen/sluiten
- diefstalbeveili
g
in
g
-
s
t
a
rt
e
n
- batteri
j
Instapverlichtin
g
1
4
9
Verlichtin
g
buitenspie
g
els 149
Bochtverlichting 151
Koplampverstellin
g
150
Lampen vervan
g
en 191-194
-
k
op
l
ampen
- mistlampen vóór
- zi
j
knipperlichten
R
u
it
e
nwi
sse
r
s
1
5
2-1
55
Ruitenwisserbladen vervan
g
en
1
55,
206
Buitenspie
g
els
9
4-
9
5
Portieren
66
-7
3
- Keyless entry and start
- o
p
enen
/
sluiten
- centra
l
e ver
g
ren
d
e
li
n
g
- noo
db
e
di
en
i
n
g
A
larms
y
steem 76-77
Ruitbedienin
g
78-79
Brandstoftank
,
tankbeveili
g
in
g
8
5-
86
A
chterklep 80, 83
- openen/sluiten
- noodbedienin
g
Elektrisch bedienbare achterklep 81-82
Bandenreparatieset
180
-
18
5
Lampen vervan
g
en 195-197
-
ac
ht
e
rli
c
ht
e
n
-
de
r
de
r
e
m
lich
t
-
k
ente
k
enp
l
aatver
li
c
h
t
i
n
g
- m
is
t
ach
t
e
r
lich
t
e
n
Parkeerhulp
138
-
139
Tr
e
kh
aa
k 21
0
-211
S
lepen
(
autotransporter
)
207-209
Panoramadak 84
A
llesdra
g
ers 212
Accesso
ir
es
21
3
-214
ESP: ABS
,
REF
,
AFU
,
ASR
,
C
D
S
17
0
-172
Bandenspannin
g
229
Wiel verwisselen
186
-
190
-
g
ereedschap
- demonteren
/
monteren
Intelli
g
ente parkeerhulp 140-141

294
Visuele index
Interieur
Voorzienin
g
en ba
g
a
g
eruimte
100
- s
j
oro
g
en, haken
- verlichtin
g
- l
aad
vl
oe
r
- op
b
er
g
va
kk
en
- accesso
i
re-aans
l
u
i
t
i
n
g
Ba
g
a
g
ea
f
dekkin
g
102
Ba
g
a
g
enet voor ho
g
e beladin
g
104-105
G
evarendriehoek
(
opber
g
ruimte
)
103
Tractiebatteri
j
4
0
-4
2
,
22
5
C
onventionele kinderzit
j
es 158-163
Elektrisch kinderslot 1
6
7
Voorstoelen
88
-
91
- h
oofds
t
eu
n
e
n
- stoelverwarmin
g
- in-
/
uitsta
pf
unctie
-
massage
Middenarmsteun achter
98
S
kil
u
ik
99
Matten 98
Airba
g
s
1
7
6
-
1
7
9
Indelin
g
interieur 12-13, 97
Ui
tsc
h
a
k
e
li
n
g
passa
g
iersairba
g
160, 177
Veili
g
heids
g
ordels
1
7
3
-
1
75
A
chterzitplaatsen
92
-
93
I
SO
FIX-kinderzit
j
es 164-166
Produkt Specifikationer
Mærke: | Peugeot |
Kategori: | var |
Model: | 508 RXH (2012) |
Har du brug for hjælp?
Hvis du har brug for hjælp til Peugeot 508 RXH (2012) stil et spørgsmål nedenfor, og andre brugere vil svare dig
var Peugeot Manualer

30 April 2024

10 Marts 2024

7 Marts 2024

9 Februar 2024

21 Januar 2024

20 Januar 2024

5 December 2023

20 November 2023

18 November 2023

8 November 2023
var Manualer
- var Honda
- var BMW
- var Toyota
- var Opel
- var Mazda
- var Audi
- var Volkswagen
- var Mercedes-Benz
- var Pioneer
- var Mitsubishi
- var Smart
- var Lexus
- var Volvo
- var Chevrolet
- var Nissan
- var Infiniti
- var Buick
- var Skoda
- var Hyundai
- var Seat
- var Fiat
- var Suzuki
- var Ford
- var Mercury
- var Genesis
- var Citroën
- var MG
- var Tesla
- var Saab
- var Kia
- var Jeep
- var Mini
- var Renault
- var Vauxhall
- var Lotus
- var Alfa Romeo
- var Datsun
- var Dacia
- var Porsche
- var Jaguar
- var Saturn
- var GMC
- var Chrysler
- var Cadillac
- var DS
- var Polaris
- var GEM
- var Subaru
- var Märklin
- var Acura
- var Maserati
- var Scion
- var Aguilar
- var Lincoln
- var Aston Martin
- var McLaren
Nyeste var Manualer

13 Marts 2025

9 Marts 2025

4 Marts 2025

3 Marts 2025

3 Marts 2025

3 Marts 2025

25 Februar 2025

23 Februar 2025

4 Februar 2025

30 Januar 2025